Inhoud
Praktische informatie...................................................................................1
Deel 1. Inleiding...........................................................................................3
1.1. De rechtstak van het onderwijsrecht.................................................3
1.2. De geschiedenis van het onderwijsrecht in vogelvlucht....................3
1.2.1. Inleiding.......................................................................................3
1.2.2. Vóór 1800....................................................................................5
1.2.3 Na de eenwording van België.......................................................6
1.2.4. Schoolpact en schoolstrijd.........................................................10
1.2.5. Constitutionalisering..................................................................13
1.2.6. Defederalisering........................................................................15
1.2.7. Internationalisering....................................................................15
1.2.8. Kwalificatie scholen...................................................................16
1.3. Structuur van het onderwijsveld in vogelvlucht (kennisclip)............17
Deel 2. Artikel 24 van de Grondwet...........................................................23
2.1. Inleiding...........................................................................................23
2.2. Overname van bestaande regels (pro memoria).............................25
2.3. Actieve vrijheid van onderwijs.........................................................26
2.3.1. Vrijheid van oprichting...............................................................26
2.3.2. Vrijheid van inrichting................................................................43
2.3.3. Vrijheid van richting...................................................................70
2.3.4. Erkennings- en financieringsvoorwaarden (zie ook 2.3.1.)........94
2.4. Passieve vrijheid van onderwijs.......................................................97
2.4.1. Algemeen...................................................................................97
2.4.2. Waarborgen van de vrije keuze...............................................100
2.4.3. Neutraliteit...............................................................................102
2.5. De ouder als houder van een onderscheiden mensenrecht in
onderwijs en neutraliteit.......................................................................103
2.5.1. Algemeen.................................................................................103
2.5.2. Enkele voorbeelden uit de rechtspraak...................................107
2.5.3. Toepassing in België................................................................110
i
, 2.6. Art. 24 §2 GW.................................................................................113
2.7. Recht op onderwijs.........................................................................117
2.7.1. EVRM, eerste protocol..............................................................117
2.7.2. ECOSOC-Verdrag......................................................................120
2.7.3. Kinderrechtenverdrag..............................................................122
2.7.4. Verdrag Grondrechten EU........................................................122
2.7.5. Gemene opmerkingen.............................................................124
2.8. Gelijkheidsbeginsel........................................................................126
2.9. Legaliteitsbeginsel.........................................................................129
Deel 3. Bevoegdheidsverdeling en taalregeling.......................................131
3.1. Bevoegdheidsverdeling..................................................................131
3.1.1. Materieel..................................................................................131
3.1.2. Territoriaal................................................................................136
3.2. Taalregeling....................................................................................142
Deel 4. Specifieke thema’s.......................................................................146
4.1. Zorgvuldig bestuur.........................................................................146
4.4.1. Eerlijke concurrentie................................................................147
4.4.2. Politieke activiteiten en verbod op politieke activiteiten en
propaganda........................................................................................149
4.4.3. Handelsactiviteiten..................................................................158
4.4.4. Reclame en sponsering............................................................163
4.4.5. Kosteloosheid...........................................................................165
Deel 5. Examenbetwistingen in secundair onderwijs...............................172
Inleiding................................................................................................172
5.1. Secundair onderwijs.......................................................................172
5.1.1. Optreden van de delibererende klassenraad...........................172
5.1.2. Interne procedure....................................................................177
5.1.3. Externe beroepsprocedure bij de Raad van State....................184
5.1.4 Inhoudelijke aspecten...............................................................187
ii
,Praktische informatie
Leerdoelen
Inzicht verwerven in structuren en fundamentele juridische vragen
van het onderwijsrecht
Attitude bijbrengen van aandacht voor de (soms moeilijke) interactie
tussen onderwijskunde/onderwijsverhoudingen en het recht
Vaardigheid bijbrengen in het uitklaren van specifieke vragen van
onderwijsrecht.
Onderwijsrecht als multidisciplinair recht benaderen
Inzicht in de maatschappelijke relevantie van onderwijsrecht in een
open en pluralistische grondrechtensamenleving
Begintermen
Belangstelling voor het onderwijsrecht en het onderwijsgebeuren
Basiskennis recht wordt verondersteld
Voor zij die de zes studiepunten variant volgen en geen basiskennis recht
hebben
Gedurende de eerste weken van het jaar: colleges “inleiding tot het recht”
Studiemateriaal
Teksten worden op Toledo geplaatst
Slides + notities + wetteksten
Examen: mondeling, gesloten boek (wetteksten toegelaten)
De studenten krijgen drie examenvragen.
Een eerste vraag betreft een kennisvraag met betrekking tot een
onderdeel van de cursus (theorievraag). De tweede vraag is een
casus. De studenten stellen een mogelijke en zinvolle oplossing
voor deze casus voor, gebruik makend van de kennis en inzichten
verworven in de colleges en door de studie van het studiemateriaal.
De derde vraag is een open opiniërende stelling die door
studenten wordt becommentarieerd vanuit het juridisch kader.
Studenten moeten de stelling in het bredere maatschappelijke debat
kunnen situeren.
De vragen hebben betrekking op verschillende onderdelen van de
cursus.
Het examen is een gesloten boek examen. Wetteksten mogen wel
worden gebruikt tijdens het examen.
1
,Inhoud cursus – wat gaan we zien?
“De controversieelste onderwijsminister ooit: dit is de Bijbelse missie van
Betsy DeVos”
Deze minister van de eerste Trump administratie wou o.a. de katholieke
scholen bevorderen met publieke middelen, enz.
Hun systeem is bijzonder, maar is dat zo bijzonder? In Vlaanderen is het
percentage religieuze (waaronder de grote meerderheid katholieke)
scholen 80%. Verder worden ook publieke middelen gebruikt om die
scholen te financieren/subsidiëren (zie infra 1.3.). In Vlaanderen is het dan
toch niet zo verschillend van het plan van DeVos, waarom waren we zo
verbaasd? In Vlaanderen leggen we inhoudelijke eisen op scholen in ruil
voor financiering (minimumdoelen). Hoever mogen we gaan in de eisen
die we stellen? De overheid gaat te ver als ze zou uitschrijven hoe religie
moet zijn (scheiding kerk en staat). Maar de overheid moet wel genoeg
eisen stellen. Het zijn nog tal van minimumeisen rond onderwijs…
In de cursus gaat het om de inhoud van het onderwijs (bv. Steinerscholen);
hoe de inhoud getest wordt en hoe de overheid dit controleert (bv.
‘Vlaamse toetsen’); controle van godsdienstleerkrachten; erkenning van
scholen (bv. Moslim School); vrije schoolkeuze (mogen scholen leerlingen
weigeren? Wat als er niet genoeg plekken zijn?); attestering van scholen
en juridisering van onderwijs (bv. aanvechten van klassenraden intern of
extern); politiek in de klas (bv. ‘bosbrossers’, spijbelende protesteerders;
neutraliteit van de leerkracht); religie in de klas (bv. het dragen van
hoofddoeken); handicap in het onderwijs; … Er zijn veel meetspijkers om
te zorgen dat onderwijs niet ontspoort, wat ertoe leidt dat het huidig
systeem op vele punten atypisch kan lijken.
2
,Deel 1. Inleiding
1.1. De rechtstak van het onderwijsrecht
Er zijn veel rechtstakken die een invloed hebben op het onderwijsrecht
zoals, bijvoorbeeld het mededingingsrecht, openbare aanbesteding,
arbeidsrecht, vennootschapsrecht, … Daarover gaan we hier niet diep
ingaan. Wel gaan we naar het wetgevend kader kijken:
Internationaal en grondwettelijk kader
Art. 24 GW: is zeer gedetailleerd, atypisch veel zelf grondwettelijke
bepaling. Het is ook gedetailleerd wat weinig interpretatiemarge
toelaat en er zijn ook beleidskeuze daarin vervat (de reden zijn
historisch, zie infra).
Mensenrechtelijke verdragen: IVRK, IVRPH, BUPO verdrag / IVESCER,
… Dit zal niet gedetailleerd (kunnen) zijn omwille van de diversiteit
van systemen en regelingen tussen de verschillende rechtsstelsels.
Verdragen zeggen dus weinig (‘het recht op onderwijs mag aan
niemand worden ontzegd’), is er wel veel soft law en wat daaruit is
voortgevloeid gaat meer in detail.
Specifieke wetteksten
Decreet basisonderwijs, Codex secundair onderwijs
Enkele uitvoeringsbesluiten
Omzendbrieven
…
! Telkens rekening houdend met het brede maatschappelijke kader
1.2. De geschiedenis van het onderwijsrecht in
vogelvlucht
1.2.1. Inleiding
Het huidige onderwijsrecht is gegroeid uit scherpe politieke conflicten
(Belgische revolutie, eerste en tweede schoolstrijd) en wisselende
politieke machtsverhoudingen.
Het steunt op een delicaat historisch evenwicht: ruimte geven aan vrij
(religieus) initiatief, of staatscontrole.
België heeft middels het schoolpact die historische discussie
gepacificeerd in België
3
, Religieus onderwijs heeft thans een groot deel van de markt in
handen én een groot deel van het overheidsbudget
Bereikte compromis is rechtsvergelijkend zeker niet evident
Onderwijs was en blijft een zeer belangrijk recht (een recht die toegang
geeft aan andere rechten), maar de evolutie was historisch dit niet zo
evident…
4
, 1.2.2. Vóór 1800
Onderwijs is sinds de middeleeuwen in de eerste plaats geen
overheidstaak, maar wel een opdracht vanuit privaat initiatief, vooral
ingevuld door abdijen en kloosters.
Vanaf de 18e in handen van congregaties
Leren lezen en schrijven, maar ook moreel verval tegengaan
Focus op ‘armen’ heeft implicaties tot nu: zomervakantie
Onder de Oostenrijkse Habsburgers (1715-1795): eerste
overheidsoptreden
Idee van de verlichting: voor maatschappelijk vooruitgaan is
onderwijs cruciaal, en voor de overheid moet dit door hen geregeld
moeten kunnen zijn.
Overheidsoptreden in onderwijs en schoolplicht
Vrij initiatief ingeperkt, maar nog “relatief” ongemoeid gelaten (geen
conflictmodel tussen staat en religie)
Frans bestuur onder Napoleon
Hij trachtte ook om meer vat te hebben op onderwijs (centralistische visie
op de staat, en ook op onderwijs). De vertaling daarvan is de oprichting
van centraal geleide universiteit waarin van overheidswege vorm en
inhoud worden vastgelegd. Er was hier ook (nog) geen conflict, Staat en
onderwijs waren allebei ook katholiek.
Vanaf haar oprichting in 1808 werd het onderwijs in het gehele
keizerrijk onder het toezicht van de Université impériale geplaatst en
was het verboden buiten de Université en zonder toelating van haar
voorzitter scholen te openen of openbaar onderwijs te verstrekken
Het onderwijs onder de Université was gericht op een uniforme
vorming van citoyens, gehecht aan de Katholieke religie, aan de
keizer, aan de eenheid en de in de grondwetten verankerde waarden
van het vaderland en aan hun familie
1815: aanhechting bij de Nederlanden: conflict
Deze periode heeft een belangrijke invloed gehad op onze Grondwet en
ons onderwijs. De Koning van Nederlanden heeft - in tegenstelling tot
vroeger - wel het conflict gezocht.
Oorsprong van het versterkt legaliteitsbeginsel (verplichting van
wetgevende initiatief voor belangrijke beslissingen en niet door
besluiten).
5