1.1 VERSCHILLENDE SOORTEN
Benoemde overeenkomsten Onbenoemde overeenkomsten
Koop Hoofdstuk 11
Ruil
Huur
Aanneming
Lening
Bewaargeving
Kanscontract
Lastgeving
Dading
Een overeenkomst sluiten:
Uitgangspunt: Contractsvrijheid van partijen (art. 5.14 BW)
Welke overeenkomst werd gesloten?
Partijen kiezen zelf welke overeenkomst zij sluiten, bijvoorbeeld koopovereenkomst, huurovereenkomst, enz.
Ingeval van twijfel, dient in eerste instantie de gemeenschappelijke bedoeling van partijen te worden achterhaald
om de overeenkomst juist te interpreteren (art. 5.69 BW). Interpretatie van duidelijke contracten is uiteraard niet
mogelijk.
Een contract strekt partijen tot wet (art. 5.69 BW) en de rechter is gebonden door de door partijen gekozen
rechtsfiguur, tenzij de contractuele bepalingen niet verenigbaar zijn met de wettelijke toepassingsvoorwaarden
van de gekozen rechtsfiguur (art. 5.64 BW): in dat geval kan de rechter de overeenkomst herkwalificeren
Indien het contract valt onder één bijzondere overeenkomst (zoals geregeld in het BW), dan worden
de rechten en verplichtingen van partijen als volgt beoordeeld:
o toepassing van regels van openbare orde en/of dwingend recht
o toepassing van alle contractuele bepalingen mits deze niet strijdig zijn met regels van openbare
orde of van dwingend recht
o indien een aspect niet is geregeld in het contract:
toepassing van de (aanvullende) bijzondere rechtsregels van de betrokken rechtsfiguur
in het BW
en wanneer over dit aspect geen eigen bijzondere rechtsregels bestaan: terugvallen op
de (aanvullende) algemene rechtsregels van het verbintenissenrecht
Eventueel meerdere rechtsfiguren vervat in de contractuele bepalingen, dan:
o ofwel gezamenlijke toepassing rechtsregels meerdere rechtsfiguren
o ofwel voorrang van één rechtsfiguur (cf. regels van openbare orde / dwingend recht /
belangrijkste karakteristieken van de overeenkomst)
o ofwel een overeenkomst sui generis (met eigen rechtsregels)
1
,2 KOOP
2.1 DEFINITIE EN CONSTITUTIEVE BESTANDDELEN
2.1.1 DEFINITIE EN KENMERKEN
2.1.1.1 DEFINITIE
= overeenkomst waarbij de ene partij zich ertoe verbindt om een zaak te leveren en de andere om daarvoor een
prijs te betalen (art. 1582 oud BW)
verkoper = eigendom van een zaak over dragen
koper = een prijs (meestal in geld) te betalen
2.1.1.2 KENMERKEN
onder bezwarende titel; het contract levert voor elke partij een voordeel op.
(art. 5.7, eerste lid BW)
wederkerig; partijen over en weer jegens elkaar verbonden zijn.
(art. 5.6, eerste lid BW)
consensueel; de verkoop komt tot stand door wilsuiting
(art. 5.5, eerste lid BW)
een zaak (goed) gaat nooit over een dienst
Een typisch voorbeeld van een koop-verkoop is in de bakker een brood; je zegt: ik wil dat brood, de bakker geeft dat brood
en jij betaalt.
2.1.2 CONSTITUTIEVE BESTANDDELEN
2.1.2.1 EIGENDOMSOVERDRACHT
principe: vanaf de totstandkoming koop ongeacht levering / betaling Stel, je koopt in een winkel een
specifieke tweedehands gitaar die daar aan de muur hangt. Zodra jij en de verkoper het eens zijn over de prijs en
de gitaar ("wil van beide partijen"), ben jij juridisch gezien de eigenaar. Ook al moet je de gitaar morgen pas
ophalen en heb je nog niet betaald.
uitzonderingen:
o contractueel overeengekomen afwijking Je koopt een laptop op afbetaling. In het contract staat dat
de winkel eigenaar blijft totdat je de allerlaatste euro hebt betaald.
o omwille van de aard van de zaak (bv. art. 1585 oud BW, art. 1587 oud BW) Je koopt 50 kilo
appels uit een grote berg. Je bent pas eigenaar zodra de verkoper jouw 50 kilo heeft afgewogen en in
zakken heeft gedaan. Voor die tijd zijn het nog gewoon "appels uit de berg".
