Methoden en Technieken van
Onderzoek in de Criminologie
Hoofdstuk 1 - Inleiding 2
Hoofdstuk 2 - Onderzoek naar criminaliteit en aanverwante zaken 10
Hoofdstuk 3 - Planning en uitvoering 21
Hoofdstuk 4 - Onderzoeksopzetten voor causale samenhang 28
Hoofdstuk 5 - Selectie van analyse-eenheden 38
Hoofdstuk 6 - Dataverzameling en bevraging 44
Hoofdstuk 7 - Bestaande gegevensbronnen 57
Hoofdstuk 8 - Beschrijving en analyse van gegevens 69
Hoofdstuk 9 - Evaluatieonderzoek 83
1
,Hoofdstuk 1 - Inleiding
1.1 Waar gaat dit boek over?
Waar andere wetenschappen zich bezighouden met meerdere fenomenen (bijvoorbeeld
psychologie of economie) houdt criminologie zich bezig met allerlei verklaringen van één
en hetzelfde soort fenomeen.
→ het object van onderzoek is telkens criminaliteit, maar de theorieën die die criminaliteit
proberen te beschrijven en te verklaren gaan niet uit van een ‘criminologisch’ model
→ bijvoorbeeld: een geweldsdelict kan worden verklaard uit de persoonlijkheidskenmerken
van de dader, uit de situationele kenmerken van de interactie die aan het geweldsdelict
voorafging, uit de sociaaleconomische kenmerken van de buurt waaruit het slachtoffer
afkomstig is, uit een aantal relevante bloedwaarden van de dader, etc
→ kenmerkend voor de criminologie is dus dat voor één en hetzelfde fenomeen verklaringen
uit zeer uiteenlopende wetenschapsgebieden aan te dragen zijn
Zoals psychologen zich specialiseren in vakken als klinische psychologie of
ontwikkelingspsychologie, zo ook specialiseren criminologen zich in hun onderzoek naar
bepaalde gebieden.
Dit boek presenteert de methoden en technieken van criminologisch onderzoek aan de
hand van twee criteria:
1. of de methodologie uniek is voor de criminologie
2. mate van algemeenheid van een bepaalde methodologie (bijvoorbeeld, in vrijwel
al het criminologisch onderzoek hebben we te maken met keuzes ten aanzien van
steekproeftrekking en dus generaliseerbaarheid en bevragingsmethode)
→ boek is nadrukkelijk op de Nederlandse situatie gericht
1.2 Criminaliteit en criminologie
Crimineel gedrag = gedrag dat is strafbaar gesteld in de wet; gedragingen die niet in een
wet strafbaar gesteld worden, kunnen we onmogelijk als criminaliteit zien.
→ definitie is smal, want pesten is niet strafbaar maar uit onderzoek blijkt dat pesten en
gepest worden samen kunnen hangen met latere criminele activiteiten
→ crimineel gedrag verandert ook (sommige definities in het Wetboek van Strafrecht
veranderen, verdwijnen, en andere komen op)
→ bovendien bemoeilijkt een legalistische definitie van criminaliteit ook internationale
vergelijkingen
Onderzoeksobject in de criminologie
→ niet alleen gedrag dat strikt genomen onder de wettelijke grens van strafbaarstelling valt
→ ook gedrag dat daar tegenaan leunt, dat als voorloper kan worden gezien, of gedrag dat
materieel gezien crimineel gedrag benadert
De bestudering van het slachtoffer, oftewel de victimologie, is ook van belang.
→ slachtofferstudies zijn naar hun functie in te delen in twee typen:
1. slachtofferstudie an sich: de studie naar de gevolgen van bijvoorbeeld een bepaald
delict voor het slachtoffer, in termen van psychologische gevolgen, hetgeen dan
2
, bijvoorbeeld weer gerelateerd kan worden aan de bejegening door politie, de rol van
het slachtoffer in het strafproces etc.
2. de meer instrumentele studie: niet zozeer geïnteresseerd in de slachtoffers zelf,
maar dat we de slachtofferstudie gebruiken om iets te weten te komen over het totale
aantal gepleegde delicten in Nederland
1.3 Een veelkleurig en fluïde onderzoeksobject
Criminaliteit is een containerbegrip om verschillende redenen:
1. Men is bijvoorbeeld alleen geïnteresseerd in uitkeringsfraude, of in
geweldscriminaliteit
2. Verschillende typen criminaliteit hebben verschillende verklaringen
→ van belang dat het onderwerp niet heterogeen is
1.3.1 Standaardclassificatie
Als onderzoekers voor hun onderzoek diverse typen of soorten criminaliteit onderscheiden,
is het gebruikelijk om daarvoor een standaardclassificatie te gebruiken.
→ belangrijkste reden daarvoor is vergelijkbaarheid: pas als verschillende onderzoekers
dezelfde definitie gebruiken, worden hun resultaten vergelijkbaar
In Nederland veelvuldig gebruikte classificatie is die van het Centraal Bureau voor de
Statistiek: de CBS-standaardclassificatie
→ crimineel gedrag werd in een negental hoofdgroepen of categorieën ingedeeld, met
daaronder weer subgroepen van delicten
→ voor de praktijk zullen er echter nog nadere onderverdelingen moeten worden gemaakt
3
, Deze wijkt af van een classificatie die daarvoor werd gebruikt.
→ in de eerdere classificatie werd bijvoorbeeld straatroof onder de geweldsdelicten
geschaard, in de huidige onder de vermogensdelicten & was in de vorige versie schennis
der eerbaarheid (art. 239, 'exhibitionisme') nog een categorie binnen de subgroep openbare
orde delicten, vanaf 2010 wordt dit weer als een zedendelict gezien
→ dit soort veranderingen komen de vergelijkbaarheid van reeksen niet ten goede: als we
bijvoorbeeld het aantal seksuele delicten zien toenemen na 2010, is dat dan omdat er meer
seksuele delicten worden gepleegd of omdat exhibitionisme nu wordt meegerekend?
In de praktijk staat regelmatig de gedrags- of maatschappelijke kwalificatie van datgene
wat we willen bestuderen haaks op de juridische kwalificatie van die handelingen.
1.3.2 Andere indelingen
Naast de indeling van delicten in een aantal onderscheiden categorieën die zijn opgebouwd
uit groeperingen van wetsartikelen, is het zoals gezegd mogelijk nog andere
onderscheidingen aan te brengen:
● onderscheid gemaakt naargelang van het feit of er in het delict een duidelijk
aanwijsbaar slachtoffer is (bekend of niet) of dat als slachtoffer slechts een diffuse
categorie aan te wijzen is (zoals 'de maatschappij', 'de andere verkeersgebruikers',
etc.)
→ onderscheid is van belang voor de keuze van de onderzoeksmethode
● onderscheid naar groepscriminaliteit en individueel gepleegde criminaliteit;
groepsdelict wordt verondersteld een andere dynamiek te hebben
● onderscheiding naar georganiseerdheid, waarbij met name naar georganiseerde
misdaad
● onderscheid naar kenmerken van de dader of het slachtoffer; onderscheidingen
zijn te maken naar jongere en oudere daders, naar mannen en vrouwen, naar
etniciteit, en naar activiteit
1.4 Kenmerken en doelen van wetenschap
Er bestaan verschillende opvattingen over wat wetenschap is. Wetenschapstheoretici
buigen zich over deze vraag, en zijn het lang niet altijd onderling eens.
→ velen zeggen dat het in ieder geval
● rationeel moet zijn (eisen dat de theorieën waarmee we fenomenen verklaren
rationeel zijn, bepaalde regels volgen, uit logische redenaties zijn opgebouwd)
● en streven naar waarheid (waarheid is niet zo’n hard begrip als de term suggereert,
want wat op één moment als waarheid gold, werd op een later moment achterhaald
of aangevuld)
→ velen zijn het er inmiddels mee eens dat wetenschappelijke waarneming objectief
moet zijn (over de vraag wat dan precies objectiviteit is, en hoe men in de praktijk
ooit vast kan stellen of iets objectief is gemeten, kan vervolgens ook weer eindeloos
gefilosofeerd worden, daarom neemt men vaak genoegen met een afgezwakte
variant van objectiviteit: intersubjectiviteit = als we bereiken dat onderzoekers
onafhankelijk van elkaar tot hetzelfde subjectieve oordeel komen, we daar als het
hoogst haalbare genoegen mee nemen)
1.4.1 Wetenschapsopvattingen in vogelvlucht
4
Onderzoek in de Criminologie
Hoofdstuk 1 - Inleiding 2
Hoofdstuk 2 - Onderzoek naar criminaliteit en aanverwante zaken 10
Hoofdstuk 3 - Planning en uitvoering 21
Hoofdstuk 4 - Onderzoeksopzetten voor causale samenhang 28
Hoofdstuk 5 - Selectie van analyse-eenheden 38
Hoofdstuk 6 - Dataverzameling en bevraging 44
Hoofdstuk 7 - Bestaande gegevensbronnen 57
Hoofdstuk 8 - Beschrijving en analyse van gegevens 69
Hoofdstuk 9 - Evaluatieonderzoek 83
1
,Hoofdstuk 1 - Inleiding
1.1 Waar gaat dit boek over?
Waar andere wetenschappen zich bezighouden met meerdere fenomenen (bijvoorbeeld
psychologie of economie) houdt criminologie zich bezig met allerlei verklaringen van één
en hetzelfde soort fenomeen.
→ het object van onderzoek is telkens criminaliteit, maar de theorieën die die criminaliteit
proberen te beschrijven en te verklaren gaan niet uit van een ‘criminologisch’ model
→ bijvoorbeeld: een geweldsdelict kan worden verklaard uit de persoonlijkheidskenmerken
van de dader, uit de situationele kenmerken van de interactie die aan het geweldsdelict
voorafging, uit de sociaaleconomische kenmerken van de buurt waaruit het slachtoffer
afkomstig is, uit een aantal relevante bloedwaarden van de dader, etc
→ kenmerkend voor de criminologie is dus dat voor één en hetzelfde fenomeen verklaringen
uit zeer uiteenlopende wetenschapsgebieden aan te dragen zijn
Zoals psychologen zich specialiseren in vakken als klinische psychologie of
ontwikkelingspsychologie, zo ook specialiseren criminologen zich in hun onderzoek naar
bepaalde gebieden.
Dit boek presenteert de methoden en technieken van criminologisch onderzoek aan de
hand van twee criteria:
1. of de methodologie uniek is voor de criminologie
2. mate van algemeenheid van een bepaalde methodologie (bijvoorbeeld, in vrijwel
al het criminologisch onderzoek hebben we te maken met keuzes ten aanzien van
steekproeftrekking en dus generaliseerbaarheid en bevragingsmethode)
→ boek is nadrukkelijk op de Nederlandse situatie gericht
1.2 Criminaliteit en criminologie
Crimineel gedrag = gedrag dat is strafbaar gesteld in de wet; gedragingen die niet in een
wet strafbaar gesteld worden, kunnen we onmogelijk als criminaliteit zien.
→ definitie is smal, want pesten is niet strafbaar maar uit onderzoek blijkt dat pesten en
gepest worden samen kunnen hangen met latere criminele activiteiten
→ crimineel gedrag verandert ook (sommige definities in het Wetboek van Strafrecht
veranderen, verdwijnen, en andere komen op)
→ bovendien bemoeilijkt een legalistische definitie van criminaliteit ook internationale
vergelijkingen
Onderzoeksobject in de criminologie
→ niet alleen gedrag dat strikt genomen onder de wettelijke grens van strafbaarstelling valt
→ ook gedrag dat daar tegenaan leunt, dat als voorloper kan worden gezien, of gedrag dat
materieel gezien crimineel gedrag benadert
De bestudering van het slachtoffer, oftewel de victimologie, is ook van belang.
→ slachtofferstudies zijn naar hun functie in te delen in twee typen:
1. slachtofferstudie an sich: de studie naar de gevolgen van bijvoorbeeld een bepaald
delict voor het slachtoffer, in termen van psychologische gevolgen, hetgeen dan
2
, bijvoorbeeld weer gerelateerd kan worden aan de bejegening door politie, de rol van
het slachtoffer in het strafproces etc.
2. de meer instrumentele studie: niet zozeer geïnteresseerd in de slachtoffers zelf,
maar dat we de slachtofferstudie gebruiken om iets te weten te komen over het totale
aantal gepleegde delicten in Nederland
1.3 Een veelkleurig en fluïde onderzoeksobject
Criminaliteit is een containerbegrip om verschillende redenen:
1. Men is bijvoorbeeld alleen geïnteresseerd in uitkeringsfraude, of in
geweldscriminaliteit
2. Verschillende typen criminaliteit hebben verschillende verklaringen
→ van belang dat het onderwerp niet heterogeen is
1.3.1 Standaardclassificatie
Als onderzoekers voor hun onderzoek diverse typen of soorten criminaliteit onderscheiden,
is het gebruikelijk om daarvoor een standaardclassificatie te gebruiken.
→ belangrijkste reden daarvoor is vergelijkbaarheid: pas als verschillende onderzoekers
dezelfde definitie gebruiken, worden hun resultaten vergelijkbaar
In Nederland veelvuldig gebruikte classificatie is die van het Centraal Bureau voor de
Statistiek: de CBS-standaardclassificatie
→ crimineel gedrag werd in een negental hoofdgroepen of categorieën ingedeeld, met
daaronder weer subgroepen van delicten
→ voor de praktijk zullen er echter nog nadere onderverdelingen moeten worden gemaakt
3
, Deze wijkt af van een classificatie die daarvoor werd gebruikt.
→ in de eerdere classificatie werd bijvoorbeeld straatroof onder de geweldsdelicten
geschaard, in de huidige onder de vermogensdelicten & was in de vorige versie schennis
der eerbaarheid (art. 239, 'exhibitionisme') nog een categorie binnen de subgroep openbare
orde delicten, vanaf 2010 wordt dit weer als een zedendelict gezien
→ dit soort veranderingen komen de vergelijkbaarheid van reeksen niet ten goede: als we
bijvoorbeeld het aantal seksuele delicten zien toenemen na 2010, is dat dan omdat er meer
seksuele delicten worden gepleegd of omdat exhibitionisme nu wordt meegerekend?
In de praktijk staat regelmatig de gedrags- of maatschappelijke kwalificatie van datgene
wat we willen bestuderen haaks op de juridische kwalificatie van die handelingen.
1.3.2 Andere indelingen
Naast de indeling van delicten in een aantal onderscheiden categorieën die zijn opgebouwd
uit groeperingen van wetsartikelen, is het zoals gezegd mogelijk nog andere
onderscheidingen aan te brengen:
● onderscheid gemaakt naargelang van het feit of er in het delict een duidelijk
aanwijsbaar slachtoffer is (bekend of niet) of dat als slachtoffer slechts een diffuse
categorie aan te wijzen is (zoals 'de maatschappij', 'de andere verkeersgebruikers',
etc.)
→ onderscheid is van belang voor de keuze van de onderzoeksmethode
● onderscheid naar groepscriminaliteit en individueel gepleegde criminaliteit;
groepsdelict wordt verondersteld een andere dynamiek te hebben
● onderscheiding naar georganiseerdheid, waarbij met name naar georganiseerde
misdaad
● onderscheid naar kenmerken van de dader of het slachtoffer; onderscheidingen
zijn te maken naar jongere en oudere daders, naar mannen en vrouwen, naar
etniciteit, en naar activiteit
1.4 Kenmerken en doelen van wetenschap
Er bestaan verschillende opvattingen over wat wetenschap is. Wetenschapstheoretici
buigen zich over deze vraag, en zijn het lang niet altijd onderling eens.
→ velen zeggen dat het in ieder geval
● rationeel moet zijn (eisen dat de theorieën waarmee we fenomenen verklaren
rationeel zijn, bepaalde regels volgen, uit logische redenaties zijn opgebouwd)
● en streven naar waarheid (waarheid is niet zo’n hard begrip als de term suggereert,
want wat op één moment als waarheid gold, werd op een later moment achterhaald
of aangevuld)
→ velen zijn het er inmiddels mee eens dat wetenschappelijke waarneming objectief
moet zijn (over de vraag wat dan precies objectiviteit is, en hoe men in de praktijk
ooit vast kan stellen of iets objectief is gemeten, kan vervolgens ook weer eindeloos
gefilosofeerd worden, daarom neemt men vaak genoegen met een afgezwakte
variant van objectiviteit: intersubjectiviteit = als we bereiken dat onderzoekers
onafhankelijk van elkaar tot hetzelfde subjectieve oordeel komen, we daar als het
hoogst haalbare genoegen mee nemen)
1.4.1 Wetenschapsopvattingen in vogelvlucht
4