Belangrijkste onderdelen
Leereenheid 1
Hoofdbeginselen
De hoofdbeginselen van zo een fundamentele aard, dat bij het ontbreken daarvan een behoorlijk civiel
proces niet kan worden gevoerd of in gevaar wordt gebracht en de procedure niet ten volle aan zijn
doel kan beantwoorden:
1) Hoor en wederhoor art. 19 Rv
Het gewaarborgde recht van partijen om kennis te nemen, van en zich te kunnen uitlaten over,
alle gegevens en bescheiden die in het geding zijn gebracht en waarop de rechter zich
baseert bij het doen van zijn uitspraak.
o Door de rechter worden gehoord (mondeling of schriftelijk)
o Op feiten en rechten beroepen
o Bewijs te leveren
Rechter is verboden kennis te nemen van mondelinge of schriftelijke inlichtingen van één der
partijen zonder dat de wederpartij gelegenheid krijgt zich daarover uit te laten.
Hoe verloopt de procedure:
1. Door de deurwaarder van de eiser wordt de dagvaarding betekend aan de gedaagde art. 45
Rv.
2. Hierop reageert de gedaagde met een conclusie van antwoord art. 128 Rv.
3. Nadat de gedaagde voor antwoord heeft geconcludeerd, beveelt de rechter krachtens art. 131
Rv in beginsel een verschijning van partijen ter terechtzitting.
a. Beveelt de rechter geen verschijning, dan is art. 132 lid 1 Rv van toepassing.
b. De eiser mag dan de conclusie van repliek nemen, gevolgd door de conclusie van
dupliek door de gedaagde.
2) Onpartijdigheid van de rechter
De rechter staat onbevooroordeeld tegenover de partijen en hun geschil art. 6 EVRM.
o Zonder vooringenomenheid en niet beïnvloed door druk.
Gewraakt als de rechter door een partij wordt gewraakt omdat door feiten of
omstandigheden de rechtelijke onpartijdigheid in gevaar is art. 36 Rv.
o Gemotiveerd verzoekschrift.
Verschonen als de rechter zelf verzoekt zich te verschonen art. 40 Rv.
Rechtelijke onafhankelijkheid gelijke behandeling van partijen.
3) Openbaarheid van behandeling en uitspraak
Een waarborg voor een onpartijdige behandeling te zijn en heeft daarmee een preventieve
werking.
o Art. 121 Gw, art. 4 + 5 Wet RO en art. 27 + 29 lid 1 Rv.
Ook voor verzoekschriftprocedures en beschikkingen.
Uitzonderingen:
o Art. 27 Rv gesloten in belang van …
o Art. 803 + 818 lid 6 Rv minderjarige/persoonlijke levenssfeer
o Art. 4 Wet RO tenzij de wet anders bepaald
o Art. 7 lid 2 Wet RO geheim van raadkamers
1
, Burgerlijk procesrecht
4) Motivering van de beslissing
De eis dat vonnissen de gronden waarop zij rusten moeten inhouden art. 121 Gw.
o Art. 5 lid 1 Wet RO openbaarheid uitspraken en art. 30 Rv motiveringsplicht.
Uitzondering art. 230 lid 2 Rv verstek en verlof tot het leggen van een conservatoir beslag
behoeft, indien het verlof wordt verleend, niet te worden gemotiveerd.
De hoofdkenmerken van burgerlijk procesrecht, die niet volstrekt onmisbaar zijn, maar wel van
invloed zijn op de aard en kwaliteit van de burgerlijke rechtspleging:
5) Partijautonomie
De vrijheid die het rechtssubject heeft om over zijn burgerlijke rechten te beschikken en die
rechten al dan niet te doen gelden.
Partijen bepalen of er zal worden geprocedeerd en waarover zal worden geprocedeerd.
o Eisende partij die het initiatief heeft tot het voeren van een proces.
Zij bepaalt welke vordering zij aan het oordeel van de rechter onderwerpt en
jegens wie zij haar aanspraak in rechte geldend maakt.
o Verschenen gedaagde kan feiten stellen, verweren voeren en eventueel een eis in
reconventie instellen, en aldus mede inhoud geven aan het geschil dat in het geding
is.
Verschijnt de gedaagde niet art. 121 of 129 Rv.
o Partijen feiten volledig en naar waarheid voeren art. 21 Rv.
De rechter mag geen uitspraak doen over zaken die niet zijn geëist of méér toewijzen dan is
gevorderd, ook mag de rechter niet verzuimen op enig deel van de eis uitspraak te doen
art. 23 Rv.
o Mag geen feiten toevoegen of aanvullen art. 25 Rv.
o Onderzoekt en beslist de zaak o.b.v. door partijen aan hun vordering, verzoek of
verweer ten grondslag hebben gelegd art. 24 Rv.
Feiten die in het proces niet zijn betwist = vaststaand beschouwen.
De rechter mag daarvan geen bewijs verlangen art. 149 Rv.
6) Onderzoek en beslissing in twee instanties
Een van de belangrijkste elementen van rechtspleging en rechtsbescherming is de
mogelijkheid voor partijen om de zaak na het proces in eerste instantie voor een hogere
rechter te brengen om deze opnieuw in volle omvang te laten onderzoeken en berechten.
