NEUROPSYCHOLOGIE [V3G401]
Online studeren bij https://quizlet.com/_jmwtd1
1. Neuropsychologie De wetenschap die de relatie bestudeert tussen het functioneren van het brein
en het menselijk gedrag, de emoties en de cognitie.
2. Neuroanatomie De leer van de bouw en het functioneren van het gehele zenuwstelsel.
3. Neurofysiologie De leer van de werking en de functies van het zenuwstelsel.
4. Neuropathologie De leer van de zenuwziekten.
5. Experimentele of Een tak van de neuropsychologie die onderzoekt hoe cognitieve functies door
cognitieve neu- de hersenen worden aangestuurd en hoe het brein informatie verwerkt.
ropsychologie
6. Klinische neu- Een tak van de neuropsychologie die zich richt op de diagnostiek en de reha-
ropsychologie bilitatie van de gevolgen van hersenbeschadiging.
7. Serieel proces Een mentale verwerking die stapsgewijs en na elkaar verloopt.
8. Parallel proces Een mentale verwerking waarbij processen gelijktijdig verlopen.
9. Primaire neurolo- Direct opvallende stoornissen na hersenletsel, zoals een stoornis in de motoriek
gische stoornissen (parese), de sensibiliteit (anesthesie) of het gezichtsveld (anopsie).
10. Neuropsychologis- Stoornissen in de hogere cognitieve functies na hersenletsel, zoals afasie,
che stoornissen agnosie, apraxie, amnesie en neglect.
11. Psychologische ve- Veranderingen na hersenletsel die invloed hebben op het gedrag, de stemming
randeringen en de persoonlijkheid.
12. Harthypothese De verouderde theorie dat het hart de motor is van ons denken, voelen en
handelen.
13. Hersenhypothese De theorie dat de hersenen de motor zijn van ons denken, voelen en handelen.
14. Lokalisationisme
, NEUROPSYCHOLOGIE [V3G401]
Online studeren bij https://quizlet.com/_jmwtd1
De stroming die stelt dat specifieke psychologische functies worden aangestu-
urd door specifieke gebieden in de hersenen.
15. Holisme De stroming die stelt dat de hersenen als één globaal geheel functioneren om
processen aan te sturen.
16. Frenologie De 19e-eeuwse theorie dat iemands persoonlijkheid kan worden afgeleid uit
bulten en holtes op de schedel, veroorzaakt door de mate van ontwikkeling van
onderliggende hersengebieden.
17. Strikte De opvatting dat elke cognitieve vaardigheid op slechts één vaste plek in de
lokalisatieleer hersenen zit, waardoor uitval van dat gebied zorgt voor definitief functieverlies.
18. Equipotentialiteit De theorie dat cognitieve functies op meerdere plekken in het brein liggen,
waardoor intacte gebieden de taak van een beschadigd deel kunnen overne-
men.
19. Law of Mass Action De wet die stelt dat de mate van cognitieve uitval afhangt van de totale hoeveel-
heid vernietigd hersenweefsel, niet van de exacte locatie.
20. Laesie Een beschadiging of letsel in het hersenweefsel.
21. Anterieur De voorkant
22. Ventraal De buikzijde of de onderzijde bij de hersenen
23. Posterieur De achterzijde
24. Dorsaal Meer naar de rug gelegen of de bovenzijde bij de hersenen
25. Craniaal In de richting van het hoofd of de schedel
26. Superieur Boven of hoger gelegen
27. Caudaal In de richting van de staart of het stuitje
, NEUROPSYCHOLOGIE [V3G401]
Online studeren bij https://quizlet.com/_jmwtd1
28. Inferieur Onder of lager gelegen
29. Mediaal Naar het midden of de lengteas van het lichaam toe
30. Lateraal Naar de zijkant van het lichaam toe
31. Proximaal Dichtbij de romp, in de richting van het aanhechtingspunt
32. Distaal Weg van de romp, weg van een aanhechtingspunt
33. Sagittaal vlak Een vlak evenwijdig met de lengteas dat het lichaam scheidt in een linker- en
rechtergedeelte
34. Midsagittaal vlak Een sagittale doorsnede die exact door de middellijn loopt en het lichaam in
twee gelijke helften deelt
35. Frontaal of coron- Een vlak dat een ventraal en dorsaal gedeelte van het lichaam scheidt, meestal
aal vlak met betrekking tot doorsneden door het hoofd
36. Transversaal of Een vlak loodrecht op de lengteas dat een bovenste en onderste gedeelte van
horizontaal vlak het lichaam scheidt
37. Winding of gyrus Een winding in de hersenen
38. Kleine groeve of Een kleine groeve in de hersenen
sulcus
39. Grote groeve of fis- Een grote groeve in de hersenen, zoals de longitudinale groeve
suur
40. Frontale lob Hersenkwab verantwoordelijk voor de aansturing van de motoriek en de super-
viserende functie
41. Pariëtale lob Hersenkwab verantwoordelijk voor de verwerking van somatosensorische en
spatiële informatie via de WAAR-route
Online studeren bij https://quizlet.com/_jmwtd1
1. Neuropsychologie De wetenschap die de relatie bestudeert tussen het functioneren van het brein
en het menselijk gedrag, de emoties en de cognitie.
2. Neuroanatomie De leer van de bouw en het functioneren van het gehele zenuwstelsel.
3. Neurofysiologie De leer van de werking en de functies van het zenuwstelsel.
4. Neuropathologie De leer van de zenuwziekten.
5. Experimentele of Een tak van de neuropsychologie die onderzoekt hoe cognitieve functies door
cognitieve neu- de hersenen worden aangestuurd en hoe het brein informatie verwerkt.
ropsychologie
6. Klinische neu- Een tak van de neuropsychologie die zich richt op de diagnostiek en de reha-
ropsychologie bilitatie van de gevolgen van hersenbeschadiging.
7. Serieel proces Een mentale verwerking die stapsgewijs en na elkaar verloopt.
8. Parallel proces Een mentale verwerking waarbij processen gelijktijdig verlopen.
9. Primaire neurolo- Direct opvallende stoornissen na hersenletsel, zoals een stoornis in de motoriek
gische stoornissen (parese), de sensibiliteit (anesthesie) of het gezichtsveld (anopsie).
10. Neuropsychologis- Stoornissen in de hogere cognitieve functies na hersenletsel, zoals afasie,
che stoornissen agnosie, apraxie, amnesie en neglect.
11. Psychologische ve- Veranderingen na hersenletsel die invloed hebben op het gedrag, de stemming
randeringen en de persoonlijkheid.
12. Harthypothese De verouderde theorie dat het hart de motor is van ons denken, voelen en
handelen.
13. Hersenhypothese De theorie dat de hersenen de motor zijn van ons denken, voelen en handelen.
14. Lokalisationisme
, NEUROPSYCHOLOGIE [V3G401]
Online studeren bij https://quizlet.com/_jmwtd1
De stroming die stelt dat specifieke psychologische functies worden aangestu-
urd door specifieke gebieden in de hersenen.
15. Holisme De stroming die stelt dat de hersenen als één globaal geheel functioneren om
processen aan te sturen.
16. Frenologie De 19e-eeuwse theorie dat iemands persoonlijkheid kan worden afgeleid uit
bulten en holtes op de schedel, veroorzaakt door de mate van ontwikkeling van
onderliggende hersengebieden.
17. Strikte De opvatting dat elke cognitieve vaardigheid op slechts één vaste plek in de
lokalisatieleer hersenen zit, waardoor uitval van dat gebied zorgt voor definitief functieverlies.
18. Equipotentialiteit De theorie dat cognitieve functies op meerdere plekken in het brein liggen,
waardoor intacte gebieden de taak van een beschadigd deel kunnen overne-
men.
19. Law of Mass Action De wet die stelt dat de mate van cognitieve uitval afhangt van de totale hoeveel-
heid vernietigd hersenweefsel, niet van de exacte locatie.
20. Laesie Een beschadiging of letsel in het hersenweefsel.
21. Anterieur De voorkant
22. Ventraal De buikzijde of de onderzijde bij de hersenen
23. Posterieur De achterzijde
24. Dorsaal Meer naar de rug gelegen of de bovenzijde bij de hersenen
25. Craniaal In de richting van het hoofd of de schedel
26. Superieur Boven of hoger gelegen
27. Caudaal In de richting van de staart of het stuitje
, NEUROPSYCHOLOGIE [V3G401]
Online studeren bij https://quizlet.com/_jmwtd1
28. Inferieur Onder of lager gelegen
29. Mediaal Naar het midden of de lengteas van het lichaam toe
30. Lateraal Naar de zijkant van het lichaam toe
31. Proximaal Dichtbij de romp, in de richting van het aanhechtingspunt
32. Distaal Weg van de romp, weg van een aanhechtingspunt
33. Sagittaal vlak Een vlak evenwijdig met de lengteas dat het lichaam scheidt in een linker- en
rechtergedeelte
34. Midsagittaal vlak Een sagittale doorsnede die exact door de middellijn loopt en het lichaam in
twee gelijke helften deelt
35. Frontaal of coron- Een vlak dat een ventraal en dorsaal gedeelte van het lichaam scheidt, meestal
aal vlak met betrekking tot doorsneden door het hoofd
36. Transversaal of Een vlak loodrecht op de lengteas dat een bovenste en onderste gedeelte van
horizontaal vlak het lichaam scheidt
37. Winding of gyrus Een winding in de hersenen
38. Kleine groeve of Een kleine groeve in de hersenen
sulcus
39. Grote groeve of fis- Een grote groeve in de hersenen, zoals de longitudinale groeve
suur
40. Frontale lob Hersenkwab verantwoordelijk voor de aansturing van de motoriek en de super-
viserende functie
41. Pariëtale lob Hersenkwab verantwoordelijk voor de verwerking van somatosensorische en
spatiële informatie via de WAAR-route