H1 W&T IN HET VLAAMSE ONDERWIJSLANDSCHAP
1.1 WAT IS WETENSCHAP EN TECHNIEK?
Wetenschap = empirisch en systematisch onderzoeken v natuurverschijnselen
→ doel: verklaringen te vinden & onderzoekende houding ontwikkelen
→ gericht op verklaren & begrijpen
Techniek = proces v doelgericht ontwerpen, realiseren en evalueren v artefacten of systemen die tegemoet
komen aan een behoefte of probleem
→ gericht op maken/ gebruiken vd wetenschappelijke kennis
Verschil: verklaren vs creëren
samenhang: dragen beide bij tot de ontwikkeling v 21e-eeuwse vaardigheden:
- kritisch denken - samenwerken
- creativiteit - communicatie
1.2 WAAROM W&T IN DE BASISSCHOOL?
- Helpt lln de wereld rondom hen te begrijpen & actief vorm te geven
- Bereidt de lln voor op een, door W&T, snel veranderende wereld
- Stevige basis in wetenschappelijke & technologische kennis
- Attitudes & vaardigheden ontwikkelen
1.3 WAAROVER GAAN DE LESSEN W&T?
minimumdoelen = wat de lln moeten kennen/ kunnen
→ bereiken op populatie niveau
= leidraad voor je lessen
→ koppelen aan een didactische aanpak
→ kennis, vaardigheden en attitudes
- Declaratieve kennis (‘weten dat’) = lln verweren essentiële concepten & principes
- Procedurele kennis (‘weten hoe’) = lln leren onderzoeken & ontwerpen, wetenschappelijke taal
- Unieke denk- en werkwijzen = redeneren, probleemoplossend denken, ontwerpen en creatief handelen
- Communicatie = ideeën onderbouwen met argumenten, helder presenteren
- Progressie en coherentie = opbouw verloopt v eenvoudig nr complexer, v concrete ervaringen nr abstracte
begrippen → altijd stapsgewijs te werk gaan
Marie Robyns - 2025
,KENNIS
kennis domeinen:
- Fysica → natuurkundige verschijnselen
- Biologie → organismen, biotopen, menselijk lichaam
- Chemie → eigenschappen stoffen & materialen
- Technologie → ontwerpen & bouwen, gebruiken, reflecteren
- Maatschappij → duurzaamheid, innovatie & samenleving
➔ Centraal : wetenschappelijke ‘concepten’ (= thema) in de basisschool brengen
vb plant → wortel, blad, stengel
in minimumdoelen → kernconcepten = fundamenteel, overkoepelend idee dat centraal staat en dat als basis
dient vo het begrijpen v complexere concepten vb geluid
VAARDIGHEDEN
Vaardigheden leren om actief met de W&T info om te gaan.
- Observeren (gericht waarnemen) en vragen stellen → vragen bedenken over de wereld om je heen
- Experimenteren en onderzoeken → hands-on, volgens onderzoekscyclus
- Ontwerpen en probleemoplossend denken → oplossingen bedenken, prototype maken, verbeteren
- Digitale vaardigheden en computationeel denken → digi gebruiken, stappenplan volgen
- Communiceren en samenwerken → samen een onderzoek doen/ probleem oplossen
ATTITUDES
Juiste houding bepaald hoe lln kennis & vaardigheden inzetten
- Nieuwgierigheid en verwondering → interesse, bereidheid om te onderzoeken, jezelf dingen afvragen
- Kritisch en ethisch denken → betrouwbare gegevens gebruiken, dingen in vraag stellen
- Respect en verantwoordelijkheid → zorgzaam, besef dat je keuzes invloed hebben op alles
- Doorzettingsvermogen, creativiteit en ondernemend handelen → volhouden, durven, initiatief nemen
- Samenwerkingszin → erkennen dat W&T teamwork nodig heeft
ALGEMEEN
=> wetenschap verklaart, techniek past toe → versterken elkaar
Onderzoekend & ontwerpend leren → onderzoekscyclus & ontwerpcyclus
=> lln leren systematisch, creatief en oplossingsgericht denken (= nodig in deze maatschappij)
Marie Robyns - 2025
, H2 DIDACTIEK W&T IN DE BASISSCHOOL
- Didactiek van onderzoekend leren
- Didactiek van ontwerpend leren
- Didactiek van ontmoeting met de natuur (niet kennen)
- Didactiek van keuzes maken (de wereld 2)
+ aantal pijlers die altijd belangrijk zijn
2.1 DIDACTISCHE PIJLERS IN DE LESSEN W&T
Pijlers = reeks v vuistregels waarmee lkr zoveel mogelijk rekening mee moet houden
= “fundamenten v het concrete didactisch en pedagogisch handelen vd lkr, zijn richtlijnen vo goed onderwijs”
➔ 5 bij W&T: herhaling & geleidelijkheid, aanschouwelijkheid, leerlingeninitiatief, (inter-)actief, betekenisvol
HERHALING & GELEIDELIJKHEID
Herhaling → noodzakelijk om blijvend leerresultaat te verkrijgen
→ inhoud wordt onthouden als: goed begrepen + verband met voorkennis ➔ nieuwe info krijgt betekenis
→ reflectie voorzien
→ lln zelf laten verwoorden/ herhalen
→ in versch contexten herhalen
→ Adresseren v preconcepten (= eerste idee) en misconcepten (= fout idee) => concept shift = concretiseren
Geleidelijkheid = elke nieuwe inhoud moet aansluiten bij voorkennis → anders leert ll enkel losse dingen
=> logische gradatie in lessen steken:
- eenvoudig ~~> complex
- concreet ~~> abstract
- bekend ~~> onbekend
- globaal ~~> detail
AANSCHOUWELIJKHEID
Aanschouwelijkheid = niet enkel praten over werkelijkheid, maar die ook aanwezig stellen
→ richten op observeren vd werkelijkheid
→ multisensorisch (= met alle zintuigen) waarnemen => diepgaander leren
Directe waarneming (in het echt) vs indirecte waarneming (op foto’s/ filmpjes)
CSA-principe
→ concreet waarnemen → experimenteren, met structuur
→ schematisch = tekening, model & woorden erbij (liefst ni me legende) = dubbel coderen = dual coding
→ abstract = werkblaadje = ALLER LAATSTE → gebruik het als middel niet als doel
BETEKNISVOL
Betekenisvol
= realistische contexten & afstemmen op belevingswereld vd lln
= van beleven tot begrijpen (CSA)
Marie Robyns - 2025