DEEL 1: FUNDAMENTEN LEERPLAN ROOMS-
KATHOLIEKE GODSDIENST
H1 VISIE OP HET VAK ROOMS-KATHOLIEKE GODSDIENST
Minimumdoelen → Onderdeel van het leerplan van de katholieke scholen, niet van de overheid.
- Gegeven door klastitularis / leermeester.
- Hetzelfde over alle netten heen.
Veel verschillende erkende levensbeschouwelijke vakken
- Leerlingen kiezen → school moet dit aanbieden.
- Weinig leerlingen kiezen iets? → samengegooid in een mixklas → mag nu niet meer.
1.1 KORTE HISTORISCHE ACHTERGROND
Catecheseles naar rooms-katholieke godsdienst
catecheseles = Mechelse catechismus.
→ Leerlingen moesten indoctrineren = geloof van buiten leren → was vanzelfsprekend.
Macht van de kerk daalt => besefte dat men die macht niet meer kon behouden & catechese was daardoor niet meer logisch.
=> Overstap naar rooms-katholieke godsdienst (1996)
- Om alle leerlingen iets te leren.
- Er kwam meer diversiteit.
=> 2025: nieuw leerplan
- Geactualiseerd & blijft hetzelfde als in 1996.
-> Religieuze geletterdheid en affiniteit verhogen.
-> Aanpassing aan de context van vandaag.
1.2 KINDEREN IN EEN COMPLEXE WERELD
- Secularisering / pluralisering = Geen enkele godsdienst of levensbeschouwing bepaalt nog alleen het zinsperspectief van de
hedendaagse cultuur
- Grote diversiteit aan culturen en godsdiensten.
=> Vragen, twijfels en spanningen.
→ Verscheidenheid ook zichtbaar in klassen en scholen.
Uniformisering en globalisering nemen toe = overal op de wereld doen we hetzelfde.
Versplintering en verscheidenheid nemen toe
=> Vorming van een eigen identiteit wordt moeilijker → mensen willen uniek zijn.
→ Kinderen moeten hierin hun eigen weg zoeken.
Gevolg voor het vak:
- vraagt dynamische visie op het vak.
- vraagt professionaliteit van de leerkracht.
=> Vak geven op een hedendaagse manier.
Marie Robyns - 2026
, 1.3 INTEGRATIE EN IMPACT
Zoekende leerlingen → kennismaking met het christendom = een optie meegeven.
= Leerlingen helpen zoeken naar hun eigen keuze.
Gelovige leerlingen → verdiepen.
=> Differentiëren.
1.4 EEN SCHOOLVAK
Godsdienst is een vak zoals elk ander:
- Dezelfde ondersteuning.
- Kennis, vaardigheden en attitudes opdoen.
- Niet enkel kennis.
Centraal:
Groei als mens in christelijk perspectief.
1.5 DOEL VAN DE GODSDIENSTLES
- Leerlingen helpen in hun proces van zinzoeken.
- leerlingen begeleiden in hun levensbeschouwelijke en religieuze groei → ongeacht de traditie waarin de leerling staat.
= Met elke leerling aan de slag gaan, ongeacht zijn rugzakje.
- Leerlingen helpen groeien als mens.
- Bouwen aan hun identiteit.
→ Via kennismaking met het christendom tonen hoe christenen dat doen.
1.6 INHOUD VAN DE GODSDIENSTLES → TUSSEN HAAKJES IS NIEUWE NAAM
1. Ervaringen van de leerlingen (identiteit leerling)
- Vorming tot zichzelf
2. Christelijk geloof als lichtbaken (christelijk geloof/traditie)
- Het christelijke verhaal.
- Aanreiken van christelijke taal en betekenis.
3. Gesprek met andere godsdiensten en levensbeschouwingen (pluraliteit / context)
= Dialoog = Interreligieuze dialogen.
- niet af en toe een andere godsdienst aanhalen → maar samen leren.
- Gelijkenissen ontdekken
- Respect ontwikkelen.
- Kijken wat er in de klas aanwezig is.
Vroeger vooral 1 en 2.
Nu ook 3: hedendaagse godsdienstles.
1.7 EEN COMMUNICATIEPROCES
Communicatie = werkvorm (gesprek = belangrijkste) én inhoud => leren
- Dialoog tussen leerlingen, leerkracht en christelijke traditie = Interreligieuze dialoog
1.8 ACTIEVE DEELNAME
Godsdienst = kennis + beleving.
Voorbeeld: kaarsjes aansteken.
Marie Robyns - 2026