Hoofdstuk 1: Begrippen Filosofen
Wat is de
relevantie van
filosofie?
Filosofie als reflectie op ander domein Aristoteles: 5e eeuw v.C.:
- Fysica – Meta-fysica - 1ste fysicus
- Meest fundamentele/abstracte - Filosoof
vragen - Denker
- Wat is zijn? (zijnsleer/ontologie)
Meta-farmacie? Thales van Milete:
- Wat is ziekte? reflecteert + valt in put =
- Rol van filosofie is overbodig filosoferen helpt dagelijkse
- Kritisch denken praktijk niet verder maar wel
- Filosofische/ kritisch + wetenschappelijk van
menswetenschappelijke belang
benadering
Waarom filosofie? Susan Sontag (zie citaat 1):
Dubbel Lijden: - Amerikaanse filosofe
1. Bio-medisch - Boek: AIDS and its
2. Lijden aan het lijden metaphors
Friedrich Nietzsche (zie citaat):
- Boek: Morgenrood
Citaat 1:
“Twelve years ago, when I became a cancer patient, what particularly
enraged me – and distracted me from my own terror and despair at
my doctor’s gloomy prognosis – was seeing how much the very
reputation of this illness added to the suffering of those who have it.” - Susan Sontag –
AIDS and its Metaphors (1989)
UITLEG CITAAT + BOEK Susan Sontag – AIDS and its Metaphors:
Ze vertelt waarom ze haar vorige boek had geschreven (Illness as Metaphor): had kanker +
boos over reputatie van kanker: lijdt aan ziekte kanker + aan reputatie kanker =
dubbel lijden = lijden aan het lijden. Als we woord kanker enkel horen zijn we al
geschrokken: onmiddellijk gelinkt met de dood → Kanker niet genezen maar
reputatie afbouwen = dubbel lijden genezen. (menswetenschappelijke
problematiek over 2de vorm van lijden)
AIDS (jaren 80) = connectie met homoseksualiteit (eigen schuld als je het krijgt) Susan wil
begrijpen welke rol AIDS heeft in de samenleving en hoe lijden AIDS patiënten aan
de stigma dat aan de ziekte hangt, aan de manier waarop de maatschappij naar
hen kijkt en beschuldigd worden aan hun ziekte → vermijdingsangst: ze zijn
besmettelijk (ookal wetenschappelijk bewezen van niet)
Citaat 2:
“Nadenken over ziekte! – Om de verbeelding van de zieke te
kalmeren zodat hij tenminste niet meer moet lijden, zoals hij dat tot
nog toe deed, aan het denken over de ziekte dan aan de ziekte zelf.” - Friedrich Nietzsche
– Morgenrood (1881)
UITLEG CITAAT + BOEK Friedrich Nietzsche – Morgenrood:
Door nadenken/piekeren over de ziekte, schiet de verbeelding in gang: verbeelding van de
zieke moet gekalmeerd worden
1
, We horen kanker en denken rechtstreeks aan ergste vorm van kanker: zal eraan sterven,
zware chemotherapie, lange strijd, … (verbeelding begint te werken = culturele,
maatschappelijke beelden)
Hoofdstuk 1: Begrippen Filosofen
Wat is filosofie?
Filosofie gaat over niets: Friedrich Nietzsche
- Nihilisme: filosofie als spel Gilles Deleuze: 20e eeuw:
(Nietzsche/Deleuze) - Franse filosoof
- Reflectie op extern domein: - Schreef boek over
interdisciplinariteit “Wat is filosofie?”
