Neoplasie — overzicht van alle vermelde genen
Samenvatting Histopathologie · Universiteit Gent
Dit overzicht bundelt alle genen die in de samenvatting Histopathologie — Neoplasie worden vermeld,
gegroepeerd per functionele klasse, met telkens de informatie die in de cursus over elk gen wordt
gegeven. Gennamen worden bij de mens cursief geschreven (in hoofdletters); het overeenkomstige eiwit
wordt niet-cursief geschreven.
1. (Proto-)oncogenen
Oncogenen ontstaan door mutatie van proto-oncogenen, stimuleren de celgroei en coderen voor
oncoproteïnen die constitutief actief of overgeëxpresseerd zijn. Voor activatie volstaat een mutatie in één
allel. Mechanismen: substituties/indels, amplificaties en herschikkingen (inversies/translocaties →
fusiegen).
EGFR
Naam Epidermal growth factor receptor.
Type Groeifactorreceptor — receptor-tyrosinekinase (oncogen).
Activatie Constitutief actief door substituties (puntmutaties) en indels.
Tumor Longadenocarcinomen.
Therapie EGFR-inhibitoren: gefitinib en erlotinib (small molecules). Bij anti-EGFR-therapie vaak
zeer goede respons maar geen definitieve genezing; secundaire resistentie door selectie
van resistente subclonen (bijkomende mutaties in EGFR zelf, of in MET, HER2).
HER2
Type Groeifactorreceptor — receptor-tyrosinekinase (oncogen).
Activatie Geactiveerd door amplificatie.
Tumor Borstcarcinomen en maagadenocarcinomen.
Detectie Immuunhistochemie (kleuring voor HER2) en FISH (HER2-amplificatie).
Therapie HER2-inhibitor: trastuzumab (antilichaam).
ALK
Type Receptor-tyrosinekinase (oncogen).
Activatie Geactiveerd door een herschikking (inversie) → fusie tussen het ALK-gen en het
EML4-gen. Het EML4-ALK-fusiegen codeert voor het EML4-ALK-fusie-eiwit.
Tumor Longadenocarcinoma.
Therapie ALK-inhibitor: crizotinib.
EML4
Rol Fusiepartner van ALK. Inversie vormt het EML4-ALK-fusiegen → EML4-ALK-fusie-eiwit
bij longadenocarcinoma.
Genenoverzicht · Histopathologie – Neoplasie · pagina 1
, RAS (HRAS, KRAS, NRAS)
Type Cytoplasmatische component van de signaaltransductiecascade
(receptor-tyrosinekinase-pathway); cytoplasmatisch oncoproteïne.
Frequentie De meest gemuteerde proto-oncogenen — in 15–20% van de tumoren.
Activatie Geactiveerd door substituties.
Therapie Geen rechtstreekse inhibitor voor RAS; potentieel: MEK-inhibitoren.
Overig KRAS = Kirsten rat sarcoma. KRAS-mutatie is een stap in de multistep-carcinogenese
van colonadenocarcinoma. Gemuteerd RAS is een tumorantigeen (neo-antigeen)
herkend door cytotoxische T-lymfocyten.
BRAF
Type Cytoplasmatisch oncoproteïne in de receptor-tyrosinekinase-pathway.
Frequentie Gemuteerd in ~50% van de melanomen.
Activatie Geactiveerd door substituties.
Therapie Specifieke inhibitor: vemurafenib.
Overig Mutaties in de receptor-tyrosinekinase-pathway (NRAS/BRAF) komen ook voor in de
melanocytaire nevus; bijkomende mutaties onderscheiden nevus van melanoma.
ABL
Type Non-receptor-tyrosinekinase (cytoplasmatisch oncoproteïne).
Activatie Activatie van ABL door fusie met BCR → BCR-ABL-fusiegen.
Tumor Chronische myeloïde leukemie (CML).
Locatie ABL-gen op chromosoom 9.
BCR
Rol Fusiepartner van ABL. Fusie van BCR (chr. 22) met ABL (chr. 9) vormt het
BCR-ABL-fusiegen.
Locatie BCR-gen op chromosoom 22.
BCR-ABL-fusiegen
Ontstaan Door de translocatie t(9;22) — vormt het Philadelphia-chromosoom (eerst beschreven
translocatie in een tumor, 1960).
Tumor Chronische myeloïde leukemie (CML). De vorming is de initiërende mutatie bij CML en
is definiërend (diagnostisch) voor CML.
Therapie Small molecule: imatinib (Glivec). Geen definitieve genezing — de prolifererende
component wordt onderdrukt maar de stamcellen met het fusiegen overleven; therapie is
daarom levenslang nodig. Mediane overleving sterk verbeterd (1960: 3 jaar).
Genenoverzicht · Histopathologie – Neoplasie · pagina 2