Concepten rond economische groei ................................................................... 3
Nationaal inkomen ..................................................................................... 3
Betalingsbalans.......................................................................................... 5
Sparen ....................................................................................................... 6
Recente internationale ontwikkelingen en de evolutie in de mondiale economische
groei ................................................................................................................. 7
Groeivoorspellingen.................................................................................... 7
Wat waren de grote groei-thema’s van de afgelopen jaren? ............................ 8
Inflatiespook is daar weer ......................................................................... 10
Structurele groeiverschillen in de wereld ........................................................... 11
Recente groei-evoluties in de wereld .......................................................... 11
Analyse van economische groei ................................................................. 12
**Analyse van conjunctuurcyclus .............................................................. 13
Van financiële crisis over schuldencrisis tot coronacrisis in Europa .................... 13
2.Wisselmarkten en wisselkoersen: concepten en recente evidentie.......................... 21
Wisselkoersen en de Wisselmarkten: begrippen en definities ............................. 21
Wisselkoersen .......................................................................................... 21
Wisselmarkten ......................................................................................... 23
Werking wisselmarkten ............................................................................. 26
Wisselkoersen, Interestvoeten en de Macro-economie ...................................... 29
Geldvraag en Geldaanbod ......................................................................... 29
Link geldaanbod en wisselkoersen ............................................................. 31
Relatie Prijzen en Wisselkoersen op Lange Termijn ............................................. 35
Wisselkoersen op Lange Termijn: ............................................................... 35
Koopkrachtenpariteiten-Theorie (PPP) ........................................................ 36
De Euro-Dollar Wisselkoers: Recente Evidentie ................................................. 38
3.Monetair en budgettair beleid ............................................................................... 41
Monetaire theorie van de wisselkoers ............................................................... 41
Lange-termijn impact van het monetair beleid op de economie: .................. 42
Output en beleid ............................................................................................. 43
Inleiding ................................................................................................... 43
1
, Geaggregeerde vraag in een open economie ............................................... 43
Output op korte termijn ............................................................................. 45
Evenwicht op korte termijn in een open economie ...................................... 46
Macro-economisch beleid op KT in een open economie ............................. 49
Beleidskeuzes en beleidsproblemen .......................................................... 51
KT vs LT beleid ......................................................................................... 52
Europa en crisisperiodes: de rol van budgettair en monetair beleid ..................... 54
Monetair beleid van de ECB afgelopen jaren ............................................... 55
Budgettair beleid in Europa ....................................................................... 58
Europa: Korte vs Lange termijn .................................................................. 60
4.Actuele internationale macro-economische thema’s ............................................. 61
Link tussen werkloosheid en Inflatie ................................................................. 61
Phillipscurve ............................................................................................ 61
Link lonen-inflatie ..................................................................................... 65
Werkloosheid en ruimte op de arbeidsmarkt............................................... 65
Inflatie, werkloosheid en ‘de crisis’............................................................. 65
Recente trends in Directe Buitenlandse Investeringen ........................................ 67
Concepten ............................................................................................... 67
Impact van DBI ......................................................................................... 68
(recente) Trends in DBI: ............................................................................. 69
EU sterke speler in global FDI .................................................................... 70
Actuele DBI-thema’s en de toekomst ......................................................... 72
Internationale Schuldenopbouw ...................................................................... 72
Wereldwijde schuldenberg ........................................................................ 72
Algemene risico’s van hoge en stijgende schulden wereldwijd ..................... 74
2
, Deel 2: Internationale Macro-economie
1.Economische groei en conjunctuur: concepten en recente
evidentie
Focus op:
- Algemene macro-economische aspecten in de wereldeconomie
- Monetaire en financiële aspecten in een internationale economische omgeving
- Opnieuw bijzondere focus op Europa en actualiteit
Handel is de reële economie, macro-economie bekijkt de budgettaire kant
Werking van internationale transacties vereist financiële markten om “zaken te doen”
Economische prestaties van landen worden weerspiegeld in een aantal macro-economische
concepten (BNP/BBP, werkloosheidsgraad, betalingsbalans…). →Economische groei staat
centraal in deze analyse!
Concepten rond economische groei
Nationaal inkomen
Concepten Nationaal Inkomen
Bruto Nationaal Product (BNP) (Gross National Product – GNP)
- Waarde van alle finale goederen en diensten geproduceerd door de productiefactoren
van een land op een bepaald ogenblik – wijst dus op de waarde gecreëerd door
‘mensen/productiefactoren met de binnenlandse nationaliteit’ [dus alles wat de belgen
produceren of ze dat nu in het binnen- of buitenland doen]
- Componenten vanuit de nationale-boekhouding-benadering voor een open economie:
𝑌 = 𝐶 + 𝐼 + 𝐺 + 𝐸𝑋 − 𝐼𝑀 + 𝑛𝑒𝑡𝑡𝑜𝑓𝑎𝑐𝑡𝑜𝑟𝑖𝑛𝑘𝑜𝑚𝑠𝑡𝑒𝑛 𝑢𝑖𝑡 ℎ𝑒𝑡 𝑏𝑢𝑖𝑡𝑒𝑛𝑙𝑎𝑛𝑑
- Met Y = BNP, C = consumptie, I = investeringen, G = overheidsbestedingen, EX-IM =
netto export.
o A = C + I + G = binnenlandse absorptie [A: totale binnenlandse vraag naar
goederen en diensten, ongeacht of die goederen binnenlands of buitenlands
geproduceerd zijn]
Bruto Binnenlands Product (BBP) (Gross Domestic Product – GDP)
- Wijst op de waarde geproduceerd ‘binnen de landsgrenzen’
- = BNP min de netto-factorinkomsten uit het buitenland. D.w.z. netto-inkomsten van
binnenlandse productiefactoren verworven in het buitenland (uit arbeid, investeringen)
min de netto-inkomsten van buitenlandse productiefactoren verworven in het
binnenland.
𝐵𝐵𝑃 = 𝐶 + 𝐼 + 𝐺 + 𝐸𝑋 − 𝐼𝑀
3
,Verschil BNP tov BBP: of het verschil belangrijk is hangt van welk land je bent. In landen met veel
migratie is er een groot verschil. Bv: Luxemburg heel veel mensen die er werken maar niet wonen
dus BBP veel groter dan BNP.
Zowel BNP als BBP worden gebruikt als indicatoren van de nationale welvaart. (de concepten
zijn meestal zeer verwant, maar niet voor alle landen!). Maar, BNP weerspiegelt het Nationaal
inkomen beter!!
Twee correcties nodig om het BNP om te zetten in het Nationaal Inkomen:
- Depreciatie van de machines etc. verlaagt het inkomen van de kapitaalbezitter, dus moet
worden afgetrokken van het BNP om Netto Nationaal Product (NNP) te bekomen
- Nationaal inkomen kan positief (negatief) worden beïnvloed door internationale
inkomende (uitgaande) transfers: die transfers moeten we optellen bij het NNP om het
Nationaal Inkomen te bekomen
- → BNP – depreciatie + transfers = Nationaal Inkomen
Nominale vs Reële economische groei
Een cruciaal onderscheid!!
- Reële economische groei = nominale economische groei – inflatie
o Weerspiegelt de ‘echte’ groei beter
o Is de beste vergelijkingsbasis tussen landen én over de tijd heen
▪ Reële maatstaven gebruiken ‘constant prices’ dus ze zuivere inflatie weg
uit de statistieken
Er zijn landen meet enorme nominale economische groei maar door een heel hoge inflatie blijft
er niet veel reële economische groei over. Bv ontwikkelingslanden, Turkije… in die landen moet je
kijken naar de reële economische groei
Als je een evolutie wilt zien in een inkomen of welvaartsmaatstaf → reële eco groei, want de
nominale weerspiegelt geen toename in de welvaart
Kantekeningen bij groei:
- Algemeen: hogere groei leidt tot hogere welvaart
o Groei leidt niet enkel tot hoger inkomen (per capita), maar ook tot meer
werkgelegenheid, investeringen, innovatie etc. – groei staat dus centraal in een
complexe macro-economische dynamiek
- Maar:
o Groei gaat vaal gepaard met grotere inkomensongelijkheid
o Groei is niet noodzakelijk duurzaal vanuit een milieu- of sociaal perspectief
[nominale groei → groei van Y in lopende prijzen, beïnvloedt door inflatie. Reële
groei → groei van Y in constante prijzen, zuivere volumegroei (“echte eco groei”) Nominale groei
= reële groei + inflatie]
4
, Lopende Rekeningen vs Handelsbalans
Handelsbalans (trade balance): 𝑇𝐵 = 𝐸𝑋 − 𝐼𝑀
Lopende rekening (current account):
= Handelsbalans
+ Netto factorinkomsten met het buitenland
+ Netto transfers met het buitenland
Indien geen rekening wordt gehouden met factorinkomsten en internationale transfers:
handelsbalans = lopende rekening → 𝐶𝐴 = 𝐸𝑋 − 𝐼𝑀 = 𝑌 − 𝐴 (concepten worden vaak door
elkaar gebruikt)
Mogelijk onevenwicht heeft macro-economische implicaties:
- Tekorten moeten worden gefinancierd, bv. via (inter)nationale leningen → kunnen op
lange termijn leiden tot grote schuldenopbouw
- Veranderingen in de lopende rekening hebben reële economische effecten op bv. output
en tewerkstelling
(de lopende rekening is een goede bron van info om te kijken: hoe goed is een land in
evenwicht, of om landen te vergelijken)
Betalingsbalans
Betalingsbalans (balance of payments) bestaat uit:
- Lopende rekening (current account):
o Goederenhandel
o Dienstenhandel
o Internationale netto-inkomsten uit factiren en netto-transfers
Een lopende rekening is de reële kant van de economie
- Financiële rekening (financial account)
o Directe investeringen: bv dochteronderneming in België of een Belgisch bedrijf
dat in Duitsland investeert)
o Portefeuillebeleggingen: aandelen die gekocht worden door de belgen in
buitenlandse bedrijven of omgekeerd
o Afgeleide financiële producten
o Overig financieel verkeer
o Reserve-activa (nationale bank)
- Kapitaalrekening (capital account)
o Aan- en verkopen van niet-geproduceerde niet-financiële activa en
kapitaaloverdrachten
o bv. leaseovereenkomsten, vergunningen, goodwill en marketingactiva zoals
merknamen, overdracht van vermogen tussen landen (bv. hulp)
transacties met het buitenland
- Die leiden tot ontvangst vanuit het buitenland = Credit-transactie (positief getal)
- Die leiden tot een betaling aan het buitenland = Debit-transactie (negatief getal)
5