Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Literatuur Samenvatting Klinische Psychologie | UU | 2025/26

Rating
-
Sold
-
Pages
107
Uploaded on
27-05-2026
Written in
2025/2026

Deze literatuursamenvatting betreft alle benodigde hoofdstukken van Klinische psychologie (van der Molen) en de aanvullende literatuur over de diagnostische cyclus.

Institution
Course

Content preview

Klinische psychologie
Literatuur samenvatting


Hoofdstuk 1:

Over klinische psychologie en abnormaal gedrag




Er zijn 5 basisdisciplines

• Psychologische functieleer (cognitieve psychologie
• Ontwikkelingspsychologie
• Gedragsleer (sociale psychologie)
• Persoonlijkheidspsychologie
• Methodenleer
➔ Tot de toepassingsgerichte disciplines behoren de klinische psychologie, de arbeids- en
organisatiepsychologie en onderwijspsychologie.
Het is duidelijk dat het vakgebied zich vooral bezighoudt met gedrag dat afwijkt van een bepaalde
norm. Het gaat daarbij dan met name om afwijkingen die lastig zijn voor de persoon zelf of voor zijn
omgeving. Afwijkingen in de norm kunnen betrekking hebben op verschillende aspecten van het
menselijk functioneren. Het kan gaan om aspecten van de individuele persoon. Daarbij kan sprake
zijn van afwijkend gedrag, afwijkende gedachten en van afwijkende belevingen. In veel gevallen is er
sprake van een combinatie van afwijkingen op deze 3 gebieden. Ook kunnen mensen afwijken van de
norm in hun relaties met andere mensen. Deze afwijkingen van wat normaal is binnen sociale
relaties, hebben vaak weer invloed op het gedrag, de gedachten en belevingen binnen het individu.
Seligman et al., onderscheiden 7 factoren om te bepalen of gedrag als abnormaal of pathologisch
wordt beschouwd. Hoe meer van deze factoren aanwezig zijn en hoe duidelijker zij op de voorgrond
treden, hoe eensgezinder mensen zullen zijn in hun beoordeling dat dat gedrag abnormaal is. Ten
minste een van die aspecten moet zich voordoen om van abnormaliteit te spreken.
1. Persoonlijk lijden
2. (dis)functionaliteit van het gedrag: is iemand in staat beroepsmatig te functioneren en
bevredigende relaties met anderen te onderhouden.
3. Irrationeel en onbegrijpelijk gedrag
4. Onvoorspelbaarheid en controleverlies: gedrag is ontremd of oorzaak/aanleiding van het
gedrag niet kent en niet kan achterhalen.
5. Opvallend en onconventioneel gedrag
6. Gedrag dat een ongemakkelijk gevoel bij anderen teweegbrengt: ongeschreven regels
overschreden, kan gevoel van ongemak teweegbrengen (observer discomfort)
7. Het overtreden van morele normen


Definitie van psychische stoornissen: een psychische stoornis is een syndroom, gekenmerkt door klinisch significante
symptomen op het gebied van cognitieve functies, de affectieve functies of de conactieve functies van een persoon, dat een
uiting is van een disfunctie in de psychologische, biologische, of ontwikkelingsprocessen die ten grondslag liggen aan het
psychische functioneren. Psychische stoornissen gaan gewoonlijk gepaard met significante lijdensdruk of beperkingen in het


1

,functioneren op sociaal of beroepsmatig gebied of bij andere belangrijke bezigheden. Een reactie op een veelvoorkomende
stressor of een verlies die te verwachten valt en cultureel wordt geaccepteerd valt niet onder een psychische stoornis. Sociaal
deviant gedrag en conflicten die zich vooral afsprelen tussen een individu en de maatschappij zijn geen psychische
stoornissen, tenzij de deviante of het conflict gevolg is van het disfunctioneren van het persoon in kwestie.

Er zijn verschillende modellen die uitspraken mogelijk maken over onderscheid tussen normaal en
abnormaal gedrag.
Het statistisch model:
menselijke eigenschappen zijn min of meer normaal verdeeld in de algemene bevolking. Van
abnormaliteit wordt gesproken bij extreem lage of extreem hoge scores op schalen waarmee deze
eigenschappen betrouwbaar en valide worden gemeten. Binnen dit model heeft abnormaal een
statistische betekenis.
- Waar ligt precies de grens tussen normaal en abnormaal?
- Het specifieert niet hoe ongewoon gedrag moet zijn om het abnormaal te kunnen noemen
- Geen onderscheid tussen statistische afwijkingen die gepaard gaan met individueel lijden en
afwijkingen waarvoor dat niet geldt.
Het medisch of ziekte model:
Psychische stoornissen zijn vergelijkbaar met somatische ziekten en dus het beste te verhelpen door
onderliggende mechanismen te bestrijden. Ze gaan ervan uit dat die mechanismen somatogeen zijn (=
lichamelijke aandoening aan de psychische stoornis ten grondslag). Behalve somatogeen kunnen
mechanismen ook psychogeen zijn. Dit houdt in dat aan een stoornis een psychologisch mechanisme
ten grondslag ligt. Zo veronderstellen psychoanalytici dat psychische stoornissen het gevolg zijn van
onbewuste conflicten en afweer tegen angst.