7) Toezicht op de rechtspraak door middel van cassatie
Een hoofdkenmerk van het procesrecht is dat er een centraal rechtscollege is, dat toezicht op
de rechtspraak uitoefent door middel van cassatie art. 79 Wet RO.
Doel behalve toezicht op de wijze van rechtspreken:
o Het handhaven van de eenheid in de toepassing van het recht
o Het bevorderen van de rechtszekerheid
8) Verplichte procesvertegenwoordiging
Vertegenwoordiging door een daartoe bevoegde functionaris.
o Voor de rechtbanken (uitzondering kantonzaken) en voor de gerechtshoven kunnen
zij alleen vertegenwoordigd door een advocaat verschijnen.
Cassatieprocedure vertegenwoordigd door een cassatieadvocaat art. 9j
Aw.
Uitzondering partijen kunnen in zaken voor de kantonrechter in persoon procederen of
zich door een gemachtigde laten vertegenwoordigen.
o In kort geding kan de gedaagde behalve bij advocaat ook in persoon procederen,
tenzij hij een eis in reconventie (tegeneis) zou willen instellen.
2
, Burgerlijk procesrecht
Rechtsvorderingen
Art. 3:296 BW Vordering tot nakoming
Dat wie jegens een ander verplicht is iets te geven, te doen of na te laten, daartoe op vordering van de
gerechtigde door de rechter wordt veroordeeld.
Uitzonderingen kunnen voortvloeien uit de wet, de aard der verplichting of uit een
rechtshandeling.
Vordering
Verwijst naar een bij dagvaarding in te stellen rechtsvordering.
Verzoek, op verzoek van en verzoekschrift
Duiden aan de verzoekschriftprocedure moet worden gevolgd.
Art. 3:297-301 BW Reële executie
De rechtsvordering in het processuele middel om een vorderingsrecht of ander recht dat iemand
jegens een ander heeft (of meent te hebben), aan het oordeel van de rechter te onderwerpen teneinde
daarover een vonnis te verkrijgen.
Misbruik van procesrecht
Waarborgen:
o Vormvoorschriften
o Hoor en wederhoor
o Niet-kosteloze rechtspraak
o Mogelijkheid van hoger beroep, cassatie en herroeping.
3
, Burgerlijk procesrecht
Leereenheid 2
Voorzieningsrechter
In het kort geding wordt er rechtsgesproken door een enkelvoudige kamer art. 50 Wet RO.
Rolzitting
Het (elektronisch) register van dagvaardingszaken. In een wekelijkse rolzitting verrichten partijen
proceshandelingen of vragen zij uitstel in zaken die op die zitting aan de orde zijn.
Enkelvoudige kamer art. 125 lid 4 + 344 Rv.
De vragen of de gedaagde in rechte is verschenen, op welke roldatum de gedaagde zijn conclusie
van antwoord zal kunnen of moeten nemen, of de gedaagde zijn conclusie van antwoord heeft
genomen, of en zo ja, wanneer de comparitie na antwoord zal plaatsvinden, op welke roldatum
uitspraak zal worden gedaan, en of op die roldatum uitspraak is gedaan.
Partijen
Eiser Dagvaardingsprocedure Gedaagde
Opposant Verzetprocedure Geopposeerde
Appellant Appelprocedure Geïntimeerde
Incidenteel appellant Incidenteel appel Incidenteel geïntimeerde
Eiser tot cassatie Cassatieprocedure Verweerder in cassatie
Verzoeker Verzoekschriftprocedure Belanghebbende (verweerders)
Verandering van persoonlijke staat of hoedanigheid
Als het meerderjarig worden of onder curatele worden gesteld art. 225 lid 1 sub b en c Rv.
Dit leidt niet automatisch tot schorsing van de procedure.
De procedure loopt gewoon door op naam van de wettelijke vertegenwoordiger, tenzij de
meerderjarige aan de wederpartij de oorzaak van de schorsing aan betekent.
o In eerste instantie brengt de meerderjarigheid dus geen gevolg teweeg.
Het geding wordt namelijk pas geschorst als de meerderjarige conform art. 225 lid 2 Rv actie
onderneemt richting de wederpartij.
o Zodra het geding is geschorst, kan zowel de wederpartij als de meerderjarige besluiten
om het geding weer te hervatten art. 227 Rv.
Een cassatieberoep ingesteld door of tegen de wettelijke vertegenwoordiger van een tijdens of na
de vorige instantie meerderjarig geworden persoon wordt niet-ontvankelijk verklaard.
Procespartijen
Formele procespartij Materiele procespartij
Degene op wiens naam als eiser of gedaagd het Is het subject van de rechtsbetrekking waarover
proces wordt gevoerd degene die ‘als het geschil bestaat.
procespartij optreedt’. Partij wiens materiële belang bij de
procedure betrokken is.
Degene die daadwerkelijk in de procedure Degene om wies rechten en plichten het
optreden inhoudelijk gaat.
Procedeert in eigen naam Subjectieve recht of verplichting
Op de dagvaarding staat Materieel geraakt door de uitspraak
Rechten en plichten in het proces heeft Wie heeft schade veroorzaakt?
Aansprakelijkheid
De eiser in de procedure Wie heeft schade geleden?
Wettelijke vertegenwoordiger
Proceshandelingen verricht
4