Deel 1 Algemeen: basisbegrippen
Hoofdstuk I: Waarom sociaal-wetenschappelijk onderzoek?
1. Voorbeelden
- The rotting Big apple
2. De wetenschappelijke aanpak
- Wat is wetenschap
- Welke aanpak?
- Systematisch
- Objectief
- Toetsbaar en falsifieerbaar
- Volgens een bepaalde cyclus
3. Alternatieve bronnen van kennis
4. Positie van sociale wetenschappen
- Alfa, beta- en gammawetenschappen
- Methodestrijd
5. Context van onderzoek
1. Voorbeelden
The rotting Big Apple Giuli an i als burgemeester - -~
....a,
VI
- 1990 hoge criminaliteitscijfers
15000
C
0
C
0
- Gebrek aan sociaal weefsel, Broken Window theory
0
0
0
0
"I"""
.... 10000
a,
- Burgemeester Giuliani: daling criminaliteitscijfers
a.
X
a,
"C
C
"C
- Causaal verband? -> 3 voorwaarden
ro - - Newa rk
ro
"C
.~ - LA
:E 5000
- - Nat io naal
1. Er is een relatie tsusen A en B - - New York City
2. A gaat in de tijd vooraf aan B
0 ---t--r----r---r--t--r--~ ---r-,------r------r---.- -----'--_J
1990 1992 1994 1996 1998 2000 2002
Jaar
3. De relatie blijft bestaan als men andere factoren in Grafiek 1.1 .
Evolutie van de criminaliteitscijfers tussen 1990 en 2 002.
rekening neemt. Ze blijft bestaan na controle van C
- (De zaak uitzoomen, geen causaal verband, was al langer bezig)
4. Wetenschappelijke aanpak
Wat is wetenschap?
,Gefundeerde kennis moet -> Geldig zijn en betrouwbaar
Verschil tussen het verwerven van alledaagse en wetenschappelijke kennis?
- strikte regels om de kwaliteit te waarborgen en zo tot geldige en betrouwbare kennis te komen
Wat?
- Systeem/methode om tot gefundeerde kennis te komen
- Langzaam eeuwenlang proces
- Geaccumuleerde kennis: georganiseerd in theorieën en gestoeld op empirische gegevens
Gefundeerde kennis: geldig en betrouwbaar?
1) Volgens systematische procedures
2) Op objectieve wijze
3) Getoetste en falsifieerbare kennis
4) Volgt een bepaalde cyclus
4 methodes/criteria om te komen
tot gefundeerde kennis: geldig en
betrouwbaar?
1. Volgens systematische - Onderzoek = methodisch
procedures - Empirie = waarneming, cijfers
- Systematiek laat toe dat onderzoek herhaalbaar is à
methode moet opnieuw toegepast kunnen worden
zodat het herhaalbaar is
- Voorkomt ‘lukrake’ pogingen om kennis te verzamelen
- Steeds gebaseerd op gestructureerde, empirische
observatie
2. Objectiviteit - Onbevooroordeeld en objectief observeren,
analyseren en rapporteren
- Relatief: zekere mate van subjectiviteit =
onvermijdelijk
- (Relatief, vaak subjectief onvermijdelijk -> paradigma,
vooroordelen)
3. Toetsbaar en falsifieerbaar - Onderzoek moet geverifieerd kunnen worden:
o Bewijsvoering moet altijd uitgedaagd en
bevraagd kunnen worden
o Alle kennis is tijdelijk
o (Alle zwanen zijn wit -> falsifieerbaar = theorie
moet weerlegd kunnen worden)
- à Wetenschappelijke kennis moet gedeeld worden
en openbaar zijn om eventuele onjuistheid te kunnen
controleren
- Peer review (geëvalueerd door andere
wetenschappers)
4. Volgens een bepaalde cyclus - Onderzoekscyclus
, Positie van mens- en maatschappijwetenschappen
Alfa, beta- en gammawetenschappen, methodenstrijd
Scheiding tussen natuur- en geesteswetenschappen
Twee methodologieen in strijd met elkaar
- Natuur- of betawetenschappen: natuurwetten
- Geestes- of alfawetenschappen: studie van product menselijk handelen
- Product van de 19de eeuw
- Charles P. Snow (1959) “The Two Cultures”
- De scheiding tussen alfa- en bètawetenschappen heeft historisch een grote invloed
uitgeoefend op de methodestrijd binnen de mens- en maatschappijwetenschappen
(zie hoofdstuk 3)
(Snow, kritiek, we hebben 3de stroming nodig, als doel maatschappij in kaart brengen ->
Gammawetenschappen, menselijk handelen = tussenvorm -> Sterk gemoduleerd naar
natuurwetenschappen maar onderwerpen uit de geesteswetenschappen)
Sociale wetenschappen
- Komen vooral in de loop van de 20ste eeuw tot stand
- Gammawetenschappen: het menselijk handelen (sociologie, economie, psychologie, etc.)
