TECHNIQUES II:
QUANTITATIVE METHODS
HOORCOLLEGES
2025 – 2026 Prof. Tim Vantilborgh
JULIE HEYLEN
, Lectures (HOC’s)
Lecture 1: Introduction to scientific reasoning
Lecture 2: Foundations of scientific research
Lecture 3: Survey research
Lecture 4: Sampling
Lecture 5: Bivariate correlational research
Lecture 6: Multivariate correlational research (not on campus; digital recording)
Lecture 7: Introduction to simple experiments
Lecture 8: Experiments - Confounding and obscuring variables
Lecture 9: Experiments with more than one independent variable
Lecture 10: Quasi-experiments, small-N designs, replicability, generalizability, and real-world
importance
REQUIRED: Morling, B. (2026). Research methods in psychology: Evaluating a world of
information (5th or 6th ed.). W. W. Norton & Company. ISBN 978-1-324-08584-3 (Version
international students: 5th edition)
RECOMMENDED: American Psychological Association. (2020). Concise rules of APA style.
(7th ed.) American Psychological Association.
Study Materials
Handbooks:
- REQUIRED: Morling, B. (2026). Research methods in psychology: Evaluating a world of
information (5th or 6th ed.). W. W. Norton & Company. ISBN 978-1-324-08584-3 (Version
international students: 5th edition)
o The international student version!
o 5th or 6th edition
- RECOMMENDED: American Psychological Association. (2020). Concise rules of APA
style. (7th ed.) American Psychological Association.
- Slides
Slides: alles van HOC’s te kennen!
Notes
Evaluation: slagen op examen + slagen op taak
Exam: 70% of final grade
- Multiple-choice: 12/20 is 50%
- Standard setting
- There will be a practice exam at the end of the semester
Assignment: 30% of final grade
- Groepswerk en peerevaluatie waardoor iedereen eigen punt heeft (5 personen)
- 3 artikels – 1 artikel kiezen à kritisch reflecteren over s/z van artikel, doel,…
- Evaluation of RMT II
o Theory (70%)
§ MPC
§ 50% Theory HOC
§ 50% WPO
o Assignment (30%)
- Proefexamen (komt online tijdens blokperiode)
Samenvatting Julie Heylen 1
,HOC1
1. Psychology is a way of thinking (chapter 1)
2. Sources of information (chapter 2)
1. PSYCHOLOGY IS A WAY OF THINKING
Producing versus consuming research
Waarom is dit vak belangrijk? Waarom weten hoe onderzoek wordt verricht?
- We gaan allemaal research producers & research consumers zijn
o Research producers à mensen die onderzoek uitvoeren (onderzoekers)
o Research consumers à mensen die onderzoek lezen en gebruiken
(onderzoekgebruikers)
- Bv. Thesis: zelf onderzoek voeren, onderzoeken gebruiken (consume research) en
hierdoor evidence-based conclusies trekken
Voorbeeld: Scared Straight-programma - Adolescenten/jongeren in de gevangenis
- Om te ervaren hoe het is in de gevangenis à bang à willen dit nooit meemaken
- Geen criminele feiten plegen in de toekomst
- Maar is er bewijs dat dit programma effectief is? à NEEN
o Het aantal criminele feiten is niet lager (zelfs hetzelfde of hoger) dan gewone
populatie – het kan leiden tot hogere cijfers van criminaliteit!
- Beter wegblijven van zulke programma’s
à Wetenschappelijke artikels begrijpen – kritisch bekijken – juiste beslissingen maken
Voorbeeld: Griet Op de Beeck – illustratie: het belang van de rol van onderzoeksgebruiker
- Auteur heeft ervaring met psychische problemen in eigen leven à wil therapeut worden
voor mensen die lijden aan verschillende psychische problemen.
o Zonder juiste opleiding, enkel ervaringsdeskundige à kritiek
o Verdedigde zich door te verwijzen naar gevolgde trainingen en de
therapievorm Internal Family Systems (IFS). “Het werkt”.
o Ze verwees zelfs naar wetenschappelijk onderzoek om haar standpunt te
verdedigen: uit onderzoek is bewezen dat deze therapievorm werkt.
Kritisch bekijken!
- Pilootstudie: een kleine, voorlopige studie.
- Kleine steekproef: De steekproef is beperkt (slechts 17
deelnemers). Hierdoor is het moeilijk om de resultaten te
veralgemenen naar een bredere populatie. De resultaten
zijn minder betrouwbaar.
- Geen controlegroep: Er werd enkel gekeken naar de
symptomen van deze 17 personen, zonder vergelijking
met een controlegroep. Daardoor is het niet mogelijk om
met zekerheid te zeggen of eventuele veranderingen het
gevolg zijn van de therapie-opleiding, dan wel van andere
factoren (bv. omgevingsinvloeden of symptomen die
vanzelf verminderen na verloop van tijd). Zonder
controlegroep kan je geen oorzakelijk verband aantonen.
Dus hoewel de studie gepubliceerd is, bewijst ze niet echt dat IFS effectief is.
Samenvatting Julie Heylen 2
,Voorbeeld: Feeling the Future – Daryl Bem (2011)
- Claim: mensen kunnen de toekomst voorspellen (precognitie)
- Artikel gepubliceerd in Journal of Personality and Social Psychology.
- 9 experimenten met bewijs voor “precognitie” (de toekomst kunnen aanvoelen).
o Klassieke priming:
§ Je ziet eerst een positieve of negatieve afbeelding (bv. puppy vs.
oorlogsscène).
§ Daarna moet je een woord zo snel mogelijk categoriseren als positief
of negatief.
§ Je reageert sneller wanneer beeld en woord congruent zijn (positief-
positief). à Logisch want je brein is al geprimed.
o Bem draaide de volgorde om:
§ Eerst categoriseer je het woord (positief of negatief)
§ Daarna krijg je pas de afbeelding te zien (willekeurig gekozen).
§ Toch vond hij een congruentie-effect à je brein reageert op een
afbeelding die je nog niet gezien had.
- Problemen
o Resultaten statistisch significant, maar zeer kleine effectgroottes.
§ Statistische significantie = de kans dat het effect toeval is, is klein
(lage p-waarde).
§ Effectgrootte = hoe sterk of betekenisvol het effect werkelijk is.
o Replicatie mislukte: Andere onderzoekers probeerden de studies opnieuw uit
te voeren, Ze konden de effecten niet repliceren.
o Later bleek dat hij niet alleen die 9 studies uitvoerde, hij voerde tientallen
experimenten uit, maar publiceerde enkel significante resultaten.
= Publicatiebias / selectieve rapportering
o Significante effecten kunnen ook door toeval ontstaan (zeker bij veel testen)
o Het leek dus alsof er sterk bewijs is, terwijl dat eigenlijk niet zo is.
Kritisch!
- Publicatie in een wetenschappelijk tijdschrift ≠ automatisch waar
o Kijk naar effectgrootte, replicatie, volledige rapportering
Impact
- Dit onderzoek droeg bij aan replicatiecrisis / replication crisis in psychology: veel
onderzoekers vroegen zich al: kunnen we beroemde psychologische studies eigenlijk wel
vertrouwen?
o Resultaat: Veel klassieke studies konden niet gerepliceerd worden.
- à Leidde tot Open science movement (onderzoekers probeerde transparanter te
werken, alle data te delen, studies vooraf registeren (preregistration), publicatiebias te
vermijden)
Hoe werken wetenschappers/ onderzoekers?
- Wetenschap is gebaseerd op empirisme.
- Wetenschappers testen theorieën.
- Wetenschappers werken aan fundamentele en toegepaste problemen.
- Wetenschap is voortdurend in ontwikkeling.
- Wetenschappers publiceren hun bevindingen in wetenschappelijke tijdschriften.
- Wetenschappers communiceren met het brede publiek via journalisten.
Samenvatting Julie Heylen 3
, Science is based on empiricism
Empiricism / Empirische methode = wetenschappers baseren hun conclusies op data, niet
op buikgevoel, intuïtie of autoriteit.
Data verzamelen:
- Via zintuigen (zien, horen, voelen)
- Via instrumenten die onze zintuigen ondersteunen (bv. thermometer, vragenlijst,
weegschaal, timer)
Data kan … om empirische bewijzen te verzamelen:
- Kwalitatief zijn (woorden, teksten, uitspraken)
- Kwantitatief zijn (cijfers, metingen) à meestal in psychologie
à is belangrijk omdat het ons toelaat theorieën te testen.
Belangrijk binnen empirisme
- Onderzoek moet systematisch gebeuren
- Onderzoek moet zorgvuldig uitgevoerd worden (in a rigorous way)
- Onderzoek moet repliceerbaar zijn:
o Andere onderzoekers moeten dezelfde studie opnieuw kunnen uitvoeren
o Met hetzelfde design en dezelfde methode
o Om te controleren of ze dezelfde resultaten vinden
Wat empirisme NIET is:
- Geen conclusies op basis van persoonlijke ervaring
- Geen beslissingen op basis van intuïtie
- Geen waarheid omdat een autoriteit het zegt
Waarom onderzoek beter is dan andere soorten informatie:
- Onderzoek is betrouwbaarder dan andere informatiebronnen omdat het gebruikmaakt
van een empirische benadering. Deze systematische en gecontroleerde werkwijze biedt
meer objectiviteit en controle dan gegevens die gebaseerd zijn op persoonlijke
ervaringen, intuïtie of autoriteitsargumenten.
Samenvatting Julie Heylen 4
, Scientists test theories (Data laat ons toe theorieën te testen) Empirical cycle
= Theory-Data cycle
= confirmatory (deductive) research
1. Start met een theorie
Onderzoekers starten van een theorie. Theorie legt uit hoe fenomenen met elkaar verband
houden en hoe ze werken.
2. Formuleer een onderzoeksvraag en hypothese
Onderzoeksvraag: een enkele vraag die verbonden is aan de theorie
Hypothese: testbare verwachtingen gebaseerd op de theorie, die we kunnen onderzoeken in
een studie
3. Ontwerp de studie
Bepaal hoe we de hypothese kunnen testen: experiment, observatie, enquête, …
4. Pre-registratie van studie en hypothese (optioneel maar ideaal)
- Specificeer voor dataverzameling je hypothese en onderzoeksopzet in een openbaar
register (bv. website: Open Science Framework).
- Het moment van registratie wordt tijdgestempeld en daarna kan er niets meer veranderd
worden.
- Zo zijn we open en eerlijk over wat we onderzoeken, zonder later “misschien had mijn
hypothese anders moeten zijn” te kunnen zeggen.
5. Verzamel data
Voer het experiment of de enquête uit en verzamel de gegevens.
6. Test de hypothese
- Vindt bewijs dat de theorie ondersteunt (hypothese bevestigd).
- Als het bewijs de hypothese niet bevestigd (verwerpen):
o Misschien klopt het ontwerp niet
o Of moeten we de theorie herbekijken
Samenvatting Julie Heylen 5