Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Politieke communicatie | UA | 2025/2026

Rating
-
Sold
1
Pages
71
Uploaded on
30-05-2026
Written in
2025/2026

Dit document bevat volledige cursusnotes voor Politieke communicatie aan de Universiteit Antwerpen (2025/2026). De noten behandelen negen hoofdstukken: introductie tot politieke communicatie, politiek nieuws en mediatisering, media-effecten (agenda-setting, priming, framing), normatieve democratietheorieën, verkiezingscampagnes, politieke kennis en desinformatie, en de aanpassingen van politiek aan medialogica.

Show more Read less
Institution
Course

Content preview

Politieke communicatie
INHOUDSOPGAVE

HOOFDSTUK 1: INTRODUCTIE 1

1. WAT IS “POLITIEKE COMMUNICATIE”? 1
1.1. DEFINITIE 1
1.2. WAT? 1
2. ZEVEN STELLINGEN 2
3. FOUNDING FATHERS 4
4. THEORIEËN 4
5. MEDIATISERING VAN DE VLAAMSE POLITIEK (CFR. H2) 5
6. METHODE IN POLITIEKE COMMUNICATIE 5

HOOFDSTUK 2: POLITIEK NIEUWS 6

1. MEDIATISERING VAN DE VLAAMSE POLITIEK 6
2. DIMENSIE 1: MEDIA ZIJN BELANGRIJKSTE BRON VAN INFORMATIE 6
3. DIMENSIE 2: MEDIA ZIJN POLITIEK ONAFHANKELIJKHEID 7
3.1. KRANTEN: VAN PARTIJDIGE LOGICA NAAR MEDIALOGICA 7
3.2. OMROEP: VAN PARTIJLOGICA NAAR MEDIALOGICA 8
3.3. NAAR MEDIALOGICA 9
4. DIMENSIE 3: MEDIA BEPALEN ZELF HUN FORMAT EN INHOUD 10
5. DIMENSIE 4: POLITIEKE ACTOREN EN PROCESSEN PASSEN ZICH AAN DE MEDIA EN HAAR LOGICA AAN 10
6. WAT WORDT POLITIEK NIEUWS? (JOURNALISTIEK OOGPUNT) 10
6.1. GATEKEEPING THEORY 10
6.2. KRITIEK OP GATEKEETING THEORY 11
6.3. NIEUWSPRODUCTIE 11
7. NIVEAUS VAN NIEUWSPRODUCTIE 12
7.1. NIVEAU 1: INDIVIDUELE JOURNALIST 12
7.2. NIVEAU 2: MEDIAROUTINES 12
7.3. NIVEAU 3: ORGANISATIE/HET MEDIUM 14
7.4. NIVEAU 4: OMGEVING 14
7.5. NIVEAU 5: IDEOLOGIE/SOCIAAL-CULTURELE CONTEXT 14
8. CONCLUSIE 15

HOOFDSTUK 3: MEDIA-EFFECTEN 16

1. MEDIA-EFFECTEN: ALGEMEEN 16
1.1. WAT BEDOELEN MET MEDIA-EFFECTEN? 16
1.2. WAAROM ZIJN MEDIA-EFFECTEN MOGELIJK? 16
1.3. HOE WORDEN MEDIA-EFFECTEN ONDERZOCHT? 17
1.4. WAAROM ZIJN EFFECTEN ZO MOEILIJK TE METEN? 17
1.5. MEDIA-EFFECTEN: GOED OF SLECHT? 17
2. HISTORIEK MEDIA-EFFECTEN 18
2.1. FASE 1: ALMIGHTY MEDIA (JAREN ’20-’40) 18
2.2. FASE 2: MINIMAL EFFECTS-HYPOTHESIS (JAREN ’40-’60) 19
2.3. FASE 3: BACK TO POWERFUL MASS MEDIA (JAREN ’70) 19
2.4. FASE 4: CONDITIONAL EFFECTS (JAREN ’80-’90) 20
2.5. FASE 5: A NEW ERA OF MINIMAL EFFECTS? 20

