● niet op duidelijk moment ontstaan
● geschiedenis van de film uit verschillende factoren
● idee om het stil te kunnen zetten → tijd vasthouden
● panorama = alles + uitzicht → breder dan normale
● Barker: ‘rotunda’ = rond het schilderij kunnen zien → mensen verplaatsen
● Daguerre: diorama = transparant zichtbaar object → schilderij verplaatst
2. Projectie
● bestaat altijd en overal → geometrie,...
● camera obscura = zwarte kamer met 1 lichtbron die reflecteerde wat je
buiten zag, omgekeerde van werkelijkheid
● laterna magica = voorloper beamer, imitatie van leven
→ transparante afbeeldingen omgekeerd erin, lichtbron binnenin
● diablerie = eerste horror door skeletten en enge dingen
● Robert: phantasmagoria = shows met die magische lantaarns (pretpark)
→ mobiel maken die projecties verplaatst van geesten, enge gebieden
→ 1797: startte het bijgeloof
→ gebruik van 'warning'
● pepper's ghost = illusie techniek om geest te verschijnen, onder podium
→ iemand als spook, door spiegels geprojecteerd (hologramachtig)
3. Fotografie
● paar momenten als medium voor perfectioneren van registratie van
bewegend beeld
● licht vastleggen
● daquerretechniek = jodium + zilver + metalen plaat iets vastleggen
→ 10 min. ontwikkelingstijd dus bewegende mensen stonden er niet op
4. Beweging
● foto’s combineren om beweging te reconstrueren
● Muybridge: fotograaf, experiment foto’s maken van beweging (1872)
→ ‘Horse in motion’ = 12 camera’s met touwtje waar paard over gaat
→ zoöpraxiscope = foto’s naschilderen op cilinder, beweging door draaien
● Marey: chronofotografie = geweer met glasplaatjes in cilinder die draait
→ 12 beelden in één seconde
● stereoscoop = twee foto’s door bril met beiden ogen zien, 3D effect
● fenakistoscoop = bedriegen van oog, illusie door snelle beweging
→ persistence of vision/ flicker fusion = lichtnauwerking
● Reynaud: praxinoscoop = toverlantaarn met spiegels aan binnenkant
→ pellicule = beelden schijnen op transparante gelatinestrook met perforaties
● Eastman: kodak camera = voor iedereen, pellicule die draait, cinema mog.
,THOMAS A. EDISON
● kinetograph = variant op kodak camera → uitvinder camera door inspo
● Black Maria = eerste filmstudio, eerste filmpjes met ongefilterd zonlicht
→ kon roteren met beweging van zon, inspo uit ‘writing hut’
● ‘Serpentine’ met Carmencita en Annabelle: gebruik spotlights
→ slow motion door 46 frames per sec
● ‘Corbet fight’: boxen met Sandow opnieuw in studio
● ‘Boxing cats’: namaak van professor Welton
● ‘Fred Ott’s sneeze’: eerste keer in studio, vrouw wou dit
WILLIAM K.L. DICKSON (hulp Edison)
● zei dat hij de uitvinder was
● dia: beeld + geluid met elkaar koppelen (van begin kleur en geluid willen)
● kinetoscoop = beweging in grotere steden
→ ‘Peepshow’: muntje voor catrollen met pelliculen
● phonoscoop = muntje voor geluidsopname te luisteren
→ hoofdtelefoon voor het eerst zichtbaar
→ wou beeld, geluid en kleur samen
● mutoscoop = fotobak met afgedrukte foto’s laten draaien
● filoscoop = boekje snel opendoen dat beweging creëert
● biograph projector = dubbele scherpte en grootte dan de Kodak
JENKINS EN ARMAT
● concurrentie van company Edison
● vitascope = gepikt van Edison met phantascoop (betalen)
→ eerste theater die film introduceerde: Koster & Bials
→ grand tableau door kader voor bourgeoisie
LUMIÈRES
● cinématographe = opbouwen tot projector, draagbaar, buiten alledaagse
leven, geen zelfde tempo (te traag)
● ‘Sortie de l’usine lumière à Lyon’: dingen zoals ze zijn filmen (1894)
● ‘Arrivée d’un train’: hoe het toen ging, dieptewerking met diagonaal
→ dynamiek in beeld, 10 films bij eerste voorstelling waar mimiek verandert
● ‘L’arroseur arrosé’: verhalende fictie over jongen en boer
→ met specials effects, gebasseerd op strip, kwajejongensstreken
→ Lumières gaan in buitenland non-fictie maken (voorlopers emissieeffect)
,MELIES
● illusionist, filmmaker, meer fictie (<-> Lumières)
● illusies van Houdain en kocht camera van Lumières
● ongewilde montage door duw → stop motion (special effects)
● 'Excelsior de magiër" : duidelijke stop motion
● ‘Un homme de têtes’: illusietheater → koppeling theater en cinema
● ‘Cendrillon’: verbazing van bewegend beeld, kort verhalende films
● féeries = ontdekking cinema als verhalend medium
→ volkstheater, hybride van alle vormen van spektakel, commercieel
→ alleen grote theaters met tekst
→ rook, lift, verdwijnen, verschijnen, zang, fysieke humor = slapstick
→ bovennatuurlijke wezens, veels succes
→ hij deed alles zelf → acteren, kostuums, schetsen
● Montreuil = studio als serre met veel licht (glazen studio)
→ tegenstellingen: Lumiere binnen, Edison Black Maria
● ‘L’affaire Dreyfus’: fictiefilm gebaseerd op feiten van spionage (1899)
→ 11 scènes gezien als 11 verschillende films (nog geen langere films)
● ‘Voyage dans la lune’: film waar hij zelf in acteerde (1902)
→ 17 shots als één film (13 min) → geen montage in shots
→ opmerking = stille films waren nooit stil ! → met plaat
→ spreker nodig om te zien waarnaar te kijken
→ superimpositie effect = overlapping tussen 2 filmpjes (dissolving)
→ belichting door ongefilterd zonlicht
→ niet juist op en afkomen → absolute continuïteit nodig
→ decor = primitieve kartonnen
→ dichter komen door stop motion
→ crosscutting = afwisselen van verschillende scènes
→ parallelmontage = acties in verschillende scènes tegelijkertijd
→ zwarte achtergrond → beeld in beeld
→ grote evolutie op 7 jaar tijd maar wel nog primitief
LOUIS LE PRINCE
● films in Brighton en nieuwe camera’s door engelse ingenieurs
● FIAF = elk land eigen filmarchief met jaarlijkse bijeenkomst
PAUL
● ‘The haunted curiosity shop’
, SMITH
● ‘The kiss in the tunnel’: gebruik multishots → zijn er 2, lijker er 3
● ‘Santa claus’: gebruik vignette-shots = camera masker
→ vooraan en achteraan gebeurt er iets door projectie
● ‘Grandma readings glass’: vergrootglas op dingens door vignette-shots
● point of view - shots = gezichtspunt gebruiken (troebel bij wenen)
● ‘Sick kitten’: close up was nodig om te kunnen zien
→ shot 2 in shot 1 = in cutting → nodig voor verhaal
● ‘Mary Janes Mishap’: analytische montage, full body, medium en terug
→ establishing shot = originele grootte terug brengen → full body shot
→ match on action = actie in verschillende shots voortzetten
→ wipes = wegduwen van vorig beeld
→ gebruik van transparant ghost effect
HEPWORTH
● ‘How it feels to be runover’: eerste keer schrijven op film (avant la lettre)
JAMES WILLIAMSON
● ‘Stop thief’: filmpjes in 3 shots, dieptewerking, foute richtingen, theatraal
● ‘Big swallow’: effect van close up wordt gerealiseerd
EDWIN PORTER
● ‘Grandpa readings glass’: inspo van Smith (ook Méliès)
● ‘Jack and the beanstalk’: meisje als jongen gespeeld → drague
● ‘The great train robbery’: langere film met verhaal
→ evolutie naar geïntegreerde narratieve cinema (eu en am.)
→ volgen europese model (méliès) → amerika neemt voortouw
→ gebruik van tinting toning = sepiakleurige beelden
→ trein geprojecteerd op zwart scherm
→ frame per frame inkleuring
→ 2 soorten diagonaal
→ penning en tilting = bewegen met acties
→ reframing = van frame veranderingen in één beweging
→ tijdsverloop lukt niet → crosscutting lukte dus niet
PATHé
● technologische en socio-culturele ontwikkeling: wie kijkt, hoe,... (frans+am)
→ Pathé = bedrijf/organisatie → actief in fotomateriaal (potentiel)
→ pioniers in zakenkant van film + kopieën maken van films (andere maar 1)
→ meerdere kopieën van eenzelfde negatief → speciale zaal
→ investeerde in andere landen in ontwikkeling van filmfaciliteiten
● Pathé studio: camera in doos op wieltjes (1901) (Méliès model: glazen)
● volmaakte kleuren realiseren → vroege films eigenlijk vaak met kleur