Les 1 (11/2)
- 2 betekenissen in de van Dale (zie ppt slide). Er zijn dus 2 benaderingen :
de eerste is in zijn situationele / teleologische betekenis, waarbij we sociale
zekerheid beschouwen als een toestand die je wil bereiken. Het is de
oudste betekenis van de term, van Simon Bolivar. Daarbij is het beste
regeringsmodel voor de samenleving datgene dat het grootste mogelijk
geluk produceert, de grootst mogelijke sociale zekerheid en de grootst
mogelijke politieke zekerheid. Het gaat over een toestand die je wil
bereiken, de situatie waarin dat mensen zich geen zorgen moeten maken
over eten en huisvesting etc. social security act is een wet in de VS die een
basis van werkloosheidsverzekering organiseert en een aantal
voorzieningen geeft op vlak van ouderdom. Sociale zekerheid werd gezien
als een situatie die men wil. Maar.. samenleving verandert, dus we moeten
voortdurend opzoek naar die situatie. Het is een soort van streven, perfect
bestaat niet. Dat wij daar naar streven als mensen, heeft te maken met
onze intrinsieke kwetsbaarheid. Sociale zekerheid heeft te maken met het
feit dat wij als mensen intrinsiek kwetsbaar zijn. Wij zijn zoogdieren die
verzorging nodig hebben (zeker als je kind bent). Heel de kindertijd
moeten wij onderwijs krijgen, onderhouden worden,.. Opvoeding en
onderhoud zijn nodig waarin we bij sociale zekerheid rekening mee
houden. Hetzelfde geldt bij ziekte en handicap etc. er is maatschappelijke
context : je moet kunnen gaan arbeiden om in inkomen te voorzien. Dus
alles waardoor je niet kan gaan werken, geeft je beperkingen. Als je zorg
nodig hebt voor medische uitgaven gaat dat wat kosten. Onze intrinsieke
kwetsbaarheid wordt vergroot door het feit dat je moet werken om
inkomen te krijgen.
- Ook onderscheid met psychologische context van zekerheid. Voel je je
zeker in de samenleving? Hangt een beetje af van je ingesteldheid. U
sociaal zeker voelen is iets subjectief. Maar waar wij het over hebben is
een meer objectieve. Oorzaken van onzekerheid, onveiligheid, die
maatschappelijk te verklaren zijn en maatschappelijk op te lossen zijn. Het
gaat om sociale risico’s : oorzaken van onzekerheid die een
maatschappelijke oorsprong hebben, en waarvan we als samenleving het
belangrijk vinden om die collectief te gaan ondervangen. Deze risico’s
structureren het samenspel van onze sociale prestaties. Zie schema ppt 1
slide 18. Historisch gezien heeft de sociale zekerheid zich ontwikkeld als
een systeem van bescherming die zich indekt van die sociale risico’s. :
o Ziekte
o Arbeidsongeschiktheid
o Moederschapsrust
o Arbeidsongeval
o Beroepsziekte
o Werkloosheid
o Gezinslast
o Ouderdom of overlijden kostwinner
- 2de betekenis Van Dale : instrumentele betekenis. Geheel van middelen en
regelingen die ertoe bijdragen dat we komen tot een situatie van gebrek,
en dus bescherming tegen sociale risico’s. Als we kijken naar een modern
sociale zekerheidssysteem, dan is dat iets dat door de staat is geregeld,
maar als we kijken naar een beetje ruimer perspectief, zien we dat
, historisch gezien verschillende vormen van regelingen en instellingen
hebben bijgedragen tot het voorkomen van dat gebrek. Oudste middel van
sociale zekerheid, zijn de samenlevingsverbanden. Als je ziek bent, zal
in eerste instantie uw partner of uw mama voor u zorgen. Dit is eigenlijk
een middel van sociale zekerheid. Eigendom speelt ook een rol op dat vlak.
Het hebben van onroerende goederen / spaartegoeden, als je zoveel hebt
dan hoef je je geen zorgen te maken voor de sociale risico’s. We zien de
dag van vandaag de remedie om armoede te voorkomen, is uw eigen
woning hebben. Eigendom speelt een belangrijke rol in de situatie te
bereiken die u vrijwaart van armoede en gebrek. Ook
liefdadigheidsinstellingen hebben een belangrijke rol gespeeld.
