Warmtewinst: de netto toename van warmte in een ruimte
1. SAMENSTELLING WARMTEWINSTEN
- Principe warmte BI nr BU werkt niet in de zomer want temp. Is hoger
WARMTEWINST = interne warmtewinsten + externe warmtewinsten + ventilatiewinsten + lekwinsten
2. INTERNE WARMTEWINSTEN
- Vooral via mensen en elektrische toestellen
- Iedere persoon werkt als Kleine warmtebron en alles wat elektriciteit verbuikt => warmte!
CONCLUSIE: beïnvloeden het thermisch comfort en de warmtebeleving van de huid in een gebouw
2.1 Verlichting
- ongeveer 100 lux op 1m² kunnen realiseren met 1.5 W elektriciteit
- bv.: ruimte van 10 m² verlichten als kantoor (500 lx) dan hebben we 5 (want 5 keer 100 lux) x 10 m²
x 1.5 W/m².100 lx = 75 W nodig
- gehanteerde waarde van 1.5 W/m²/100 lux
- optimaliseren en dus energie te besparen
- praktijk: maak inschatting van de verlichtingsniveaus, verdeling van de verlichtingsniveaus over
de tot opp.
Vermogen van licht berekenen x warmtewinst
2.2 Toestellen
- Toestellen die elektriciteit verbruiken, elk eigen rendement => omgezet in beweging, kracht,
dergelijke
- Kantoortoestellen, liften en computers permanent gebruikte wordt!
SPREEK OVER VERBRUIK VAN DE TOESTELLEN
VERWAR kW NOOIT MET kWH
- Praktijk: oplijsting van alle toestellen, min of meer permanent actief zijn in je gebouw!, elk toestel
vermogen opzoeken en optellen (Meestal bij keukenplaten)
2.3. Bezetting
- voor mensen ook rekenen bij gem. metabolisme inschatting bij een gem. activiteit
SAMENVATTING:
Interne warmtewinsten bepaal je door het optellen en in te schatten hoe actief ze zijn op het moment van
opwarming.
Minder mensen en minder toestellen betekent dus minder interne warmte.
Daarom kan telewerken op warme dagen helpen: minder aanwezigheid = lagere binnentemperatuur =
minder koeling nodig.
, 3. EXTERNE WARMTEWINSTEN
- zorgen dat het binnenklimaat moeilijk gegarandeerd kan blijven
BU warmer dan BI = omgekeerd warmtetransport op: de warmte stroomt van buiten naar
binnen – geleidingswinsten
BU warmer dan BI = verse lucht die we toevoeren om de mensen luchtcomfort te
bieden, warmer zijn dan de lucht die we afvoeren uit de ruimte – ventilatie-winsten
zon buiten schijnt – de zonnestraling die door het glas komt, bij zijn eerste reflectie omgezet
worden in warmte: zonnewinsten
3.1. Zonnestraling
- energie die de zon in alle richtingen uitzendt
- BUste laag v/d atmosfeer bedraagt die 1353 W/m² = zonnecte.
maar door reflectie, verstrooiing en absorptie bereikt slechts een deel het aardoppervlak.
deel dat rechtstreeks doordringt, noemen we directe straling. In ideale omstandigheden in
België ontvangen we:
• 1000 W/m² op een horizontaal vlak
• 700 W/m² op een verticale zuidgevel
• 0 W/m² op noordgevels (max waarde nooit in het
N)
- hoe loodrechter de zon op het oppervlak valt, hoe minder atmosfeer ze doorkruist en hoe hoger
de energie die aankomt
3.2. Beglaasde oppervlaktes
- beglaasde opp/transp opp/daken/gevels waar de zon doorschijnt = risico voor oververhitting
- binnen zonstraling (aka natuurlijke verlichting) = golflengtes van 0.3 μm tot 2.5 μm
neem groot aandeel van energie mee
schijnen op vloer/and. materialen en opnieuw stralen = golflengte hoger dan 5 μm
- zonne-energie omgezet in warmte (infrarode straling – kan niet EZ ontsnappen door goede
isolatie)
bv.: gebouw in overhit = serre-effect
- DUS zoninstraling zoveel mogelijk te verhinderen
Zonwering
Gebruik van zonwerende beglazing
, 3.3. Zonwering
- Zorgen rechtstreekse zonnestralen de raamoppervlakken niet of zo min mogelijk bereiken
- Zonwering in het vlak van de gevel
Sterke visuele impact, soms verplicht door stedenbouwa
Kan bestaan uit lamellen of screens
Regelt meteen ook visueel comfort binnen
- Zonwering uit het vlak van de gevel
Kan vast worden uitgevoerd zonder ramen/deuren te hinderen
Slim gedimensioneerd: blokkeert zomerzon, laat winterzon binnen
- Verticale vs. horizontale zonwering
Geven een andere architecturale expressie.
Horizontale lamellen kunnen zonlicht reflecteren naar het plafond, waardoor daglicht dieper
in de ruimte komt.
Horizontale systemen vragen meer onderhoud door bevuiling
- Vaste vs. mobiele zonwering
Vaste zonwering: altijd dezelfde stand, niet regelbaar voor lichtcomfort
Mobiele zonwering: lamellen kunnen continu gestuurd worden volgens de zonnestand; op
bewolkte dagen volledig openen
Vereist onderhoud van bewegende onderdelen en vaak centrale gebouwsturing
Toegankelijkheid voor onderhoud moet voorzien worden (loopvloeren, valbeveiliging…)
- Binnenzonwering voorkomt geen oververhitting
Ze verbetert enkel visueel comfort (minder verblinding, minder overbelichting)
Zodra zonnestraling door het glas is, wordt ze warmte in het gebouw → niet meer te weren
- Zonwering los van het gebouw
Bladverliezende bomen kunnen in de zomer zon blokkeren en in de winter licht doorlaten
natuurlijke zonwering werkt passief en seizoensafhankelijk.
Gegevens te vinden in de EPB-datakbank, screens bepaalt kleur en textiel sterk de efficiëntie
3.4. Zontoetredingsfactor versus lichttoetreding glas
- zonwering in glas kan op 2 manieren
fysieke zonwering die geplaatst wordt tussen 2 glasbladen van de dubbele of drievoudi-
ge beglazing
integreren van coatings of folies tussen of op de glaspanelen van de beglazing, waarbij
telkens een groter deel van de zonne-energie naar buiten weerkaatst wordt