Abnormaliteit/ziekte bij patiënt → diagnose gesteld door therapeut → therapie, gekozen en uitgevoerd
door therapeut; patiënt speelt passieve rol → genezing van de patiënt
- Er is bij vele psychische stoornissen (nog) niet een eenduidig onderliggend mechanisme
aangetoond, zodat het twijfelachtig is of er wel sprake is van een ziekte. (term genezing wel
juist?)
- Gebruik van begrippen als ziekte en therapie zorgt voor stigmatisering. (labeling-theorie=
selffulfilling prohecy, eens gek, altijd gek)
Leer- onderwijsmodel:
Geldt met name voor stoornissen waaraan geen duidelijke organische oorzaken ten grondslag liggen.
Een plausibeler verklaring is dan dat stoornissen zijn ontstaan door verkeerd verlopen leerprocessen.


Persoonlijk probleem van de leerling → bepaling van het leerdoel in overleg tussen leraar en leerling
→ uitvoering van een onderwijsprogramma ontwikkeld door leraar; leerling past aangereikte kennis en
vaardigheden toe om het probleem te verminderen → vermindering van het probleem van de leerling
Kans op stigmatisering is veel geringer, doet meer recht aan eigen verantwoordelijkheid van mensen
met persoonlijk probleem. Daarnaast doet het gebruik van onderwijsterminologie meer recht aan
datgene wat daadwerklelijk plaatsvindt bij psychologische hulpverlening.




2

, Hoofdstuk 2

Neurobiologische benadering van psychopathologie




Het principiële argument voor de (neuro) biologische benadering van psychopathologie is dat hersenen
in hoge mate betrokken zijn bij de totstandkoming van (psychopathologisch) gedrag. Hippocrates
stelde dat (afwijkend) gedrag en gevoel voortkwamen uit de werking van de hersenen. Hij probeerde
in die tijd anderen te overtuigen dat het onjuist was om verschijnselen toe te schrijven aan
bovennatuurlijke krachten, zoals geesten, demonen en goden. De gedachte dat zulke krachten
psychopathologie konden veroorzaken was wijdverspreid.
Frontale lobotomie= congres dat ‘neurotische’ apen rustiger worden als men hun frontale kwab
verwijdert. Deze behandelmethode werd op grote schaal uitgevoerd bij psychiatrische patiënten.
In de jaren 50 werden anti-psychotische medicijnen ontdekt → neuroleptica, zoals chloorpromazine en
haloperidol. Doorontwikkeling van deze medicijnen vond plaats in de jaren 80, waarin de tweede
generatie antipsychotica (atypische antipsychotica) op de markt kwam. Het nadeel van medicatie is dat
het kan leiden tot lichamelijke en geestelijke gewenning, zomaar stoppen gaat dus lastig. Ze dienen
langzaam en verantwoord te worden afgebouwd.
De dominante visie in de neurowetenschappelijke benadering van psychopathologie is dat er een
samenhang bestaat tussen psychische processen, neurobiologische mechanismen en de omgeving
waarin we leven.
De samenhang tussen psychische processen en neurobiologische mechanismen kan worden bestudeerd
door te kijken naar genen, hersenstructuren, neurotransmitters en hormonen. Bijna altijd een
samenspel!
Genen
- Hebben bepaalde psychische stoornissen een genetische achtergrond?
- Familiestudies: vatbaarheid voor een psychische stoornis kan overgeërfd worden. Lastig is dat
families niet alleen genen delen, maar ook omgevingsfactoren, onderscheid is daardoor soms
moeilijk.
- Tweelingstudies: nagaan hoe groot de kans is dat, als één lid van de tweeling een psychische
stoornis heeft, het andere lid die ook heeft (concordantie= mate waarin een eigenschap bij
beide leden van tweeling voorkomt, maat tussen 0 en 1). Als concordantie bij eeneiige
tweelingen aanmerkelijk groter is als bij twee-eiige tweelingen, dan suggereert dat een
genetische invloed. nadeel van studie is dat omgevingsfactoren niet uitgesloten kunnen
worden.
- Adoptiestudies: bewijs voor genetische bijdrage aan een bepaalde stoornis wordt geleverd als
geadopteerde kinderen bij wie een stoornis voorkomt in hun biologische familie, vaker die
stoornis hebben dan geadopteerde kinderen zonder die stoornis in hun biologische familie.
Hersenen
- Er zijn twee hersenstructuren die sterk op elkaar inspelen en samenhangen met emoties en de
regulatie daarvan, namelijk het limbisch systeem en de prefrontale cortex.

3

, - Limbisch systeem: rol bij emotie, motivatie, genot en het emotioneel geheugen, maar meeste
in verband met angst. Bestaat uit amygdala, hippocampus en de hypothalamus.
- Amygdala is ook belangrijk onderdeel van saillante-netwerk, neuraal netwerk dat signalen van
beloning, gevaar, pijn en bedreiging opmerkt en verwerkt.
- Prefrontale cortex: betrokken bij regulatie van verschillende cognitieve processen, zoals
aandacht, verbaal geheugen en psychomotorische snelheid. Ook betrokken bij doelgericht
gedrag. Door veelheid aan gedragen en functies die worden geassocieerd met PFC, is het niet
raar dat beschadiging zowel divers als opmerkelijk kunnen zijn (zo kan iemand
persoonlijkheidsveranderingen ondergaan, pathologisch huilen of lachen, psuedodepressief
syndroom, initiatief verlies etc.)
- De PFC werkt nauw samen met bijv. het limbisch systeem. Door deze samenwerking kan de
PFC een regulatieve werking hebben op de verwerking en expressie van emoties en
herinneringen. Daarmee draagt de PFC bij aan adaptieve gedragsresponsen (e.g. onderdrukken
uitbundig gedrag)
Neurotransmitters
- Hebben invloed op onze emoties en gedrag. Belangrijke neurotransmitters in de klinische
praktijk zijn: GABA, dopamine, serotonine en noradrenaline.
- De hersenen bestaan uit miljarden aaneengeschakelde neuronen. In het neuron waaruit een
signaal geïnitieerd wordt, het presynaptisch neuron, worden neurotransmitters gesynthetiseerd
(opgebouwd). Bij activatie van het neuron worden deze neurotransmitters via blaasjes
getransporteerd naar de synaptische spleet. Daar barsten de blaasjes open, waardoor ze in de
synaptische spleet terecht komen. De verschillende neurotransmitters passen elk op een
specifiek type receptor van het Postsynaptische neuron.
- 5 factoren die synaptische overdracht beïnvloeden: hoeveelheid neurotransmitter in spleet;
blocking agents; remmende neuronen; neuronengevoeligheid; aantal receptoren op het
postsynaptische neuron.
1. hoeveelheid van neurotransmitter in de synaptische spleet

• Bij een tekort ontvangt het postsynaptische neuron niet genoeg stimulatie om een
zenuwimpuls op te wekken. Bij een overschot raakt het neuron over gestimuleerd waardoor
het niet op tijd klaar is voor een volgende impuls.
• Er zijn 3 processen die de hoeveelheid neurotransmitters in de synaps beïnvloeden
- Productie
- Katabolisme: chemische afbraak van neurotransmitters door stoffen die aanwezig zijn in de
synaptische spleet bijvoorbeeld door enzymen.
- Heropname
2. blocking agents

• Andere chemische stoffen die qua structuur op neurotransmitter lijken, passen ook op de
receptor, maar prikkelen het neuron niet, waardoor die niet gaat vuren. Als een blocking agent
zich bindt aan de receptor, dan is het niet meer mogelijk dat een neurotransmitter zich aan
deze receptor bindt.
• Bepaalde medicatie die gebruikt wordt om psychische stoornissen te behandelen maakt
gebruik van blocking agents. Zo blokkeert het medicijn de neurotransmitter dopamine,
waardoor deze niet op de receptoren van de postsynaptische neuron kan hechten
(schizofrenie). Daardoor wordt synaptische overdracht beperkt.
3. remmende neuronen
4. neuronengevoeligheid

4

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
May 27, 2026
Number of pages
107
Written in
2025/2026
Type
SUMMARY

Subjects

$9.62
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
finnarnold Universiteit Utrecht
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
24
Member since
1 year
Number of followers
0
Documents
7
Last sold
3 months ago

1.0

2 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
2

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions