DEEL I: Fundamentele elementen van het economisch recht
Hoofdstuk 1: Bronnen van het economisch recht
1. Wetgeving
1.1 het internationaal recht
Super belangrijk in het economisch recht! Dit wordt bepaald door 2
onderdelen. Als eerst is er traditioneel internationaal recht en daarnaast
wordt deze rechtstak bepaald door het rechtskader van de Europese
Unie.
1.2 het traditionele internationale recht
ratificeren= wanneer de nationale parlementen de bi- of multilaterale
verdragen tussen soevereine staten goedkeuren.
soeverein = zelfstandig
verdrag = afspraken over werking en bevoegdheden van de EU
Verdragen die te maken hebben met het economisch recht:
vb. Europees verdrag van 30 september 1957 betreffende het internationaal
vervoer van gevaarlijke goederen over de weg.
vb. Weens koopverdrag; VN-verdrag van in 1980 inzake de internationale
koopovereenkomsten van roerende zaken.
1.3 De Europese Unie
= supranationale politieke instelling = de EU heeft zelf politieke organen
en procedures om wetgevingen uit te vaardigen.
Sinds 1 december wordt de EU geleid door het Verdrag van Lissabon.
1
, 5 instellingen
het Europees Parlement
de Raad (vd Europese Unie)
→ Deze 2 zijn de wetgevende organen
de Europese commissie
→ enigste die aanpassingen in de wet kan aanvragen.
het Hof van Justitie van de EU
de Rekenkamer
Naast verdragen zijn er 3 vormen van Europese wetgevingen die de
instellingen kunnen uitvaardigen:
richtlijnen : al de nationale overheden zijn verplicht de richtlijnen
op te nemen in hun eigen wet. Deze zijn vaak streng en met
weinig bewegingsruimte = harmonisatierichtlijnen
verordeningen : een algemene reglementering dat direct op
toepassing is voor al de lidstaten.
besluiten = bijzondere besluiten die van toepassing zijn op
specifieke personen, staten… Minder van belang in het ER.
Het Hof van Justitie van de EU controleert of de lidstaten al de
verdragen goed naleven.
1.4 Nationale wetgeving
Naast de wetten kunnen er ook Koninklijke Besluiten genomen worden.
Die worden genomen door de ministers.
De ministers kunnen ook optreden door een Ministerieel Besluit.
vb. een ministeriële besluit om de verspreiding van het coronavirus
tegen te gaan.
België bevat ook nog een regionale wetgeving. Dat zijn de decreten en
de ordonnanties van de gemeenschappen en gewesten.
→ De meeste wetten worden federaal beschouwd maar indien
het over een specifiek domein gaat zijn de gewesten bevoegd.
= gewestelijke wetgeving
vb. taaldecreet
vb. handelshuur
2
, Belangrijkste wetten:
Het Wetboek van Economisch Recht (WER)
Het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV)
Tegenwoordig niet vaak meer toegepast maar het
Wetboek van Koophandel dat nu het Wetboek van
bepaalde voorrechten op zeeschepen en diverse
bepalingen wordt genoemd.
Het Burgerlijk Wetboek (BW) helden evenzeer in het ER.
vb. geldigheid van overeenkomsten
2. Rechtspraak
Dat is het geheel van beslissingen genomen door diverse rechtscolleges.
Deze rechtspraak is juridisch niet bindend. Dit kan dus bij iedereen
verschillen.
3. Gewoonte:
Het bekendste voorbeeld van een gewoonte in ondernemingsrecht is het
vermoeden van passieve hoofdelijkheid tussen meerdere ondernemers die
contractueel verbonden zijn ten overstaan van hun schuldeiser??
OF
Hoofdelijkheid is een vermoeden = aan 1 iemand kan de volledige schuld
gevraagd, die persoon moet het maar regelen met zijn partners dat ook zij hun
deel terugbetalen.
Vb. bedrijf met 3 mensen moet 30.000€ betalen. 1 iemand betaalt en vordert terug van
2 andere.
4. Rechtsleer:
= het geheel van studies geschreven door rechtsgeleerden en vervolgens
verschijnen in juridische boeken. Deze worden beschouw als indirecte
rechtsbronnen.
