Hoofdstuk 3: inleidende begrippen
3.1 Inleidende begrippen tot de artrologie (gewrichten)
- Bewegingen om frontale assen: anteflexie (flexie) en retroflexie (extensie)
- Bewegingen om sagittale assen: abductie en adductie
- Bewegingen om longitudinale assen: exorotatie en endorotatie
Soorten botverbindingen
Artrologie is de studie van de onderlinge verbindingen van de afzonderlijke beenstukken, de
verbindingen kunnen van verschillende aard zijn:
- Junctura fibrosa: botstukken verbonden door vezelig BW, er is weinig of geen beweging
mogelijk (bij sutura zeer weining BW bij synostosis meer BW)
- Junctura cartilaginea: botstukken zijn verbonden door kraakbeen, bij synchrondrosis
botstukken verbonden door hyalien kraakbeen en bij symphysis is elk beenstuk bedekt met
laagje hyalien kraakbeen en zijn beide beenderen verbonden door een plaatje vezelig
kraakbeen
- Junctura synovialis: botstukken zijn verbonden door een synoviaal gewricht, tussen
beenstukken ligt er geen BW maar gewrichtsholte = cavum articulare gevuld met synovia
Eigenlijk gewricht bestaat uit:
- Gewrichtsuiteinden (facies articulares): bedekt met hyalien (meestal) of vezelig KB en
overeenkomstige gewrichtsuiteinden passen meestal in elkaar en ertussen kunnen soms disci
articulares bestaan
- Gewrichtskapsel (capsula articularis): houdt beide gewrichtsuiteinden tegen elkaar, het vormt
een bindweefselige luchtdichte zak en bestaat uit 2 lagen
1) Membrana fibrosa: bestaat uit dikke collageenvezels en is vaak versterkt met ligamenten
of banden
2) Membrana synovialis: bedekt 1) langs binnen toe, begint/eindigt waar het
gewrichtskraakbeen eindigt/begint -> botweefsel nooit in contact met gewrichtsholte
- Bursae synoviales = met synovia gevulde slijmbeurzen die tussen spieren en gewrichten
liggen
- Plooivorming op het kapsel, plooien kunnen door spieren weggetrokken worden =
kapselspanners
Functie discus articularis:
- Schokdemping en lastverdeling
- Betere passing van kop in kom
- Mogelijk maken van beweging in gewricht door vervorming van de discus
Soorten gewrichten:
1) Naargelang het aantal beenuiteinden
- Articulatio simplex: 2 gewrichtsuiteinden waartussen 1 gewrichtsholte
- Articulatio composita: meer dan 2 gewrichtsuiteinden
1
, 2) Naargelang de assen:
Eenassige gewrichten:
- Articulatio plana (platte gewrichtsvlakken): translatie en rotatie
- Ginglymus (hoek- of scharniergewricht) en articulatio trochlearis (schoefgewricht): flexie,
extensie en lichte hyperextensie
- Articulatio trochiodea (draaigewricht): rotatie
Tweeassige gewrichten:
- Articulatio ellipsoidea (eigewricht): flexie, extensie, abductie en adductie
- Articulatio sellaris (zadelgewricht): flexie, extensie, abductie en adductie
Drieassige gewrichten:
- Ariculatio spheroïdea (kogelgewricht): circumductie = circulaire beweging
3.2 Inleidende begrippen tot de myologie (spieren)
Dwarsgestreepte spieren zijn willekeurige spieren, hun contractie is onderworpen aan de wil
Spier bestaat uit een spierbuik en uit pezen
- Spierbuik is opgebouwd uit spiervezels
- Rond pezen en spierbuik ligt een bindweefselomhulsel = fascia van de spier, fascia propria =
ligt om 1 spier, fascia communis omringt een groep spieren, fascia generalis ligt onder huid
- Retinaculum, ligt bij pols of enkel en moet spierpezen in een welbepaalde positie houden bij
het lopen over een gewricht
- Pezen dienen voor de vasthechting van de spieren, bestaan uit sterke collageenvezels en ze
kunnen rond = tendo of plat = aponeurosis zijn, omringd door peesscheden als ze
onderworpen zijn aan wrijvingskrachten = vaginae synoviales
Beschrijving van de spieren:
- Oorsprong en insertie
- Verloop
- Aantal oorsprongskoppen: eenkoppig of meerkoppig
- Opbouw van de spierbuik
- Richting van de spiervezels:
° parrallelvezelig= richting v/d spiervezels is zelfde als die waarin de kracht wordt uitgevoerd
° convergerende spieren = spiervezelbundels van brede oorsprong naar smalle insertiepees
° geveerde of pennate spieren = richting van de spiervezels vertoont een hoek met de richting
van de kracht -> unipennate, bipennate en multipennate
3.3 inleidende begrippen tot het perifere zenuwstelsel en de nervi
spinales
Drieledige functie van het zenuwstelsel:
- Opnemen van prikkels door het receptorische gedeelte
- Geleiden van prikkels
- Reageren op prikkels
Anatomisch:
ZS opgesplitst in het centrale zenuwstelsel (CZS) dat bestaat uit hersenen en ruggenmerg en het
perifere zenuwstelsel (PZS) dat de zenuwvezels van de craniale en spinale zenuwen omvat + perifere
ganglia.
PZS kunnen we indelen in een somatisch zenuwstelsel (SZS) dat op de prikkels antwoordt en een
autonoom zenuwstelsel (AZS) dat de prikkels aanbrengt van de organen en de werking ervan regelt.
2
, Afferente of sensorische neuronen zijn neuronen die prikkels aanbrengen naar het centrale
zenuwstelsel
Motorische of efferente neuronen zijn neuronen die prikkels afvoeren vanuit het CZS
Associatieneuronen zorgen voor de verbinding tussen de 2
Reflexboog = systeem receptor - geleiding - effector
Histologisch gezien is het zenuwstelsel opgebouwd uit neuronen of zenuwcellen en neuroglia- of
gliacellen die de zenuwcellen steunen, voeden en beschermen.
- In CZS: ophopingen van cellichamen van neuronen = grijze stof en axonenbundels = witte stof
- PZS: ophopingen van cellichamen ganglia
- In cerebrum en cerebellum ligt grijze stof perifeer en vormt de cortex
- In ruggenmerg ligt de witte stof perifeer en ligt de grijze stof centraal (vlinder): 2 dorsale
hoornen en 2 ventrale hoornen en tussen beiden weinig ontwikkelde laterale hoorn
° ventrale hoornen bevatten cellichamen van motorische neuronen (efferent)
° laterale hoornen bevatten vooral motorische neuronen van het AZS
° cellichamen van de sensorische neuronen liggen in ganglia buiten het ruggenmerg
Oorsprong – organisatie:
Spinale zenuwen ontspringen uit het ruggenmerg (medulla spinalis), vanuit de laterale zijde van het
ruggenmerg ontspringen een reeks fijne vezels die gaan versmelten tot 1 dorsale of achterwortel en 1
ventrale of voorwortel per nervus spinalis.
Door de ventrale wortel lopen de motorische vezels en door de dorsale wortel lopen de sensibele
vezels.
Spinale zenuw bevat zowel motorische als sensibele vezels.
Nervus spinalis verlaat de canalis vertebralis langs het foramen intervertebrale.
Het ruggenmerg heeft echter 1 cervicaal segment meer dan er cervicale wervels zijn, er zijn dus 8
cervicale zenuwen en 7 cervicale wervels.
Perifere verloop van de spinale zenuw:
Stam van de spinale zenuw is zeer kort, spitst bijna
onmiddellijk in een ramus anterior en een ramus
posterior
Innervatie van de gestreepte spieren:
1) Motorische vezels
Prikkels vanuit het CZS bereiken de spieren via de uitlopers (axonen) van de zenuwcellen
(neuronen), gelegen in de ventrale hoorn van het ruggenmerg.
Ze veroorzaken een aantal effecten:
- Bewuste contractie van de spier
- Rusttonus -> reflexen verantwoordelijk
- Trofische (‘voedende’) invloed op de spier
2) Sensibele innervatie
Receptoren gaan informatie in de vorm van prikkels doorsturen naar het centrale CZS, de
voornaamste zijn de proprioceptoren -> proprioceptieve sensibiliteit of proprioceptie
3