Les 1
Inleiding
Wat wil je weten bij een bestelling als je tussen 2 klanten kiest
- Betalingstermijn
- Grootte van het bedrijf
- Toekomstige plannen
- Hoe risicovol (liquiditeit,..)
- Sinds wanneer zijn ze klanten
- Wat betalen ze
- Waarvoor gebruiken ze de grondstof
- Hoeveel connecties, welk netwerk
- Imago van de klant
- Locatie van levering
- Bestellen ze ook iets bij hen
- Frequentie is ook belangrijk
- Maar het is ook belangrijk dat je weet hoeveel werk er per klant is -> 1 keer 20.kg laten
leveren of elke dag 1 kg = veel meer werk
- Voorkeur gaat naar 1 keer grote bestelling dan elke dag kleine
1. Inleiding
accounting systeem
- Accountingsysteem als informatie-
verzamelt boekhoud en management
instrument accounting gegevens
- Ondersteuning van het
beslissingsprocess
- Financial accounting cost & management
" Focus je op de externe accounting financiële rapportering
gebruiker informatie om beslissingen Openbaar gemaakte
te nemen & de activiteiten financiële staten en andere
" Jaarrekening en jaarverslag van de organisatie te financiële rapporten
- Cost & management accounting controleren
" Focus je op de interne
gebruiker
" Kostprijsberekening
" Planning, controle & management beslissingen
Een onderneming
- Verwerft middelen/grondstoffen
- Stelt mensen tewerkt
" Dit samen zorgt voor een georganiseerde set activiteiten
Sturen
Beslissen
Plannen
Controleren
Kostprijsberekening van een onderneming
- =complex
- Je moet het bekijken als verwerft middelen/grondstoffen -> kijk vanuit de basis wat
hebben we nodig? -> wordt het simpeler, kan je je optimaliseren.
,Voorbeeld van een besparing met als uitkomst minder winst
- Kinepolis start online tickets : de prijs van het kaartje wordt duurder door de online
toeslag en het volume was groter , toch maakten ze minder winst
- Mensen kwamen daardoor niet meer vroeger naar de cinema om snacks te halen ->
hierop hadden ze een grote winstmarge
- Maar middelen/grondstoffen zijn niet onuitputbaar -> vandaar de noodzaak voor
kostenbesparing
2. Wat is een kost
Kost = maatstaf voor de middelen/grondstoffen verbruikt om een bepaald doel te bereiken.
- Vb : een product maken of dienst verlenen
Klassificatie van kosten
- Directe & indirecte
- Variabele & vaste
- Semi-variabele & semi-vaste
- Beheersbare & niet-beheersbare kosten
- Opportuniteitskost
- Sunk kost
Directe kosten Indirecte kosten (= overhead)
- Kosten die een eenvoudig en - Kosten die moeten verdeeld
direct verband vertonen met worden om ze toe te rekenen
een product of afdeling aan een product of afdeling
- Bv kost van de snaren voor de - Bv kost van een nationale
productie van tennisraketten reclamecampagne voor KLM
als indirecte kost voor een
bepaalde vlucht.
Variabele kosten Vaste kosten
- Kosten die variëren met het - Kosten die ongewijzigd blijven
activiteitsniveau bij veranderingen in
- Bv kost van een maaltijd op activiteitsniveaus (binnen
een bepaalde vlucht -> stel er bepaalde grenzen)
zijn geen passagiers -> geen - Bv kost van het vliegtuig, piloot
maaltijden verkocht voor een bepaalde vlucht
Op lange termijn zijn alle kosten variabel
Semi-variabele & Semi-vaste kosten
Semi-variabele kosten Semi-vaste kosten
- Bevatten zowel een vaste als - Kosten zijn vast binnen
een variabele component bepaalde activiteitsniveaus
, - Bv telefoonrekening : vast maar veranderen trapsgewijs
zolang je niet over je buiten deze niveaus
belminuten gaat -> dan deel - Bv lonen : verpleegsters in
variabel ziekenhuis, huur,…
-
Beheersbare & niet-beheersbare kosten
Beheersbare kosten Niet-beheersbare kosten
- Kosten die we zelf kunnen - kosten die we niet kunnen
geïnvloeden beïnvloeden en die “extern’
- bv distributie, loonkosten, vastgelegd worden
infrastructuurkosten, - bv taxen, verplichte
publiciteitskosten, vergoedingen,..
productiekosten = minderheid van de kosten
= meerderheid van de kosten
- Op hoeveel % vd kosten kanje besparen 7,5%
- Het gaat over dingen anders doen niet persee mensen ontslagen
- Vb : met leningen -> als je 25 dagen krijgt en ze zeggen dat het niet sneller gaat
Opportuniteitskost
= de potentiële baten die worden opgegeven wanneer het ene alternatief wordt gekozen over
een ander.
- Als een student niet naar de les zou gaan kon hij per jaar 20 00 0euro verdienen, zijn
opportuniteitskost voor een jaar studeren is dus 20 000 euro.
- Als je een speciale versie van een product voor een klant gaat maken maar door te
weinig capaciteit moet je hierdoor minder van je normale product produceren -> de
opportuniteitskost is dan de contributie die je zou hebben voor de units die je nu
minder kan produceren.
Sunk costs
Kosten die gemaakt werden in het verleden en niet meer kunnen gewijzigd worden in de
toekomst, en bijgevolg ook niet langer relevant zijn voor toekomstige beslissingen.
- De aankoopprijs
" “bv van een auto die U 2 jaar geleden 15.000 € betaalde, is “sunk”, aangezien
U deze niet kunt wijzigen of U er nu mee rijdt of niet. -> Niet kijken tov
aankoopsprijs
- je moet kijken naar morgen -> gaat de prijs stijgen of dalen in de volgende dagen, dat
is belangrijk
" Bv bij aandelen -> niet kijken naar de aankoopsprijs maar naar de prijs van
morgen
3. Break-even analyse
Doel van elke onderneming : groei en winstgevendheid
, - Voor we spreken van winstgevendheid -> zorgen dat alle kosten zowel vast als variabel
gedekt worden
- Dus hoeveel moet er verkocht worden opdat alle kosten gedekt worden = wanneer zijn
break even.
Het break-even punt is het activiteitsniveau waarbij de opbrengsten en kosten van de
organisatie aan elkaar gelijk zijn.
Dus
- Als verkoopsniveau > BE-niveau : winst
- Als verkoopsniveau < BE-niveau : verlies
Vragen die je kan beantwoorden met de BE-analyse
- Hoeveel eenheden product verkopen om kostendekkend te kunnen werken ?
- Hoeveel omzet realiseren om kostendekkend te kunnen werken ?
- Hoe wijzigt het resultaat bij een wijziging van het verkoopsvolume ? de omzet
Voorbeeld
Formules
FK
BE-volume (q) =
( P−V )
- Fk = fixed cost
- P = verkoopsprijs per eenheid
- V = variabele kost per eenheid
- (p-v) = contributie
BE-omzet (x)
FK
X= ( P−V )
p
Hoeveel eenheden vooralleer ze break-even zijn?
vaste kosten
Break-even punt (in eenheden) =
contributie per eenheid
- Dus breakeven point = 80 = 400 eenheden
Andere aanpak :
Opbrengsten – variabele kosten – vaste kosten = 0
- Opbrengst = eenheid prijs x verkocht volume
- Variabele kosten = variabele kost per eenheid x verkocht
volume
- Als je dit oplost met x = aantal eenheden kom je er ook
Break even met 3 producten
- Bereken GGCB
" “eerst marge elk product apart
" “dan kijken naar het aandeel van elk product in de
productiemix
" “dan zo de gemiddeld gewogen contributie berekenen