o alternatieve koop (vanaf keuze) Je spreekt af dat je óf de rode auto óf de blauwe auto van een
handelaar koopt voor een vaste prijs. Je wordt pas eigenaar van een specifieke auto zodra de definitieve
keuze is gemaakt.
o toekomstige zaak (vanaf bestaan) Je koopt een appartement dat nog gebouwd moet worden ("op
plan"). Je kunt pas eigenaar worden van de stenen en de ruimtes zodra ze daadwerkelijk bestaan (vaak
gebeurt dit stapsgewijs tijdens de bouw).
ingeval van opschortende voorwaarde: koop bestaat, maar koop pas uitvoerbaar/opeisbaar als
opschortende voorwaarde vervuld wordt De koop is gesloten, maar de eigendom gaat pas over (en de prijs
moet pas betaald worden) op het moment dat de bank je lening goedkeurt. Als de bank weigert, gaat de koop niet
door.
belang:
o overdracht eigendom inclusief alle zakelijke rechten
o overdracht risico
Je koopt die tweedehands gitaar van hiervoor. Je laat hem nog een nachtje in de winkel staan. 's Nachts brandt de winkel
af. Omdat jij al eigenaar was (door het principe), is de gitaar "jouw" verlies. Je moet de koper dus nog steeds betalen, ook
al is de gitaar weg.
behoudens andersluidende, contractuele afwijkingen (bv. eigendomsvoorbehoud)
behoudens koop onder opschortende voorwaarde (risico pas over als voorwaarde vervuld is)
Opgelet! Verkoper kan enkel eigen zaak verkopen (of opdracht krijgen van eigenaar om zaak te verkopen),
anders kan koper nietigheid van de koop eisen.
Je buurman leent jou zijn grasmachine. Terwijl hij op vakantie is, verkoop jij die grasmachine op een rommelmarkt aan
een voorbijganger. Omdat jij geen eigenaar bent en geen toestemming hebt, is de koop juridisch ongeldig. De koper kan de
nietigheid eisen en zijn geld terugvragen zodra hij ontdekt dat de machine niet van jou was.
2
,2.1.2.2 BETALING VAN DE PRIJS
in geld
vrij overeen te komen
prijs bepaald of bepaalbaar
informatieplicht en betalingsregeling t.a.v. consumenten (in WER)
ernstig (prijsbewimpeling!)
soms prijsreglementering door overheid
Partijen kunnen andere voorwaarden toevoegen als bestanddelen voor totstandkoming van de koop.
2.2 GELDIGHEIDSVEREISTEN
2.2.1 BEKWAAMHEID
A. De algemene regel
iedereen bekwaam als koper/verkoper
B. De uitzonderingen
Minderjarigen
onbekwaam verklaard door vrederechter
wettelijke uitzonderingen (art. 1596-1597 oud BW)
2.2.2 VOORWERP VAN DE PRESTATIE
zaak moet (kunnen) bestaan
eventueel toekomstige zaak (uitz. nalatenschap)
zaak moet in de handel zijn
zaak moet bepaald of bepaalbaar zijn
2.2.3 TOESTEMMING
A. Wat houdt de toestemming in?
over essentiële en substantiële elementen van de overeenkomst, dit zijn eigendomsoverdracht van de
zaak en betaling van de prijs, naast eventuele andere elementen die partijen contractueel
noodzakelijk achten voor de totstandkoming
B. Afwezigheid van toestemming – wilsgebreken
Moet zonder wilsgebreken zijn
Dit zijn de wilsgebreken: dwaling, bedrog, geweld, misbruik van omstandigheden
C. Aanbod en aanvaarding
eventueel door een aanvaarding van een aanbod tot kopen/verkopen
D. Aan- en verkoopopties
Eenzijdige verbintenis: aankoop-/verkoopoptie (= verkoop-/koopbelofte)
wilsovereenstemming als optie wordt gelicht door wederpartij
E. Verkooprecht en voorkeurrecht
Voorkooprecht: recht van voorrang om te kopen als verkoper koopovereenkomst sluit met een derde
(koper)
Voorbeeld verkooprecht:
Zo heeft een pachter onder bepaalde voorwaarden een voorkooprecht op het gepachte onroerend goed.
