mucoviscidose = Cystische Fibrose (CF) = taaislijmziekte
- erfelijke ziekte (autosomaal-recessief)
- levensverwachting: 37 jaar
- problemen in groei, spijsvertering, fertiliteit, ontwikkeling,
- chronische en zware longinfecties zijn levensbedreigende factor
- finale therapeutische optie: long-transplantatie (50% overleving 6 jaar erna).
-
- meest gevoelige diagnose: zweet-test ([Cl ] in zweet boven 60 mM)
- loss-of-function van het CFTR kanaal
o 1/25 (Caucasische) europeanen dragen een mutatie: 1 in 2500
hebben ziekte
o verschillende types van mutaties (1601 disease-causing)
o lage correlatie genotype – phenotype
types defecten in CFTR kanaal
- I: transcriptie defect
- II:defectinproteïnematuratie, ∆F508: meest voorkomend mutatie (70%
vd gevallen)
- III: gating/regulatie defect
- IV: porie defect, geen permeatie
CF medicatie kan je indelen in potentiators en correctors.
potentiators verhogen de activiteit van het CFTR
correctors herstellen defect in proteine maturatie = klein chemisch molecule dat ervoor zorgt
dat ionenkanaal meer aan PM kan geraken
o CFTR-G551D (5% CF gevallen): kanaal bereikt de celmembraan maar is niet actief:
potentiator (ivacaftor)
o CFTR-∆F508 (70% CF gevallen): kanaal is functioneel maar bereikt de celmembraan niet:
corrector+potentiator (lumacaftor/ivacaftor: Orkambi©)
kalydeco = ivacaftor tablets
orkambi = lumacaftor/ivacaftor
polycystic kidney disease: 1/1000 mensen
- = nierfalen = geen functioneel nierweefsel = nier heel groot of zelfs
volledig vernietigd
van cel naar weefsel
celtypes ontstaan tijdens de ontwikkeling
- endoderm: (binnenste laag)
o longcel, thyroïdcel, pancreascel
- mesoderm: (middelste laag)
o hartspiercel, skeletspiercel, niercel, rode bloedcel, gladde spiercel
- ectoderm: (buitenste laag)
o huidcel, zenuwcel, pigmentcel
weefsel bestaat uit verschillende celtypes
- weefsel bestaat uit:
o cellen die specifieke functie van weefsel definiëren
o groep cellen die generieke eigenschappen aan weefsel geven:
structurele stabiliteit (bindweefsel), voedsel en afval-afvoer (bloedvaten),
informatie vanuit en naar het CNS (zenuwuiteinden) en huishouding (macrofagen,
witte bloedcellen, etc...).
bv maag: zure pH → epitheelcellen: zuur secreteren
bv bindweefsel: ontstaan ontstekingen → imuumcelen worden hiernaartoe
getrokken om de ontsteking te gaan “bestrijden”
concreet: cellen van hartspier
- single-cell sequencing technologie → mogelijk om diversiteit cellen in weefsel gedetailleerd
in kaart te brengen
o = van eender welk weefsel op genomisch niveau op een ongekende manier
differentiëren
o bv. hartspier bestaat uit minstens 10 verschillende celtypes, onderverdeeld in
cardiomyocyten (eigenlijk spiercellen) maken ‘maar’ 30% van totale celmassa uit.
, fibroblasten: bindweefsel
endotheelcellen en pericyten:
bloedvaten
lymfocyten → uit imuumsysteem en
bloed
- elk celtype is belangrijk voor functionele
eigenschappen van weefsel, omdat ze
communiceren en interageren
celtypes in ons lichaam
4 klassieke celtypes in ons lichaam
1. epitheelcellen
a. “sheet”: simple, stratified
b. gland: exocrien, endocrien
2. spiercellen
a. gestreept: hart + skelet
b. niet-gestreept: zacht
3. zenuwcellen
a. CZS: hersenen + ruggenmerg
b. PZS: perifeer zenuwweefsel
4. bindweefselcellen
a. embryonic: mesemchymaal, Wharton’s jelly
b. adult: CT proper, specialized CTs
bindweefsel (connective tissue)
= breed begrip voor het milieu dat weefsel omvat en stabiliteit geeft
= bevat veschillende types bindweefsel cellen (fibroblasten, bloedcellen, macrofagen, mast cellen,
etc...)
belangrijk geworden bij ziektes bv kanker: fibroblast is eigenlijk de target, niet de kankercel
o fibroblast ondersteunt de kankercel en zorgt ervoor dat die groeit
celtypes in ons lichaam
- stamcellen: embryonic/ adulte stamcellen
- rode bloedcellen: erythrocyten (MEEST IN AANTAL)
- witte bloedcellen:
o granulocyten: neutrofielen, eoosinofiele, basofiele
o agranulocyten: monocyten, lymfocyten
- platelets: fragmenten van megakaryocyten
- zenuwcellen: neuronen, neurogliacellen
- spiercellen: hart, skelet en gladde spiercellen ( HOOGSTE QUA BIOMASSA)
- kraakbeencellen: chondrocyten
- botcellen: osteoblasten, osteoclasten, osteocyten, lining cells
- huidcellen: keratinocyten, melanocyten, Merkel cellen, Langerhans celeln
- endotheelcellen: lining blood vessels
- epitheelcellen: lining body cavities
- vetcellen: wit/bruine adipocyten
- geslachtscellen: spermatozoa, ova