Inhoud
Inleiding tot de psychodiagnostiek..............................................................3
deel 1 situering en begrippenkader..........................................................3
1.1 situering en het gebruiken van psychologische instrumenten........3
1.2 psychodiagnostiek als kritische denkproces....................................6
2 Het belang van het psychodiagnostisch denkproces.............................8
2.1 alledaags impliciet diagnosticeren..................................................8
2.2 foutenbronnen en hun oorzaak........................................................9
2.3 expliciet diagnosticeren als oplossing...........................................10
3 Het belang van psychodiagnostiek in de samenleving........................13
3.1 de geschiedenis van psychodiagnostiek in vogelvlucht................13
.............................................................................................................13
3.2 waarom is psychodiagnostiek belangrijk?.....................................13
Deel 2: Het psychodiagnostisch procesmodel........................................15
Hoofdstuk 2 : het psychodiagnostisch procesmodel voor
psychologische hulpverlening..............................................................15
Inleiding...............................................................................................15
1.2 uitgangspunten van het psychodiagnostisch procesmodel...........16
1.3 Psychodiagnostisch handelen en psychodiagnostisch denken......17
1.4 fasen van het psychodiagnostisch procesmodel...........................18
Hoofdstuk 2 het psychodiagnostisch procesmodel voor selectie............33
2.1 Waarom is er een apart psychodiagnostisch procesmodel voor
selectie................................................................................................33
2.2 fasen van het psychodiagnostisch procesmodel voor selectie......34
2.3 selectiedioagnostiek in de praktijk....................................................46
Deel 3 testscores van A tot Z..................................................................47
1 interpretatie van testresultaten...........................................................47
1.1 ruwe score.....................................................................................48
1.2 concepten uit de psychologische statistiek...................................49
3 Normscores..........................................................................................53
1
, 2.1 percentiele (P)...............................................................................53
2.2, z-score..........................................................................................54
2.3 normscores afgeleid van Z-scores.................................................58
2.4 stanines of c-scores.......................................................................61
2.4.1 stanine........................................................................................61
2.5 samenvatting normscores en varianten........................................62
3 Betrouwbaarheid interval........................................................................63
3.1 betrouwbaarheid............................................................................63
3.2 meetfout en standaardmeetfout....................................................63
3.3 betrouwbaarheidsintervallen (BI)...................................................65
4 testresultaten interpreteren.................................................................67
4.1 stap1: ruwe score naar normscore................................................68
4.2 stap2: bepaal S(e), eigen aan de (norm)score...............................69
4.3 stap3: bepaal de halve breedte van het BI....................................72
4.5 stap 5 interpreteer met vermelding normgroep............................73
Deel 4 kwaliteitsbeoordeling van testinstrumenten...................................75
1 waar vind je informatie over de kwaliteit van toetsinstrumenten........75
2 welke zijn de kwaliteitscriteria voor testinstrumenten.........................75
3 kwaliteitscriterium ‘betrouwbaarheid’.................................................78
3.1 wat wordt eigenlijk bedoeld met betrouwbaarheid........................78
3.2 Theoretische benadering van betrouwbaarheid............................79
3.3 soorten methoden van bertrouwbaarheidsonderzoek...................80
3.4 wat beïnvloedt de betrouwbaarheid van een testinstrument........83
3.5 wanneer is de betrouwbaarheid van een testinstrument hoog
genoeg.................................................................................................85
4 kwaliteitscriterium...............................................................................86
4.1 wat wordt eigenlijk bedoeld met ‘validiteit’...................................86
4.2 Validiteit als kwaliteitscriterium.....................................................86
4.3 andere soorten validiteit................................................................89
4.4 wanneer is de validiteit van een testinstrument hoog genoeg......90
4.5 wat is nu het onderscheidtussen betrouwbaarheid en validiteit....90
5 kwaliteitscriterium ‘normen’................................................................91
5.1 Van ruwe scores naar normscores.................................................91
2
, 5.2 Een normgerichte interpretatie van testscores.............................92
5.3 een domeingerichte interpretatie van testscores..........................93
5.4 een criteriumgerichte interpretatie van testscores.......................93
5.5 Houdbaarheidsdatum van de normen...........................................93
5.6 gebruik van normen in de praktijk.................................................94
6 kwaliteitscriterium ‘testfairness’..........................................................95
Inleiding tot de psychodiagnostiek
deel 1 situering en begrippenkader
1.1 situering en het gebruiken van psychologische instrumenten
Wat is psychodiagnostiek?
Psychodiagnostiek (psychologische evaluatie of assessment) kern van
het begrijpen en begeleiden van menselijk gedrag
Psychodiagnostiek wordt door de american psychological
association gedefinieerd als:
Het proces waarbij gestandaardiseerde metingen en observatietechnieken
worden toegepast om cognitieve vaardigheden, persoonlijkheid en
emotioneel functioneren te evalueren.
In een decreet van welzijn, volksgezondheid en gezin omschreven
als:
Verzameling, ordening en verwerking van relevante gegevens vanuit de
hulp- of zorgvraag.
Gemeenschappelijke kenmerken aan de definities:
Is het verzamelen en het analyseren van de verzamelde gegevens
De rol van een psychodiagnosticus professionele testgebruiker
Wat kan je onderzoeken aan de hand van psychologische
instrumenten?
3
, 1. Cognitieve functies
Instrumenten kunnen meten:
Intelligentie (vb. WAIS, WISC)
Geheugen (kortetermijn, langetermijn)
Aandacht en concentratie
Probleemoplossend vermogen
Verwerkingssnelheid
Executieve functies (planning, inhibitie, flexibiliteit)
2. Persoonlijkheid
Psychologische tests kunnen inzicht geven in:
Persoonlijkheidstrekken (bv. Big Five, NEO-PI-R)
Temperament
Copingstijl
Interpersoonlijke stijlen
Emotionele stabiliteit
3. Klinische symptomen en psychische stoornissen
Veel instrumenten helpen bij diagnostiek of screening van:
Depressie (vb. BDI, HADS)
Angststoornissen
ADHD
Autismespectrumstoornissen
Trauma en PTSS
Verslaving
Psychosegevoeligheid
4. Sociaal-emotionele vaardigheden
Je kunt o.a. meten:
Empathie
Sociale vaardigheden
Emotieregulatie
Assertiviteit
Samenwerkingsgedrag
5. Functioneren op school, werk en dagelijks leven
Instrumenten onderzoeken bijvoorbeeld:
Arbeidsvaardigheden en beroepsinteresses (bv. Holland-codes)
Studievaardigheden
4