Functies grondwet
Eerste functie GW (positieve functie): democratische organisatie overheidsmacht
GW fictief contract tussen vrije burgers
Oprichting staat naar algemeen belang
Bevoegdheidsverdeling
GW is de primaire rechtsbron van het rechtssysteem WANT bevat
geldigheidsvoorwaarden voor de rest van het recht
Tweede functie GW (negatieve functie): beperking overheidsmacht
= tegengaan machtsmisbruik en zo vrijheid burgers waarborgen
Verdeling overheidsmacht tussen verschillende organen
Verankeren fundamentele rechten en vrijheden
Machtenscheiding
Horizontale (functionele) machtenscheiding: bevoegdheden verdelen binnen 1
overheidsverband
Trias politica van Montesquieu
Absolute machtenscheiding = overheidsfuncties zuiver afgebakend zonder
wederzijdse controle (elke functie toebedeeld aan 1 macht en ze voeren deze los van
elkaar uit)
Relatieve machtenscheiding = checks and balances (machten controleren elkaar
onderling en participeren aan de uitvoering van elkaars functie)
Vandaag zijn er ook administratieve rechtscolleges (zoals RVS) voor
bestuursgeschillen
Jurisdictioneel dualisme = naast elkaar bestaan verschillende types rechtscolleges
Jurisdictioneel monisme = gewone rechtscolleges bevoegd voor burgerlijke en
bestuursgeschillen
Verticale (territoriale) machtenscheiding: bevoegdheden verdelen over
verschillende territoriaal omschreven overheidsverbanden
Elk niveau kan een GW hebben
Machtsmisbruik tegengaan + democratisch karakter versterken
Decentralisatie = onderverdelen aan ondergeschikte besturen
Federalisme = onderverdelen tussen autonome rechtsordes
Subsidiariteitsbeginsel = bevoegdheden moeten op zo laag mogelijk niveau
worden uitgevoerd (zo dicht mogelijk bij de burger). Hogere instanties mogen deze
taken niet uitvoeren als het ook door lagere instanties kan
Locke: mens heeft van nature onvervreemdbare rechten, de overheid moet deze
beschermen
Magna carta: habeas corpus = vrije burgers kunnen niet gevangengenomen worden
zonder vonnis door recht door stand gekomen
,Ook nog andere functies van de GW
Burger staat zijn vrijheid af in ruil voor goed bestuur en bescherming
Recht om in opstand te komen als overheid taak niet goed uitoefent
Thomas Hobbes: de mens sluit maatschappelijk contract om de natuurtoestand
(waarin elke mens uit eigenbelang handelt) te ontvluchten
Grondwet in materiële en formele zin
Materiële GW: alle fundamentele rechtsregels met betrekking tot organisatie en
inperking overheidsmacht
Dus ook andere geschreven bronnen (bv BWHI) en ongeschreven regels
Formele GW: specifieke grondwettekst met bijzonder gezag
In formele en materiële zin vallen niet samen
Classificaties
Veel verschillende soorten grondwetten binnen democratische grondwetten zijn er 3
classificaties
1. De grondwet en de democratievorm
Directe democratie = bevolking maakt zelf wetten + rechtstreekse deelname aan
politiek
Bv volksraadpleging (bindend of niet bindend)
Indirecte democratie = burgers verkiezen vertegenwoordigers die de wil van het
volk verdedigen
Voordeel: professionalisering van de politiek
Nadeel: bestuur in handen van een kleine groep politici
DAAROM aanvullen
Participatieve democratie (directe democratie) = burgers rechtstreeks bij beleid
betrekken
Deliberatieve democratie = burgers goed informeren (komt kritiek op)
Onderscheid meerderheid/consensus
Meerderheidsdemocratie = democratische legitimiteit gebaseerd op volstrekte
meerderheid (art. 53 GW)
Consensus (pacificatie) democratie = bescherming minderheid tegen meerderheid
(bv alarmbelprocedure)
2. De grondwet en de regeringsvorm
= betrekking op horizontale verhouding
Parlementair systeem = functionele samenwerking tussen parlement en regering
Oefenen samen WM uit
Voordeel: minder machtsconcentraties
Nadeel: vaak domineert meerderheidspartij DUS ook de regering die zij steunt
, Eerste minister is aan het hoofd (meer macht dan president in parlementair
systeem)
Presidentieel systeem = strikte scheiding UM en WM
President rechtstreeks verkozen
Parlement controleert regering niet
Voordeel: beter constitutioneel evenwicht
Nadeel: kan leiden tot machtsconcentratie
3. De grondwet en de staatsvorm
= betrekking op verticale verhouding
Soevereiniteit = gezag of macht die niet is onderworpen aan andere machten
Intern: hoogste gezag binnen overheidsverband
Extern: niet onderworpen aan gezag andere staat of organisatie
Kompetenz-kompetenz = bevoegdheid van de bevoegdheid (hoogste gezag berust
bij de overheid die kan beslissen over het verdelen van bevoegdheden)
Verschillende types
Unitaire staat Federalisme
- Gecentraliseerde eenheidsstaat - Federale staat
- Gedecentraliseerde eenheidsstaat - Confederatie
- Federatie
Eenheidsstaat = alle bevoegdheden (soevereiniteit) bij 1 centrale overheid
Gecentraliseerde eenheidsstaat
Alle overheidsfuncties uitgeoefend door organen die behoren tot 1 centrale
bestuur
Soms deconcentratie (bepaalde taken overdragen naar lagere instanties)
Geen rechtspersoonlijkheid
Hiërarchisch toezicht
Substitutiebevoegdheid = centrale overheid kan bevelen geven + zich in de
plaats stellen
Gedecentraliseerde eenheidsstaat
Ondergeschikte besturen maken geen deel uit van centrale overheid
Wel rechtspersoonlijkheid
Administratief toezicht (nagaan of ze handelen in overeenstemming met hogere
normen)
Niet volledig autonoom: regels geen kracht van wet
Territoriale decentralisatie: overheden die bevoegd zijn voor een bepaald
grondgebied (gebaseerd op politieke vertegenwoordiging)
Functionele decentralisatie: overheden die bevoegd zijn voor een bepaald
beleidsdomein (niet gebaseerd op politieke vertegenwoordiging)
Federale staat
Basis is de grondwet
Kompetenz-kompetenz bij federale niveau
Deelstaten zijn autonoom
Niet onderworpen aan toezicht
Regels kracht van wet