Inhoud
Kwantitatief onderzoek
1. Probleemstelling.................................................................................................................................3
2. Onderzoeksontwerp...........................................................................................................................3
3. Soorten ontwerpen............................................................................................................................5
3.1 Experimentele ontwerpen...........................................................................................................5
3.1.1 Zuiver experiment (RCT)........................................................................................................6
3.1.2 Quasi-experiment..................................................................................................................6
3.1.3 Pre-experimenteel onderzoek...............................................................................................7
3.2 niet-experimentele ontwerpen....................................................................................................7
4. Betrouwbaarheid en validiteit............................................................................................................7
4.1 Validiteit bij experimentele ontwerpen........................................................................................8
5. Dataverzameling...............................................................................................................................10
5.1 Pilotonderzoek............................................................................................................................10
5.2 Dataverzameling........................................................................................................................10
5.2.1 Enquête/ vragenlijst.............................................................................................................11
5.2.2 fysiologische metingen........................................................................................................12
5.2.3 Meetniveaus........................................................................................................................13
5.2.4 Meetinstrumenten...............................................................................................................14
6. Data-analyse.....................................................................................................................................16
6.1 Beschrijvende en verklarende statistiek.....................................................................................16
6.1.1 beschrijvende statistiek.......................................................................................................17
6.1.2 verklarende statistiek..........................................................................................................20
1. Onderzoeksvraag..............................................................................................................................24
2. Datacollectie.....................................................................................................................................25
4. Selectie van informanten of participanten.......................................................................................27
5. Rapportage/publiceren volgens de IMRaD-structuur.......................................................................28
6. Rapportage – discussie en conclusie.................................................................................................28
7. Inductieve analyse: van observaties naar theorie.............................................................................29
8. 5 tips voor de betrouwbaarheid van kwalitatief onderzoek!............................................................29
8.1 Tip 1: blijft de onderzoeker kritisch tijdens het onderzoek?.......................................................29
8.2 Tip 2: Probeerde de individuele onderzoeker toch zo objectief en neutraal mogelijk te blijven?
..........................................................................................................................................................29
8.3 Tip 3: Waren meerdere onderzoekers betrokken in het hele proces?........................................30
8.4 Tip 4: Lijken de bevindingen/resultaten geloofwaardig?............................................................30
,2 Onderzoek en kwaliteit 2
8.5 Tip 5: Verliep de collectie- en analysefase volgens de regels van de kunst?...............................30
Kwantitatief onderzoek
, 3 Onderzoek en kwaliteit 2
1. Probleemstelling
Vraag over een onderwerp
↓
In de breedte verkennen
↓
Heldere en eenduidige doelstelling
(Waarom vindt het onderzoek plaats? Doelgroep?)
↓
Onderzoeksvragen
(specifieke vraag, populatie en variabelen)
= Onderzoek in de BREEDTE
- Mate waarin het verschijnsel voorkomt
- Mate van onderlinge samenhang
- Meten, tellen en verbanden zoeken
- Getallen en statistische bewerkingen
Vb. Welk effect hebben alcoholcontroles op het aantal mensen die dronken achter het stuur gaan
zitten?
Vb. Scoren studenten uit de eerste opleidingsfase die naar de les komen, beter dan studenten uit de
eerste opleidingsfase die niet naar de les komen?
2. Onderzoeksontwerp
= DESIGN
- Wat? Wie? Hoe?
- Het patroon, recept of plan voor het onderzoek
- Afhankelijk van soort gegevens en middelen
- Onderzoekshypothese(n) toetsen of onderzoeksvragen beantwoorden
3 grote groepen:
Verkennend OZ Beschrijvend onderzoek Verklarend onderzoek
/exploratory research (descriptive research (explanatory research)
• Weinig bekend over onderwerp • Beschrijven van verschijnselen • Causale verklaringen= oorzaak /
• Breed het onderwerp • Op zoek naar verbanden tussen gevolg relaties
onderzoeken variabelen (hypothesen) = • Experimenteel onderzoek
• Aandacht voor verschillende correlatie (= verband) • Uitsluiten dat andere
aspecten van data variabelen er effect op hebben
(3e variabele)
, 4 Onderzoek en kwaliteit 2
Correlatie: een verband tussen 2 variabelen
Pearson r = getal = uitdrukking van een verband tussen iets over de sterkte of richting van je verband
-1/+1: Hoe meer naar je naar de 1 hoe meer dat je een verband kan geven tussen 2 variabelen
Positief: als de ene variabele stijgt, stijgt de andere variabele
Negatief: als de ene variabele stijgt, daalt de andere variabele
Vb positief: hoe meer uren je sport, hoe meer spiermassa je krijgt
Vb negatief: hoe meer je sport, hoe minder je gaat wegen
Causaliteit: oorzaak gevolg relaties
- Oorzakelijke verbanden tussen twee verschijnselen (effect)
- Oorzaak Gevolg
- Tijd: eerst gebeurd de ene variabele dan de andere -> eerst de oorzaak dan je gevolg
Vb hoe hoger je opleidingsniveau, hoe hoger inkomen
->Het is niet altijd het opleidingsniveau die ervoor zorgt dat je een hoger inkomen hebt, je kinderen
ten laste, je aantal jaar in dienst,… doet er ook aan hoeveel inkomen je hebt