Richting de 19e eeuw hadden we nog een beweging richting de privé
sfeer : de emancipatiestrijd van de arbeidersbeweging. Was een zeer
determinerende beweging. Als het industrieel kapitalisme tot ontwikkeling
kwam, tot dan waren wij echt een landbouwsamenleving. Wanneer
industrialisatie zijn intrede deed, zie je een overschakeling plaatsvinden.
Mensen trokken weg van het platteland. Mensen crepeerde met duizenden
op het platteland. Men ging naar stedelijke centra. Via machines begonnen
experimenten te ontstaan, en je kreeg een grote groep van mensen die
zich aanbiedt in die stedelijke centra om te gaan werken voor een dagloon.
Er kwam het ontstaan van het proletariaat. Ongeschoolde boeren boden
zich aan in de fabrieken in de steden; ze hadden niks anders dan hun lijf
om dagloon te creëren. Werkloosheid als sociaal risico ontstaat daar. Op
het platteland is altijd werk. Er ontstaat zoiets als solidariteitsbeurzen, het
waren systemen waarbij arbeiders zeiden dat ze op het einde van de week
een klein beetje in een pot ging. Als we dat met zoveel mogelijk deden, als
iemand dan ziek werd en kosten had, dan kreeg die iets uit de pot om toch
eten te kunnen kopen. Ze begonnen met technieken van onderlinge
verzekering, dit waren eigenlijk de embryo’s van de sociale verzekeringen.
De overheid kwam relatief laat in het beeld. Liefdadigheidsinstellingen
moesten nationaliseren. Armoedezorg werd een verantwoordelijkheid die
de overheid zelf naar zich ging toe trekken. Tot midden 19 e eeuw
probeerde Belgische staat mensen die te veel ‘lawaai’ maakte gewoon
omver te knallen. We zaten in liberale nachtwakersstaat. Alle arbeidsacties
en dergelijke werden gezien als hindernissen. Gaandeweg leerde de
overheid dat die arbeidersklasse niet te dimmen viel, omdat het probleem
er bleef en de tegenstellingen alleen maar groter werden. Verandering
bleef groeien. Op bepaald moment wisselen de krachtsverhoudingen :
overheid ziet in dat ze die emancipatiestrijd niet meer kan tegenhouden.
Overheid ging proberen ‘the best practices’ eruit te halen en te
subsidiëren. Je kreeg echt verandering van beleid. Particuliere initiatieven
werden gesubsidieerd. Door WOI en WOII worden die sociale
tegenstellingen nog eens op scherp gesteld. Bij elke oorlog was het de
werkende klas die strijd moest gaan voeren. Telkens werd er gezegd van ja
dat kan toch niet. Na WOII ging staat sociale bescherming in handen
nemen en actief organiseren. Sociaal pact 1944! Het was een document.
Sociaal pact werd tot wet verheven. Jaren later werd hetzelfde gedaan met
de ambtenaren, en met zelfstandigen. Gaandeweg wordt sociale
welvaartsstaat uitgebouwd. Het resultaat van die evolutie is ontwikkeling
van het sociale zekerheidsrecht.
- Definitie sociale zekerheidsrecht op zich (slide 21) : het is het geheel van
rechtsregels die het fundamentele recht op sociale zekerheid verankeren
en verwezenlijken. Leer de definitie die op die slide staat! Die moet je
, kunnen geven, prof heeft die definitie zelf gemaakt. Verankeren want het
recht op sociale zekerheid is sinds midden 20 ste eeuw verheven via
internationale verdragen tot een fundamenteel recht. Het is als
mensenrecht, en als grondrecht.
- Sociale zekerheid verleent subjectieve rechten op prestaties van sociale
zekerheid. Bv. werkloosheidsuitkeringen zijn prestaties van sociale
zekerheid. Het verleent subjectieve rechten, het is ofwel een minimum dat
inkomen garandeert (bv. leefloon), ofwel een vervanging van een inkomen
(bv. werkloosheidsuitkering), ofwel een aanvullen van een inkomen (bv.
