Les 1: Inleiding
=> niet-cijfermatige gegevens
-> betekenisgeving, interpretatie
-> kleinschalig (minder respondenten)
-> technieken van dataverzameling: diepte interviews, focusgroep-interviews, participatieve
observatie,...
5 kenmerken kwalitatief onderzoek
(examenvraag: Wat is kenmerkend aan de Analyse van kwalitatief onderzoek en wat zijn de andere
kenmerken?)
1. Vraagstelling & doel van onderzoek
- deductieve benadering - etic perspectief: onderzoek vanuit perspectief van onderzoeker
- inductieve benadering - emic perspectief: onderzoek vanuit perspectief van onderzochten
Paradigma = wereldbeeld van onderzoeker (over wat goede wetenschap is)
Transcedentale realisten (Mortelmans) = sociale fenomenen bestaan in ons brein en er los van
(positivisme = wereld bestaat enkel los van het brein)
(constructivisme = wereld bestaat enkel in het brein)
2. Onderzoeksdesign
-> flexibel: plan aanpassen aan veranderingen
-> natuurlijke omgeving: context beïnvloedt betekenisgeving
-> holistisch: allesomvattend onderzoek; context begrijpen
3. Dataverzamelingsmethode
-> vaak nood aan meerdere methoden
-> langdurig contact met veld
-> observatie + participatie technieken
4. Analyse
-> betekenis onderzoeksresultaten (tekst)
,-> MAXQDA – onderzoeksresultaten structureren
-> inzicht in betekenisgeving
-> categoriseren
5. Rapportering
-> feedback respondenten (kwaliteitscontrole)
-> lezer zoveel mogelijk context meegeven (niet samenvatten)
-> invloed persoonlijkheid op onderzoek
Kwalitatief vs kwantitatief onderzoek
Methodestrijd (jaren 90)
1. “Kwalitatief onderzoek is niet wetenschappelijk”
-> systematisch en transparant kwal.onderzoek -> wel wetenschappelijk
2. “Kwalitatief onderzoek zijn enkel persoonlijke opninies”
-> ook gedrag
-> persoonlijke opinie uitsluiten
-> systematische checks (steekproef, dataverwerking, codeerwerk)
3. “Kwalitatief onderzoek is ‘soft’”
-> geen cijfers -> onnauwkeurig
4. “Kwalitatief onderzoek is niet generaliseerbaar”
-> steekproef selecteren naar nodige kenmerken
-> generaliseren naar theoretisch kader (niet naar populatie)
5. “Kwalitatief onderzoek is diepgaander en beter”
-> geen methode beter dan de andere
-> keuze methode hangt af van onderzoeksvraag
Software en technologie
nieuwe technologie -> positieve en negatieve aspecten
CAQDAS = Computer Assisted Qualitative Data Analysis Software
NADELEN
-> coderen wordt doel op zich -> verlies theoretische diepgang
-> gebrek aan diverse analytische perspectieven
-> gegevens los van context gezien
-> omvang onderzoeksproject neemt toe
-> neiging om onderzoek te kwantificeren
,10 kenmerken goede analyse software voor kwalitatief onderzoek
1. Ruime importmogelijkheden: tekst, audio, video
2. Flexibel projectmanagement: structuur (data, codes)
3. Eenvoud & snelheid coderen
4. Krachtige zoekmachine
5. Data vergelijken
6. Data visualiseren: grafische schema’s
7. Mixed methods integratie: ook kwantitatieve analyse
8. Stabiliteit, back up, privacy
9. Teamwerk mogelijk
10. Vlotte export
Technologie voor kwal.onderzoek
Technologie in dataverzameling
-> vergroot aantal online beschikbare bronnen
-> tools interviews
-> probleem: fake interviews d.m.v AI
Technologie in transcriptie
-> gesproken tekst naar geschreven tekst
-> probleem: dialecten, nalezen
Technologie in codering
-> nieuwe program
Les 2: Paradigma’s in het kwalitatief onderzoek
= manier waarop we de werkelijkheid ervaren
= samenhangend stelsel van modellen en theorieën waarbinnen werkelijkheid beschreven wordt
3 centrale wetenschapsconcepten om paradigma’s te onderscheiden:
- Ontologische vraag: Wat is de realiteit?
- Epistemologische vraag (abstracter): Hoe weten we wat we weten over realiteit?
- Methodologische vraag (praktischer): Hoe kunnen we iets te weten komen over de realiteit?
Positivisme Post- Kritische theorie Constructivisme Participatief
, positivisme
Ontologie Realiteit Realiteit maar Virtuele realiteit Niet 1 objectieve Participatieve
onderhevig gedeeltelijk realiteit - & subjectieve –
Gekritiseerd over
aan kenbaar door objectieve
tijd ieder eigen visie
natuurwetten imperfecte realiteit
menselijke
waarneming
Groepen die
Co-creatie door
sociale
geest en
constructies delen
kosmos
Epistomologie Dualistische Aangepst Transactioneel, Onderzoeker & Kritische,
objectivistisch dualisme en subjectief onderzoeksobject subjectiviteit in
e visie objectivisme waarden- verbonden participatieve
(onderezoeker gebonden transactie
Wetenschap
en onderwerp) resultaten
geconstrueerd
Methodologie Hypothesen Kritisch Dialogisch / Continue Politieke
empirische multiplisme dialectisch interactie participatie in
testen - (combinatie onderzoeker & samenwerkend
kwantitatief onderzoekstechn onderzoeksobject actie-
ieken -> onderzoek
Intersubjectiviteit
hypothesen
falcifiëren)
-> ze kunnen vergelijken en operationaliseren richting onderzoeksopzet
Constuctivistische stromingen
Symbolisch interactionisme (H. Blumer)
=> menselijk handelen gaat samen met zelf-interatie processen
-> betekenis interactie
-> 8 principes (Denzin):
- onderzoeker vertrekt vanuit gedrag
- onderzoek vanuit wijzigende betekenis van respondent
- onderzoeker verbindt betekenissen respondenten aan betekenissen sociale groepen
- rekening houdend met context & sociaal leven
- sensitizing concepts => relatie onderzoeker-literatuur, geven onderzoeker richting voor start
onderzoek
- data triangulatie => verzameling verschillende type gegevens
-> einddoel onderzoek: formele universeel geldige theorie