2de semester 3de bachelor
Wout Heylen
H1: definities en theorieën van motorische controle en leren
Motorisch leren en motorische controle
Leren
- Leren is een relatief permanente verandering
o Over tijd moet verbetering aanwezig zijn anders geen leren
- 6 stappen van een leeronderzoek
o Identificatie afhankelijke variabele (prestatie)
o Manipulatie onafhankelijke variabele (training)
o Opstellen leeromgeving
o Observatie van veranderingen van motorisch antwoord (visualiseren)
o Tijdelijke of permanente veranderingen in prestatie scheiden (leren)
o Verbetering van de nauwkeurigheid en consistentie van de prestatie
Controle
- Open lus systeem
o Voor snelle taken (zonder feedback)
- Gesloten lus systeem
o Motorisch commando MET feedback om beweging te veranderen
1
,Theorieën van het motorisch leren
Gesloten-lus theorie van Adams
- Referentiekader (een goede uitvoering)
- Centrale rol van kennis van resultaten
- Detectie & correctie van fouten
Geheugen spoor (hoe vaker je iets doet hoe sterker het wordt)
- Selecteren en initiëring van het motorisch programma
Perceptueel spoor
- Gevoel en juistheid van de uitvoering feedbackloop (door gevoel)
- Foutendetectiesysteem toepassen
Problemen
- Stockage probleem alle motorische programma’s opslaan
- Nieuwigheidsprobleem verklaren voor nieuwe acties
- Snelle bewegingen
o Wat doen we met snelle bewegingen zonder feedback
Schema theorie van Schmidt
- Steunt op geheugenspoor van Adams (en staat centraal)
o Motorisch programma
Snelle bewegingen kunnen uitgevoerd worden met z’n programma
Centrale patroon generator (CPG) = netwerk autonome neuronen
• Oscillatorisch cyclische contractie (bv wandelen)
Geen toegang tot feedback kunnen nog motorisch gedrag uitvoeren
• Gedeafferentieerd (fijne manipulatie is moeilijk)
- Definities
o Verzameling spiercommando’s
Gestructureerd voor de start van beweging
Volledige actie op voorhand programmeren
o Later aangepast
Feedback kan niet worden gebruikt om bewegingen te selecteren
Maar wel om de uitvoering te corrigeren
o Generaliseerd motorisch programma (GMP)
Een programma dat een klasse van bewegingen overkoepeld
Parameters en invariante kenmerken
2
, - Schema
o Hoe kies ik parameters vroegere bewegingservaringen + doel
o Op basis van 4 elementen
Initiële condities (omgeving/houding/…)
Vroegere bewegingsparameters (tijd/kracht/..)
Antwoordresultaat (succes van beweging)
Sensorische gevolgen (sensatie van de uitvoering)
o 3 schema’s
Voor de start herinneringsschema
sensorische gevolgen tijdens uitvoering herkenningsschema
Na de uitvoering foutendetectieschema
- Werk gevarieerd tijdens training
o Meer fouten & robuuster schema foutendetectie en past actual outcomes
Kritiek
- Te veel aandacht voor centrale representaties
- Enkel focus op simpele bewegingen (met een ledemaat)
- Geen cyclische bewegingen
Dynamisch patroon theorie DPT
- Zoveel mogelijk spiergroepen samen aansturen (synergie)
o Veel vrijheidsgraden = veel controle maar complexe aansturing
- Anti (gelijk) en infase (spiegel)
o Geprefereerde coördinatiepatroon
3