tegemoetkoming hulp van derden, gezinsbijslagen). Het is altijd 1 van de
3. Finaliteit : uitkeringen zijn vergoedingen van schade die zich voordoet
door het intreden van een sociaal risico. Het is het soort van indekken
tegen sociale risico’s. Soms zijn we bezig met het herstellen van de
schade. Soms doen we aan schadepreventie (volgens sommigen doen we
dat nog veel te weinig, schade proberen voorkomen. In de regel zijn het
geldelijke prestaties, dit heeft met dat vergoedende karakter te maken. Er
is ook altijd een territoriaal karakter van de dekking : het is nog altijd een
heel erg nationale aangelegenheid. Verschillende landen hebben een
verschillend systeem. Men wil ook vermijden dat er buitenlanders kunnen
komen genieten van een bepaald systeem. Dit doet men door
voorwaarden op te leggen, bv. dat je op het grondgebied woont of
dergelijke. Het administratief recht zit ook als onderdeel in dat
socialezekerheidsrecht. Een ziekenfonds mag niet op eender welke manier
omgaan met zijn leden etc. Al die regels zijn deel van het administratief
recht dat tot het socialezekerheidsrecht wordt gerekend. We hebben ook
een soort financieringsrecht : bv. wat zijn de inkomsten die nodig zijn voor
die prestaties te gaan betalen, hoe moeten ze geïnd worden,..? Ook dit is
deel van het socialezekerheidsrecht. Ook regels in verband met cumul van
prestaties. Welke prestaties mag je gaan combineren? Je mag je uiteraard
niet verrijken, dus mechanismes moeten dit bewaken. Wettenrecht en
reglementering zijn talrijk aanwezig in socialezekerheidsrecht. We rekenen
dit tot de OO : hoe definiëren wij dat? Raakt aan de essentiële belangen
van de staat. Szr behoort tot OO want szr is resultaat van lange historiek
en szr is van belang voor onze maatschappij. 90% van de wetsbepalingen
waarover wij het hebben zijn van OO.
- Technieken van sociale zekerheid : er zijn 2 technieken die worden
geoperationaliseerd in het szr. Ze zijn totaal verschillend : sociale
verzekering versus sociale bijstand. Sociale verzekeringen zijn
verzekeringen die sociaal zijn. Bij klassieke verzekering ga je een bepaalde
premie betalen, bv. autoverzekering. We spreken niet van een premie,
maar een sociale zekerheidsbijdrage. We spreken van een sociaal risico, en
je krijgt een prestatie van sociale zekerheid om u te beschermen tegen de
gevolgen van dat sociaal risico. Essentieel in klassieke verzekeringen :
risico wordt niet gerealiseerd door verzekerde zelf. Autoverzekering zal
opzettelijk ongeval niet vergoeden. Bij sociale verzekeringen is dit niet
altijd het geval, nl. bv. je krijgt een kind, dat is opzettelijk maar je krijgt
zowiezo premie. Commerciële onverzekerbare risico’s worden soms ook
gedekt : risico’s die je vanuit rendementsoogpunt niet kan indekken, bv.
werkloosheidsuitkering. Met winst kan je dat in klassieke verzekering niet
genereren. Derde aspect : manier waarop sociale verzekeringen solidariteit
organiseren. Het gaat over een technische vorm van solidariteit. In
klassieke verzekering is er strikt verband tussen hoogte risico en hoogte
, premie, en strikt verband hoogte en betaling premie en dekking die je kan
krijgen. Bij sociale verzekeringen : hoogte van je bijdrage staat niet in
functie van het risico dat je representeert. Er wordt niet gekeken naar bv.
hoe gezond jij leeft. Hoogte van je inkomen bepaald hoeveel bijdragen jij
gaat moeten betalen. Soms krijg je zelfs recht op prestatie zonder dat jij
bijdrage betaald. Omvang van de dekking die je krijgt is
onafhankelijk van hoogte bijdrage, maar bepaald door de wet in
functie van de doelstellingen die de wet daarmee voor ogen
heeft !!! Op dat vlak hebben we onderscheid bismarck en beveridge
modellen. Er ontstaat verticale en horizontale solidariteit. Verticaal =
solidariteit tussen de inkomensklassen. Iemand met hoog inkomen versus
iemand met laag inkomen met eenzelfde kans op een risico, die krijgen
dezelfde prestaties maar die dat hoger inkomen had moet meer prestatie
betalen. Horizontaal = risicoprofielen. Degene met een goed profiel zal
solidair zijn met degene die een slecht profiel heeft. In realiteit gaan die
paramaters samen! Rijk maakt gezond, arm ongezond. Verplichte
ziektenkostenverzekering kan niet enkel gelden voor de armere die eraan
mee willen doen want dan is er te weinig geld (want de rijken willen niet zo
samen met die armen in die verzekering stappen want zij betalen dan
meer = anti-selectie, je weigert deel te nemen aan een verzekering omdat
je er zelf geen baat bij hebt). Dit is de reden dat sociale zekeringen
verplicht worden gesteld.
