LES 1: DE BASICS
1. Project
Definitie van een project=
- Samenhangend geheel van taken
- Die binnen vooraf bepaalde tijd dienen te w uitgevoerd (deadline)
- Binnen een tijdelijke organisatie
- Met (meetbare) duidelijke doelstellingen
- Volgens gewenste kwaliteitsnormen
- Met beperkte middelen (mensen, geld, materiaal…)
- Werkverbanden tss mensen uit verschillende disciplines
- Met allerlei risico’s of randvoorwaarden
- SMART (specifiek, meetbaar, aanvaardbaar, realistisch, tijdsgebonden)
- Ontstaan nt vanzelf
- Plan van aanpak
- Resultaatgericht = het project
Basiskenmerken van een project =
- Een gedefinieerd begin en einde
- Tijdelijke organisatie
- Levert een vooraf gedefinieerd resultaat op
- Heeft een afgebakende Scope
o Het geheel van uit te voeren activiteiten & op te leveren resultaat, binnen
afgesproken werkgebieden
- Heeft een opdrachtgever, die zich aan eindresultaat verbonden heeft
- W gerealiseerd binnen beperkende randvoorwaarde
Oefening wat een project is? => dia 6 pp 2
Soorten projecten:
- Volgens indeling
o Technische projecten: alles wat een technisch resultaat oplevers
Vb: brug bouwen
o Sociale projecten
Vb: reorganisatie van een bedrijfstak
o Commerciële projecten: project dat winst moet opleveren
Vb: lancering nieuw product
o Evenementen
- Interne vs externe projecten
o Interne = projecten die je uitvoert binnen je bedrijf
o Externe= projecten waarvoor consultants w ingezet, bedrijven besteden hun
projecten uit
2. Stakeholders
Stakeholder (belanghebbende)= een persoon of organisatie die invloed/ effect ondervindt
(positief of negatief) of zelf invloed kan uitoefenen op een specifieke organisatie,
overheidsbesluit, nieuw product of project
door hun invloed die sommige knn uitoefenen is het belangrijk voor ondernemingen om
rekening met hen te houden
o want de invloed kan zowel positief als negatief zijn op het verwezenlijken van
bedrijfsbelang
draagvlak= de mate waarin belanghebbenden een onderwerp ondersteunen
,Oefening: dia 16 pp 2
3. Evenement
= georganiseerde gebeurtenis
= aangeboden aan een uitgekozen publiek
= met één of andere vorm van poging tot beïnvloeding van die groep mensen als hoofddoel
= een nt-standaard gebeurtenis voor die groep mensen
Grote categorieën:
B2B – B2C
o je hebt ook
C2C= customer to customer
B2I = Business to Institutional (overheid)
Public – Private
Cultuur, sport, leisure, charity, marketing-communicatie, MICE (meetings, incentives,
congresses en exhibitions)…
Leren – fun – netwerken
4. Goed einde of slecht einde van een project
Redenen voor een slecht einde/ waarom projecten falen:
- Prioriteitswijziging
- Doelstellingen & planning
- Project manager
- Budget
- Risico’s
- Motivatie & coaching
- Communicatie
- Briefing
- Medewerkers & leveranciers
! projecten moeten 100% slagen door een 100% goed management !
*Fayol = organisatiedeskundige
, 5 fasen uitgewerkt zodat je project zal slagen
5 fasen zijn:
1) Vooruitzien
- Opstellen actieplan + elementen van strategie
2) Organiseren
- Opbouw van structuur
3) Bevelen
- Handhaaf activiteit onder personeel
4) Coördineren
- Alle activiteiten
5) Controleren
Beetje ouderwets = betere fasen voor slagen (structuur van de lessen)
1) Definitie fase
- Inbriefing, context, doelstellingen, doelpubliek, kader…
2) Analyse & creatie fase
- Concept & budget
3) Productie fase
- Finetuning + logbook
4) Realisatie fase
- uitvoering
5) Evaluatie fase
- Afronding & evaluatie