- Kritische reflectie
- Ultieme vragen
Immanuel Kant: Immanuel Kant:
1. Wat kan ik kennen? - Duitse
2. Wat moet ik doen? verlichtingsfilosoof
3. Wat mag ik hopen? - Geeft filosofische
- Wat is een mens? fundering voor
moderne wetenschap
- Vat filosofie samen in
3 à 4 ultieme vragen
Aristoteles: “Mens is rationeel
dier”
Filosofie is reflectie VAN en OP de tijd: G.W.F. Hegel (zie citaat 3)
Ultieme vragen zijn veranderlijk
1. Wat kan ik kennen? – Taal: Ludwig Wittgenstein (zie
Linguistic turn citaat)
2. Wat moet ik doen? –
Geluk/naastenliefde
3. Wat mag ik hopen? X
- Wat is een mens? – Gender
Conclusie: Judith Butler:
Wat filosofie is, staat nooit vast dus we zijn - Queer theory:
terug bij af: vraag ‘Wat is filosofie?’ blijft filosofische theorie
onbeantwoordbaar over gender en over
grote vraag ‘Wat is de
mens”
Dé ultieme vraag? = Wat is filosofie?:
cirkelredenering
Implicaties van geen duidelijke definitie:
1) Methode: (zelf-)kritisch
2) Vooruitgang: geen vooruitgang
3) Zelfkritiek
4) Wetenschap: filosofie reflectie op
Filosofie vertrekt uit menselijke ervaring: Aristoteles: “Alle mensen
- Verwondering/nieuwsgierigheid streven van nature naar
- Negatieve ervaringen: kennis”
● Verveling Martin Heidegger:
● Angst - vrees - Duitse filosoof (nazi)
Citaat 3:
“Die Philosophie ist ihre Zeit in Gedanken erfasst.” - G.W.F. Hegel
= Filosofie is in zijn eigen tijd in gedachten vervat
UITLEG CITAAT G.W.F. Hegel:
Filosofie niet los van tijd en maatschappij: gaat over de mens hier en nu (= reflectie OP de
tijd) + tijd(-sgeest) bepaalt waarover filosofen over denken (= reflectie VAN de tijd)
2
, Conclusie: filosofie moet haar eigen tijd proberen te begrijpen, de tijdsgeest
proberen vatten = concreter idee van filosofie (filosofie ≠ niets of kritische
reflectie).
Het filosofisch denken is niet universeel, abstract buiten/boven de tijd, maar
wordt beïnvloed door de tijd en maatschappij waarin we leven.
Citaat 4:
“Waarover men niet spreken kan, daarover moet men zwijgen.” – Ludwig Wittgenstein
UITLEG CITAAT Ludwig Wittgenstein:
Verwijst naar de grenzen van zinvol taalgebruik: Soort inperking van de studie van de taal +
inperking van zinvol taalgebruik.
Als we tot kennis willen komen, moeten we ons beperken tot zinvol taalgebruik (= taal die
verwijst naar empirische werkelijkheid/wereld (wetenschap)), als we kennis willen krijgen over
de werkelijkheid moeten we enkel spreken waar taal zinvol taalgebruik kan produceren.
Andere uitspraken (onzinvol taalgebruik) zijn we niets mee bv ethische uitspraken “het is
goed om te zorgen voor uw naasten” zijn onzinnige uitspraken.
Hoofdstuk 2: Begrippen Filosofen
Moderne filosofie
Wat is moderne filosofie?
Waarom die vraag?: René Descartes
1) Historische reden G.W.F. Hegel
2) Filosofische reden Max Weber
De onttovering van de wereld:
- Rationalisering
- Verdwijnen: Galilei “ik doe hetzelfde als
1. Participatie de theologen, maar op
2. Teleologie andere manier” (natuur =
● Doelmatigheid
geest God):
● Evolutietheorie vs
Intelligent Design - Moderne filosoof
- Pure feitelijkheid met pre-moderne
- Van een teleologisch naar mechanisch gedachte
wereldbeeld
- Descartes’ moderniteit
René Descartes: René Descartes: (zie citaat
- Cartesiaanse twijfel: 5)
● Methode - Vader van moderne
● Radicale twijfel filosofie
- Zoektocht naar radicale zekerheid: - meta-fysica
1. “Ik ben, ik besta!” - Rationalist
2. Wiskunde - Boeken: meditaties
➢ Idées claires et distinctes VI, Traité de
= idee dat niet naar iets l’homme
anders moet verwijzen - Mechanisering:
om te bewijzen dat het mens als machine =
klopt = interne zekerheid paradigma waarin
➢ Mathesis universalis wij nu nadenken =
3. Wereld? (onzekerheid) revolutionair =
● Waarneming? Pijn? begin moderne
- Primaire en secundaire kwaliteiten: geneeskunde
1) Primaire = eigenschappen die
onafhankelijk bestaan:
wetenschap: meetbaar + Zie citaten 6 + 7
universeel, overeenkomst
denken en realiteit =
uitgebreidheid
3