OVERZICHT MEDIASOCIOLOGIE
• Media technologie (les 2) – rationalisering (Max Weber)
• Media industrie (les 3,4) – ongelijkheid, exploitatie en ideologie (Karl Marx)
• Media-inhoud (les 5): narratief, semiotiek, analyse tekst (Roland Barthes)
• Media en publiek (les 6): interpretatie en sociale positie (Stuart Hall)
• Media en publiek (les 7) : presentatie van media identiteit (Ervin Goffman)
• Media en maatschappij (les 8): media als sociaal probleem? (Robert Merton, Stanley Cohen)
LES 1: INTRODUCTIE
LEERSTOF:
➔ Hodkinson, P. (2017, 2de editie) Media, Culture and Society: An Introduction.
Los Angeles, London Sage.
➔ Croteau, D., Hoynes, W., & C.C. Childress (2022, 7de editie) Media & Society:
Technology, Industries, Content, and Users. Los Angeles, London, New Delhi,
Singapore, Washington DC, Melbourne
➔ Artikels Toledo
➔ Video’s
➔ Hoorcolleges
EXAMEN:
➔ 2 à 3 open vragen (1 pagina per vraag) gericht op:
o Reproductie (theorie / theorieën / concepten, benaderingen)
o Vergelijking concept(en) of auteur(s)
o Toepassing (bv. op basis van actueel voorbeeld)
➔ 3 à 5 te duiden concepten/kernauteurs
o Wat weet je over…-type vragen
o Kernauteurs, theorie/theorieën/concepten, benaderingen
➔ Tip: leer concepten heel goed en hun auteurs
MEDIASOCIOLOGIE CENTRALE UITGANGSPUNTEN : MEDIA & SAMENLEVING
➔ Microniveau: “Wat doet met jongeren? Invloed?/Effect?”
o Bredere maatschappelijke context: geproduceerd verschillende organisaties
o Media is meer tussen mens en
➔ Vrije tijd-> onderdeel zijn van media
WAT IS MEDIASOCIOLOGIE? : DE STUDIE VAN DE RELATIE TUSSEN MEDIA EN
MAATSCHAPPIJ
➔ Mediasociologie als subdiscipline binnen communicatiewetenschappen
➔ Beschouwen positie van (massa)media in de samenleving
,MEDIASOCIOLOGIE: DISCIPLINAIRE POSITIONERING
Uitgangspunt in dit college:
➔ Mediasociologie bevindt zich op het snijvlak sociologie en communicatiewetenschappen
/mediastudies
➔ Kritische invalshoek/Blinde vlekken:
o Communicatiewetenschappen een blinde vlek voor maatschappij / sociale relaties/
sociologie?
o Sociologie een blinde vlek vr de rol van media en mediatisering in de Westerse
maatschappij
1. EEN BLINDE VLEK IN DE COMMUNICATIEWETENSCHAPPEN?
OORSPRONG MEDIASOCIOLOGIE
➔ Communicatiewetenschappen uit sociologie
➔ Evolutie naar sociale (media)psychologie: sociologen sterke invloed gehad op de
communicatiewetenschappen
o Media-effect en de effecten daarvan op individu (aggregeren, generaliserende
conclusies, veralgemenen) (inzicht op effect van mediagebruik op cognities,
gedragingen, attitudes van individuen)
o Individuele motivatie mediagebruik (redenen wrm mensen media gebruiken)
o Individueel welzijn: wat heeft het effect op het welzijn van mensen. (bv hoe kijken
mensen die veel Instagram gebruiken naar hun eigen lichaam, ga je jezelf vergelijk met
de mooie lichamen (sociale vergelijkingstheorie van Vestingen)
➔ Media: psychologisch effect vs. grotere maatschappelijke betekenis van media
o wat is de invloed van media op politiek en op ontwikkelingen die we zien (fake news,
minder vertrouwen in politiek, post-truth)= blind spot
o Post-truth: waarbij politici voornamelijk beroep doen op de emoties van de publieke
opinie in plaats van op objectieve feiten. Wat al dan niet de waarheid is, is van secundair
belang
➔ Binnen domein verschillende disciplines: verschillende perspectieven/theoretische brillen om nr
de werkelijkheid te kijken
Voorbeeld= benadering apps zoals tinder
MEDIAPSYCHOLOGISCHE BENADERING – invloed op individu
➔ Wat trekt het individu aan in de app? Psychologische motieven?
➔ Wat is de psychosociale impact van apps (bv. welzijn, relatievorming)?
,MEDIA SOCIOLOGISCHE BENADERING – plaats binnen samenleving
➔ Hoe kunnen we het fenomeen historisch cultureel situeren?
o (was er niet voor Tinder, wat daar op lijkt? We denken te vaak dat problemen nieuw zijn,
maar vaak is het een herhaling of ontwikkelingen van zorgen/problemen die al langer
gekend zijn)
➔ Binnen welke Institutionele, politiek-economische context wordt het geproduceerd?
o (het is ontwikkeld binnen een bepaald domein en binnen een politiek economische
context, wat is het verdienmodel achter de apps, waarom consumeren mensen dit, en
wat voor effecten heeft het?)
➔ Welke sociale groepen maken er (geen) gebruik van en waarom?
➔ Wat is de impact op romantische relaties, ‘dating’, ‘seksualiteit?
Voorbije klassieke modellen van Shannon & Weaver (1949) en Lasswell (1948)
o “to view communication as an essentially one-way, linear process in which the sender of
the message is active and the role of the receiver is limited to passively collecting and
absorbing it”
➔ Model Lasswell (1948) – verouderd model waarin de zender actief is en de ontvanger passief en
deinformatie absorbeert. Paste toen in de samenleving, denk aan klassieke televisie en radio.
o (opmerking, mensen die naar massamedia zoals radio luisteren hebben daar ook hun
eigen ideeën bij).
➔ Constant nieuwe modellen want veranderen constant
➔ De blinde vlek van communicatiewetenschappen is dat het mediapsychologisch is dus over het
individu en niet over de samenleving. En het gaat vaak uit van een lineair communicatieproces.
MEDIASOCIOLOGIE: RELATIE TUSSEN MEDIA EN MAATSCHAPPIJ
➔ Mediasociologie: mediapsychologie en lineaire communicatiemodellen te weinig aandacht vr
relatie media en maatschappij
➔ Hodkinson onderscheid 3 perspectieven:
(=3 algemene benaderingen in theorieën/onderzoek)
1. Media als vormende kracht
2. Media als afspiegeling
3. Media als representatie
, 1. Media vormende kracht
a. Media -> maatschappij
b. Media hebben impact op vorm en richting van verandering in de SL
i. Media inhoud: BV. geweld in SL, beelden seksualiteit, mean-world-syndrome
van Gerbner
ii. Media-technologie: politieke denkbeelden/nepnieuws en polarisering, meer
wantrouwen overheid, rabbit hole
2. Media als afspiegeling
a. Media<-Maatschappij
b. Media vormen doorgeefluik van wat in samenleving ‘leeft’
c. Vb. geweld in SL, pol denkbeelden, journalisten doen selectieve selectie
3. Media als representatie=beste
a. Media <-> maatschappij
b. = Combinatie 2 modellen
c. Een wisselwerking
i. Inhoud van media is afspiegeling van maatschappij
ii. Maar: actieve selectie, fictieve dramatisering en constructie
1. Journalistiek is nooit objectief: daarom geen perfecte afspiegeling,
hopelijk geen dramatisering maar een actieve selectie
iii. Inhoud van media is ook een vormende kracht met invloed individu en SL
=dialectiek: relatie tussen media en SL
d. BV. Complotten: afspiegeling, vervorming, vormende kracht= spiraal, bv. Barbiefilm:
feministische ideeën in fictief verhaal maar kan door beïnvloed worden
e. Vormende kracht en afspiegeling= problematisch dus daarom combinatie
MODEL HODKINSON: 4 COMPONENTEN VAN MEDIA IN MAATSCHAPPELIJK CONTEXT
➔ Mediatechnologie
o technologische infrastructuur van media (dus niet media maar belangrijk component,
voorbeeldje like en shares op sociale media. Jij hebt dat niet bedacht maar de media
”dwingt je” om dat te gebruiken)
➔ Media-industrie
o media en de industrie dat het maakt, media maakt een preselectie voor jou, denk aan
beleidsstrategie, verdienmodel.
➔ Media-publiek/users: tekst is niets zonder interpretatie kijker, hangt af geslacht/onderwijs…,
audience-studies