Les 2 (18/2)
- Vorige week zijn we begonnen met het typeren van sociale verzekeringen.
Sociale verzekeringen moeten zowel verticale als horizontale solidariteit
genereren. Nu kijken we naar onderscheid tussen verschillende types van
sociale verzekeringen :
o Volksverzekeringen : verzekeringen voor heel het volk, voor de
ganse bevolking van een bepaald grondgebied. Elke inwoner van
een bepaald grondgebied wordt gedekt door een volksverzekering.
Kennen we dit type van verzekeringen, sociale verzekeringen in
België? Ja, we kennen dit op niveau federale overheid en dat is onze
verplichte ziektekostenverzekering, dekt iedereen op het
grondgebied van België. We kennen ook volksverzekeringen op
niveau van de gemeenschappen : gezinsbijslagenverzekeringen. Zo
is de Vlaamse gezinsbijslagenverzekering van toepassing op
kinderen die wonen op het grondgebied van het Nederlandstalig
taalgebied. Deze volksverzekeringen knopen dus aan bij een
bepaald territorium.
o Professionele categoriale verzekeringen : professioneel :
verzekeringen die aanknopen bij een bepaalde vorm van
tewerkstelling. Die staan dus eigenlijk open voor leden van de
beroepsactieve bevolking. Heb je geen vorm van tewerkstelling?
Dan val je in de regel uit de boot voor wat die sociale verzekeringen
betreft. Dit is in de regel, want er zijn uitzonderingen :
Gelijkgestelden = bv. sociale verzekeringen die van
toepassing zijn op werknemers, die zijn ook van toepassing op
leerlingen in opleiding voor een bepaalde groep. Die
leerlingen worden dan gelijkgesteld met werknemers.
Gelijkgestelde perioden = is een groot probleem vandaag de
dag, ziekte telt mee als een gewerkte periode, en ook voor de
- 2 betekenissen in de van Dale (zie ppt slide). Er zijn dus 2 benaderingen :
de eerste is in zijn situationele / teleologische betekenis, waarbij we sociale
zekerheid beschouwen als een toestand die je wil bereiken. Het is de
oudste betekenis van de term, van Simon Bolivar. Daarbij is het beste
regeringsmodel voor de samenleving datgene dat het grootste mogelijk
geluk produceert, de grootst mogelijke sociale zekerheid en de grootst
mogelijke politieke zekerheid. Het gaat over een toestand die je wil
bereiken, de situatie waarin dat mensen zich geen zorgen moeten maken
over eten en huisvesting etc. social security act is een wet in de VS die een
basis van werkloosheidsverzekering organiseert en een aantal
voorzieningen geeft op vlak van ouderdom. Sociale zekerheid werd gezien
als een situatie die men wil. Maar.. samenleving verandert, dus we moeten
voortdurend opzoek naar die situatie. Het is een soort van streven, perfect
bestaat niet. Dat wij daar naar streven als mensen, heeft te maken met
onze intrinsieke kwetsbaarheid. Sociale zekerheid heeft te maken met het
feit dat wij als mensen intrinsiek kwetsbaar zijn. Wij zijn zoogdieren die
verzorging nodig hebben (zeker als je kind bent). Heel de kindertijd
moeten wij onderwijs krijgen, onderhouden worden,.. Opvoeding en
onderhoud zijn nodig waarin we bij sociale zekerheid rekening mee
houden. Hetzelfde geldt bij ziekte en handicap etc. er is maatschappelijke
context : je moet kunnen gaan arbeiden om in inkomen te voorzien. Dus
alles waardoor je niet kan gaan werken, geeft je beperkingen. Als je zorg
nodig hebt voor medische uitgaven gaat dat wat kosten. Onze intrinsieke
kwetsbaarheid wordt vergroot door het feit dat je moet werken om
inkomen te krijgen.
- Ook onderscheid met psychologische context van zekerheid. Voel je je
zeker in de samenleving? Hangt een beetje af van je ingesteldheid. U
sociaal zeker voelen is iets subjectief. Maar waar wij het over hebben is
een meer objectieve. Oorzaken van onzekerheid, onveiligheid, die
maatschappelijk te verklaren zijn en maatschappelijk op te lossen zijn. Het
gaat om sociale risico’s : oorzaken van onzekerheid die een
maatschappelijke oorsprong hebben, en waarvan we als samenleving het
belangrijk vinden om die collectief te gaan ondervangen. Deze risico’s
structureren het samenspel van onze sociale prestaties. Zie schema ppt 1
slide 18. Historisch gezien heeft de sociale zekerheid zich ontwikkeld als
een systeem van bescherming die zich indekt van die sociale risico’s. :
o Ziekte
o Arbeidsongeschiktheid
o Moederschapsrust
o Arbeidsongeval
o Beroepsziekte
o Werkloosheid
o Gezinslast
o Ouderdom of overlijden kostwinner
- 2de betekenis Van Dale : instrumentele betekenis. Geheel van middelen en
regelingen die ertoe bijdragen dat we komen tot een situatie van gebrek,
en dus bescherming tegen sociale risico’s. Als we kijken naar een modern
sociale zekerheidssysteem, dan is dat iets dat door de staat is geregeld,
maar als we kijken naar een beetje ruimer perspectief, zien we dat
, historisch gezien verschillende vormen van regelingen en instellingen
hebben bijgedragen tot het voorkomen van dat gebrek. Oudste middel van
sociale zekerheid, zijn de samenlevingsverbanden. Als je ziek bent, zal
in eerste instantie uw partner of uw mama voor u zorgen. Dit is eigenlijk
een middel van sociale zekerheid. Eigendom speelt ook een rol op dat vlak.
Het hebben van onroerende goederen / spaartegoeden, als je zoveel hebt
dan hoef je je geen zorgen te maken voor de sociale risico’s. We zien de
dag van vandaag de remedie om armoede te voorkomen, is uw eigen
woning hebben. Eigendom speelt een belangrijke rol in de situatie te
bereiken die u vrijwaart van armoede en gebrek. Ook
liefdadigheidsinstellingen hebben een belangrijke rol gespeeld.
Richting de 19e eeuw hadden we nog een beweging richting de privé
sfeer : de emancipatiestrijd van de arbeidersbeweging. Was een zeer
determinerende beweging. Als het industrieel kapitalisme tot ontwikkeling
kwam, tot dan waren wij echt een landbouwsamenleving. Wanneer
industrialisatie zijn intrede deed, zie je een overschakeling plaatsvinden.
Mensen trokken weg van het platteland. Mensen crepeerde met duizenden
op het platteland. Men ging naar stedelijke centra. Via machines begonnen
experimenten te ontstaan, en je kreeg een grote groep van mensen die
zich aanbiedt in die stedelijke centra om te gaan werken voor een dagloon.
Er kwam het ontstaan van het proletariaat. Ongeschoolde boeren boden
zich aan in de fabrieken in de steden; ze hadden niks anders dan hun lijf
om dagloon te creëren. Werkloosheid als sociaal risico ontstaat daar. Op
het platteland is altijd werk. Er ontstaat zoiets als solidariteitsbeurzen, het
waren systemen waarbij arbeiders zeiden dat ze op het einde van de week
een klein beetje in een pot ging. Als we dat met zoveel mogelijk deden, als
iemand dan ziek werd en kosten had, dan kreeg die iets uit de pot om toch
eten te kunnen kopen. Ze begonnen met technieken van onderlinge
verzekering, dit waren eigenlijk de embryo’s van de sociale verzekeringen.
De overheid kwam relatief laat in het beeld. Liefdadigheidsinstellingen
moesten nationaliseren. Armoedezorg werd een verantwoordelijkheid die
de overheid zelf naar zich ging toe trekken. Tot midden 19 e eeuw
probeerde Belgische staat mensen die te veel ‘lawaai’ maakte gewoon
omver te knallen. We zaten in liberale nachtwakersstaat. Alle arbeidsacties
en dergelijke werden gezien als hindernissen. Gaandeweg leerde de
overheid dat die arbeidersklasse niet te dimmen viel, omdat het probleem
er bleef en de tegenstellingen alleen maar groter werden. Verandering
bleef groeien. Op bepaald moment wisselen de krachtsverhoudingen :
overheid ziet in dat ze die emancipatiestrijd niet meer kan tegenhouden.
Overheid ging proberen ‘the best practices’ eruit te halen en te
subsidiëren. Je kreeg echt verandering van beleid. Particuliere initiatieven
werden gesubsidieerd. Door WOI en WOII worden die sociale
tegenstellingen nog eens op scherp gesteld. Bij elke oorlog was het de
werkende klas die strijd moest gaan voeren. Telkens werd er gezegd van ja
dat kan toch niet. Na WOII ging staat sociale bescherming in handen
nemen en actief organiseren. Sociaal pact 1944! Het was een document.
Sociaal pact werd tot wet verheven. Jaren later werd hetzelfde gedaan met
de ambtenaren, en met zelfstandigen. Gaandeweg wordt sociale
welvaartsstaat uitgebouwd. Het resultaat van die evolutie is ontwikkeling
van het sociale zekerheidsrecht.
- Definitie sociale zekerheidsrecht op zich (slide 21) : het is het geheel van
rechtsregels die het fundamentele recht op sociale zekerheid verankeren
en verwezenlijken. Leer de definitie die op die slide staat! Die moet je
, kunnen geven, prof heeft die definitie zelf gemaakt. Verankeren want het
recht op sociale zekerheid is sinds midden 20 ste eeuw verheven via
internationale verdragen tot een fundamenteel recht. Het is als
mensenrecht, en als grondrecht.
- Sociale zekerheid verleent subjectieve rechten op prestaties van sociale
zekerheid. Bv. werkloosheidsuitkeringen zijn prestaties van sociale
zekerheid. Het verleent subjectieve rechten, het is ofwel een minimum dat
inkomen garandeert (bv. leefloon), ofwel een vervanging van een inkomen
(bv. werkloosheidsuitkering), ofwel een aanvullen van een inkomen (bv.
tegemoetkoming hulp van derden, gezinsbijslagen). Het is altijd 1 van de
3. Finaliteit : uitkeringen zijn vergoedingen van schade die zich voordoet
door het intreden van een sociaal risico. Het is het soort van indekken
tegen sociale risico’s. Soms zijn we bezig met het herstellen van de
schade. Soms doen we aan schadepreventie (volgens sommigen doen we
dat nog veel te weinig, schade proberen voorkomen. In de regel zijn het
geldelijke prestaties, dit heeft met dat vergoedende karakter te maken. Er
is ook altijd een territoriaal karakter van de dekking : het is nog altijd een
heel erg nationale aangelegenheid. Verschillende landen hebben een
verschillend systeem. Men wil ook vermijden dat er buitenlanders kunnen
komen genieten van een bepaald systeem. Dit doet men door
voorwaarden op te leggen, bv. dat je op het grondgebied woont of
dergelijke. Het administratief recht zit ook als onderdeel in dat
socialezekerheidsrecht. Een ziekenfonds mag niet op eender welke manier
omgaan met zijn leden etc. Al die regels zijn deel van het administratief
recht dat tot het socialezekerheidsrecht wordt gerekend. We hebben ook
een soort financieringsrecht : bv. wat zijn de inkomsten die nodig zijn voor
die prestaties te gaan betalen, hoe moeten ze geïnd worden,..? Ook dit is
deel van het socialezekerheidsrecht. Ook regels in verband met cumul van
prestaties. Welke prestaties mag je gaan combineren? Je mag je uiteraard
niet verrijken, dus mechanismes moeten dit bewaken. Wettenrecht en
reglementering zijn talrijk aanwezig in socialezekerheidsrecht. We rekenen
dit tot de OO : hoe definiëren wij dat? Raakt aan de essentiële belangen
van de staat. Szr behoort tot OO want szr is resultaat van lange historiek
en szr is van belang voor onze maatschappij. 90% van de wetsbepalingen
waarover wij het hebben zijn van OO.
- Technieken van sociale zekerheid : er zijn 2 technieken die worden
geoperationaliseerd in het szr. Ze zijn totaal verschillend : sociale
verzekering versus sociale bijstand. Sociale verzekeringen zijn
verzekeringen die sociaal zijn. Bij klassieke verzekering ga je een bepaalde
premie betalen, bv. autoverzekering. We spreken niet van een premie,
maar een sociale zekerheidsbijdrage. We spreken van een sociaal risico, en
je krijgt een prestatie van sociale zekerheid om u te beschermen tegen de
gevolgen van dat sociaal risico. Essentieel in klassieke verzekeringen :
risico wordt niet gerealiseerd door verzekerde zelf. Autoverzekering zal
opzettelijk ongeval niet vergoeden. Bij sociale verzekeringen is dit niet
altijd het geval, nl. bv. je krijgt een kind, dat is opzettelijk maar je krijgt
zowiezo premie. Commerciële onverzekerbare risico’s worden soms ook
gedekt : risico’s die je vanuit rendementsoogpunt niet kan indekken, bv.
werkloosheidsuitkering. Met winst kan je dat in klassieke verzekering niet
genereren. Derde aspect : manier waarop sociale verzekeringen solidariteit
organiseren. Het gaat over een technische vorm van solidariteit. In
klassieke verzekering is er strikt verband tussen hoogte risico en hoogte
, premie, en strikt verband hoogte en betaling premie en dekking die je kan
krijgen. Bij sociale verzekeringen : hoogte van je bijdrage staat niet in
functie van het risico dat je representeert. Er wordt niet gekeken naar bv.
hoe gezond jij leeft. Hoogte van je inkomen bepaald hoeveel bijdragen jij
gaat moeten betalen. Soms krijg je zelfs recht op prestatie zonder dat jij
bijdrage betaald. Omvang van de dekking die je krijgt is
onafhankelijk van hoogte bijdrage, maar bepaald door de wet in
functie van de doelstellingen die de wet daarmee voor ogen
heeft !!! Op dat vlak hebben we onderscheid bismarck en beveridge
modellen. Er ontstaat verticale en horizontale solidariteit. Verticaal =
solidariteit tussen de inkomensklassen. Iemand met hoog inkomen versus
iemand met laag inkomen met eenzelfde kans op een risico, die krijgen
dezelfde prestaties maar die dat hoger inkomen had moet meer prestatie
betalen. Horizontaal = risicoprofielen. Degene met een goed profiel zal
solidair zijn met degene die een slecht profiel heeft. In realiteit gaan die
paramaters samen! Rijk maakt gezond, arm ongezond. Verplichte
ziektenkostenverzekering kan niet enkel gelden voor de armere die eraan
mee willen doen want dan is er te weinig geld (want de rijken willen niet zo
samen met die armen in die verzekering stappen want zij betalen dan
meer = anti-selectie, je weigert deel te nemen aan een verzekering omdat
je er zelf geen baat bij hebt). Dit is de reden dat sociale zekeringen
verplicht worden gesteld.
Les 2 (18/2)
- Vorige week zijn we begonnen met het typeren van sociale verzekeringen.
Sociale verzekeringen moeten zowel verticale als horizontale solidariteit
genereren. Nu kijken we naar onderscheid tussen verschillende types van
sociale verzekeringen :
o Volksverzekeringen : verzekeringen voor heel het volk, voor de
ganse bevolking van een bepaald grondgebied. Elke inwoner van
een bepaald grondgebied wordt gedekt door een volksverzekering.
Kennen we dit type van verzekeringen, sociale verzekeringen in
België? Ja, we kennen dit op niveau federale overheid en dat is onze
verplichte ziektekostenverzekering, dekt iedereen op het
grondgebied van België. We kennen ook volksverzekeringen op
niveau van de gemeenschappen : gezinsbijslagenverzekeringen. Zo
is de Vlaamse gezinsbijslagenverzekering van toepassing op
kinderen die wonen op het grondgebied van het Nederlandstalig
taalgebied. Deze volksverzekeringen knopen dus aan bij een
bepaald territorium.
o Professionele categoriale verzekeringen : professioneel :
verzekeringen die aanknopen bij een bepaalde vorm van
tewerkstelling. Die staan dus eigenlijk open voor leden van de
beroepsactieve bevolking. Heb je geen vorm van tewerkstelling?
Dan val je in de regel uit de boot voor wat die sociale verzekeringen
betreft. Dit is in de regel, want er zijn uitzonderingen :
Gelijkgestelden = bv. sociale verzekeringen die van
toepassing zijn op werknemers, die zijn ook van toepassing op
leerlingen in opleiding voor een bepaalde groep. Die
leerlingen worden dan gelijkgesteld met werknemers.
Gelijkgestelde perioden = is een groot probleem vandaag de
dag, ziekte telt mee als een gewerkte periode, en ook voor de