TOPIC 15: Economische Conjunctuur
1 Conjunctuur
Toegevoegde waarde (= totale productie) à = inkomen à = besteden
ð Consumptie
ð Gerealiseerde investeringen
ð Overheidsbestedingen (consumptie + investeringen)
ð Netto uitvoer (uitvoer – invoer)
Bestedingen schommelen:
ð SeizoenseEecten
ð Bevolkingsgroei
ð Conflicten
ð Overheid
ð Wisselkoersen
Verwachte groei op lange termijn (=LT) (TW*)
ð De lijn TW* (de vloeiende, stijgende lijn)
staat voor de trendmatige groei.
ð Dit is de groei van de productiecapaciteit
van een land.
Waarom stijgend?
ð De lijn stijgt omdat de economie op de
lange termijn steeds meer kán
produceren. Dit komt door:
Technologische Betere software, AI en machines zorgen dat we sneller kunnen
vooruitgang werken.
Investeringen Bedrijven kopen meer en betere machines (kapitaal).
Betere scholing Werknemers worden slimmer en vaardiger, waardoor de
arbeidsproductiviteit stijgt.
Bevolkingsgroei Meer mensen betekent meer potentiële arbeidskrachten.
In realiteit op KT (TW)
ð De golvende lijn (TW) is de conjunctuurlijn.
ð Deze laat zien wat er in de werkelijkheid gebeurt.
ð De economie volgt de trendlijn niet precies, maar schommelt eromheen door
veranderingen in de vraag (bestedingen).
1
, Macro-economie
Laagconjunctuur
ð Dit is het punt waar de golvende lijn onder de trendlijn (TW*) zakt (= de dalen in je
grafiek).
ð Wat gebeurt er? Consumenten en bedrijven geven minder geld uit.
ð Gevolg: Er is onderbesteding. Bedrijven verkopen minder, de productie daalt en
de werkloosheid loopt op omdat er
minder mensen nodig zijn om aan
de lage vraag te voldoen.
Hoogconjunctuur
ð Dit is het punt waar de golvende
lijn boven de trendlijn (TW*)
uitkomt (= de pieken in je grafiek).
ð Wat gebeurt er? Het vertrouwen is
groot en iedereen geeft veel geld
uit.
ð Gevolg: Er is overbesteding. De vraag naar producten is groter dan wat de
economie normaal gesproken aankan. De werkloosheid is zeer laag, maar er is
een risico op inflatie (prijzen stijgen) omdat de vraag de productiecapaciteit
overstijgt.
1.1 Expansie
Wanneer we in de economie van een periode van laagconjunctuur naar
hoogconjunctuur gaan, spreken we van een expansie (uitbreiding) van de economie.
ð Extra investeringen
ð Daling werkloosheid
1.2 Contractie
Wanneer we in de economie van een periode van hoogconjunctuur naar
laagconjunctuur gaan, spreken we van een contractie (inkrimping) van de economie.
ð Minder investeringen
ð Stijging werkloosheid
1.3 Recessie
Een recessie is een periode van minstens twee opeenvolgende kwartalen waarin het
reële bbp met seizoencorrectie daalt op kwartaalbasis.
2