Hoe komt het dat lopers tijdens een halve marathon sneller lopen dan de ‘eenzame lopers’ die het
werelduurrecord willen breken? Strikt genomen, is een loper die een poging onderneemt om het
werelduurrecord te breken geen eenzame loper. Er staan immers andere mensen toe te kijken: de
coach, officials die de tijd en afstand meten, en vaak nog een aantal supporters en journalisten.
In een onderzoek met kippen vond Erwin Bayer dat verzadigde dieren, die in een alleensituatie geen
voedsel meer tot zich nemen, nog twee derde van een normale maaltijd verorberden wanneer ze naast
een andere kip werden geplaatst die gedurende een etmaal niets gegeten had.
Harry Harlow groepeerde voor zijn onderzoek ratten in paren op basis van hun aanvangsgewicht. De
dieren uit een paar aten twintig dagen afwisselend een dag alleen en een dag samen. Hij vond dat de
dieren tijdens hun solitaire dagen significant minder aten dan tijdens de sociale dagen.
Beide studies suggereren dat diegenen onder ons die zichzelf te dik vinden, maar beter bij hun
pogingen tot vermageren het gezelschap van anderen vermijden.
Het experiment van Ader en Tatum toont aan dat een toekijkende maar passieve persoon het
uitproberen van een bepaalde gedraging in een probleemsituatie belemmert = sociale belemmering
Een experiment van Pessin moesten proefpersonen lijsten van zeven nietszeggende drieletterwoorden
leren in een alleensituatie of met een passief publiek (proefleider).
Uit de resultaten bleek dat het gemiddeld aantal aanbiedingen dat nodig was vooraleer een lijst gekend
was, significant hoger was in de conditie met een passief publiek dan in de alleenconditie. Ook het
aantal fouten bleek significant groter in de conditie met een passief publiek.
Gates en Allee werkten in hun studie niet met mensen, maar met proefdieren namelijk kakkerlakken.
Deze moesten herhaaldelijk door een E-vormig doolhof lopen.
De gemiddelde tijd tussen het aanbieden van de prikkel en de reactie, de latentietijd, was 5min in de
alleenconditie, 12min in de conditie met coactieve duo’s en 18 minuten in de conditie met coactieve
trio’s. Hieruit blijkt dat ook kakkerlakken sociaal belemmerd kunnen zijn.
Deze drie experimenten wijzen op een belemmerend effect van de aanwezigheid van een
soortgenoot. Toch is het niet zo dat we de dingen steeds slechter doen, dat we altijd minder goed
presteren, wanneer er anderen aanwezig zijn. Wielrenners rijden sneller in groep dan bij een tijdrit,
zelfs wanneer de wind mee zit. Vele podiumkunstenaars presteren beter wanneer er publiek is. Er zijn
ook psychologische experimenten die aantonen dat de aanwezigheid van anderen kan leiden tot een
betere in plaats van slechtere performantie.
Bij een experiment van Travis moesten de proefpersonen een stift op een bepaalde stip houden die
gemarkeerd was op een roterende schijf. Travis trainde zijn proefpersonen in een alleensituatie tot 2
dagen na het moment waarop de oefening een plafond bereikt had. Dan voerden de proefpersonen
dezelfde taak uit in aanwezigheid van een passief publiek.
De resultaten wezen uit dat die sociale conditie gemiddeld toch nog tot verbeterde prestaties leidde =
sociale facilitatie
Chen bestudeerde het nestbouwgedrag van zwarte mieren. De dieren werden in een melkfles geplaats
die half gevuld was met zand gedurende vier fasen. In de eerste en vierde fase verbleef het dier alleen,
in de tweede samen met één soortgenoot en in de derde fase met nog twee soortgenoten. Twee
onafhankelijke variabelen werden geregistreerd: de tijd die verliep vooraleer het dier begon te werken,
en het gewicht (in milligram) dat de mier individueel verplaatste.
Het experiment wijst duidelijk op sociale facilitatie. (1 mier: 192min – 2 mieren: 28min – 3 mieren:
33min – 1 mier: 160min + 1 mier: 232 mg – 2 mieren: 765 mg – 3 mieren: 766mg – 1 mier: 182 mg)
Sociale blootstelling = minimale invulling voor effect van socius (soortgenoot), namelijk de ‘blote’ (=
loutere) aanwezigheid, zonder verdere inhoudelijke invulling
Sociale facilitatie vs sociale belemmering
Soms heeft passief publiek een belemmerend effect, en soms een faciliterend effect
Geen duidelijke verschillen tussen mens/dier
Is hierin enige regelmaat te vinden?
