ALGEMENE MENSELIJKE FYSIOLOGIE
ZWANGERSCHAPSFYSIOLOGIE
1. Implantatie
bevruchting => grote calciuminstroom
morula (3 dagen na bevruchting)
blastula (4-5 dagen na bevruchting)
- zygote nestelt in epitheel
- corona radiata: trofoblastcellen
o integratie
o eiwitaanmaak
o syncytiotrofoblast: buitenste laag: aantrekking bloedvaten
o blastula holte en blastulavocht
gastrulatie (7-8 dagen na bevruchting)
- animale/vegetatieve pool
o verschil deelsnelheid
o invagineren: energetisch voordeliger dan extravagineren
o primaire kiembladen: endo-, ecto- en mesoderm
neurulatie (16-17 dagen na bevruchting)
- organen aanmaken
- chorda
o steunbuis, endocrien actief
o neurale buis
2. Placenta
2.1 opbouw
maternale zijde
- cotyledons: bloedvaten die binnendringen
foetale zijde
- amnion
- chorion
- grijs/wit voorkomen
2.2 amnion
5 lagen (kuboidaal epitheel)
productie prostaglandines (vasocontrictie/vasodilatatie)
amnionvocht
2.3 chorion
4 lagen
vorming van
- enzymen voor onderdrukking progesteron
- prostaglandines
- hCG
- oxytocine
2.4 navelstreng
2 arteriën en 1 vene (omringd door mucoïd bindweefsel)
2.5 functie van placenta
placentale circulatie