,3. AGENDASETTING 21
3.1. GRONDLEGGERS: MCCOMBS EN SHAW 22
3.2. ‘CONTIGENCY’ VAN AGENDASETTING 22
3.3. RECENTE EVOLUTIES 23
4. PRIMING 23
4.1. WAT ZIJN PRIMINGEFFECTEN? 23
4.2. GRONDLEGGERS: IYENGAR & KINDER 24
4.3. GEVOLG VAN PRIMING 24
5. FRAMING 24
5.1. WAT IS EEN FRAME? 24
5.2. SOORTEN FRAMES 25
5.3. WAT ZIJN FRAMINGEFFECTEN? 25
5.4. GRONDLEGGERS: KAHNEMAN & TVERSKY 25
5.5. GRONDLEGGER POLITIEKE COMMUNICATIE: ENTMAN 26
6. VERGELIJKING VAN 3 EFFECTTHEORIEËN 26
6.1. CAUSAAL MECHANISME AGENDA-SETTING 26
6.2. PRIMING EN FRAMING: SOORT AGENDA-SETTING? 27
6.3. CAUSAAL MECHANISME FRAMING 27
6.4. CAUSAAL MECHANISME PRIMING 27
6.5. VERGELIJKING: CAUSALE MECHANISMEN 27

HOOFDSTUK 4: NORMATIEVE THEORIEËN 28

1. VIER MODELLEN VAN DEMOCRATIE (STRÖMBÄCK) 28
1.1. PROCEDURELE DEMOCRATIE 28
1.2. COMPETITIEVE DEMOCRATIE 28
1.3. PARTICIPATIEVE DEMOCRATIE 29
1.4. DELIBERATIEVE DEMOCRATIE 29

HOOFDSTUK 5: VERKIEZINGSCAMPAGNES EN BELANG VAN NIEUWE MEDIA 30

1. BELANG VERKIEZINGSCAMPAGNES 30
2. POLITIEKE MARKETING 30
2.1. POLITIEKE MARKETINGMIX 31
2.2. BESLUIT 33
3. HISTORISCHE SCHETS 33
4. ONLINE-CAMPAGNES VS 33
4.1. OBAMA CAMPAGNE 34
4.2. ROL VAN TECHNOLOGIEBEDRIJVEN 35
4.3. MICROTARGETING: BEPERKINGEN 35
4.4. SOCIALE MEDIA 35

HOOFDSTUK 6: POLITIEKE KENNIS EN (DES)INFORMATIE 37

1. WAT IS POLITIEKE KENNIS EN IS HET BELANGRIJK? 37
1.1. WAT IS POLITIEKE KENNIS? 37
1.2. IS POLITIEKE KENNIS BELANGRIJK? (CLAWSON & OXLEY) 37
2. HOE VERWERVEN/GEBRUIKEN WE POLITIEKE KENNIS? 37
2.1. HOE GEBRUIKEN WE POLITIEKE KENNIS? 38
3. POLITIEKE KENNIS METEN 38
4. VERSCHILLEN IN POLITIEKE KENNIS 38
5. DE ROL VAN DE MEDIA 39

,5.1. INVLOED VAN KNOWLEDGE GAP 39
6. UNIFORMED NAAR MISINFORMED 40
6.1. VAN NEPNIEUWS NAAR DESINFORMATIE 40
6.2. WAT IS WAARHEID? 40
6.3. WAT IS EEN LEUGEN? 41
7. GASTCOLLEGE DECHECKERS 41
7.1. MISINFORMATIE <-> DESINFORMATIE 42
7.2. SOORTEN MISINFORMATIE EN DESINFORMATIE 42
7.3. DISRUPTIE: AI 43
7.4. HERKENNEN VAN DESINFORMATIE 43

HOOFDSTUK 7: MEDIAFORMAT EN INHOUD (DIMENSIE 3) 44

1. MEDIATISERING VAN DE POLITIEK 44
1.1. FOUR DIMENSIONS OF MEDIATIZATION 44
2. DERDE DIMENSIE VAN MEDIATISERING 45
3. MEDIAFORMAT (= HOE OVER POLITIEK BERICHTEN) 45
4. WIE GAAN ZE BERICHTEN 46
4.1. WELKE FACTOREN BEPALEN DE MEDIA-AANDACHT? 46
4.2. DIGITALE MEDIA EN MACHT? 47
4.3. STRIJD TUSSEN POLITICI 47
4.4. POLITICI DOOR MEDIA GEMAAKT/GEKRAAKT? 49

HOOFDSTUK 8: DE POLITIEK PAST ZICH AAN (DIMENSIE 4) 50

1. DIMENSIE 4: POLITIEKE ACTOREN EN PROCESSEN PASSEN ZICH AAN DE MEDIA EN HAAR LOGICA AAN 50
2. MEDIA EN POLITIEKE AGENDASETTING 50
2.1. VERSCHIL PUBLIEKE AGENDASETTING EN POLITIEKE AGENDASETTING 50
2.2. AGENDASETTING: METHODEN 51
2.3. MIXED EVIDENCE 51
2.4. TOWARDS A THEORY OF POLITICAL AGENDA-SETTING 53
2.5. VERKLARINGEN VOOR TEGENGESTELDE RESULTATEN 55
2.6. WAAROM REAGEREN POLITICI OP MEDIA BERICHTGEVING? 57
3. INVLOED OP INSTELLINGEN 57
3.1. PARLEMENT VERLIEST AAN BELANG ALS CENTRALE ARENA VOOR DEBAT 57
4. CONCLUSIES 58
4.1. THE CONTINGENCY OF MEDIA POWER (VOORWAARDELIJK AFHANKELIJK VAN): 58
4.2. MACHT VAN DE MEDIA IS REËEL – MAAR OVERSCHAT 59
4.3. WEDERKERIGHEID VAN DE RELATIE 59
4.4. INVLOED VAN DE MEDIA ≠ INVLOED VAN DE JOURNALIST 59

HOOFDSTUK 9: POLITIEKE COMMUNICATIE IN COMPARATIEF PERSPECTIEF 60

1. MODEL HALLIN & MANCINI 60
1.1. VERGELIJKEN VAN POLITIEKE MEDIASYSTEMEN 60
1.2. HALLIN & MANCINI (2004) 60
2. KRITIEK OP MODEL VAN HALLIN & MANCINI 61
3. CASUS: BELGIË – NEDERLAND 62
4. CASUS: WAAROM SOMMIGE LANDEN MEER LAST HEBBEN VAN DESINFORMATIE UIT RUSLAND DAN ANDERE?
62

,GASTCOLLEGE: VALERIE VAN PEEL 64

1. POLITIEK JOURNALISTEN EN WOORDVOEREDERS 64
2. RELATIE TUSSEN MEDIA EN POLITIEK 64
2.1. VERSCHILLENDE SOORTEN RELATIES 64

GASTCOLLEGE: CONNER ROUSSEAU 66

1. CLICKBAIT INDUSTRIE 66

, HOOFDSTUK 1: Introductie

1. Wat is “politieke communicatie”?

1.1. Definitie

Graber: “The construction, sending, receiving and processing of messages that potentially have a
significant direct or indirect impact on politics. The sender or receiver may be politicians, journalists,
members of interest groups, or citizens”.

[ Het construeren, verzenden, ontvangen en verwerken van boodschappen die een potentieel
belangrijke directe of indirecte impact hebben op de politiek. De zender en ontvanger kunnen
politici, journalisten, leden van belangengroepen of burgers zijn. Deze boodschappen kunnen
uit verschillende bronnen afkomstig zijn en politieke processen beïnvloeden.

Chaffee: “Pol Com is about the role of communication in the political process.”

[ Het gaat heel vaak over de rol van communicatie in politieke processen.

Voorbeelden politieke communicatie

- Een politicus die een persconferentie geeft.

- Vrouwen in Iran die op straat komen om op te komen voor hun rechten.

- Podcasten, zoals van De Standaard bijvoorbeeld.

1.2. Wat?




Er zijn drie sociale actoren die onderling met elkaar interageren en informatie uitwisselen. Sociale
media bevinden zich in een centrale en moeilijk af te bakenen positie, waardoor het communicatiespel
complexer wordt. Ze versterken de interactie tussen de actoren en vergroten de mogelijkheid voor het
publiek om invloed uit te oefenen op zowel de media als de politiek.




1

, 2. Zeven stellingen
Stelling 1: Politieke communicatie raakt de kern van politieke wetenschappen, en ook
de democratie.

De grafiek toont de relatie tussen persvrijheid en de mate van democratische ervaring in een land.
Hieruit blijkt een duidelijke correlatie: democratische landen kennen doorgaans een hogere mate van
persvrijheid dan niet-democratische regimes. Persvrijheid fungeert daarbij als een belangrijke
indicator van maatschappelijke en politieke vrijheid.

De democratie staat de laatste jaren echter onder druk. Na de val van de Sovjet-Unie maakten
verschillende landen een democratische transitie door, maar deze evolutie is niet overal duurzaam
gebleken. Ook in verschillende Arabische landen ontstond een kantelmoment, maar daar leidde dit
vaak niet tot stabiele democratieën. Zo kende Egypte korte tijd een meer democratische fase, terwijl
tegelijk journalisten werden opgesloten, wat wijst op blijvende beperkingen van persvrijheid. In
meerdere landen wereldwijd staat zowel de democratie als de persvrijheid vandaag onder druk.




Een voorbeeld hiervan is Hongarije, waar democratische principes en mediavrijheid steeds meer
worden ingeperkt. Opvallend is dat sommige leiders uit de westerse wereld, die traditioneel
democratische waarden verdedigden, steun vinden bij figuren zoals Donald Trump, die zelf
regelmatig kritisch stond tegenover de media.

Ook buiten Europa zien we ernstige bedreigingen voor politieke communicatie en persvrijheid. Zo
werd een journalist die kritisch schreef over Saoedi-Arabië vermoord, wat internationale aandacht
kreeg en de kwetsbare positie van journalisten illustreert.

Zelfs in gevestigde democratieën kan mediavijandigheid toenemen. Tijdens de coronaperiode
moesten journalisten van de NOS bijvoorbeeld logo’s van hun voertuigen verwijderen om vandalisme
en agressie te vermijden. Dit toont aan dat ook daar de relatie tussen media, publiek en politiek onder
spanning kan staan.

Stelling 2 – Ongenoegen over media is van alle tijden

Politici hebben zich in verschillende tijden kritisch uitgesproken over de media. Ze zeggen vaak dat
politici zich anders gedragen zodra er camera’s bij zijn, waardoor er meer drama komt en minder
inhoud. Dit is geen nieuw fenomeen, maar bestaat al lang. Er is al lange tijd ontevredenheid over hoe
de media over politiek berichten. Tegelijk kan kritiek op de media ook gezond zijn in een democratie.
2

,Ook in de wetenschap bestaat hierover discussie. Al jaren debatteren onderzoekers over de vraag of
journalisten hun werk vandaag beter doen dan vroeger, of net slechter. Daarover bestaan veel
verschillende meningen.

Stelling 3 – Objectief nieuws bestaat niet

Journalisten plaatsen nieuws vaak in een bepaald frame, waardoor soms een vertekend beeld kan
ontstaan. Zo kan een titel al een bepaald frame geven, terwijl het artikel zelf meer nuance en context
biedt wanneer je het volledig leest. Ook foto’s kunnen een frame versterken en zo beïnvloeden hoe
mensen het nieuws interpreteren. Objectiviteit blijft een belangrijk ideaal in de journalistiek, al is dat
niet altijd volledig haalbaar. Een realistischer doel is onpartijdigheid, waarbij journalisten alle politici
op een gelijke manier behandelen.

Een voorbeeld is berichtgeving over het geluk van jongeren. Afhankelijk van welk aspect wordt
benadrukt, kan hetzelfde onderwerp in een ander frame geplaatst worden, wat beïnvloedt hoe mensen
het probleem begrijpen. Krantenkop: Vlaamse jongeren stralen van geluk <-> Krantenkop: Eén op
vijf jongeren verwondt zichzelf

Stelling 4 – Politieke macht van de media wordt overschat

Veel politici zeggen dat de macht van de media vaak wordt overschat. Een voorbeeld is toen Groen-
voorzitter Bart Dhondt na een jaar opstapte. Sommigen verklaarden het slechte resultaat van Groen
door te zeggen dat hij minder “mediageniek” was.

De invloed van de media moet echter als een empirische vraag bekeken worden. Met andere woorden:
de macht van de media ligt niet vast, maar is iets wat onderzoekers proberen te meten en beter te
begrijpen.

Stelling 5 – Media invloed is een empirische vraag

De twee uitdagingen:

- Alomtegenwoordigheid van nieuwe media: Nieuws komt vandaag voortdurend binnen,
tussen een stroom van andere berichten. Daardoor is het moeilijk om te bepalen wie het
nieuws echt heeft gevolgd en wie niet.

- Mediatisering van de politiek: De politiek past zich voortdurend aan. Politici denken na over
hoe de media zullen reageren en wat kritisch bekeken zal worden. Op basis daarvan passen ze
hun gedrag en houding aan.

Stelling 6 – Politieke communicatie is systeem gevoelig

Veel onderzoek naar politieke communicatie focust op de Verenigde Staten. Toch verschilt de VS op
veel vlakken van landen zoals België en Nederland. De VS is een interessante casus omdat het land
op sommige domeinen vooroploopt, maar tegelijk ook atypisch is: er gebeuren dingen die in België
of Nederland nauwelijks voorkomen.




3

,In de VS is het vertrouwen in de media relatief laag, vooral bij Republikeinse kiezers. Hetzelfde geldt
voor universiteiten, waar Republikeinen vaak kritisch tegenover staan, omdat deze instellingen door
hen als eerder links worden gezien.

Stelling 7 – Nieuwe media zijn niet het einde van de klassieke media, maar hybriditeit

Klassieke media en nieuwe media beïnvloeden elkaar voortdurend. Zo kan een politicus zoals Tom
Van Grieken op Instagram verwijzen naar een krantenartikel over zichzelf en zo extra aandacht
creëren. Ook Conner Rousseau kreeg meer bekendheid toen hij deelnam aan De Slimste Mens: zijn
aantal volgers op Instagram verdubbelde.

Een ander voorbeeld is de bestorming van het Capitool. Terwijl de gebeurtenissen live te zien waren
op CNN, verspreidde Donald Trump tegelijk berichten op Twitter over wat er gebeurde. De dag
nadien werd het wereldwijd nieuws, en in de dagen daarna verschenen reconstructies en analyses.
Gaandeweg veranderde ook de framing van de gebeurtenis. Zo werd het op de website van het Witte
Huis op een bepaald moment voorgesteld als een vreedzame gebeurtenis.

3. Founding fathers
Lippmann schreef het boek Public Opinion. Hij maakte een onderscheid tussen de echte wereld en
de “beelden in ons hoofd”. Volgens hem beïnvloedt mediaberichtgeving sterk hoe wij die beelden
vormen en dus hoe we de werkelijkheid begrijpen.

Lasswell ontwikkelde het bekende communicatiemodel: “Who says what, in which channel, to
whom, with what effect?” Hiermee wilde hij duidelijk maken hoe communicatie werkt en welke
impact ze kan hebben.

Lazarsfeld schreef The People’s Choice, een belangrijk werk over hoe kiezers hun stemgedrag
vormen en welke rol media daarin spelen.

McQuail wordt vaak gezien als een van de belangrijkste grondleggers van het mediastudies-
onderzoek. Hij deed onder meer onderzoek naar de rol van televisie in verkiezingscampagnes in de
jaren zestig.

4. Theorieën
- Normatieve theorieën over democratische rol media

- Theorieën over nieuwsproductie

- Media-effect-theorieën

- Informatieverwerking

- Mediatisering van de politiek

- Politieke agendasetting




4

, 5. Mediatisering van de Vlaamse politiek (cfr. H2)

Dimensie 1: Media zijn Dimensie 2: Media zijn
belangrijkste bron van politiek onafhankelijk
informatie



Dimensie 3: Media
bepalen zelf hun format
en inhoud



Dimensie 4: Politieke
actoren en processen
passen zich aan de media
en haar logica aan

[ De vier dimensies moeten aanwezig te zijn om te spreken van mediatisering.

6. Methode in politieke communicatie
Kwalitatief versus kwantitatief

- Kwantitatief: Inhoudsanalyse, surveyonderzoek en experiment (causaliteit vaststellen)

[ Tellen/meten/in kaart brengen

- Kwalitatief: Discoursanalyse, diepte-interview, participerende observatie en focusgroepen

[ Interpreteren/begrijpen




5

, HOOFDSTUK 2: Politiek nieuws

Voorbeeld Bill White – Het is opmerkelijk door het ongebruikelijk taalgebruik van de diplomaat, en
daarnaast ook dat de aanval zo openlijk wordt gepost. Dat is niet het gebruikelijke wat een diplomaat
normaal doet. Het is hen geleerd dat diplomaten discreet moeten zijn, en als ze kritiek hebben op een
staat wordt dat minder openlijk gedaan.

1. Mediatisering van de Vlaamse politiek

Dimensie 1: Media zijn Dimensie 2: Media zijn
belangrijkste bron van politiek onafhankelijk
informatie



Dimensie 3: Media
bepalen zelf hun format
en inhoud



Dimensie 4: Politieke
actoren en processen
passen zich aan de media
en haar logica aan

[ De vier dimensies moeten aanwezig te zijn om te spreken van mediatisering.

2. DIMENSIE 1: Media zijn belangrijkste bron van informatie
Er is meer politiek nieuws, burgers leren over de politiek door massamedia.




Het onderzoek bevraagt jaarlijks mensen in 25 landen over hun nieuwsgebruik. Uit de resultaten blijkt
dat mensen zich steeds vaker informeren via online media, terwijl het belang van gedrukte kranten
afneemt. Online kranten en nieuwsartikels vormen tegenwoordig de belangrijkste bron van
nieuwsconsumptie. Hoewel het nieuws dus steeds vaker digitaal wordt geconsumeerd, gebeurt dit
nog vaak via de klassieke nieuwsmerken en mediakanalen.


6

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
May 30, 2026
File latest updated on
June 6, 2026
Number of pages
71
Written in
2025/2026
Type
SUMMARY

Subjects

$7.85
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
IJanssens Universiteit Antwerpen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
55
Member since
2 year
Number of followers
6
Documents
15
Last sold
4 days ago

4.3

3 reviews

5
1
4
2
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions