SAMENVATTING CROSS-CULTURELE PSYCHOLOGIE
HOOFDSTUK 1: INLEIDING TOT DE CROSS-CULTURELE PSYCHOLOGIE
Wat is cultuur
Cultuur is alles wat mensen delen en waarmee ze zich verbonden voelen
Voorbeelden: familie, afkomst, herinneringen, plaats waar je wil wonen, emoties en waarden
Iedereen behoort tot meerdere culturen.
Cultuur bestaat al zolang de mens bestaat
Wereldwijde migratiestromen: mensen migreren en ontmoeten andere culturen al sinds het begin
van de mensheid (cultuurcontact is dus niet nieuw)
Voorbeelden: nomaden, wereldwijde migratie
De mens is een culturele soort: culturele diversiteit is eigen aan de mens
Uitzonderlijk aanpassingsvermogen aan zeer heterogene omstandigheden
o Mensen kunnen leven in verschillende omstandigheden
Natuurlijke en mensgemaakte omgeving
Sociale organisatie en levensonderhoud
Menselijke kennis en vaardigheden
Verklaring
o Hardware: neuroplasticiteit van het menselijke brein
o Software: cultuuroverdracht als uniek evolutionair voordeel
Mensen geven kennis, gewoonten en vaardigheden door aan anderen (daardoor
hoeft elke generatie niet opnieuw van nul te beginnen)
We merken onze eigen cultuur vaak niet op -> voelt vanzelfsprekend aan
Pas door contact met andere culturen merken we verschillen
Vergelijking: een vis merkt het water niet op omdat het altijd rondom hem is
Definities van cultuur
Cultuur: een door een gemeenschap gedeeld systeem van waarden, normen, ideeën, attitudes,
gedragingen, communicatiemiddelen en de producten ervan die van generatie op generatie worden
overgeleverd
Veel gebruikte weergave van cultuur
Uienmodel
Cultuur groeit en verandert doorheen de tijd
Materiële laag (buitenste laag): wat je meteen kunt zien
Sociale cultuur: dingen die je vrij snel oppikt zoals taal en omgangsvormen
Subjectieve cultuur (binnenste laag): hoe mensen denken, voelen, handelen
,De ijsberg
Top van de ijsberg is zichtbaar
Grootste deel van cultuur zit onder water: gevoelens, betekenissen (meer psychologische kant)
Pyramide
Onderscheid tussen
o Dingen die aangeboren zijn (menselijke natuur: universeel)
o Dingen die aangeleerd zijn (specifiek voor een groep: cultuur)
o Dingen die aangeboren en aangeleerd zijn (specifiek voor individu: persoonlijkheid)
Belangrijke kenmerken
Cultuur is gedeeld
Cultuur is overgeleverd
Cultuur is dynamisch
Cultuur is gedeeld
Cultuur bestaat alleen binnen een groep
Dat kan klein zijn (gezin, vriendengroep) of groot (land, religie)
Mensen behoren tegelijk tot meerdere culturen
De mate waarin het gedeeld is varieert: individuele verschillen binnen eenzelfde cultuur
Verschillen tussen culturen
o Tight cultures: strenge sociale normen met minder ruimte om van de norm af te wijken
o Loose cultures: meer vrijheid, meer tolerantie voor verschillen, minder strikte regels
Cultuur is overgeleverd
Cultuur wordt aangeleerd door socialisatie
Primaire socialisatie: door directe familie, ouders of andere centrale zorgfiguren, opvoeding
Secundaire socialisatie: door school, vrienden, werk
Tertiaire socialisatie: door samenleving, sociale media
Gebeurt bewust en onbewust
Twee vormen van cultuuroverdracht (door socialisatie)
Enculturatie: cultuuroverdracht doorheen levensloop
o Je leert je eigen cultuur aan, vaak onbewust
o Bijvoorbeeld taal, gewoonten
Acculturatie: cultuuroverdracht door contact met andere culturen
o Je neemt elementen van een andere cultuur over, door contact tussen culturen
o Bijvoorbeeld nieuwe eetgewoonten
,Cultuuroverdracht door sociaal leren laat ruimte voor verandering
Cultuur wordt doorgegeven maar we veranderen de cultuur ook
Cultuur beïnvloed leden en omgekeerd
Cultuur is dynamisch
Cultuur verandert voortdurend
Door tijd
Maatschappelijke veranderingen
Nieuwe technologie
Crisissen
Veranderingen zijn adaptief
Cultuur is de aanpassing van de menselijke soort op ecologische, socio-politieke en biologische factoren
Wat is cross-culturele psychologie
Cross-culturele psychologie is de wetenschappelijke studie van gelijkenissen en verschillen in het menselijk
psychologisch functioneren in verschillende culturele groepen, daarbij onderzoekend hoe ons denken,
voelen en doen beïnvloed wordt door een culturele context
Twee benaderingen
Absolutisme of universalisme (mainstream psychology)
Relativisme (cultural psychology)
Universalisme
Mainstream psychology: menselijke psychologie is hetzelfde over culturen heen
Culturele verschillen gezien als ruis: moeten we doorheen kijken
Machinekamer, hardware van menselijke psychologie
Voorbeelden
o Sensorische en motorische functies
Bijvoorbeeld test voor kleurenblindheid valide over verschillende culturen heen
o Functies vanaf jonge leeftijd
Bijvoorbeeld: wereldwijd ontwikkelen kinderen objectpermanentie op jonge leeftijd
o Zeer abstracte functies
Bijvoorbeeld: abstracte aspecten van taalontwikkeling die je overal gaat terugvinden
Kritiek: onderschat culturele verschillen
Relativisme
Er bestaat geen contextvrije psychologie
Menselijke psychologie kan slechts begrepen worden binnen de context van de cultuur waarin het
verschijnt
Voorbeelden
o Numerisch redeneren door te tellen op je vingers: cultuurverschillen in de manier waarop
mensen leren tellen
o Betekenis van een boer (compliment of belediging)
Kritiek:
Wat met morele standaarden en wetgevingen
Niet vergeten dat we over culturen heen ook enorm veel gemeen hebben
, Zijn mensen dan te verschillend om te kunnen interageren
o Bijvoorbeeld mag enkel een Turkse therapeut een Turkse patiënt genezen want een
Belgische therapeut gaat dat niet begrijpen
Als je dit idee gaat doortrekken ga je eilandjes maken van verschillende culturen -> zo werkt cultuur niet
want we zijn allemaal met elkaar in contact en in staat om relaties te leggen en empathie te voelen over
culturele grenzen heen
Empirische vraag: hoe veralgemeenbaar of cultuurspecifiek is menselijk gedrag
De geschiedenis van cross-culturele psychologie
Een lang verleden (al lang interesse in cultuurverschillen)
Völkerpsychologie aan Duitse universiteiten (rond 1850): mens bestuderen in relatie tot gewoonten
en gebruiken van de samenleving
Wundt (1916): Waar experimenten stoppen, heeft de geschiedenis al geëxperimenteerd
o Elementaire psychologische processen zijn weliswaar in het lab te meten, maar hogere
mentale processen zoals cultuur zijn te complex voor een lab experiment
o Zoals je in een experiment variabelen kunt manipuleren om hun effect na te gaan, kun je de
rol van cultuur bestuderen door samenlevingen met elkaar te vergelijken
Antropoloog Rivers (1898): onderzocht waarnemingen bij bewoners van Papua Nieuw-Guinea: zijn
minder gevoelig voor visuele illusies (interesse in hoe cultuur perceptie beïnvloedt)
Mead: puberteit op eiland Samoa veel minder emotioneel beleefd
Kardiner (1940): basispersoonlijkheid: kinderen in dezelfde cultuur hebben dezelfde ervaringen en
leren op dezelfde manier reageren -> zo ontstaat in elke cultuur een basispersoonlijkheid
Du Bois (1944): nationale karakters: onderzoekers probeerden typische basispersoonlijkheden van
landen of culturen te beschrijven -> enorme generalisatie en stereotypering van nationale
persoonlijkheidsbeschrijvingen
Maar een kleine geschiedenis
Vanaf 1960-1970: onderzoek naar gedragsverschillen tussen mensen uit verschillende culturen
Cross-cultureel psychologisch onderzoek met specifiek wetenschappelijke tijdschriften
Waarom is cross-culturele psychologie belangrijk
Het probleem
Afwijkende (WEIRD) participanten in psychologisch onderzoek
Smalle databasis van psychologische kennis: door alleen binnen één cultuur te testen ontstaat er
een vals beeld van “de menselijke natuur”
Afwijkende participanten
Veel psychologisch onderzoek gebruikt WEIRD-deelnemers
Western
Educated
Industrialized
Rich
Democratic societies
,In hoever zijn bevindingen veralgemeenbaar naar andere culturele groepen of contexten?
Hoe afwijkend zijn onze participanten?
Geïndustrialiseerd versus niet-geïndustrialiseerd
o Mensen verschillen in waarneming en denken
o Voorbeeld: Müller-Lyer illusie
Mensen uit minder bebouwde omgevingen zijn minder vatbaar voor deze illusie
Mensen uit bebouwde omgeving projecteren afstand in waargenomen hoeken
Westers versus niet-westers
o Voorbeeld: analytisch denken
Westerse culturen: meer analytisch denken, focus op losse objecten en details
Niet-westerse culturen: meer holistisch denken, focus op geheel en relaties
Studie over categorisatie: in welke groep hoort het onderste bloemetje thuis
- Analytisch: in groep 2 (recht steeltje)
- Holistisch: in groep 1 (lijkt meer op bloemetjes van groep 1 qua gestalt)
Amerikanen versus andere westerlingen
o In welke opzichten zijn Amerikanen psychologisch afwijkend van de rest van de wereld?
o Voorbeeld: defensieve reactie op gedachte aan dood
Wanneer Amerikanen aan hun eigen dood worden herinnerd vertonen ze defensieve
reacties: meer geloof in bovennatuurlijke krachten, patriotische gevoelens, gekant
tegen verandering, vijandig tegenover out-groups
Hoogopgeleiden versus laagopgeleiden Amerikanen
o Voorbeeld: erfelijkheid van intelligentie
SES hoger -> meer optimale omgeving -> meer speling voor genetische verschillen
Omgeving gaat minder een rol spelen omdat omgeving optimaal is
Gedragsgenetische studies vaak bij hoogopgeleide ouders (adoptieouders) ->
overschatting erfelijkheidscoëfficiënt
,Belang van culturele psychologie
Etnocentrisme tegengaan
o De houding waarbij de eigen omgeving, het eigen volk of de eigen cultuur bewust of
onbewust als maatstaf gebruikt wordt om de rest van de wereld te beoordelen
Besef eigen culturele bril
o Door andere culturen te bestuderen begrijp je je eigen cultuur beter en besef je dat jouw
manier van leven niet “de norm” is
o The last thing a fish would ever notice would be water
Belangrijke nuance
Cultuurstudies werken met gemiddelden
Binnen elke cultuur bestaan grote individuele verschillen
Ook subgroepen (SES, gender, religie) zijn belangrijk
Cultuur is dynamisch
Opletten voor generalisatie en essentialisme (alle mensen uit cultuur X zijn zo)
,HOOFDSTUK 2: CULTUURVERGELIJKENDE ONDERZOEKSMETHODEN
Samenstelling van de steekproef
Random sampling
Deelnemers worden willekeurig gekozen
Iedereen heeft evenveel kans om geselecteerd te worden
Goed om algemene uitspraken over groepen te doen
Voorbeeld: willekeurig 20 landen selecteren, willekeurig voor elk land 5000 deelnemers selecteren
Systematische sampling
Deelnemers worden gekozen volgens een vooraf bepaalde systematiek
Selectie gebeurt op basis van een theoretische veronderstelling
Bijvoorbeeld: vergelijken van culturen met persoonlijke partnerkeuze versus culturen met
gearrangeerde huwelijken. Per cultuur 100 koppels bevragen in categorie 0/10/20/30/40 jaar samen
Convenience sampling
Men kiest deelnemers die makkelijk bereikbaar zijn of vrijwillig deelnemen
Bijvoorbeeld: studenten in psychologisch onderzoek
Keuze kan verschillend zijn voor selectie culturen en selectie deelnemers
Wees je bewust van elke keuze en welke invloed die kan hebben op je resultaten en conclusies
Belangrijke aandachtspunten
Generaliseerbaarheid
o Resultaten moeten niet alleen gelden voor WEIRD-groepen
o Oppassen met te snel veralgemenen
Vergelijkbaarheid
o Deelnemersgroep moet gelijkaardig zijn in de verschillende culturen
o Andere verschillen kunnen resultaten vertekenen -> gevonden verschil kan komen door
bijvoorbeeld leeftijd in plaats van cultuur
o Studentengroepen zijn vrij gelijkaardig (leeftijd, onderwijsniveau) maar rekening houden
met dat de toegankelijkheid om te gaan studeren verschilt over culturen (in de ene cultuur
breed publiek, in de andere cultuur select groepje)
Onderscheid kwalitatieve en kwantitatieve methoden van onderzoek
Kwalitatieve methoden: begrijpen hoe mensen zelf hun wereld ervaren
Open, verkennend: hoe, wat, waar, waarom
Kleinere steekproef
Analytische interpretatie van gelijkenis/verschil
Rijke, gedetailleerde informatie
Natuurlijke context
Voorbeeld over relatietevredenheid
o Wat betekent relatietevredenheid voor jou? Is het belangrijk voor jou? Waarom (niet)? Wat
maakt dat je je (niet) tevreden voelt in een relatie?
Kwantitatieve methoden: gedrag en antwoorden meten in cijfers
Gesloten: wat je gaat meten ligt vast: hoeveel, verschil, samanhang?
Grotere steekproef
Statistische test van gelijkenis/verschil
Vaste antwoordmogelijkheden
Gecontroleerde setting
, Voorbeeld over relatietevredenheid
o Zijn mensen in de ene cultuur gemiddeld meer tevreden met hun relatie dan in de andere
cultuur? Met welke factoren hangt relatietevredenheid meer of minder samen in welke
cultuur?
Belang van mixed methods (triangulatie): beide methoden worden gebruikt in één onderzoek
Kwalitatieve onderzoeksmethoden in cross-culturele psychologie
Interviews
Open vragen stellen aan mensen om diep inzicht te krijgen in persoonlijke ervaringen, mening,
gevoelens, redeneringen
Deelnemers kunnen een antwoord toelichten en nuanceren
Kunnen dingen naar boven komen die je zelf als onderzoeker niet wist of voorspeld had
Studie naar opvoedingsovertuigingen (Huijbregts et al., 2009)
Semi-gestructureerde interviews bij 61 kinderverzorgers in Nederland
Twee groepen kinderverzorgsters vergelijken
o Enkel Nederlandse achtergrond
o Nederalndse en Mediteraanse/Caraïbische achtergrond
Welke vaardigheden vind je belangrijk om te stimuleren bij de kindjes?
Resultaten
o Opvoeders met enkel Nederlandse achtergrond vonden het belangrijk om onafhankelijkheid
te stimuleren
o Opvoeders met zowel Nederlandse als Mediteraanse/Caraïbische achtergrond vonden het
belangrijk om collectivistische doelen te stimuleren
o Gelijkenis: beide doelen zijn voor iedereen belangrijk + bepaalde doelen als even belangrijk
gezien: cognitieve stimulatie, sociale vaardigheden
o Socialisatie tussen opvoeders
Doelen van opvoeders met mediteraanse achtergrond begonnen meer te lijken op
Nederlandse doelen naarmate ze al langer in Nederland waren
Andersom ook: Nederlandse opvoeders die samenwerkten met opvoeders met
Mediteraanse achtergrond vonden collectivistische doelen belangrijker dan
Nederlandse opvoeders die niet met Mediteraanse opvoeders samenwerkten
Focusgroepen
Kleine groepen deelnemers praten samen over een thema aangebracht door facilitator
Visies en ideeën in interactie vormgegeven: deelnemers reageren en interpreteren samen
o Thematisch analyseren: wat wordt er gezegd, in hoeverre is men het eens
o Discours analyse: hoe wordt er over het thema gesproken
Verbaal bijvoorbeeld welke verwoordingen
Non-verbaal bijvoorbeeld luchtig of verhit gesprek
Studie naar meningsverschillen bij koppels (Schouten et al., 2023; zie ook les Sociale Relaties)
8 focusgroepen van 4-5 mensen
In België en in Japan
Wat denk je over conflicten in een romantische relatie? Hoe ga je om met conflicten?
Resultaten
o Belgische groepen
Zien conflicten meer als onvermijdelijk
Best meteen aanpakken met open communicatie
, Noodzakelijk voor gezonde relatie
o Japanse groepen
Zien conflicten meer als te vermijden
Pas je aan, laat het rusten
Meer indirecte communicatie, anticiperen
Observartie
Gedrag observeren in de eigen culturele omgeving van deelnemers of in een situatie opgezet door
onderzoekers
Passief observeren tot actief participeren
Kan zaken bestuderen waar mensen zich niet zelf bewust van zijn
Paradox van de waarneming: gaan mensen zich nog hetzelfde gedragen als ze weten dat ze
geobserveerd worden, en verschilt dit tussen culturen?
Wat gaat observator opmerken, waarnaar wordt de aandacht gericht?
o Interbeoordelaarsbetrouwbaarheid: meerdere beoordelaars die hetzelfde coderen: zijn zij
het onderling eens?
o Belangrijk om insiders van onderzochte cultuur bij je onderzoek te betrekken: meedenken
over welke zaken er gescoord moeten worden en hoe
Observatiestudie: the pace of life (Levine & Norenzayan, 1997)
Observaties in grote steden van 31 landen
Metingen:
o Hoe snel wandelen mensen op de stoep
o Hoe snel gebeurt bepaalde transactie in een postkantoor
o Hoe juist staat de klok in banken
Resultaten: culturele verschillen in snelheid van het leven
o Japan en West Europa sneller
o Latijns Amerika, Midden Oosten en Azië trager
Bevindingen
o Steden met een hogere snelheid van het leven hebben
betere economie
Hogere focus op individualisme
Kouder klimaat
o Hogere snelheid hangt samen met
Meer doden door hartziekten
Meer rokers
Hoger subjectief welzijn (mogelijks door hogere economie)
Culturele producten
Media, reclame, kinderboeken, wetten, boeken, kunst
Kan ook zaken bestuderen waar mensen zich niet zelf bewust van zijn
Studie kinderboeken (Boiger et al., 2013)
38 best verkochte kinderboeken in VS en België
Gecodeerd voor emoties
Resultaten
o In Belgische boekjes kwam schaamte veel aan bod, in de VS niet
, o In beide culturen kwaadheid in kinderboekjes
Conclusie kwalitatief onderzoek
Kwalitatief onderzoek biedt ons rijke data en brengt zo vaak nieuwe inzichten
De kleur, ervaring, betekenis van psychologie ingebed in een culturele context
Perspectieven van mensen of groepen (interviews/focusgroepen)
Zaken waar we ons misschien niet van bewust zijn (observatie/culturele producten)
Equivalentie en vertekingen in psychologisch assessment
In cross-cultureel onderzoek wil men groepen eerlijk vergelijken. Dat kan alleen als psychologische testen,
vragenlijsten en metingen in verschillende culturen dezelfde betekenis hebben
Niveaus van equivalentie
Constructequivalentie
o Het fenomeen dat je wil onderzoeken bestaat in de culturen die je bestudeert
o Het komt op dezelfde manier tot uiting in de bestudeerde culturen
Metrische equivalentie
o Het fenomeen dat je wil onderzoeken bestaat in de culturen die je bestudeert
o Het komt op dezelfde manier tot uiting in de bestudeerde culturen
o Dezelfde stijging in het psychologische fenomeen geeft dezelfde stijging in de geobserveerde
scores
Illustratie met temperatuur
- Farenheit schaal is niet metrisch equivalent aan Celsius schaal: dezelfde
stijging in temperatuur geeft andere stijging in de geobserveerde scores
- Kelvin schaal is metrisch equivalent aan Celsius schaal: dezelfde stijging in
temperatuur geeft dezelfde stijging in de geobserveerde scores (maar nog
niet hetzelfde nulpunt)
Volledige score-equivalentie
o Het bestaat en komt op dezelfde manier tot uiting (construct equivalentie)
o Dezelfde stijging in het psychologische fenomeen geeft dezelfde stijging in de geobserveerde
scores (metrische equivalentie)
o Eenzelfde ervaring van het psychologische fenomeen heeft dezelfde geobserveerde score in
je culturele groepen (zelfde nulpunt)
Scores zijn dus rechtstreeks te vergelijken
HOOFDSTUK 1: INLEIDING TOT DE CROSS-CULTURELE PSYCHOLOGIE
Wat is cultuur
Cultuur is alles wat mensen delen en waarmee ze zich verbonden voelen
Voorbeelden: familie, afkomst, herinneringen, plaats waar je wil wonen, emoties en waarden
Iedereen behoort tot meerdere culturen.
Cultuur bestaat al zolang de mens bestaat
Wereldwijde migratiestromen: mensen migreren en ontmoeten andere culturen al sinds het begin
van de mensheid (cultuurcontact is dus niet nieuw)
Voorbeelden: nomaden, wereldwijde migratie
De mens is een culturele soort: culturele diversiteit is eigen aan de mens
Uitzonderlijk aanpassingsvermogen aan zeer heterogene omstandigheden
o Mensen kunnen leven in verschillende omstandigheden
Natuurlijke en mensgemaakte omgeving
Sociale organisatie en levensonderhoud
Menselijke kennis en vaardigheden
Verklaring
o Hardware: neuroplasticiteit van het menselijke brein
o Software: cultuuroverdracht als uniek evolutionair voordeel
Mensen geven kennis, gewoonten en vaardigheden door aan anderen (daardoor
hoeft elke generatie niet opnieuw van nul te beginnen)
We merken onze eigen cultuur vaak niet op -> voelt vanzelfsprekend aan
Pas door contact met andere culturen merken we verschillen
Vergelijking: een vis merkt het water niet op omdat het altijd rondom hem is
Definities van cultuur
Cultuur: een door een gemeenschap gedeeld systeem van waarden, normen, ideeën, attitudes,
gedragingen, communicatiemiddelen en de producten ervan die van generatie op generatie worden
overgeleverd
Veel gebruikte weergave van cultuur
Uienmodel
Cultuur groeit en verandert doorheen de tijd
Materiële laag (buitenste laag): wat je meteen kunt zien
Sociale cultuur: dingen die je vrij snel oppikt zoals taal en omgangsvormen
Subjectieve cultuur (binnenste laag): hoe mensen denken, voelen, handelen
,De ijsberg
Top van de ijsberg is zichtbaar
Grootste deel van cultuur zit onder water: gevoelens, betekenissen (meer psychologische kant)
Pyramide
Onderscheid tussen
o Dingen die aangeboren zijn (menselijke natuur: universeel)
o Dingen die aangeleerd zijn (specifiek voor een groep: cultuur)
o Dingen die aangeboren en aangeleerd zijn (specifiek voor individu: persoonlijkheid)
Belangrijke kenmerken
Cultuur is gedeeld
Cultuur is overgeleverd
Cultuur is dynamisch
Cultuur is gedeeld
Cultuur bestaat alleen binnen een groep
Dat kan klein zijn (gezin, vriendengroep) of groot (land, religie)
Mensen behoren tegelijk tot meerdere culturen
De mate waarin het gedeeld is varieert: individuele verschillen binnen eenzelfde cultuur
Verschillen tussen culturen
o Tight cultures: strenge sociale normen met minder ruimte om van de norm af te wijken
o Loose cultures: meer vrijheid, meer tolerantie voor verschillen, minder strikte regels
Cultuur is overgeleverd
Cultuur wordt aangeleerd door socialisatie
Primaire socialisatie: door directe familie, ouders of andere centrale zorgfiguren, opvoeding
Secundaire socialisatie: door school, vrienden, werk
Tertiaire socialisatie: door samenleving, sociale media
Gebeurt bewust en onbewust
Twee vormen van cultuuroverdracht (door socialisatie)
Enculturatie: cultuuroverdracht doorheen levensloop
o Je leert je eigen cultuur aan, vaak onbewust
o Bijvoorbeeld taal, gewoonten
Acculturatie: cultuuroverdracht door contact met andere culturen
o Je neemt elementen van een andere cultuur over, door contact tussen culturen
o Bijvoorbeeld nieuwe eetgewoonten
,Cultuuroverdracht door sociaal leren laat ruimte voor verandering
Cultuur wordt doorgegeven maar we veranderen de cultuur ook
Cultuur beïnvloed leden en omgekeerd
Cultuur is dynamisch
Cultuur verandert voortdurend
Door tijd
Maatschappelijke veranderingen
Nieuwe technologie
Crisissen
Veranderingen zijn adaptief
Cultuur is de aanpassing van de menselijke soort op ecologische, socio-politieke en biologische factoren
Wat is cross-culturele psychologie
Cross-culturele psychologie is de wetenschappelijke studie van gelijkenissen en verschillen in het menselijk
psychologisch functioneren in verschillende culturele groepen, daarbij onderzoekend hoe ons denken,
voelen en doen beïnvloed wordt door een culturele context
Twee benaderingen
Absolutisme of universalisme (mainstream psychology)
Relativisme (cultural psychology)
Universalisme
Mainstream psychology: menselijke psychologie is hetzelfde over culturen heen
Culturele verschillen gezien als ruis: moeten we doorheen kijken
Machinekamer, hardware van menselijke psychologie
Voorbeelden
o Sensorische en motorische functies
Bijvoorbeeld test voor kleurenblindheid valide over verschillende culturen heen
o Functies vanaf jonge leeftijd
Bijvoorbeeld: wereldwijd ontwikkelen kinderen objectpermanentie op jonge leeftijd
o Zeer abstracte functies
Bijvoorbeeld: abstracte aspecten van taalontwikkeling die je overal gaat terugvinden
Kritiek: onderschat culturele verschillen
Relativisme
Er bestaat geen contextvrije psychologie
Menselijke psychologie kan slechts begrepen worden binnen de context van de cultuur waarin het
verschijnt
Voorbeelden
o Numerisch redeneren door te tellen op je vingers: cultuurverschillen in de manier waarop
mensen leren tellen
o Betekenis van een boer (compliment of belediging)
Kritiek:
Wat met morele standaarden en wetgevingen
Niet vergeten dat we over culturen heen ook enorm veel gemeen hebben
, Zijn mensen dan te verschillend om te kunnen interageren
o Bijvoorbeeld mag enkel een Turkse therapeut een Turkse patiënt genezen want een
Belgische therapeut gaat dat niet begrijpen
Als je dit idee gaat doortrekken ga je eilandjes maken van verschillende culturen -> zo werkt cultuur niet
want we zijn allemaal met elkaar in contact en in staat om relaties te leggen en empathie te voelen over
culturele grenzen heen
Empirische vraag: hoe veralgemeenbaar of cultuurspecifiek is menselijk gedrag
De geschiedenis van cross-culturele psychologie
Een lang verleden (al lang interesse in cultuurverschillen)
Völkerpsychologie aan Duitse universiteiten (rond 1850): mens bestuderen in relatie tot gewoonten
en gebruiken van de samenleving
Wundt (1916): Waar experimenten stoppen, heeft de geschiedenis al geëxperimenteerd
o Elementaire psychologische processen zijn weliswaar in het lab te meten, maar hogere
mentale processen zoals cultuur zijn te complex voor een lab experiment
o Zoals je in een experiment variabelen kunt manipuleren om hun effect na te gaan, kun je de
rol van cultuur bestuderen door samenlevingen met elkaar te vergelijken
Antropoloog Rivers (1898): onderzocht waarnemingen bij bewoners van Papua Nieuw-Guinea: zijn
minder gevoelig voor visuele illusies (interesse in hoe cultuur perceptie beïnvloedt)
Mead: puberteit op eiland Samoa veel minder emotioneel beleefd
Kardiner (1940): basispersoonlijkheid: kinderen in dezelfde cultuur hebben dezelfde ervaringen en
leren op dezelfde manier reageren -> zo ontstaat in elke cultuur een basispersoonlijkheid
Du Bois (1944): nationale karakters: onderzoekers probeerden typische basispersoonlijkheden van
landen of culturen te beschrijven -> enorme generalisatie en stereotypering van nationale
persoonlijkheidsbeschrijvingen
Maar een kleine geschiedenis
Vanaf 1960-1970: onderzoek naar gedragsverschillen tussen mensen uit verschillende culturen
Cross-cultureel psychologisch onderzoek met specifiek wetenschappelijke tijdschriften
Waarom is cross-culturele psychologie belangrijk
Het probleem
Afwijkende (WEIRD) participanten in psychologisch onderzoek
Smalle databasis van psychologische kennis: door alleen binnen één cultuur te testen ontstaat er
een vals beeld van “de menselijke natuur”
Afwijkende participanten
Veel psychologisch onderzoek gebruikt WEIRD-deelnemers
Western
Educated
Industrialized
Rich
Democratic societies
,In hoever zijn bevindingen veralgemeenbaar naar andere culturele groepen of contexten?
Hoe afwijkend zijn onze participanten?
Geïndustrialiseerd versus niet-geïndustrialiseerd
o Mensen verschillen in waarneming en denken
o Voorbeeld: Müller-Lyer illusie
Mensen uit minder bebouwde omgevingen zijn minder vatbaar voor deze illusie
Mensen uit bebouwde omgeving projecteren afstand in waargenomen hoeken
Westers versus niet-westers
o Voorbeeld: analytisch denken
Westerse culturen: meer analytisch denken, focus op losse objecten en details
Niet-westerse culturen: meer holistisch denken, focus op geheel en relaties
Studie over categorisatie: in welke groep hoort het onderste bloemetje thuis
- Analytisch: in groep 2 (recht steeltje)
- Holistisch: in groep 1 (lijkt meer op bloemetjes van groep 1 qua gestalt)
Amerikanen versus andere westerlingen
o In welke opzichten zijn Amerikanen psychologisch afwijkend van de rest van de wereld?
o Voorbeeld: defensieve reactie op gedachte aan dood
Wanneer Amerikanen aan hun eigen dood worden herinnerd vertonen ze defensieve
reacties: meer geloof in bovennatuurlijke krachten, patriotische gevoelens, gekant
tegen verandering, vijandig tegenover out-groups
Hoogopgeleiden versus laagopgeleiden Amerikanen
o Voorbeeld: erfelijkheid van intelligentie
SES hoger -> meer optimale omgeving -> meer speling voor genetische verschillen
Omgeving gaat minder een rol spelen omdat omgeving optimaal is
Gedragsgenetische studies vaak bij hoogopgeleide ouders (adoptieouders) ->
overschatting erfelijkheidscoëfficiënt
,Belang van culturele psychologie
Etnocentrisme tegengaan
o De houding waarbij de eigen omgeving, het eigen volk of de eigen cultuur bewust of
onbewust als maatstaf gebruikt wordt om de rest van de wereld te beoordelen
Besef eigen culturele bril
o Door andere culturen te bestuderen begrijp je je eigen cultuur beter en besef je dat jouw
manier van leven niet “de norm” is
o The last thing a fish would ever notice would be water
Belangrijke nuance
Cultuurstudies werken met gemiddelden
Binnen elke cultuur bestaan grote individuele verschillen
Ook subgroepen (SES, gender, religie) zijn belangrijk
Cultuur is dynamisch
Opletten voor generalisatie en essentialisme (alle mensen uit cultuur X zijn zo)
,HOOFDSTUK 2: CULTUURVERGELIJKENDE ONDERZOEKSMETHODEN
Samenstelling van de steekproef
Random sampling
Deelnemers worden willekeurig gekozen
Iedereen heeft evenveel kans om geselecteerd te worden
Goed om algemene uitspraken over groepen te doen
Voorbeeld: willekeurig 20 landen selecteren, willekeurig voor elk land 5000 deelnemers selecteren
Systematische sampling
Deelnemers worden gekozen volgens een vooraf bepaalde systematiek
Selectie gebeurt op basis van een theoretische veronderstelling
Bijvoorbeeld: vergelijken van culturen met persoonlijke partnerkeuze versus culturen met
gearrangeerde huwelijken. Per cultuur 100 koppels bevragen in categorie 0/10/20/30/40 jaar samen
Convenience sampling
Men kiest deelnemers die makkelijk bereikbaar zijn of vrijwillig deelnemen
Bijvoorbeeld: studenten in psychologisch onderzoek
Keuze kan verschillend zijn voor selectie culturen en selectie deelnemers
Wees je bewust van elke keuze en welke invloed die kan hebben op je resultaten en conclusies
Belangrijke aandachtspunten
Generaliseerbaarheid
o Resultaten moeten niet alleen gelden voor WEIRD-groepen
o Oppassen met te snel veralgemenen
Vergelijkbaarheid
o Deelnemersgroep moet gelijkaardig zijn in de verschillende culturen
o Andere verschillen kunnen resultaten vertekenen -> gevonden verschil kan komen door
bijvoorbeeld leeftijd in plaats van cultuur
o Studentengroepen zijn vrij gelijkaardig (leeftijd, onderwijsniveau) maar rekening houden
met dat de toegankelijkheid om te gaan studeren verschilt over culturen (in de ene cultuur
breed publiek, in de andere cultuur select groepje)
Onderscheid kwalitatieve en kwantitatieve methoden van onderzoek
Kwalitatieve methoden: begrijpen hoe mensen zelf hun wereld ervaren
Open, verkennend: hoe, wat, waar, waarom
Kleinere steekproef
Analytische interpretatie van gelijkenis/verschil
Rijke, gedetailleerde informatie
Natuurlijke context
Voorbeeld over relatietevredenheid
o Wat betekent relatietevredenheid voor jou? Is het belangrijk voor jou? Waarom (niet)? Wat
maakt dat je je (niet) tevreden voelt in een relatie?
Kwantitatieve methoden: gedrag en antwoorden meten in cijfers
Gesloten: wat je gaat meten ligt vast: hoeveel, verschil, samanhang?
Grotere steekproef
Statistische test van gelijkenis/verschil
Vaste antwoordmogelijkheden
Gecontroleerde setting
, Voorbeeld over relatietevredenheid
o Zijn mensen in de ene cultuur gemiddeld meer tevreden met hun relatie dan in de andere
cultuur? Met welke factoren hangt relatietevredenheid meer of minder samen in welke
cultuur?
Belang van mixed methods (triangulatie): beide methoden worden gebruikt in één onderzoek
Kwalitatieve onderzoeksmethoden in cross-culturele psychologie
Interviews
Open vragen stellen aan mensen om diep inzicht te krijgen in persoonlijke ervaringen, mening,
gevoelens, redeneringen
Deelnemers kunnen een antwoord toelichten en nuanceren
Kunnen dingen naar boven komen die je zelf als onderzoeker niet wist of voorspeld had
Studie naar opvoedingsovertuigingen (Huijbregts et al., 2009)
Semi-gestructureerde interviews bij 61 kinderverzorgers in Nederland
Twee groepen kinderverzorgsters vergelijken
o Enkel Nederlandse achtergrond
o Nederalndse en Mediteraanse/Caraïbische achtergrond
Welke vaardigheden vind je belangrijk om te stimuleren bij de kindjes?
Resultaten
o Opvoeders met enkel Nederlandse achtergrond vonden het belangrijk om onafhankelijkheid
te stimuleren
o Opvoeders met zowel Nederlandse als Mediteraanse/Caraïbische achtergrond vonden het
belangrijk om collectivistische doelen te stimuleren
o Gelijkenis: beide doelen zijn voor iedereen belangrijk + bepaalde doelen als even belangrijk
gezien: cognitieve stimulatie, sociale vaardigheden
o Socialisatie tussen opvoeders
Doelen van opvoeders met mediteraanse achtergrond begonnen meer te lijken op
Nederlandse doelen naarmate ze al langer in Nederland waren
Andersom ook: Nederlandse opvoeders die samenwerkten met opvoeders met
Mediteraanse achtergrond vonden collectivistische doelen belangrijker dan
Nederlandse opvoeders die niet met Mediteraanse opvoeders samenwerkten
Focusgroepen
Kleine groepen deelnemers praten samen over een thema aangebracht door facilitator
Visies en ideeën in interactie vormgegeven: deelnemers reageren en interpreteren samen
o Thematisch analyseren: wat wordt er gezegd, in hoeverre is men het eens
o Discours analyse: hoe wordt er over het thema gesproken
Verbaal bijvoorbeeld welke verwoordingen
Non-verbaal bijvoorbeeld luchtig of verhit gesprek
Studie naar meningsverschillen bij koppels (Schouten et al., 2023; zie ook les Sociale Relaties)
8 focusgroepen van 4-5 mensen
In België en in Japan
Wat denk je over conflicten in een romantische relatie? Hoe ga je om met conflicten?
Resultaten
o Belgische groepen
Zien conflicten meer als onvermijdelijk
Best meteen aanpakken met open communicatie
, Noodzakelijk voor gezonde relatie
o Japanse groepen
Zien conflicten meer als te vermijden
Pas je aan, laat het rusten
Meer indirecte communicatie, anticiperen
Observartie
Gedrag observeren in de eigen culturele omgeving van deelnemers of in een situatie opgezet door
onderzoekers
Passief observeren tot actief participeren
Kan zaken bestuderen waar mensen zich niet zelf bewust van zijn
Paradox van de waarneming: gaan mensen zich nog hetzelfde gedragen als ze weten dat ze
geobserveerd worden, en verschilt dit tussen culturen?
Wat gaat observator opmerken, waarnaar wordt de aandacht gericht?
o Interbeoordelaarsbetrouwbaarheid: meerdere beoordelaars die hetzelfde coderen: zijn zij
het onderling eens?
o Belangrijk om insiders van onderzochte cultuur bij je onderzoek te betrekken: meedenken
over welke zaken er gescoord moeten worden en hoe
Observatiestudie: the pace of life (Levine & Norenzayan, 1997)
Observaties in grote steden van 31 landen
Metingen:
o Hoe snel wandelen mensen op de stoep
o Hoe snel gebeurt bepaalde transactie in een postkantoor
o Hoe juist staat de klok in banken
Resultaten: culturele verschillen in snelheid van het leven
o Japan en West Europa sneller
o Latijns Amerika, Midden Oosten en Azië trager
Bevindingen
o Steden met een hogere snelheid van het leven hebben
betere economie
Hogere focus op individualisme
Kouder klimaat
o Hogere snelheid hangt samen met
Meer doden door hartziekten
Meer rokers
Hoger subjectief welzijn (mogelijks door hogere economie)
Culturele producten
Media, reclame, kinderboeken, wetten, boeken, kunst
Kan ook zaken bestuderen waar mensen zich niet zelf bewust van zijn
Studie kinderboeken (Boiger et al., 2013)
38 best verkochte kinderboeken in VS en België
Gecodeerd voor emoties
Resultaten
o In Belgische boekjes kwam schaamte veel aan bod, in de VS niet
, o In beide culturen kwaadheid in kinderboekjes
Conclusie kwalitatief onderzoek
Kwalitatief onderzoek biedt ons rijke data en brengt zo vaak nieuwe inzichten
De kleur, ervaring, betekenis van psychologie ingebed in een culturele context
Perspectieven van mensen of groepen (interviews/focusgroepen)
Zaken waar we ons misschien niet van bewust zijn (observatie/culturele producten)
Equivalentie en vertekingen in psychologisch assessment
In cross-cultureel onderzoek wil men groepen eerlijk vergelijken. Dat kan alleen als psychologische testen,
vragenlijsten en metingen in verschillende culturen dezelfde betekenis hebben
Niveaus van equivalentie
Constructequivalentie
o Het fenomeen dat je wil onderzoeken bestaat in de culturen die je bestudeert
o Het komt op dezelfde manier tot uiting in de bestudeerde culturen
Metrische equivalentie
o Het fenomeen dat je wil onderzoeken bestaat in de culturen die je bestudeert
o Het komt op dezelfde manier tot uiting in de bestudeerde culturen
o Dezelfde stijging in het psychologische fenomeen geeft dezelfde stijging in de geobserveerde
scores
Illustratie met temperatuur
- Farenheit schaal is niet metrisch equivalent aan Celsius schaal: dezelfde
stijging in temperatuur geeft andere stijging in de geobserveerde scores
- Kelvin schaal is metrisch equivalent aan Celsius schaal: dezelfde stijging in
temperatuur geeft dezelfde stijging in de geobserveerde scores (maar nog
niet hetzelfde nulpunt)
Volledige score-equivalentie
o Het bestaat en komt op dezelfde manier tot uiting (construct equivalentie)
o Dezelfde stijging in het psychologische fenomeen geeft dezelfde stijging in de geobserveerde
scores (metrische equivalentie)
o Eenzelfde ervaring van het psychologische fenomeen heeft dezelfde geobserveerde score in
je culturele groepen (zelfde nulpunt)
Scores zijn dus rechtstreeks te vergelijken