3
Hoofdstuk 1: Bronnen van het economisch recht
1. Wetgeving
1.1 het internationaal recht
Super belangrijk in het economisch recht! Dit wordt bepaald door 2
onderdelen. Als eerst is er traditioneel internationaal recht en daarnaast
wordt deze rechtstak bepaald door het rechtskader van de Europese
Unie.
1.2 het traditionele internationale recht
ratificeren= wanneer de nationale parlementen de bi- of multilaterale
verdragen tussen soevereine staten goedkeuren.
soeverein = zelfstandig
verdrag = afspraken over werking en bevoegdheden van de EU
Verdragen die te maken hebben met het economisch recht:
vb. Europees verdrag van 30 september 1957 betreffende het internationaal
vervoer van gevaarlijke goederen over de weg.
vb. Weens koopverdrag; VN-verdrag van in 1980 inzake de internationale
koopovereenkomsten van roerende zaken.
1.3 De Europese Unie
= supranationale politieke instelling = de EU heeft zelf politieke organen
en procedures om wetgevingen uit te vaardigen.
Sinds 1 december wordt de EU geleid door het Verdrag van Lissabon.
1
, 5 instellingen
het Europees Parlement
de Raad (vd Europese Unie)
→ Deze 2 zijn de wetgevende organen
de Europese commissie
→ enigste die aanpassingen in de wet kan aanvragen.
het Hof van Justitie van de EU
de Rekenkamer
Naast verdragen zijn er 3 vormen van Europese wetgevingen die de
instellingen kunnen uitvaardigen:
richtlijnen : al de nationale overheden zijn verplicht de richtlijnen
op te nemen in hun eigen wet. Deze zijn vaak streng en met
weinig bewegingsruimte = harmonisatierichtlijnen
verordeningen : een algemene reglementering dat direct op
toepassing is voor al de lidstaten.
besluiten = bijzondere besluiten die van toepassing zijn op
specifieke personen, staten… Minder van belang in het ER.
Het Hof van Justitie van de EU controleert of de lidstaten al de
verdragen goed naleven.
1.4 Nationale wetgeving
Naast de wetten kunnen er ook Koninklijke Besluiten genomen worden.
Die worden genomen door de ministers.
De ministers kunnen ook optreden door een Ministerieel Besluit.
vb. een ministeriële besluit om de verspreiding van het coronavirus
tegen te gaan.
België bevat ook nog een regionale wetgeving. Dat zijn de decreten en
de ordonnanties van de gemeenschappen en gewesten.
→ De meeste wetten worden federaal beschouwd maar indien
het over een specifiek domein gaat zijn de gewesten bevoegd.
= gewestelijke wetgeving
vb. taaldecreet
vb. handelshuur
2
, Belangrijkste wetten:
Het Wetboek van Economisch Recht (WER)
Het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV)
Tegenwoordig niet vaak meer toegepast maar het
Wetboek van Koophandel dat nu het Wetboek van
bepaalde voorrechten op zeeschepen en diverse
bepalingen wordt genoemd.
Het Burgerlijk Wetboek (BW) helden evenzeer in het ER.
vb. geldigheid van overeenkomsten
2. Rechtspraak
Dat is het geheel van beslissingen genomen door diverse rechtscolleges.
Deze rechtspraak is juridisch niet bindend. Dit kan dus bij iedereen
verschillen.
3. Gewoonte:
Het bekendste voorbeeld van een gewoonte in ondernemingsrecht is het
vermoeden van passieve hoofdelijkheid tussen meerdere ondernemers die
contractueel verbonden zijn ten overstaan van hun schuldeiser??
OF
Hoofdelijkheid is een vermoeden = aan 1 iemand kan de volledige schuld
gevraagd, die persoon moet het maar regelen met zijn partners dat ook zij hun
deel terugbetalen.
Vb. bedrijf met 3 mensen moet 30.000€ betalen. 1 iemand betaalt en vordert terug van
2 andere.
4. Rechtsleer:
= het geheel van studies geschreven door rechtsgeleerden en vervolgens
verschijnen in juridische boeken. Deze worden beschouw als indirecte
rechtsbronnen.
3