1.1 · Financiële Overzichten — Wat zijn ze en wie gebruikt ze?
Alle ondernemingen stellen jaarlijks financiële overzichten (jaarrekening) op. De aandeelhouders
moeten deze goedkeuren op de algemene vergadering. In de meeste landen moet men de jaarrekening
daarna neerleggen bij een overheidsdienst, die ze publiek maakt. Klanten, leveranciers en concurrenten
kunnen ze inkijken.
Bedrijven zoals Companyweb, Standard & Poor's en Moody's verzamelen alle mogelijke financiële
inlichtingen en verkopen deze aan geïnteresseerde bedrijven.
Kleine bedrijven houden niet van deze openbaarheid. De meeste grote bedrijven wel — ze weten dat dit
bijdraagt tot het vertrouwen bij huidige en toekomstige zakenrelaties.
De onderdelen van de jaarrekening
Winst-en-verliesrekening (resultatenrekening / income statement / Statement of Comprehensive
Income – IASB): Geeft alle opbrengsten en kosten en ook de winst/verlies van het boekjaar. Belangrijkste
indicator van de winstgevendheid van de onderneming.
Balans (balance sheet / Statement of Financial Position – IASB): Geeft de oorsprong en de besteding van
het eigen vermogen op de laatste dag van het boekjaar. Hoe werd de onderneming gefinancierd en
welke investeringen zijn er gedaan (machines, gebouwen, voorraad…)?
Toelichting (notes to the accounts / footnotes): Geeft bijkomende informatie over de getallen in de
balans en de resultatenrekening. Men kan ook niet-boekhoudkundige info publiek maken. De toelichting
wordt gecontroleerd door de commissaris-revisor of de auditor. Voorbeelden: vervaldata schulden,
gekozen waarderingsmethoden voor voorraden en activa, bijkomende details over omzet…
Kasstroomoverzicht (Statement of Cash Flows): Geeft de voornaamste kasstromen van het afgelopen
jaar. Hieruit kan men afleiden hoeveel middelen gegenereerd werden uit operationele activiteiten,
hoeveel er geïnvesteerd werd en of er schulden aangegaan of terugbetaald werden. In de meeste landen
verplicht onderdeel van de JR — niet in België, tenzij de JR opgesteld is volgens IFRS.
Controleverslag: Verklaring door de commissaris-revisor over de elementen van de JR.
Mutatieoverzicht van het eigen vermogen (Statement of changes in equity): Bij IFRS een apart
rapport over dividendbetalingen, uitgifte van nieuwe aandelen en andere transacties die het EV
beïnvloeden, met inbegrip van de nettowinst voor het boekjaar.
Jaarverslagen bij grote multinationals
Grote multinationals bundelen financiële rapporten samen met andere niet-boekhoudkundige info.
Gepubliceerde jaarverslagen beginnen meestal met een verklaring van de voorzitter (managementteam
bedanken en beoordelen). Daarachter volgen foto's van managers, machines, producten en grafieken die
de evolutie van de afdelingen binnen de groep aangeven. Dit helpt bij de analyse van de JR. Info over
strategie, vooruitzichten, corporate governance en de werking van de controlesystemen is erg interessant
en wordt meer en meer verplicht door regelgevers. Het publiceren van een jaarverslag kost grote
multinationals erg veel: juridische aspecten, relaties met aandeelhouders, eventueel meerdere talen,
miljoenen exemplaren…
PUBLICATIETIJDEN
VS: 8–12 weken na het afsluiten van het boekjaar (streven naar snelle publicatie)
België: maximaal 7 maanden na het afsluiten van het boekjaar
Gebruik van de jaarrekening
,Externe gebruikers krijgen de boekhoudkundige gegevens slechts op bepaalde tijdstippen. Interne
gebruikers hebben deze info dagelijks nodig om beslissingen te maken.
Financieringsbeslissingen: Alle financiële middelen (kapitaalsverhoging, obligatielening, kredieten op
KT en LT…) hebben voor- en nadelen. Het management moet deze afwegen op basis van beschikbare
info over het verleden.
Productiebeslissingen: Welke producten zijn winstgevend? Make-or-buy? Nieuw product? Hangen vaak
samen met investeringsbeslissingen — de beste projecten kiezen via waardemeters.
Marketingbeslissingen: Welke marketinginspanningen leverden in het verleden het meest op?
Vaststellen van verkoopprijzen (hierbij is de kostprijs belangrijk).
1.2 · Externe gebruikers van de jaarrekening — 6 groepen
① Aandeelhouders
Eigenaars van de onderneming. Ze stellen geld, machines, gebouwen of patenten ter beschikking en krijgen
in ruil aandelen. Ze mogen deelnemen aan de Algemene Vergadering en beslissen mee over de toekomst
van de onderneming (oefenen stemrecht uit). Op de AV worden de financiële overzichten voorgesteld. Men
beslist hier ook wat er met de winst/verlies zal gebeuren.
Bestemmingen van de winst
Reserveren voor toekomstige verliezen/investeringen
Uitkeren aan aandeelhouders (dividend)
Uitkeren aan bestuurders (tantième)
Uitkeren aan het personeel
Overdragen naar het volgende boekjaar
Bestemmingen van het verlies
Overdragen naar het volgende boekjaar → verrekenen met verwachte winst
Ten laste nemen om de onderneming niet te belasten
Bij kleine ondernemingen: aandeelhouders = bestuur (grote betrokkenheid bij het wel en wee van de
onderneming). Bij grote ondernemingen: elke aandeelhouder heeft meestal een klein onderdeel van het
kapitaal — strikte scheiding tussen aandeelhouders en management. Nieuw kapitaal wordt meer en meer
gehaald bij het brede publiek en op de beurs. Die groep is volledig aangewezen op de info die het bedrijf
meedeelt bij de voorstelling van de financiële overzichten. Meestal worden ook tussentijdse balansen
publiek gemaakt om de evolutie van de onderneming weer te geven.
Aandeelhouders stellen de Raad van Bestuur aan en verlenen al dan niet kwijting voor het uitgeoefende
mandaat.
② Kredietverstrekkers
Twee grote groepen: banken en financiële groepen die leningen en kredieten toestaan. Zij baseren zich
op de boekhoudkundige info voor het al dan niet verstrekken van krediet. Ook de kredietvoorwaarden
hangen af van de kredietwaardigheid en de rentabiliteit van de onderneming.
Krediet mogelijk op KT of LT
Periodiek intresten betalen als vergoeding + regelmatige terugbetaling/aflossing
Kredietverstrekker vraagt meestal een waarborg
Tijdens de looptijd: onderneming moet de kredietverstrekker op de hoogte houden via de JR en
tussentijdse balansen/resultatenrekeningen
Grote ondernemingen kunnen geld ophalen bij het grote publiek via obligatieleningen (het publiek
treedt dan op als kredietverstrekker)
, Gewone leveranciers zijn ook kredietverstrekkers: de onderneming beschikt al over goederen/diensten
terwijl ze pas later moet betalen. Leveranciers gaan vóór levering de kredietwaardigheid na via
gepubliceerde JRen en gespecialiseerde kredietanalysebedrijven.
③ Werknemers
Worden in de ondernemingsraad vertegenwoordigd door de vakbonden (vergadert op regelmatige
tijdstippen). De verstrekte info is belangrijk voor loononderhandelingen, inleveringen en
herstructureringen.
④ Overheid
Legt regels op waaraan de verstrekte info moet voldoen
Controleert via BTW- en belastingcontroles; berekent belastingheffingen op basis van boekhoudkundige
gegevens. Bij gebrek aan regelmatige boekhouding baseert de overheid zich op resultaten van
gelijkaardige bedrijven.
Gebruikt de info ook voor het al dan niet verstrekken van overheidssteun/subsidiëring en om de
eventuele terugbetaling ervan op te volgen
Bij herstructurering/reorganisatie: dossier opstellen op basis van boekhoudkundige info
Door het samenvoegen van alle beschikbare info op regionaal en nationaal vlak krijgt de overheid een
zicht op de economie en eventuele problemen
⑤ Rechtbank
Een regelmatig gehouden boekhouding kan als bewijs worden gebruikt:
Voor daden van koophandel en onder kooplieden: aanvaard als bewijs
Tegen een niet-handelaar: begin van schriftelijk bewijs
Bij faillissement: aantonen dat er geen zware fouten zijn gemaakt en geen bedrog is gepleegd. Men kan
ook aantonen of goederen of geld verdwenen zijn — zo ja: bankroet verklaard worden.
⑥ Stakeholders (andere belanghebbenden)
Diverse groepen: klanten, financiële analisten, concurrenten, media, onderzoekers en het brede publiek.
Iedereen kan inzage krijgen in de neergelegde JRen die vrij beschikbaar zijn.
, 1.3 · Het Angelsaksisch Model
BELANGRIJK KADER
Het objectief voor de JR zoals door de IASB vastgelegd, neigt meer naar het Angelsaksisch dan naar het
Continentaal model.
Ontstond in de vroege 20e eeuw in landen zoals de VS, VK, Australië, Canada… waar er toen nog geen
boekhoudwetten bestonden. De ondernemingen moesten zelf boekhoudregels vaststellen. Ze moesten zelf
genoeg info publiek maken zodat ze de nodige financiële middelen konden verzamelen via de beurs/andere
kapitaalverstrekkers. Accountants waren belangrijk om mee deze regels op te stellen.
Bij ernstige problemen zoals de Wall Street Crash (1929) legde de overheid strengere regels op → zo
ontstonden de SEC (Securities and Exchange Commission) en de zeer strenge waakhond van de
Amerikaanse beurs SOx (Sarbanes-Oxley Act). Doel: ondernemingen verplichten meer en correctere info
publiek te maken.
In dit model worden de JRen opgesteld in functie van de financiering van het bedrijf. Dit vloeit voort uit de
Industriële Revolutie, toen bedrijven groter werden en externe financiering nodig hadden.
Vóór de Industriële Revolutie
Ondernemingen kleinschalig, financiering door de eigenaar-manager zelf.
Na de Industriële Revolutie
Professionele managers die het bedrijf leidden maar geen geld investeerden
Externe financiers (aandeelhouders, banken) die niet meer betrokken waren bij de dagelijkse gang
van zaken maar wél op de hoogte wilden blijven van wat er met hun kapitaal gebeurde
Investeringen verliepen via aandelenbeurzen. De JR was voor die financiers vaak de enige info. Om
zekerheid te bieden over de correctheid begon men met de onafhankelijke audit van de
boekhoudkundige info → vertrouwen tussen financiers en managers nam toe.
De regels zijn verbonden aan de gekozen ondernemings- of financieringsvorm.
1.4 · Het Continentaal Model
Dit Europese model ontstond veel vroeger dan het Angelsaksische:
Het houden van boeken werd verplicht in Frankrijk door de Ordonnantie van Colbert (1673), maar de
Ordonnantie van Orléans (1560) bepaalde al dat frauduleuze faillissementen streng bestraft zouden
worden.
Napoleon nam deze regels op in zijn Code Napoléon (1807) → van toepassing op alle ondernemingen,
los van de wettelijke vorm, met nog strengere regels voor beursgenoteerde ondernemingen.
Deze Franse regels werden overgenomen door: België, Spanje, Duitsland, Italië.
Men legde deze regels op omdat de overheid de economie wou regulariseren. In Frankrijk waren er in de
16e en 17e eeuw veel faillissementen, vaak frauduleus → aandeelhouders verloren hun kapitaal en
vertrouwen in de economie → de overheid nam de verantwoordelijkheid van de boekhouding op zich (in de
Continentaal-Europese landen nog steeds zo).
BELANGRIJK VERSCHIL MET HET ANGELSAKSISCH MODEL
Het Continentaal model hecht meer belang aan voorzichtigheid: men doet er alles aan om de JR niet beter
voor te stellen dan de realiteit, en men houdt rekening met alle mogelijke negatieve factoren. In het
Angelsaksische model is men hier minder streng in, want de externe financiering hangt af van een positieve
JR.