Integrerende hypothese van Zajonc (1965)
Facilitatie/belemmering is
niet afhankelijk van wat men aan het doen is,
wel van de dominantie (/ aangeleerdheid) van de respons die gesteld moet worden
, Notie dominante respons:
Stimuli die op ons inwerken, wekken meestal tegelijkertijd verschillende mogelijke reacties op.
Wanneer iemand ons beledigt, kunnen we de belediging negeren, we kunnen verbaal reageren met een
gevat antwoord, of we kunnen fysiek reageren in de vorm van agressief gedrag. Sommige van de
mogelijke reacties op een prikkel zijn onverenigbaar met elkaar. hier kunnen we bv niet tegelijkertijd de
belediging negeren en agressief reageren. De verschillende mogelijke reacties wekken dus een
responscompetitie op.
Dus de dominante respons is de …
… respons die in een concrete situatie de grootste waarschijnlijkheid heeft dat het organisme
die uitbrengt
Hypothese van Zajonc:
sociale facilitatie en sociale belemmering zijn de uitkomst van eenzelfde onderliggende
psychologische proces, namelijk:
“sociale aanwezigheid leidt tot verhoogde activatie (= arousal), wat op zich leidt tot toename
van de dominante respons”
= sociale activeringshypothese
De hypothese die Robert Zajonc stelde, was dat het optreden van sociale facilitatie of belemmering niet
te maken heeft met wat men precies doet, maar wel met hoe moeilijk of hoe gemakkelijk de uit te
voeren taak is. Hij had opgemerkt dat facilitatie optreedt bij gemakkelijke taken en belemmering bij
moeilijke taken.
Als die dominante respons de juiste respons is sociale facilitatie
Als die dominante respons een foute respons is sociale belemmering
Cottrell, Wack, Sekerak en Rittle deden een studie waarin Zajonc’ hypothesse opnieuw getest werd. De
taak bestond ten dele uit een replicatie van het experiment van Zajonc en Sales:
Proefpersonen leerden zogenaamde Turkse woorden uitspreken = eerste fase. Na deze fase
voerden de proefpersonen een complexe taak uit om te verhinderen dat ze de woorden in het
geheugen hielden door ze te herhalen. In de tweede fase kwamen ze in een alleensituatie of
conditie met passief publiek. Op een scherm kwamen zeer korte aanbiedingen (0,01sec) van
‘Turkse’ woorden uit de eerste fase. Deze stimuli waren eigenlijk geen woorden, maar random
patronen van lijntjes. Er werd gezegd dat deze taak heel moeilijk was, maar de proefpersonen
werden aangemoedigd om zoveel mogelijk antwoorden te geven, desnoods zelfs te gokken. Alle
genoemde woorden klasseerden als hoogfrequente of relatief dominante woorden (aangeboden
in eerste fase met een frequentie van 8 of 16) of als laagfrequente, relatief ondergeschikte
woorden (de andere woorden, dat zijn de woorden met een aanbiedingsfrequentie van 1, 2 of 4)
De proefpersonen noemden meer relatief dominante woorden in de publiekconditie dan in de
alleenconditie, maar de relatief ondergeschikte woorden werden vaker genoemd in de
alleenconditie dan in de publiekconditie.
De hypothese die Cottrell wou testen, is of een niet-toekijkend publiek hetzelfde effect heeft als een
toekijkend publiek.
Uit hun resultaten besloten ze dat sociale activatie enkel optreedt als er een toekijkend publiek
aanwezig is. Zij interpreteren die noodzakelijkheid in termen van het opwekken van evaluatievrees of
faalangst, wat eventuele sociale belemmering of sociale activatie tot gevolg kan hebben.
Volgens Zajonc is louter sociale aanwezigheid een voldoende voorwaarde voor sociale belemmering of
activatie. Maar volgens Cottrell niet: hij stelde dat ook faalangst of evaluatievrees een noodzakelijke
voorwaarde is. Zajonc antwoorde op de kritiek met 2 experimenten. Daarin gebruikte hij geen
proefpersonen, maar wel relatief primitieve proefdieren: kakkerlakken.
In het eerste experiment vergeleken de onderzoekers de alleenconditie met een coactieve conditie
waarin twee kakkerlakken tegelijkertijd in de piste of het doolhof werden geplaatst:
40,6sec en 33,0sec (piste) en 110,4sec en 129,5sec (doolhof)
In het tweede experiment werd de alleenconditie vergeleken met een publiekconditie: