INHOUD
introductie + Hoofdstuk 1 ................................................................................................................................................. 1
Hoofdstuk 2: De politieke economie van economische groei........................................................................................ 13
Hoofdstuk 3: Oorzaken en gevolgen van stijgende ongelijkheid – neoklassieke en heterodoxe visies ......................... 35
hoofdstuk 4: sociaal overleg en de welvaartstaat .......................................................................................................... 58
Hoofdstuk 5: Corporate governance .............................................................................................................................. 79
Hoofdstuk 6: banken en financiele markten ................................................................................................................... 98
Hoofdstuk 7: Inflatie en werkloosheid .......................................................................................................................... 120
hoofdstuk 8: Opkomst (en val) van Keynesiaans macro-economisch beleid ............................................................... 139
hoofdstuk 9: Neoliberaal macro-economisch beleid: depolitisering en disciplinering ................................................ 157
Hoofdstuk 10: Afsluitende overwegingen – synopsis ................................................................................................... 178
Examen
• Schriftelijk examen:
• 10 meerkeuzevragen (25%)
• 5 begrippen
• 2 open vragen
NIET-EXHAUSTIEVE lijst met mogelijke open vragen na elke hoofdstuk
INTRODUCTIE + HOOFDSTUK 1
WAT IS (COMPARATIEVE) POLITIEKE ECONOMIE?
• Politieke economie onderzoekt de interactie tussen politieke en economische verschijnselen
• Toepassing van Laswell’s definitie van politiek – “Who gets what, when and how”? – op de economie
• Comparatieve Politieke Economie (CPE) en Internationale Politieke Economie (IPE)
• Verschil:
• CPE: Verschillen tussen landen; hoe de systemen zijn geëvolueerd over verschillende
decennia en hoe we die verschillen kunnen verklaren
• impact van internationale economische verschijnselen op nationale
economieën
• Grote focus op ongelijkheid (en waarom deze overal is gestegen)
• Wereldeconomie = meer een gegeven van de laatste 30/40 jaar; we leven in
een geglobaliseerde economie als context
• IPE: De wereldeconomie en proberen begrijpen hoe deze is geëvolueerd; focus op
het internationale
• fenomenen in de internationale economie
1
,VERSCHILLENDE ZAKEN OM NAAR TE KIJKEN (INTERACTIE TUSSEN POLITIEK EN ECONOMIE):
• Impact van sociale/politieke ontwikkelingen op de economie
• het heeft weinig zin om de economie te onderzoeken zonder te kijken naar de politieke factor
(macht van natiestaten, preferenties van natiestaten, macht en preferenties van machtige actoren
en sectoren, ideologieën die gebruikt worden)
• Impact van sociale/politieke ontwikkelingen op de economie: mondiale financiële crisis & groeiende
ongelijkheid in geïndustrialiseerde wereld
• Grote Financiële Crisis 2008 als gevolg van financiële liberalisering in westerse economieën
• Politieke economen kunnen beter verklaren hoe het financieel systeem na een zware crisis
zal evolueren: crisis van 2008 wordt vaak als een status quo crisis genoemd → was een
zware crisis die niet heeft geleid tot een fundamentele hervorming van ons financieel
systeem, de belangrijkste grondoorzaken van die crisis zijn er nog steeds waardoor er een
grote kans is dat er binnenkort een nieuwe crisis zal ontstaan → Inflatiecrisis 2021-24
• Impact van economische ontwikkelingen op politiek en maatschappij
• Gevolgen van economische globalisering voor de welvaartstaat
• sommige sociale wetenschappers zeggen dat de sociale zekerheid moet hervormd worden
om te kunnen concurreren met het buitenland, andere sociale wetenschappers zijn van
mening dat juist de sociale zekerheid een belangrijke bron is van onze concurrentiekracht
• Opkomst van populisme in westerse democratieën door toenemende sociaal-economische
onzekerheid en/of verlies in sociaal-economische status (ten gevolge van economische globalisering,
bezuinigingspolitiek, … )
• Om de opkomst van radicaal rechts te begrijpen, moeten we kijken naar de toenemende
sociaal-economische onzekerheid gelinkt aan globalisering die de jobzekerheid van veel
gezinnen heeft ondergraven
• Door onzekerheid in inkomen bv. → mensen aangetrokken door eerder
populistische ideologieën
ECONOMIC GLOBALIZATION AND THE 2016 PRESIDENTIAL ELECTION OF TRUM P
2
, ➔ De opkomst van China in de wereldeconomie zou zo hebben bijgedragen aan de overwinning van Trump in
2016 als president
➔ Link tussen verkiezing Trump en financiële globalisering (de mate waarin de counties geteisterd werden door
jobverlies als gevolg van toenemende handel met China)
➔ Hoe roder, hoe kwetsbaarder de mensen voor de inkomenscompetitie vanuit China
ECONOMIC GLOBALIZATION AND THE 2016 PRESIDENTIAL ELECTION OF TRUMP
AUSTERITY AND THE BREXIT VOTE
- Brexit → Ook vaak als voorbeeld van de populistische verkiezingen gegeven
- Austerity
o = soberheid, bezuiniging of bezuinigingsbeleid. Het verwijst naar een economisch beleid waarbij een
overheid haar uitgaven drastisch vermindert en/of belastingen verhoogt om begrotingstekorten en
staatsschulden terug te dringen, vaak tijdens een economische crisis of recessie.
o Vaak grote druk op de sociale zekerheid
o Is ook een belangrijk punt geweest bij de verkiezingen in tijden van de Brexit
INFLATION AND THE 2024 PRESIDENTIAL ELECTION OF TRUMP
Algemene interpretatie rond inflatie: “inflatie is slecht, en dan vooral voor de armen. Inflatie betekent koopkracht.”
- Maar we zien dat het inkomen bijvoorbeeld ook mee kan stijgen, waardoor er in principe niets veranderd
aan de koopkracht
3
, - Ook het frame of discours en de perceptie speelt een grote rol in bijvoorbeeld verkiezingen waarbij Trump is
verkozen
- Eigenlijk… inflatie is vooral heel nadelig voor mensen met heel veel geld, niet voor de mensen die weinig geld
hebben (wordt later nog aangehaald)
Grafiek rond de Amerikaanse Economie
Deze cursus heeft 2 overkoepelende thema’s – ongelijkheid en economische/financiële instabiliteit – die onderling
aan elkaar zijn gerelateerd en die mooi samen worden gevat door deze grafiek.
● Paarse lijn: Maatstaf van inkomensongelijkheid in Amerikaanse economie: nationaal inkomensaandeel van
de top 10% - maat voor inkomensongelijkheid
● Balkjes zijn maatstaf van financiële stabiliteit
o Blauwe balken (linkeras) = aantal bankfaillissementen
• Grote pieken rond: jaren 1920–1933 (Grote Depressie), jaren 1980–1990, 2008–2009
(financiële crisis)
o Rode balken (linkeras) = totaal bedrag aan desposito’s van failliete of geredde banken
• Vooral extreem hoog tijdens 2008 en 2009; wijzend op “too big to fail”-banken
In de eerste 30 jaar zien we hoge ongelijkheid en financiële instabiliteit die uitmondt in de crash van Wall Street, dit
leidt tot hervormingen die het financiële systeem gestabiliseerd hebben en geleid hebben tot een gelijkere
inkomensverdeling. Vanaf jaren 70 wordt het financiële systeem opnieuw geliberaliseerd wat gepaard gaat met
financiële instabiliteit en inkomensongelijkheid.
ECONOMISCHE PARADIGMA’S ALS INTELLECTUELE FUNDERING VAN IDEOLOGIEËN
➔ Eerste paradigma wordt niet aangehaald (Adam Smith was daar ook zeker relevant)
4