- Jerome Kagan (2009) “The three cultures”
- “De gammawetenschappen” & gammacanon: studie van menselijk handelen
- Methodologie is een wezenlijk onderdeel van elke discipline
- -> De gammawetenschappen hebben zich methodologisch sterk gemodelleerd op de
natuurwetenschap, terwijl hun onderzoeksobject grotendeels samenvalt met de inhoud van de
geesteswetenschappen.
Mens- en maatschappijwetenschappen: methodenstrijd
W. Dilthey (1833-1911) : - Sociale wetenschappen: eigen methodologische grond
eigen methodolgie nodig - Object sociale wetenschappen kan niet benaderd worden via
experimentele methode (natuurwetenschappen) of introspectie
(geesteswetenschappen)
- Menselijke vrije wil laat zich niet in wetmatigheden vertalen
, Durkheim (1858-1917) : - Sociale fenomenen voltrekken zich volgens onderliggende
sociale fenomenen wetmatigheden
benaderd worden door
natuurwetenschappen
Weber (1864-1924): - Sociale verschijnselen gedetermineerd door sociale
tussenfiguur, combinatie wetmatigheden en product van menselijke wil
mogelijk - Tussenfiguur, combinatie mogelijk, sociale verschijnselen,
sociale wetten (conflict?) kijken naar sociale op basis wetten,
(eigen wil)
Hoofdstuk 2: bouwstenen van sociaalwetenschappelijk onderzoek
1. Bouwstenen
- Theorie en empirie
- Inductie en deductie
- Empirische cyclus
2. Evaluatiecriteria
- Betrouwbaarheid
- Geldigheid
- Herhaalbaarheid
3. Soorten wetenschappelijk onderzoek
- Theoriegericht vs. Praktijkgericht
- Kwantitatieve vs. kwalitatieve strategie
1. Bouwstenen
Wat is een theorie?
Concept = algemeen abstract idee waaronder meer concrete zaken zich kunnen huizen
Theorie = logisch samenhangend geheel tussen concepten, concepten linken met elkaar
- Verschillende betekenissen in sociale wetenschappen
- Bailey (1987, p. 39): “Explanations and predictions are provided by theories. Theories attempt
to answer the why and how questions. Theorizing can be defined as the process of providing
explanations and predictions of social phenomena, generally by relating the subject of interest
to some other phenomena”
- Brodbeck (1968, p. 385-386): “A theory is a deductively connected set of general statements,
some of which, the premises or axioms, logically imply others, the theorems… The purpose is
to show what else must be true if the premises are true.”
- In lekentaal: verhalen over hoe en waarom verschijnselen optreden
Kenmerken van een theorie
1. Logisch samenhangend geheel van uitspraken over relaties tussen concepten = bouwstenen.
Hoofdstuk I: Waarom sociaal-wetenschappelijk onderzoek?
1. Voorbeelden
- The rotting Big apple
2. De wetenschappelijke aanpak
- Wat is wetenschap
- Welke aanpak?
- Systematisch
- Objectief
- Toetsbaar en falsifieerbaar
- Volgens een bepaalde cyclus
3. Alternatieve bronnen van kennis
4. Positie van sociale wetenschappen
- Alfa, beta- en gammawetenschappen
- Methodestrijd
5. Context van onderzoek
1. Voorbeelden
The rotting Big Apple Giuli an i als burgemeester - -~
....a,
VI
- 1990 hoge criminaliteitscijfers
15000
C
0
C
0
- Gebrek aan sociaal weefsel, Broken Window theory
0
0
0
0
"I"""
.... 10000
a,
- Burgemeester Giuliani: daling criminaliteitscijfers
a.
X
a,
"C
C
"C
- Causaal verband? -> 3 voorwaarden
ro - - Newa rk
ro
"C
.~ - LA
:E 5000
- - Nat io naal
1. Er is een relatie tsusen A en B - - New York City
2. A gaat in de tijd vooraf aan B
0 ---t--r----r---r--t--r--~ ---r-,------r------r---.- -----'--_J
1990 1992 1994 1996 1998 2000 2002
Jaar
3. De relatie blijft bestaan als men andere factoren in Grafiek 1.1 .
Evolutie van de criminaliteitscijfers tussen 1990 en 2 002.
rekening neemt. Ze blijft bestaan na controle van C
- (De zaak uitzoomen, geen causaal verband, was al langer bezig)
4. Wetenschappelijke aanpak
Wat is wetenschap?
,Gefundeerde kennis moet -> Geldig zijn en betrouwbaar
Verschil tussen het verwerven van alledaagse en wetenschappelijke kennis?
- strikte regels om de kwaliteit te waarborgen en zo tot geldige en betrouwbare kennis te komen
Wat?
- Systeem/methode om tot gefundeerde kennis te komen
- Langzaam eeuwenlang proces
- Geaccumuleerde kennis: georganiseerd in theorieën en gestoeld op empirische gegevens
Gefundeerde kennis: geldig en betrouwbaar?
1) Volgens systematische procedures
2) Op objectieve wijze
3) Getoetste en falsifieerbare kennis
4) Volgt een bepaalde cyclus
4 methodes/criteria om te komen
tot gefundeerde kennis: geldig en
betrouwbaar?
1. Volgens systematische - Onderzoek = methodisch
procedures - Empirie = waarneming, cijfers
- Systematiek laat toe dat onderzoek herhaalbaar is à
methode moet opnieuw toegepast kunnen worden
zodat het herhaalbaar is
- Voorkomt ‘lukrake’ pogingen om kennis te verzamelen
- Steeds gebaseerd op gestructureerde, empirische
observatie
2. Objectiviteit - Onbevooroordeeld en objectief observeren,
analyseren en rapporteren
- Relatief: zekere mate van subjectiviteit =
onvermijdelijk
- (Relatief, vaak subjectief onvermijdelijk -> paradigma,
vooroordelen)
3. Toetsbaar en falsifieerbaar - Onderzoek moet geverifieerd kunnen worden:
o Bewijsvoering moet altijd uitgedaagd en
bevraagd kunnen worden
o Alle kennis is tijdelijk
o (Alle zwanen zijn wit -> falsifieerbaar = theorie
moet weerlegd kunnen worden)
- à Wetenschappelijke kennis moet gedeeld worden
en openbaar zijn om eventuele onjuistheid te kunnen
controleren
- Peer review (geëvalueerd door andere
wetenschappers)
4. Volgens een bepaalde cyclus - Onderzoekscyclus
, Positie van mens- en maatschappijwetenschappen
Alfa, beta- en gammawetenschappen, methodenstrijd
Scheiding tussen natuur- en geesteswetenschappen
Twee methodologieen in strijd met elkaar
- Natuur- of betawetenschappen: natuurwetten
- Geestes- of alfawetenschappen: studie van product menselijk handelen
- Product van de 19de eeuw
- Charles P. Snow (1959) “The Two Cultures”
- De scheiding tussen alfa- en bètawetenschappen heeft historisch een grote invloed
uitgeoefend op de methodestrijd binnen de mens- en maatschappijwetenschappen
(zie hoofdstuk 3)
(Snow, kritiek, we hebben 3de stroming nodig, als doel maatschappij in kaart brengen ->
Gammawetenschappen, menselijk handelen = tussenvorm -> Sterk gemoduleerd naar
natuurwetenschappen maar onderwerpen uit de geesteswetenschappen)
Sociale wetenschappen
- Komen vooral in de loop van de 20ste eeuw tot stand
- Gammawetenschappen: het menselijk handelen (sociologie, economie, psychologie, etc.)
- Jerome Kagan (2009) “The three cultures”
- “De gammawetenschappen” & gammacanon: studie van menselijk handelen
- Methodologie is een wezenlijk onderdeel van elke discipline
- -> De gammawetenschappen hebben zich methodologisch sterk gemodelleerd op de
natuurwetenschap, terwijl hun onderzoeksobject grotendeels samenvalt met de inhoud van de
geesteswetenschappen.
Mens- en maatschappijwetenschappen: methodenstrijd
W. Dilthey (1833-1911) : - Sociale wetenschappen: eigen methodologische grond
eigen methodolgie nodig - Object sociale wetenschappen kan niet benaderd worden via
experimentele methode (natuurwetenschappen) of introspectie
(geesteswetenschappen)
- Menselijke vrije wil laat zich niet in wetmatigheden vertalen
, Durkheim (1858-1917) : - Sociale fenomenen voltrekken zich volgens onderliggende
sociale fenomenen wetmatigheden
benaderd worden door
natuurwetenschappen
Weber (1864-1924): - Sociale verschijnselen gedetermineerd door sociale
tussenfiguur, combinatie wetmatigheden en product van menselijke wil
mogelijk - Tussenfiguur, combinatie mogelijk, sociale verschijnselen,
sociale wetten (conflict?) kijken naar sociale op basis wetten,
(eigen wil)
Hoofdstuk 2: bouwstenen van sociaalwetenschappelijk onderzoek
1. Bouwstenen
- Theorie en empirie
- Inductie en deductie
- Empirische cyclus
2. Evaluatiecriteria
- Betrouwbaarheid
- Geldigheid
- Herhaalbaarheid
3. Soorten wetenschappelijk onderzoek
- Theoriegericht vs. Praktijkgericht
- Kwantitatieve vs. kwalitatieve strategie
1. Bouwstenen
Wat is een theorie?
Concept = algemeen abstract idee waaronder meer concrete zaken zich kunnen huizen
Theorie = logisch samenhangend geheel tussen concepten, concepten linken met elkaar
- Verschillende betekenissen in sociale wetenschappen
- Bailey (1987, p. 39): “Explanations and predictions are provided by theories. Theories attempt
to answer the why and how questions. Theorizing can be defined as the process of providing
explanations and predictions of social phenomena, generally by relating the subject of interest
to some other phenomena”
- Brodbeck (1968, p. 385-386): “A theory is a deductively connected set of general statements,
some of which, the premises or axioms, logically imply others, the theorems… The purpose is
to show what else must be true if the premises are true.”
- In lekentaal: verhalen over hoe en waarom verschijnselen optreden
Kenmerken van een theorie
1. Logisch samenhangend geheel van uitspraken over relaties tussen concepten = bouwstenen.