Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Economie | De Bruyne | KU Leuven | 2025/26

Rating
-
Sold
4
Pages
77
Uploaded on
08-06-2026
Written in
2025/2026

Deze collegeaantekeningen behandelen alle modules van het vak Economie voor Bachelor Rechten aan KU Leuven, onder leiding van De Bruyne. De aantekeningen dekken essentiële onderwerpen zoals positieve en normatieve rechtseconomie, het waarover en hoe van economische wetenschap, het keuzeprobleem onder schaarste, en de economische kringloop met alle belangrijke agenten (ondernemingen, gezinnen, overheid, financiële instellingen). Ook komt de internationale economie aan bod met wisselkoersen, koopkrachtpariteit en intrestpariteit. Dit materiaal is ideaal voor examenvoorbereiding omdat het alle kernconcepten helder samenvat en de directe verbinding tussen recht en economie verduidelijkt.

Show more Read less
Institution
Course

Content preview

Economie – De Bruyne
Module 1: Het waarover en hoe van de economische
wetenschap
H1: Waarover?
Het onderzoek domein: enkele definities
Economie = bezig houden met collectieve acties om de welvaart te bevorderen

 overlappingsgrond tussen recht en economie (ze steunen elkaar)

Rechtsregels zijn ‘prijzen’ in economie, ze geven prikkels en sturen het gedrag van mensen.

• Positieve rechtseconomie: Houdt zich bezig met feiten. Het verklaart en voorspelt de
(on)bedoelde effecten van rechtsregels op menselijk gedrag via kosten-
batenafwegingen.
• Normatieve rechtseconomie: Houdt zich bezig met waardeoordelen. Het beoordeelt of
de effecten wenselijk zijn vanuit sociale welvaart en maatschappelijke efficiëntie.

Vb. fijn stof dat vrijkomt in een steenkoolmijn, wat doen? Werknemers meer betalen voor het
gevaar dit dekt ziekte OF ze worden verplicht om afvoersystemen te bouwen OF de eigenaars
draaien op voor de ziekte

Marshall (1890): Ziet economie breed als de studie van de mens in het dagelijks leven, gericht
op het verkrijgen van materieel welzijn.

Robbins (1932): Richt zich puur op het keuzeprobleem onder schaartse: de relatie tussen
doelen en schaarse middelen die alternatief aanwendbaar zijn.

Invalshoek (Robbins) = er zijn veel behoeften die kunnen verworven worden door goederen en
diensten waarvoor je schaarse middelen nodig hebt. Je moet een keuze maken hoe, wat, voor
wie je moet produceren.

• Keuzeprobleem = je moet en je kunt kiezen  vrijheidsgraad
• Rationeel handelen = je moet zo veel mogelijk en goed mogelijk maken
• Is de maatschappelijke uitkomst goed volbracht?
Schaarste = middelen beperkt zijn, terwijl onze wensen en behoeften onbeperkt zijn




1

,De economische kringloop
Economische agente = beslissingsnemers

Economische kringloop = interactie tussen economische agenten

Consumptie = verwerven van goederen en diensten om behoefte te bevredigen  welvaart
wordt zo bepaald

Productie = hoe wordt het aangeboden

Ondernemingen:

Imputs

• Lopende input = verdwijnen (grondstoffen, hulpstoffen)
• Productiefactoren = arbeid en kapitaal
o Kapitaalgoederen = middelen die meerdere keren kunnen worden gebruikt vb.
machines  depreciatie = vervangingsinvestering om kapitaal hoog te houden

o Lopende iniputs vs. Productiefactoren: Lopende inputs (grondstoffen)

verdwijnen in het proces; productiefactoren (arbeid, kapitaal) worden

hergerbuikt.

Investering = aankopen van kapitaalgoed  doel?

• Bruto- investering: Bestaat uit vervaningsinvesteringen + netto-investeringen (of
uitbreidingsinvesteringen).
• Netto-investering: toegevoegde waarde
Bruto toegevoegde waarde = inkomen die ingevoerd wordt om inkopen te maken. Waarde
output – waarde lopende inputs.
Netto Toegevoegde Waarde (TW) = Bruto TW – Depreciatie (afschrijvingen).

Netto TW = inkomen (loon, huur, intrest, dividend).




Gezinnen

• Hoeveel werken? Welk loon?
• Wat met het inkomen doen? Vaste kosten  Sparen of consumeren Overheid


2

, • Regulering vb. misbruik voorkomen
• Inkomensverdeling
• Producent van publieke goederen = geven de opdracht en financieren
• Sturen van economische activiteit = armoede voorkomen door prijzen te verlagen of juist
te verhogen

Financiële instellingen

= Tussenpersoon tussen economische agenten die geld uitlenen en deze die geld ontlenen.

Hun rol is specifiek het overbuggen van het risico op wanbetaling en plotse geldopvragingen
door een hogere rente te vragen aan ontleners dan ze geven aan spaarders.

• Destructief = chaos, economie verslechterd

Buitenland

• België is een open economie  groot deel productie wordt geëxporteerd of geïmporteerd




Arbeidsmarkten = gezinnen (aanbieders) en ondernemingen  inkomen

Outputmarkten = ondernemingen bieden goederen aan gezinnen aan

Hoe welvarend zijn we?
Hoe totale productie meten?

Bruto binnenlands product = BBP




Q = geproduceerde hoeveelheid één goed

P = geproduceerde hoeveelheid ander goed Probleem

• Internationaal: Kijken naar totale wereld (euro, dollar, pond)  wisselkoers




3

, • Intertemporale vergelijking: We gebruiken een basisjaar om abstractie te maken van
prijswijzigingen (inflatie), zodat we enkel de reële (fysische) productieverandering meten.

 je kiest een basisjaar waarvan je de waarde van productie gaat meten in elk jaar maar de
prijzen blijven stabiel ➔ kan enkel door fysische hoeveelheden veranderen

• PPP-dollar = wisselkoers die ervoor zorgt dat je in elk land X met 1 dollar evenveel
koopkracht hebt als in de VS in een bepaald basisjaar.
• Reëel BPP = fysische waarde




 totale bevolking delen zodat het gelijk blijft doorheen de tijd = er wordt meer inkomen
gecreëerd dan 1000 jaar gelden

Wat zijn de factoren? (vraag)

• Frequentie histogram = hoeveel landen met een bepaalde welvaart (0-200 zeer laag en er
zijn zo 12 landen)
• Indexcijfers: vb. België als basis gebruiken en alles hiermee vergelijken, 100
 Frankrijk 89 – Morocco 14 – Burundi 1,5
• Positieve correlatie = landen met een hoge welvaart hebben gemiddeld ook een hoge
leeftijd
• Sectorieel werkgelegenheidsaandeel = landbouw en industrie daalt strekt terwijl
diensten stijgen
• Verdeling budget = nu geeft met anders geld uit dan vroeger  kapitaalintentie is anders
geworden

Marktmechanisme = op een onzichtbare manier wordt de vraag ‘wat, hoe, hoeveel wordt er
geproduceerd’ beantwoordt

Drijvende krachten achter de welvaartstoename
1. Productiviteit
= productie per gepresteerd uur/gemiddelde arbeidsproductiviteit  enorm gestegen bij
welvaart
2. Totaal aantal uren
= gemiddeld aantal uren  max 24
3. Hoeveel gaan effectief werken  teller kleiner dan noemer = 1
4. Hoeveel bieden arbeid aan  teller groter dan noemer = 1
5. Werkzame leeftijd

1. Specialisatie en arbeidsverdeling

Adam Smith: ‘Om één spelt te produceren heb je er 18 handelingen nodig. Een arbeider zou op
een dag maar 20 spelden produceren. Maar stel er zijn 18 werknemers dan kunnen er 200
geproduceerd worden.’  door specialisatie vaan een handeling gaat het veel vlotter

→ De 3 redenen voor productiviteitswinst: 1. De juiste man op de juiste plaats, 2. Tijdswinst (geen
taakwissels), 3. “Learning by doing”: taken worden sneller en secuurder uitgevoerd.



4

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
June 8, 2026
Number of pages
77
Written in
2025/2026
Type
SUMMARY

Subjects

$10.20
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller
Seller avatar
kingarthurvh

Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
kingarthurvh Katholieke Universiteit Leuven
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
5
Member since
3 weeks
Number of followers
0
Documents
5
Last sold
2 weeks ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions