Het leren stimuleren
Hoofdstuk 1: leren
1. Wat is leren?
1.1 Inleiding
Oefening dia 46, zie foto bordschema en groot blad
Leren = Leren is een mentaal proces waarbij als gevolg van leeractiviteiten (externe
factoren) een relatief stabiele gedragsverandering tot stand komt
Onderlijnd = 4 kenmerken van leren
Leren
Op verschillende plaatsen
Heeft een verschillende aard
Heeft verschillende inhouden
Levenslang
1.2 Begripsbepaling
Leren doen we niet enkel op school
We leren ook vaak spontaan door vb. te lezen, naar het journaal te kijken…
Van geboorte tot aan dood => gedrag aanpassen aan de omgeving DUS leren
o Leren = vorm van gedragsverandering
We leren de hele tijd en in verschillende contexten
1.2.1 Vormen van leren
Schools Buitenschools
Doelgericht Expliciete leerdoelen, structuur, externe
Gestructureerd sturing leerproces = afwezig
Georganiseerd door anderen met oog op
Leren kan altijd en overal
realiseren van leerdoelen
Leren leidt tot iets (vb. diploma) Spontaan
Abstract
Valkuil! DUS = informeel en incidenteel (geen doel
Soms losgekoppeld van context wat van leren) van aard
leidt tot mindere motivatie en inzet
Leerinhoud is pas zinvol als lln. het
verband zien met eigen leven
DUS = formeel (vb. woordjes frans), vanuit
perspectief van de leerling en intentioneel
van aard
MA AR indeling klopt niet altijd
vb. werkplekleren
Intentioneel en informeel (buiten klasmuren)
,1.3 Leertheorieën
1.3.1 behaviorisme
= herhalingsprincipe
De omgeving bepaalt wat iemand doet en leert
Alles is aan te leren!!
Wie? Watson
Centraal? Onderzoeken van waarneembaar gedrag
Black-box-benadering
Stimulus (prikkel) lerende respons (gedrag)
Prikkel = van buitenaf
Gedrag = gedrag op de prikkel
Lerende = wat zich binnen in het organisme afspeelt = buiten beschouwing = black
box
Verband didactisch handelen:
Lesdoelen formuleren met concreet waarneembaar gedrag
1.3.2 cognitivisme
Kritiek op behaviorisme: focus enkel op waarneembare gedragingen
Nieuwe ontwikkelingen leiden tot een cognitieve revolutie
Er komt interesse in de black box
Hoe denken mensen?
Ontstaan van een informatietheoretische benadering
Leren gaat over het verwerken en opslaan van info
Computermodel :
Gedrag van mensen vergelijken met een computer
Input: info uit omgeving opnemen + betekenis geven
Verwerking: info coderen, actief bewerken + voorzien van persoonlijke betekenis
opslaan als nieuwe kennis in LT
Output: beslissingen nemen of handelingen stellen
Wie? Bruner en Ausubel
Bruner :
Mens = wezen die altijd en overal info opzoekt, verwerkt en richting geeft aan zijn
gedrag
Iedereen heeft:
- Kennisstructuur
- Representatiesysteem
Wat zit erin?
Schema’s (feitelijke kennis)
o Mappen waarin kennis gestructureerd en opgeslagen
wordt
o Ook een rol bij het ophalen van kennis
Scripts (procedurele kennis)
Ausubel :
, Kennisstuctuur ontstaat wanneer iemand nieuwe kennis integreert door te koppelen
aan reeds aanwezige ankerbegrippen
Centraal? Mens als betekenisgever
1.3.3 sociaal constructivisme
Vb. groepswerken, hoekenwerken => leefwereld aanbod laten komen
Nieuwe opvattingen over de aard van kennis en leren als een actief proces van
kennisconstructie
Bouwt gedeeltelijk voort op cognitivisme
Leren = een actief en sociaal proces waarbij nieuwe kennis wordt gekoppeld aan voorkennis
Lerende zelf staat centraal en bouwt zelf zijn kennis op
Kritiek op cognitivisme:
Sterk accent op cognitief leren
Spontane, natuurlijke leren ontbreekt (context)
Individueel, sociaal leren ontbreekt
Kerngedachte: iedereen ervaart de wereld anders omdat de wereld anders is in ons hoofd
Kennis van elk individu = subjectieve kennis
Leerproces is:
Actief
Lerende verwerkt info actief in interactie met anderen vb. peer tutoring, coöperatief
leren (= samenwerken aan een gezamenlijk doel)
Leraar = begeleider
Betekenisverlenend
Lerende verleent zelf betekenis aan ervaringen
Kennis bouwt verder op voorkennis
= constructief proces
OF reconstructief proces (misconstructies wegnemen)
Individueel verschillend
Focus: intern cognitief proces van de leerling
Voorkennis en context spelen een rol
Cumulatief
Er wordt gebouwd op de voorkennis
Leraar moet voorkennis achterhalen om erop voort te bouwen en misconstructies te
achterhalen
Zelfregulerend
Eigen leerproces in handen nemen, bijsturen…
Je kunt dit leren
Doelgericht
Doel kan zelf gekozen worden
Sociaal
Kennis reconstrueren in interactie met anderen (meestal met iemand die meer weet)
o Zone van naaste ontwikkeling
Gesitueerd
= contextgebonden
Leren is niet abstract maar in betekenisvolle situaties
Rol leraar: gevarieerde, uitdagende omgeving
voorzien
Behaviorisme = oplossing aanbieden => lln. Nemen
over
, Constructivisme = lln. Stimuleren om zelf tot oplossing te komen
1.3.4 connectivisme
Laatste jaren veel technologie bijgekomen => impact op hoe we leren
Gevolg: het is belangrijker om toegang te hebben tot kennis dan de kennis te bezitten
Trends op vlak van leren:
Informeel leren
Leren = continu proces
Leren = gedecentraliseerd (kennis = verspreid in mensen, netwerken…)
Leren = technologisch ondersteund
Leren = kritisch en refl ectief (hoe AI bevragen? Hoe omgaan met info?)
Leeractiviteiten : technologie en verbinding
Leid tot veranderingen mbt waarmee (tools), hoe (individueel) en waar(overal) we
leren
Verband didactisch handelen:
Didactische principes (zie groot blad voor welk principe bij welke theorie)
1.4 Kenmerken van leren
Leren = veelheid van processen met een aantal gemeenschappelijke kenmerken
1. Heeft te maken met interne processen die niet waarneembaar zijn
2. = leeractiviteit
3. Altijd sprake van een leerinhoud
4. Binnen een bepaalde context, leeromgeving of situatie
5. Resultaat = duurzame gedragsveranderingen
o behaviorisme = nadruk op resultaat
o Cognitivisme = nadruk op mentale processen
6. Leren en onderwijzen zijn verbonden maar we kunnen wel leren zonder onderwijzen
en andersom
Verband met taxonomie van bloom:
Hoofdstuk 1: leren
1. Wat is leren?
1.1 Inleiding
Oefening dia 46, zie foto bordschema en groot blad
Leren = Leren is een mentaal proces waarbij als gevolg van leeractiviteiten (externe
factoren) een relatief stabiele gedragsverandering tot stand komt
Onderlijnd = 4 kenmerken van leren
Leren
Op verschillende plaatsen
Heeft een verschillende aard
Heeft verschillende inhouden
Levenslang
1.2 Begripsbepaling
Leren doen we niet enkel op school
We leren ook vaak spontaan door vb. te lezen, naar het journaal te kijken…
Van geboorte tot aan dood => gedrag aanpassen aan de omgeving DUS leren
o Leren = vorm van gedragsverandering
We leren de hele tijd en in verschillende contexten
1.2.1 Vormen van leren
Schools Buitenschools
Doelgericht Expliciete leerdoelen, structuur, externe
Gestructureerd sturing leerproces = afwezig
Georganiseerd door anderen met oog op
Leren kan altijd en overal
realiseren van leerdoelen
Leren leidt tot iets (vb. diploma) Spontaan
Abstract
Valkuil! DUS = informeel en incidenteel (geen doel
Soms losgekoppeld van context wat van leren) van aard
leidt tot mindere motivatie en inzet
Leerinhoud is pas zinvol als lln. het
verband zien met eigen leven
DUS = formeel (vb. woordjes frans), vanuit
perspectief van de leerling en intentioneel
van aard
MA AR indeling klopt niet altijd
vb. werkplekleren
Intentioneel en informeel (buiten klasmuren)
,1.3 Leertheorieën
1.3.1 behaviorisme
= herhalingsprincipe
De omgeving bepaalt wat iemand doet en leert
Alles is aan te leren!!
Wie? Watson
Centraal? Onderzoeken van waarneembaar gedrag
Black-box-benadering
Stimulus (prikkel) lerende respons (gedrag)
Prikkel = van buitenaf
Gedrag = gedrag op de prikkel
Lerende = wat zich binnen in het organisme afspeelt = buiten beschouwing = black
box
Verband didactisch handelen:
Lesdoelen formuleren met concreet waarneembaar gedrag
1.3.2 cognitivisme
Kritiek op behaviorisme: focus enkel op waarneembare gedragingen
Nieuwe ontwikkelingen leiden tot een cognitieve revolutie
Er komt interesse in de black box
Hoe denken mensen?
Ontstaan van een informatietheoretische benadering
Leren gaat over het verwerken en opslaan van info
Computermodel :
Gedrag van mensen vergelijken met een computer
Input: info uit omgeving opnemen + betekenis geven
Verwerking: info coderen, actief bewerken + voorzien van persoonlijke betekenis
opslaan als nieuwe kennis in LT
Output: beslissingen nemen of handelingen stellen
Wie? Bruner en Ausubel
Bruner :
Mens = wezen die altijd en overal info opzoekt, verwerkt en richting geeft aan zijn
gedrag
Iedereen heeft:
- Kennisstructuur
- Representatiesysteem
Wat zit erin?
Schema’s (feitelijke kennis)
o Mappen waarin kennis gestructureerd en opgeslagen
wordt
o Ook een rol bij het ophalen van kennis
Scripts (procedurele kennis)
Ausubel :
, Kennisstuctuur ontstaat wanneer iemand nieuwe kennis integreert door te koppelen
aan reeds aanwezige ankerbegrippen
Centraal? Mens als betekenisgever
1.3.3 sociaal constructivisme
Vb. groepswerken, hoekenwerken => leefwereld aanbod laten komen
Nieuwe opvattingen over de aard van kennis en leren als een actief proces van
kennisconstructie
Bouwt gedeeltelijk voort op cognitivisme
Leren = een actief en sociaal proces waarbij nieuwe kennis wordt gekoppeld aan voorkennis
Lerende zelf staat centraal en bouwt zelf zijn kennis op
Kritiek op cognitivisme:
Sterk accent op cognitief leren
Spontane, natuurlijke leren ontbreekt (context)
Individueel, sociaal leren ontbreekt
Kerngedachte: iedereen ervaart de wereld anders omdat de wereld anders is in ons hoofd
Kennis van elk individu = subjectieve kennis
Leerproces is:
Actief
Lerende verwerkt info actief in interactie met anderen vb. peer tutoring, coöperatief
leren (= samenwerken aan een gezamenlijk doel)
Leraar = begeleider
Betekenisverlenend
Lerende verleent zelf betekenis aan ervaringen
Kennis bouwt verder op voorkennis
= constructief proces
OF reconstructief proces (misconstructies wegnemen)
Individueel verschillend
Focus: intern cognitief proces van de leerling
Voorkennis en context spelen een rol
Cumulatief
Er wordt gebouwd op de voorkennis
Leraar moet voorkennis achterhalen om erop voort te bouwen en misconstructies te
achterhalen
Zelfregulerend
Eigen leerproces in handen nemen, bijsturen…
Je kunt dit leren
Doelgericht
Doel kan zelf gekozen worden
Sociaal
Kennis reconstrueren in interactie met anderen (meestal met iemand die meer weet)
o Zone van naaste ontwikkeling
Gesitueerd
= contextgebonden
Leren is niet abstract maar in betekenisvolle situaties
Rol leraar: gevarieerde, uitdagende omgeving
voorzien
Behaviorisme = oplossing aanbieden => lln. Nemen
over
, Constructivisme = lln. Stimuleren om zelf tot oplossing te komen
1.3.4 connectivisme
Laatste jaren veel technologie bijgekomen => impact op hoe we leren
Gevolg: het is belangrijker om toegang te hebben tot kennis dan de kennis te bezitten
Trends op vlak van leren:
Informeel leren
Leren = continu proces
Leren = gedecentraliseerd (kennis = verspreid in mensen, netwerken…)
Leren = technologisch ondersteund
Leren = kritisch en refl ectief (hoe AI bevragen? Hoe omgaan met info?)
Leeractiviteiten : technologie en verbinding
Leid tot veranderingen mbt waarmee (tools), hoe (individueel) en waar(overal) we
leren
Verband didactisch handelen:
Didactische principes (zie groot blad voor welk principe bij welke theorie)
1.4 Kenmerken van leren
Leren = veelheid van processen met een aantal gemeenschappelijke kenmerken
1. Heeft te maken met interne processen die niet waarneembaar zijn
2. = leeractiviteit
3. Altijd sprake van een leerinhoud
4. Binnen een bepaalde context, leeromgeving of situatie
5. Resultaat = duurzame gedragsveranderingen
o behaviorisme = nadruk op resultaat
o Cognitivisme = nadruk op mentale processen
6. Leren en onderwijzen zijn verbonden maar we kunnen wel leren zonder onderwijzen
en andersom
Verband met taxonomie van bloom: