Samenvatting: Hoofdstuk 1 — Netto Actuele Waarde (NAW)
1. Wat is NAW?
NAW (Netto Actuele Waarde) — Engels: Net Present Value (NPV) —
is de gouden standaard voor investeringsbeslissingen (capital
budgeting).
Kernprincipe: Investeer alleen als een project meer oplevert dan
het kost, rekening houdend met de tijdswaarde van geld.
Berekening
Stap 1: Bepaal alle toekomstige cashflows van het project
Stap 2: Bereken de Actuele Waarde (AW) van die cashflows
door te verdisconteren aan de marktrente r
Stap 3: Trek de initiële investering af
Formule (meerdere perioden):
NAW = Σ [FCFₜ / (1+r)ᵗ] − I₀
Beslissingsregel
Situati
Beslissing
e
NAW > ✅ Aanvaard →
0 waardecreatie
NAW < ❌ Verwerp →
0 waardevernietiging
NAW =
Indifferent
0
Bij meerdere projecten: kies het project met de hoogste NAW.
2. Cashflows vs. Boekhoudkundige Winst
Waarom winst ≠ cashflow
De boekhouding heeft een ander doel dan NAW-analyse:
Boekhouding toont opbrengsten/kosten op basis van
facturatie en wettelijke regels
, NAW heeft werkelijke geldstromen nodig — enkel registreren
bij daadwerkelijke betaling
Twee concrete verschillen
Vaste activa: Boekhouding spreidt de aankoopkost via
afschrijvingen over de tijd → NAW registreert de volledige
kost op het moment van betaling
Verkopen: Boekhouding boekt bij facturatie → NAW boekt pas
bij effectieve ontvangst
3. Van Winst naar Vrije Cashflow (FCF)
Definitie FCF: De cash die de onderneming vrij ter beschikking
heeft nadat alle in- en outflows van een project gerealiseerd zijn.
Correctieformule
Winst (na belastingen)
+ Afschrijvingen → geen echte cash-uitgave
− (Her)investeringen → wel een echte cash-uitgave
− ΔWerkkapitaal → cash vastgelegd in bedrijfsvoering
= VRIJE CASHFLOW (FCF)
Werkkapitaal
ΔWerkkapitaal = ΔHandelsvorderingen + ΔVoorraden −
ΔHandelsschulden
Werkkapitaal stijgt wanneer klanten uitgesteld betalen →
cash-uitstroom nu, ontvangst later
Werkkapitaal daalt wanneer die vorderingen later geïnd
worden → cash-instroom
Investeringen in werkkapitaal hebben een negatieve invloed
op NAW door de tijdswaarde van geld
4. Belastingen & hun impact
Belastingen worden berekend op de boekhoudkundige winst
(inclusief afschrijvingen als aftrekpost)
Ze vormen een reële cash-uitgave en verlagen de FCF
significant
,Illustratie (uit de slides):
NAW zonder belastingen: €5.818
NAW mét belastingen (20%): €4.636
Verschil (€1.182) = AW van de betaalde belastingen
5. Minicase Techfun — Toepassing over 5 jaar
Gegeven: Initiële investering €1.500.000, FCF = €450.000/jaar
gedurende 5 jaar, kapitaalkost 10%
Berekening via annuïteitenformule:
NAW = €450.000 × a̋ ₅|10% − €1.500.000 NAW = €450.000 ×
3,7908 − €1.500.000 NAW = €205.854 > 0 → Investering
doorvoeren
Conclusie
De NAW-methode is de beste beslissingsregel voor investeringen
omdat ze waardecreatie centraal stelt en de tijdswaarde van geld
correct verwerkt. Cruciaal inzicht: boekhoudkundige winst is niet
bruikbaar voor NAW — men moet eerst corrigeren naar vrije
cashflow (winst + afschrijvingen − investeringen −
ΔWerkkapitaal) om tot een correcte investeringsbeslissing te
komen.
, HOOFDSTUK 2 – ANDERE METHODES VAN INVESTERINGSEVALUATIE
1. Gemiddelde Boekhoudkundige Opbrengstvoet (ARR)
Formule: ARR = gemiddelde nettowinst / gemiddelde investering
Bij lineaire afschrijvingen is de gemiddelde investering gewoon
I₀/2, omdat het vastgelegde vermogen geleidelijk daalt naar nul.
Beslissingsregel: aanvaarden als ARR > minimum vereist
rendement.
Kritisch punt: ARR gebruikt boekhoudkundige winst, geen
cashflows, en houdt geen rekening met de tijdswaarde van geld.
In het voorbeeld met projecten A en B (pagina 12-13) geven beide
dezelfde ARR van 20%, terwijl je op basis van tijdswaarde
duidelijk project A zou verkiezen (want die levert vroeger zijn
winst). De conclusie van de cursus is dan ook resoluut: ARR is
geen goede methode.
2. Terugbetalingstermijn / Payback Period
Definitie: hoeveel jaar duurt het voordat de initiële investering
terugverdiend is via vrije cashflows (FCF, niet winst!).
Beslissingsregel: aanvaarden als payback period < maximaal
aanvaardbare termijn (arbitrair vastgelegd door management).
Twee grote zwakheden, elk geïllustreerd met een voorbeeld:
Tijdswaarde wordt genegeerd (voorbeeld 4): project A
(cashflows vroeg) en project B (cashflows laat) kunnen
dezelfde payback geven, terwijl je op basis van tijdswaarde
altijd A kiest.
Cashflows na de payback worden volledig genegeerd
(voorbeeld 5): twee projecten met gelijke payback van 3 jaar,
maar project B genereert daarna nog €2.000.000 per jaar —
de payback methode mist dat volledig.
Een voordeel dat het wél heeft boven ARR: het werkt met FCF's.
Maar de nadelen wegen zwaar door.
3. Profitability Index (PI)
Formule:
1. Wat is NAW?
NAW (Netto Actuele Waarde) — Engels: Net Present Value (NPV) —
is de gouden standaard voor investeringsbeslissingen (capital
budgeting).
Kernprincipe: Investeer alleen als een project meer oplevert dan
het kost, rekening houdend met de tijdswaarde van geld.
Berekening
Stap 1: Bepaal alle toekomstige cashflows van het project
Stap 2: Bereken de Actuele Waarde (AW) van die cashflows
door te verdisconteren aan de marktrente r
Stap 3: Trek de initiële investering af
Formule (meerdere perioden):
NAW = Σ [FCFₜ / (1+r)ᵗ] − I₀
Beslissingsregel
Situati
Beslissing
e
NAW > ✅ Aanvaard →
0 waardecreatie
NAW < ❌ Verwerp →
0 waardevernietiging
NAW =
Indifferent
0
Bij meerdere projecten: kies het project met de hoogste NAW.
2. Cashflows vs. Boekhoudkundige Winst
Waarom winst ≠ cashflow
De boekhouding heeft een ander doel dan NAW-analyse:
Boekhouding toont opbrengsten/kosten op basis van
facturatie en wettelijke regels
, NAW heeft werkelijke geldstromen nodig — enkel registreren
bij daadwerkelijke betaling
Twee concrete verschillen
Vaste activa: Boekhouding spreidt de aankoopkost via
afschrijvingen over de tijd → NAW registreert de volledige
kost op het moment van betaling
Verkopen: Boekhouding boekt bij facturatie → NAW boekt pas
bij effectieve ontvangst
3. Van Winst naar Vrije Cashflow (FCF)
Definitie FCF: De cash die de onderneming vrij ter beschikking
heeft nadat alle in- en outflows van een project gerealiseerd zijn.
