, Psychologie & Pedagogie 2
HT 1 Terreinverkenning
Inleiding Hoe komt het dat we
Factoren die de ontwikkeling sturen : van elkaar
verschillen?
Rol van de erfelijkheid (nature) (Nativisme)
* Erfelijk materiaal of DNA (bepaald wie we zijn, wat we zullen kunnen)
- Je IQ, of je depressie zal krijgen, hangt er aan vast (heel eenzijdige kijk)
- Impact van DNA bekeken, via 2-ling liefst identiek, ze hebben zelfde
DNA, 1eige tweeling die apart opgroeien, hebben positieve correlatie in
het IQ
* Biologische en rijpingsprocessen
Invloed vanuit het milieu (nurture) (Empiristen)
* Elk kind wordt als onbeschreven blad, alles zal nog gevormd worden
- Intellectueel, muzikaal…
* Opvoeding, vriendenkring, school, woonbuurt, cultuur en samenleving,…
* Leerprocessen
* Sociale deprivatie: het percentage van de bevolking dat zich de gangbare
levensstandaard niet kan veroorloven
- Jungle book; kind die met dieren (wolven) opgroeit en zich ook zo
gedraagt
* Het microsysteem sluit het dichtste aan bij de invloeden waar we het in
het begin van deze paragraaf over hadden. Het blijft echter niet beperkt
tot de eigenlijke gezinssfeer maar bevat ook diverse andere instanties
waar je als persoon rechtstreeks contact mee hebt. Denk aan je
vriendenkring, je school of werkplek, je buren en de clubs of verenigingen
waar je lid van bent
* Het mesosysteem waarmee hij wou verwijzen naar de invloeden die
voortkomen uit de onderlinge interacties tussen sommige personen uit het
microsysteem.
Denk aan de manier waarop ouders positief of negatief kunnen inspelen op
wat de school verwacht van hun kinderen
* Het exosysteem, omvat aspecten van de sociale omgeving die weliswaar
geen directe invloed hebben op het individu maar vooral werkzaam zijn via
de mensen waar het individu dagelijks mee omgaat.
* Met het macrosysteem begeven we ons nog verder weg van de direct
tastbare invloedssfeer van het individu, want hier betreden we het domein
van de bredere cultuur, met haar waarden, voorschriften en gebruiken.
* Het chronosysteem.Het geeft aan dat er in de loop van het leven nogal
wat veranderingen kunnen plaatsvinden in sommige van die
omgevingsinvloeden. Iemand verandert van job, waardoor hij of zij een
heel nieuwe wereld betreedt en ineens minder tijd kan vrijmaken voor de
partner of de kinderen. Er kunnen zich op korte tijd bepaalde
maatschappelijke omwentelingen voordoen.
Dergelijke veranderingen hebben vaak niet enkel als uitwerking dat de
invloed van de vroegere situatie verdwijnt en vervangen wordt door iets
nieuws. De ommezwaai zelf kan ook nogal at turbulenties teweegbrengen,
die op zich weer van invloed kunnen zijn op het individu en zijn sociale
omgeving.
1
, Psychologie & Pedagogie 2
Interacties tussen erfelijkheid en milieu
* Ontwikkeling = product van erfelijke aanleg en inwerking van milieu-
invloeden (meeste gaan hier ondertussen vanuit)
* Het is niet zo makkelijk als 50/50, het is een interactie, geen optelling
* De grootste impact komt van een genetisch probleem
Zelfsturing !?
* Leidt tot een nieuw model
* Niet als ik ben het product van mijn ouders en omgeving
* Je hebt zelf ook invloed op wie je bent en wat je doet
* Je hebt het zelf ook in handen
De dag van vandaag hebben we nog altijd bepaalde
verstrekkingen/overtuigingen, sommige geloven nog meer in “nature”/ het
biologische,
Aan de andere zijn er sommige die meer geloven in nurture en zijn niet overtuigd
van het biologische
2
, Psychologie & Pedagogie 2
De kern
De ontwikkeling wordt gestuurd door het op elkaar ingrijpen van erfelijke en
omgevingsinvloeden. Het erfelijke materiaal geeft aan wat iemands
mogelijkheden zijn, maar die kunnen pas tot ontwikkeling komen wanneer
daar passende milieuinvloeden op inwerken.
Het DNA levert de codes van waaruit specifieke eiwitten gevormd kunnen
worden. Sommige van die eiwitten zijn essentieel als bouwstenen van de
organen (onder meer van de hersenen), andere zijn werkzaam als chemische
actoren (bijvoorbeeld als neurotransmitters die tussenkomen in de werking
van de hersenen).
De omgeving kan op heel diverse niveaus inwerken op de ontwikkeling van
het individu. Naast de invloed van fysicochemische factoren (zoals de voeding
en de lucht die je inademt) is er ook de veelzijdige inwerking van de
opvoeding en van de bredere omgeving. De ecologische systementheorie van
Bronfenbrenner maakt daarbij onderscheid tussen vijf invloedniveaus: het
micro-, meso-, exo-, macro- en chronosysteem.
Soms kunnen erfelijke factoren mee van invloed zijn op het soort
milieuomstandigheden die reëel inwerken op het individu, bijvoorbeeld
wanneer iemand vanuit een aangeboren talent zelf op zoek gaat naar het
soort prikkels dat voedsel geeft aan die speciale aanleg.
Omgekeerd kunnen omgevingsfactoren ook een impact hebben op het al of
niet omzetten van stukjes DNA-code in eiwitten. Dat blijkt onder meer uit de
vaststellingen binnen de epigenetica: het tijdelijk – of zelfs levenslang –
onderdrukken van de expressie van bepaalde genen als gevolg van specifieke
milieu-invloeden.
De vraag of de ontwikkeling helemaal gestuurd wordt vanuit de interactie
tussen erfelijkheid en milieu en of er ook nog ruimte is voor zelfsturing en
persoonlijke vrijheid, is een filosofische kwestie die moeilijk eenduidig te
beantwoorden is, hoewel er heel wat zinnige dingen over te zeggen vallen.
3