De rechter vloeit voort uit de wet. Een huurder heeft integendeel geen verkooprecht, tenzij dat
contractueel is overeengekomen.
Verder hebben bepaalde overheidsinstanties een voorkooprecht bij de verkoop van een onroerend goed, zoals
bijvoorbeeld in de Vlaamse Wooncode.
Voorkeurrecht: recht van voorrang om te kopen van zodra verkoper de beslissing neemt om goed te
koop te stellen (wat geen effectieve verkoop met een derde veronderstelt)
Voorbeeld voorkeurrecht:
Bij een voorkeursrecht krijgt de begunstigde daarvan alleen als eerste de mogelijkheid om een bod uit te
brengen of om te onderhandelen met een eigenaar dei van plan is om zijn onroerend goed te verkopen. De
verkoper moet hier dus de begunstigde van het voorkeursrecht eerst benaderen als hij de bedoeling heeft om de
goederen waarop het voorkeursrecht rust te verkopen.
3
, 2.3 VORMVEREISTEN EN SOORTEN KOOPOVEREENKOMSTEN
2.3.1 VORMVOORWAARDEN, BEWIJS EN PUBLICITEIT
A. Vormvoorwaarden
principe: vormvrij (louter consensualisme)
contractuele afwijkingen mogelijk
B. Bewijs
burgerlijk bewijs: geschrift nodig als waarde > € 3.500,00
in de relatie tussen ondernemers: vrij bewijs
C. Publiciteit ten aanzien van derden
voor onroerende goederen: door overschrijving van authentieke akte, vonnis of onderhandse akte
die is erkend in rechte of voor notaris (art. 3.30 en 3.31 BW)
voor roerende goederen: door bezit te goeder trouw (art. 3.23, 3.24 en 3.28 BW)
voor alle goederen: door verkrijgende verjaring (art. 3.27 en 3.28 BW)
2.3.2 ENKELE BIJZONDERE SOORTEN KOOPOVEREENKOMSTEN
A. Verkoop van onroerende goederen
authentieke akte enkel voor tegenstelbaarheid van koop
aantal verplichte vermeldingen in koopakte
B. Openbare verkoping
vrijwillig of gedwongen
fysiek of online
rouwkoop: als koper nalaat volledige koopprijs te betalen herveiling + nadelige gevolgen
C. Overdracht van schuldvorderingen
later behandeld onder punt 7.2
D. Verkoop met commandverklaring
clausule die wordt voorzien bij totstandkoming van koop
na sluiten van koop andere (werkelijke) koper aanduiden
reden: werkelijke koper wenst onbekend te blijven
Voorbeeld:
Na een echtscheiding wordt een onroerend goed openbaar verkocht. De ex-echtgenote is geïnteresseerd in de
aankoop, maar om te vermijden dat haar ex dat weet, laat zij iemand anders in haar plaats bieden, om te
vermijden dan haar ex opbiedt om de prijs op te drijven.
E. Koop op proef
resultaat proef bepaalt of koop (al dan niet) tot stand komt ≠ wil van koper
F. Verkoop op afstand
beschermende wetgeving in de relatie professionele verkoper consument
komt verder uitgebreider aan bod onder punt 7.5
2.4 VERPLICHTINGEN VAN DE VERKOPER
2.4.1 LEVERINGSPLICHT
2.4.1.1 WAT IS DE LEVERING?
= overdracht van de verkochte zaak in macht en bezit van de koper
2.4.1.2 WAT MOET MEN LEVEREN?
in overeenstemming met de overeenkomst (= conforme levering)
Voorbeeld:
Als de verkoper een machine verkoopt en die tussen de koop en de levering nog verder gebruikt, kan de koper de
gebruikelijke slijtage die zich nog voordoet in die periode niet als een reden van niet-conformiteit inroepen.
toebehoren en vruchten
specifieke regels voor oppervlakte van onroerende goederen (art. 1617 tot 1622 oud BW)
2.4.1.3 HOE MOET DE LEVERING GEBEUREN?
volledige inbezitstelling
volgens contractuele afspraken
aantal wettelijke bepalingen omtrent leveringswijze
2.4.1.4 WAAR EN WANNEER MOET DE LEVERING GEBEUREN?
A. Waar?
4