Correctieformule
Winst (na belastingen)
+ Afschrijvingen → geen echte cash-uitgave
− (Her)investeringen → wel een echte cash-uitgave
− ΔWerkkapitaal → cash vastgelegd in bedrijfsvoering
= VRIJE CASHFLOW (FCF)
Werkkapitaal
ΔWerkkapitaal = ΔHandelsvorderingen + ΔVoorraden −
ΔHandelsschulden
Werkkapitaal stijgt wanneer klanten uitgesteld betalen →
cash-uitstroom nu, ontvangst later
Werkkapitaal daalt wanneer die vorderingen later geïnd
worden → cash-instroom
Investeringen in werkkapitaal hebben een negatieve invloed
op NAW door de tijdswaarde van geld
4. Belastingen & hun impact
Belastingen worden berekend op de boekhoudkundige winst
(inclusief afschrijvingen als aftrekpost)
Ze vormen een reële cash-uitgave en verlagen de FCF
significant
,Illustratie (uit de slides):
NAW zonder belastingen: €5.818
NAW mét belastingen (20%): €4.636
Verschil (€1.182) = AW van de betaalde belastingen
5. Minicase Techfun — Toepassing over 5 jaar
Gegeven: Initiële investering €1.500.000, FCF = €450.000/jaar
gedurende 5 jaar, kapitaalkost 10%
Berekening via annuïteitenformule:
NAW = €450.000 × a̋ ₅|10% − €1.500.000 NAW = €450.000 ×
3,7908 − €1.500.000 NAW = €205.854 > 0 → Investering
doorvoeren
Conclusie
De NAW-methode is de beste beslissingsregel voor investeringen
omdat ze waardecreatie centraal stelt en de tijdswaarde van geld
correct verwerkt. Cruciaal inzicht: boekhoudkundige winst is niet
bruikbaar voor NAW — men moet eerst corrigeren naar vrije
cashflow (winst + afschrijvingen − investeringen −
ΔWerkkapitaal) om tot een correcte investeringsbeslissing te
komen.
, HOOFDSTUK 2 – ANDERE METHODES VAN INVESTERINGSEVALUATIE
1. Gemiddelde Boekhoudkundige Opbrengstvoet (ARR)
Formule: ARR = gemiddelde nettowinst / gemiddelde investering
Bij lineaire afschrijvingen is de gemiddelde investering gewoon
I₀/2, omdat het vastgelegde vermogen geleidelijk daalt naar nul.
Beslissingsregel: aanvaarden als ARR > minimum vereist
rendement.
Kritisch punt: ARR gebruikt boekhoudkundige winst, geen
cashflows, en houdt geen rekening met de tijdswaarde van geld.
In het voorbeeld met projecten A en B (pagina 12-13) geven beide
dezelfde ARR van 20%, terwijl je op basis van tijdswaarde
duidelijk project A zou verkiezen (want die levert vroeger zijn
winst). De conclusie van de cursus is dan ook resoluut: ARR is
geen goede methode.
2. Terugbetalingstermijn / Payback Period
Definitie: hoeveel jaar duurt het voordat de initiële investering
terugverdiend is via vrije cashflows (FCF, niet winst!).
Beslissingsregel: aanvaarden als payback period < maximaal
aanvaardbare termijn (arbitrair vastgelegd door management).
Twee grote zwakheden, elk geïllustreerd met een voorbeeld:
Tijdswaarde wordt genegeerd (voorbeeld 4): project A
(cashflows vroeg) en project B (cashflows laat) kunnen
dezelfde payback geven, terwijl je op basis van tijdswaarde
altijd A kiest.
Cashflows na de payback worden volledig genegeerd
(voorbeeld 5): twee projecten met gelijke payback van 3 jaar,
maar project B genereert daarna nog €2.000.000 per jaar —
de payback methode mist dat volledig.
Een voordeel dat het wél heeft boven ARR: het werkt met FCF's.
Maar de nadelen wegen zwaar door.
3. Profitability Index (PI)
Formule: