Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Necrosevormen | Histopathologie | Universiteit Gent | 2025/26

Rating
-
Sold
-
Pages
0
Uploaded on
31-05-2026
Written in
2025/2026

Studiemateriaal voor het onderdeel Necrosevormen uit de cursus Histopathologie aan Universiteit Gent. Het document behandelt de zes vormen van necrose: coagulatie-, liquefactie-, gangreuze, caseuze, vet- en fibrinoïde necrose, met voor elke vorm de kenmerken, typische locaties en klinische relevantie uitgelegd. Ideaal voor examenvoorbereiding in Revalidatiewetenschappen en Kinesitherapie, met duidelijke structuur en concrete voorbeelden per necrosesoort.

Show more Read less
Institution
Course

Content preview

Necrosevormen
Histopathologie — partim Ferdinande · Pathologie van de cel


Necrose is ongecontroleerde (pathologische) celdood. In tegenstelling tot apoptose gaat necrose
gepaard met zwelling van de cel, verlies van membraanintegriteit, lekkage van de celinhoud en
bijna altijd een omliggende ontstekingsreactie. Hieronder de zes vormen die in de cursus
besproken worden.


1. Coagulatienecrose
Kenmerk Celstructuren blijven nog een tijdje intact door denaturatie van eiwitten, terwijl de celkern
verdwijnt.

Typisch bij Typisch bij ischemische schade in solide organen, zoals het hart.

Extra De architectuur van het weefsel blijft herkenbaar omdat de eiwitten denatureren in plaats
van direct te worden afgebroken.



2. Liquefactienecrose
Kenmerk Snelle enzymatische afbraak leidt tot volledige weefselvervloeiing (het weefsel wordt
vloeibaar).

Typisch bij Typisch bij herseninfarcten (ischemie in de hersenen) en bij bacteriële/fungale infecties
met pusvorming.

Extra Het weefsel verliest zijn structuur volledig door de sterke enzymatische vertering.



3. Gangreneuze necrose
Kenmerk Ischemische necrose die kan uitdrogen of door infectie kan vervloeien.

Typisch bij Meestal in ledematen of darmen.

Extra Droge gangreen: het weefsel droogt uit. Natte gangreen: door bacteriële infectie
ondergaat het liquefactie.



4. Caseuze necrose
Kenmerk Zachte, korrelige (granulair), kaasachtige necrose.

Typisch bij Typisch bij tuberculose; omgeven door granulomen.

Extra Veroorzaakt door een combinatie van celafbraak en immuunrespons.



5. Vetnecrose
Kenmerk Necrose van vetweefsel waarbij de celkernen verdwijnen en verkalking kan optreden.

Typisch bij Typisch bij chirurgie of trauma's.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
May 31, 2026
Number of pages
Unknown
Written in
2025/2026
Type
SUMMARY

Subjects

$4.11
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller
Seller avatar
robbeheynderickx

Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
robbeheynderickx Universiteit Gent
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
-
Member since
1 month
Number of followers
0
Documents
14
Last sold
-

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions