Politieke geschiedenis 2025-2026
H0: Inleiding
1.Waarom een historisch perspectief? Hoe gaat een historicus te werk?
1.1 Het vertrekpunt: de hedendaagse samenleving
Sociale wetenschappers: willen eigentijdse of hedendaagse SL beter begrijpen
- Reflectie: tijd = essentieel
- Reflectie van geschiedenis ook, nadenken over verleden = nadenken over vandaag
MAAR: met historische dimensie: vaak weinig rekening mee gehouden
Verleden leeft en is overal in samenleving
Vb. TV, monumenten, gebouwen, musea, consumptiemaatschappij, …
1.2 Is het verleden de geschiedenis?
Veelvoudig gebruik/ misbruik van het verleden in historische toepassingen
Verleden gebruiken om bepaalde, belangrijke herinneringen ‘levend’ te houden
- Via monumenten, beelden
- Via tv, romans
- Via musea, een canon
Verleden gebruiken voor afbakening van groepen
- Van gemeenschappen, groepen, klassen
- Van bedrijven, merken ‘wij hebben een verleden’
- Herinneringen = machtsstrijd: Wat wordt er herinnerd? Wat wordt er vergeten/
verzwegen?
Geschiedenis en identiteiten
- Toe-eigening van het verleden: verleden ≠ neutraal gebruikt
Vb. nationalisten die zeggen: onze voorouders waren heldhaftig
- Politici, ideologieën, etc. gebruiken geschiedenis soms selectief/ misleidend om eigen
identiteit te versterken
- Geschiedenis gebruikt als middel om: te overtuigen, emoties op te wekken, identiteit
creëren
Marnix Beyen
“Historisch begrip kan het politieke inzicht echter alleen maar verhogen indien het verleden
niet wordt gebruikt als een hoge hoed waaruit naar believen doorzichtige analogieën,
vergelijkingen en een-op-een relaties worden getoverd”
Geschiedenis herhaalt zich en leert ons ( wordt vaak zogezegd)
BLOTE WAARHEID: geschiedenis is de veelheid van gebeurtenissen die achter ons liggen,
geschiedenis herhaalt zich ook niet 1 op 1
Invented tradition
,= bedachte tradities, bepaalde zaken die recent gecreëerd zijn, maar voorgesteld worden
alsof ze al eeuwen oud zijn
Bedacht om nationale identiteit te versterken, loyaliteit aan staat creëren, macht/ gezag
legitimeren
Vb. Een film over schotten die zich afspeelt van vroeg in middeleeuwen met een schotse rok,
maar rok is pas eeuwen later uitgevonden
1.3 De geschiedenis als academische reflectie
Geschiedenis aan de universiteit
Kritische studie van het verleden
- Van groot belang geworden in digitale kennissamenleving: Wat is echt?
Heuristiek
= het zoeken en vinden van historische gegevens/ feiten/ data
Het opzoeken en vinden is nooit een doel op zich, je moet info op een specifieke manier
behandelen
Historiografie
= studie van hoe geschiedenis geschreven, geïnterpreteerd en voorgesteld wordt
Bronnen
= rechtstreekse overblijfselen van geschiedenis
Literatuur
= wat historici over bronnen hebben geschreven
Geschiedmethode in 3 stappen
1. Historisch gebeuren (feit/ evenement)
2. Methode van historische kritiek (op bronnen)
3. Dan interpretatie over gebeurtenissen (abstractie van maken)
Verschil tussen historische feiten en fictie
= DE geschiedenis bestaat niet, je kan nooit zeggen dat je iets weet hoe het was
VERLEDEN = ALTIJD ONVOLTOOID
Vb. WOII: al veel overgeschreven en toch komen er nog altijd nieuwe bronnen/ onderzoek
Historische methode
Historicus re(constructeert) een verleden, gebeurtenis of feit:
- Adhv: origineel bronnenmateriaal en bestaande wetenschappelijke literatuur
- Volgens een wetenschappelijke/ kritische onderzoeksmethode waarschijnlijkheid = !!
- In een narratief: beschrijving, zoeken naar betekenis, samenhang, verklaring, …
- 5 W-vragen: wie, wat, waar, wanneer, waarom
Fase 1: heuristiek (zoeken en vinden)
Bronnen (Hoe vind ik bronnen?)
- Schriftelijke bronnen
- Niet-geschreven bronnen
o Bij gebrek aan geschreven bronnen
Vb. materiele resten, audiovisuele en digitale sporen, mondelinge overleveringen
Schriftelijke stukken
- Voor breed publiek vb. kranten, biografieën, jaarrekeningen, fictie
- Niet gepubliceerd vb. brieven, dagboeken
- Niet voor publiek vb. administratieve stukken, rekeningen, archieven politie en justitie
,Materiele sporen
Vb. Voorwerpen, landschap, gebouwen, afvalputten, machines
Fase 2: historische kritiek
Interne en externe kritiek
Interne kritiek
= wie, wat, waarom en voor wie
Vb. politieke toespraak uit WOII Zit er propaganda in? Welk publiek beïnvloeden? Feiten
overdreven?
Externe kritiek
= authenticiteit van de bron bepalen
Vb. zogezegde middeleeuwse brief kijken naar: papier, inkt, datum, handschrift,
taalgebruik
Gewilde (maker bewust iets meedelen) en ongewilde (bron kan onbedoeld info verraden)
getuigenis
Vervalsing van historische documenten + beelden
Soms door kwaadwilligheid
Vb.
Dagboeken Hitler Dagboek Anne Frank
Vervalsing van Konrad Kujau: hij had Is echt en werd en werd geauthentificeerd
verzonnen dat die dagboeken van Hitler had via paleografisch onderzoek na
gevonden en doorverkocht voor veel geld verdachtmaking door « negationisten »
Paleografisch onderzoek
Dmv historische methode kon je dat = leren lezen, in tijd situeren, naar
weerleggen handschrift kijken
Deepfakes: AI en het verleden
Foto’s van verleden (of heden) publiceren die AI/ gefotoshopt/ deepfakes zijn
Complottheorieën & hoaxen
- Wordt minder waarschijnlijk
o Hoe meer mensen erbij betrokken zijn
o Tijd sinds complot werd beraamd
o Aantal complotteurs dat inmiddels is overleden
Vb. mensen die zeggen dat aarde plat is, maanlanding nep was
Fase 3: Constructie v/d historicus
Geen passief proces
Bronnen kunnen ontoereikend zijn
- Onvolledig
- Onbetrouwbaar
- Eenzijdig en gekleurd (=subjectief)
Historici voeren selectie uit
Historici moeten interpreteren: bronnen spreken niet
Transparantie = belangrijk
- Verwijzen naar wat je waar hebt gevonden
Niet alles kan: enkele voorbeelden
Anachronisme = gebeurtenis verkeerd in tijd situeren
Hineininterpretierung /post-factum analyse= Interpretaties maken die voor tijdgenoot
niet vanzelfsprekend waren
, Teleologisch-lineaire analyse: interpretaties waarbij een eigentijds standpunt
legitimeren het doel is
Chronologie = moeder van geschiedenis, doel van geschiedenis = begrijpen binnen eigen
context
1.4 Nut van een historische benadering. Waarom een historisch perspectief?
History doesn’t repeat itself – but it rhymes’
Geschiedenis lijkt op iemand dat stottert
- Omstandigheden zijn nooit hetzelfde
- Je kan kijken naar structuren/ processen/ …
Fernand Braudel
= onderscheidde 3 tijden
- Geografische tijd: lange verschuivingen
- Sociale tijd
- Individuele tijd: leven vd mensen
Wat zijn we met kennis van geschiedenis?
- Eigentijdse actualiteit begrijpen, te kaderen, het belang af te wegen
- Inzicht verwerven in structurele achtergrond en historische ontwikkeling van processen
- Maatschappelijk fenomeen doorheen tijd en ruimte vergelijken
- Lessen te trekken uit geschiedenis
2. Inhoud en uitgangspunten van geschiedenis
2.1 Het tijdskader: ontstaan van de moderne samenleving
Een wereldgeschiedenis België?
1750-1950 (moderne tijd) transtieperiodes: grote veranderingen (verstedelijking,
demografie)
- Microcontext = België
- Globale en lokale verbinden
Revolutionaire veranderingen VS continuïteit
Verschillen qua plaats en intensiteit: regio’s bekijken, eerder dan naties/ landen
Fundamentele impact: op langere termijn, onomkeerbaar, beïnvloeding van verschillende
domeinen
Belangrijke tijdsindeling!
1500 - 1789 Ancien regime: wat voordien was, einde ME
tot einde Franse revolutie
1780- 1850 Periode van transitie/ breuk
1780 - 1914 Lange 19e eeuw: belle époque (mooi
tijdperk)
20e eeuw Opgedeeld in 3 perioden:
1. 1914-1945 2 wereldoorlogen
2. Na 1945 naoorlogse periode
3. Na 1989 val van Berlijnse muur
De demografische transitie
= Bevolkingsleer, wetenschap die bestudeerd hoe een bevolking is opgebouwd en hoe deze
verandert.
Van nulgroei naar demografische groei
- Mensen maakte veel kinderen, maar kinderen stierven minder snel
Mensen trekken van platteland naar stad voor meer werk, eten, …
Mobiliteit en migratie
Toename migratie door: verbeterde transport en communicatiemiddelen
H0: Inleiding
1.Waarom een historisch perspectief? Hoe gaat een historicus te werk?
1.1 Het vertrekpunt: de hedendaagse samenleving
Sociale wetenschappers: willen eigentijdse of hedendaagse SL beter begrijpen
- Reflectie: tijd = essentieel
- Reflectie van geschiedenis ook, nadenken over verleden = nadenken over vandaag
MAAR: met historische dimensie: vaak weinig rekening mee gehouden
Verleden leeft en is overal in samenleving
Vb. TV, monumenten, gebouwen, musea, consumptiemaatschappij, …
1.2 Is het verleden de geschiedenis?
Veelvoudig gebruik/ misbruik van het verleden in historische toepassingen
Verleden gebruiken om bepaalde, belangrijke herinneringen ‘levend’ te houden
- Via monumenten, beelden
- Via tv, romans
- Via musea, een canon
Verleden gebruiken voor afbakening van groepen
- Van gemeenschappen, groepen, klassen
- Van bedrijven, merken ‘wij hebben een verleden’
- Herinneringen = machtsstrijd: Wat wordt er herinnerd? Wat wordt er vergeten/
verzwegen?
Geschiedenis en identiteiten
- Toe-eigening van het verleden: verleden ≠ neutraal gebruikt
Vb. nationalisten die zeggen: onze voorouders waren heldhaftig
- Politici, ideologieën, etc. gebruiken geschiedenis soms selectief/ misleidend om eigen
identiteit te versterken
- Geschiedenis gebruikt als middel om: te overtuigen, emoties op te wekken, identiteit
creëren
Marnix Beyen
“Historisch begrip kan het politieke inzicht echter alleen maar verhogen indien het verleden
niet wordt gebruikt als een hoge hoed waaruit naar believen doorzichtige analogieën,
vergelijkingen en een-op-een relaties worden getoverd”
Geschiedenis herhaalt zich en leert ons ( wordt vaak zogezegd)
BLOTE WAARHEID: geschiedenis is de veelheid van gebeurtenissen die achter ons liggen,
geschiedenis herhaalt zich ook niet 1 op 1
Invented tradition
,= bedachte tradities, bepaalde zaken die recent gecreëerd zijn, maar voorgesteld worden
alsof ze al eeuwen oud zijn
Bedacht om nationale identiteit te versterken, loyaliteit aan staat creëren, macht/ gezag
legitimeren
Vb. Een film over schotten die zich afspeelt van vroeg in middeleeuwen met een schotse rok,
maar rok is pas eeuwen later uitgevonden
1.3 De geschiedenis als academische reflectie
Geschiedenis aan de universiteit
Kritische studie van het verleden
- Van groot belang geworden in digitale kennissamenleving: Wat is echt?
Heuristiek
= het zoeken en vinden van historische gegevens/ feiten/ data
Het opzoeken en vinden is nooit een doel op zich, je moet info op een specifieke manier
behandelen
Historiografie
= studie van hoe geschiedenis geschreven, geïnterpreteerd en voorgesteld wordt
Bronnen
= rechtstreekse overblijfselen van geschiedenis
Literatuur
= wat historici over bronnen hebben geschreven
Geschiedmethode in 3 stappen
1. Historisch gebeuren (feit/ evenement)
2. Methode van historische kritiek (op bronnen)
3. Dan interpretatie over gebeurtenissen (abstractie van maken)
Verschil tussen historische feiten en fictie
= DE geschiedenis bestaat niet, je kan nooit zeggen dat je iets weet hoe het was
VERLEDEN = ALTIJD ONVOLTOOID
Vb. WOII: al veel overgeschreven en toch komen er nog altijd nieuwe bronnen/ onderzoek
Historische methode
Historicus re(constructeert) een verleden, gebeurtenis of feit:
- Adhv: origineel bronnenmateriaal en bestaande wetenschappelijke literatuur
- Volgens een wetenschappelijke/ kritische onderzoeksmethode waarschijnlijkheid = !!
- In een narratief: beschrijving, zoeken naar betekenis, samenhang, verklaring, …
- 5 W-vragen: wie, wat, waar, wanneer, waarom
Fase 1: heuristiek (zoeken en vinden)
Bronnen (Hoe vind ik bronnen?)
- Schriftelijke bronnen
- Niet-geschreven bronnen
o Bij gebrek aan geschreven bronnen
Vb. materiele resten, audiovisuele en digitale sporen, mondelinge overleveringen
Schriftelijke stukken
- Voor breed publiek vb. kranten, biografieën, jaarrekeningen, fictie
- Niet gepubliceerd vb. brieven, dagboeken
- Niet voor publiek vb. administratieve stukken, rekeningen, archieven politie en justitie
,Materiele sporen
Vb. Voorwerpen, landschap, gebouwen, afvalputten, machines
Fase 2: historische kritiek
Interne en externe kritiek
Interne kritiek
= wie, wat, waarom en voor wie
Vb. politieke toespraak uit WOII Zit er propaganda in? Welk publiek beïnvloeden? Feiten
overdreven?
Externe kritiek
= authenticiteit van de bron bepalen
Vb. zogezegde middeleeuwse brief kijken naar: papier, inkt, datum, handschrift,
taalgebruik
Gewilde (maker bewust iets meedelen) en ongewilde (bron kan onbedoeld info verraden)
getuigenis
Vervalsing van historische documenten + beelden
Soms door kwaadwilligheid
Vb.
Dagboeken Hitler Dagboek Anne Frank
Vervalsing van Konrad Kujau: hij had Is echt en werd en werd geauthentificeerd
verzonnen dat die dagboeken van Hitler had via paleografisch onderzoek na
gevonden en doorverkocht voor veel geld verdachtmaking door « negationisten »
Paleografisch onderzoek
Dmv historische methode kon je dat = leren lezen, in tijd situeren, naar
weerleggen handschrift kijken
Deepfakes: AI en het verleden
Foto’s van verleden (of heden) publiceren die AI/ gefotoshopt/ deepfakes zijn
Complottheorieën & hoaxen
- Wordt minder waarschijnlijk
o Hoe meer mensen erbij betrokken zijn
o Tijd sinds complot werd beraamd
o Aantal complotteurs dat inmiddels is overleden
Vb. mensen die zeggen dat aarde plat is, maanlanding nep was
Fase 3: Constructie v/d historicus
Geen passief proces
Bronnen kunnen ontoereikend zijn
- Onvolledig
- Onbetrouwbaar
- Eenzijdig en gekleurd (=subjectief)
Historici voeren selectie uit
Historici moeten interpreteren: bronnen spreken niet
Transparantie = belangrijk
- Verwijzen naar wat je waar hebt gevonden
Niet alles kan: enkele voorbeelden
Anachronisme = gebeurtenis verkeerd in tijd situeren
Hineininterpretierung /post-factum analyse= Interpretaties maken die voor tijdgenoot
niet vanzelfsprekend waren
, Teleologisch-lineaire analyse: interpretaties waarbij een eigentijds standpunt
legitimeren het doel is
Chronologie = moeder van geschiedenis, doel van geschiedenis = begrijpen binnen eigen
context
1.4 Nut van een historische benadering. Waarom een historisch perspectief?
History doesn’t repeat itself – but it rhymes’
Geschiedenis lijkt op iemand dat stottert
- Omstandigheden zijn nooit hetzelfde
- Je kan kijken naar structuren/ processen/ …
Fernand Braudel
= onderscheidde 3 tijden
- Geografische tijd: lange verschuivingen
- Sociale tijd
- Individuele tijd: leven vd mensen
Wat zijn we met kennis van geschiedenis?
- Eigentijdse actualiteit begrijpen, te kaderen, het belang af te wegen
- Inzicht verwerven in structurele achtergrond en historische ontwikkeling van processen
- Maatschappelijk fenomeen doorheen tijd en ruimte vergelijken
- Lessen te trekken uit geschiedenis
2. Inhoud en uitgangspunten van geschiedenis
2.1 Het tijdskader: ontstaan van de moderne samenleving
Een wereldgeschiedenis België?
1750-1950 (moderne tijd) transtieperiodes: grote veranderingen (verstedelijking,
demografie)
- Microcontext = België
- Globale en lokale verbinden
Revolutionaire veranderingen VS continuïteit
Verschillen qua plaats en intensiteit: regio’s bekijken, eerder dan naties/ landen
Fundamentele impact: op langere termijn, onomkeerbaar, beïnvloeding van verschillende
domeinen
Belangrijke tijdsindeling!
1500 - 1789 Ancien regime: wat voordien was, einde ME
tot einde Franse revolutie
1780- 1850 Periode van transitie/ breuk
1780 - 1914 Lange 19e eeuw: belle époque (mooi
tijdperk)
20e eeuw Opgedeeld in 3 perioden:
1. 1914-1945 2 wereldoorlogen
2. Na 1945 naoorlogse periode
3. Na 1989 val van Berlijnse muur
De demografische transitie
= Bevolkingsleer, wetenschap die bestudeerd hoe een bevolking is opgebouwd en hoe deze
verandert.
Van nulgroei naar demografische groei
- Mensen maakte veel kinderen, maar kinderen stierven minder snel
Mensen trekken van platteland naar stad voor meer werk, eten, …
Mobiliteit en migratie
Toename migratie door: verbeterde transport en communicatiemiddelen