1.1 OPPERVLAKTE, OCEANEN EN CONTINENTEN
De aarde bestaat voor ±71% uit water en ±29% uit land:
o Landoppervlakte: 148,94 miljoen km²
o Wateroppervlakte: 361,13 miljoen km²
Oceanen van groot naar klein:
o Stille/Grote Oceaan
o Atlantische Oceaan
o Indische Oceaan
o Zuidelijke Oceaan
o Arctische Oceaan
Continenten van groot naar klein:
o Azië, Afrika, Noord-Amerika, Zuid-Amerika, Antarctica, Europa, Oceanië
Geopolitieke details:
o Eurazië: geografisch 1 landmassa, historisch verdeeld in Europa en Azië
(scheidingslijn = Oeral)
o Turkije: ligt deels in Europa (westen van de Bosporus) en deels in Azië
o Midden-Oosten: meestal gedefinieerd als Zuidwest-Azië + Noord-Afrika
o Twijfelgevallen:
Caraïben, Centraal-Amerika, Mexico en Groenland = geografisch bij
Noord-Amerika
Hawaï = politiek bij Noord-Amerika, maar geografisch nergens
1.2 ZEEËN, ZEESTRATEN EN ANDERE ZEEWEGEN
Belangrijke zeeën, zeestraten en waterwegen in Europa en de wereld:
o Noordzee, Oostzee, Middellandse Zee, Adriatische Zee, Zwarte Zee
o Kanaal, Straat van Gibraltar, Bosporus, Suez- en Panamakanaal
Begrippen:
o Archipel: eilandengroep
o Landengte: smalle landstrook tussen twee zeeën
o Zeestraat: smalle doorgang tussen twee landmassa's
1
,1.3 LENGTE- EN BREEDTEGRAAD
Geografische coördinaten = unieke plaatsaanduiding in graden, minuten, seconden
o Breedtegraad (horizontaal): t.o.v. de evenaar (0°)
o Lengtegraad (verticaal): t.o.v. de nulmeridiaan van Greenwich
De aarde wordt opgedeeld in 4 hemisferen:
o Noordelijk, Zuidelijk, Oostelijk en Westelijk halfrond
1.4 RIVIEREN EN KANALEN IN DE WERELD
1.4.1 Langste rivieren:
Nijl (6852 km) – Afrika
Amazone (6448 km) – Zuid-Amerika
Yangtze (6380 km) – China
Mississippi (5971 km) – VS
Yenisey-Angara, Lena, Ob, Ganges, Mekong – Azië
Mackenzie, Missouri, Rijn – Noord-Amerika
Congo, Niger – Afrika
1.4.3 Belangrijkste kanalen:
Panamakanaal (81 km)
Suezkanaal (163 km)
Albertkanaal (130 km)
Kielkanaal, Korinthe Kanaal, Kanaaltunnel
2
,HOOFDSTUK 2: BELGIË
2.1 BELGIË GEOGRAFISCH
Algemene gegevens
Oppervlakte: 30.528 km²
Bevolking (2024): ±11,7 miljoen
o Vlaanderen: ±6,8 miljoen
o Wallonië: ±3,7 miljoen
o Brussels Hoofdstedelijk Gewest: ±1,2 miljoen
o Duitstalige Gemeenschap: ±78.000
Ligging & liggingvoordelen
Centraal in West-Europa
Grenzend aan: Nederland, Duitsland, Luxemburg, Frankrijk
Toegang tot Noordzee → maritieme troef
Resultaat: België = logistieke draaischijf in Europa
Landschap & reliëf
Vlaanderen: vlak, dichtbevolkt, ideaal voor transport
Wallonië: heuvelachtig, bebost (Ardennen)
Korte afstanden tussen economische knooppunten
Efficiënt en dicht transportnetwerk mogelijk
2.2 BELGIË ECONOMISCH
2.2.1 HANDEL EN INDUSTRIE
Historiek van handel en industrie:
Middeleeuwen: Brugge & Gent = textiel en lakencentra
16de eeuw: Antwerpen = financieel & handelscentrum Europa
19de eeuw: Wallonië = industriële grootmacht dankzij: Steenkool, staal, glas,
Huidige kenmerken:
Sterk exportgericht (kleine binnenlandse markt)
Internationale handel gestimuleerd door geografische ligging:
o Noordzeetoegang (1 van de drukst bevaren zeeën ter wereld)
o Afwezigheid grote hoogteverschillen
o Nabijheid tot grote EU-markten = dichts bevolkte en meest commerciële
regio’s
o Uitgebreide infrastructuur
3
, Belangrijkste industrietakken:
Chemie en petrochemie Vooral in Antwerpen
Farmaceutische industrie Wereldtop, ±32.000 werknemers
Voedingsindustrie, energie, bouw
Verdwenen of afgebouwde sectoren:
Scheepsbouw
Voertuigassemblage (sluiting/verplaatsing van autofabrieken)
2.2.2 REGIONALE VERSCHILLEN EN INDUSTRIEVERSCHUIVING
Regionale verschillen:
Antwerpen: belangrijkste industriekern scheikundige industrie (raffinage,
petrochemie,…)
Brussel: sterk gericht op consumptiegoederen
Gent: lichte industrie en zware industrie
Charleroi en Luik: zware industrie
Gediversifieerde industriële structuur
20e eeuw of vroeger: textiel/leder/schoenen/kledij,
voedingsproducten/dranken/tabak, metaalverwerkende nijverheid, producten in
metaal, papier/drukkerij en gedeeltelijk scheikundige nijverheid.
Jaren ’60: scheikundige nijverheid, meubelproductie, machinebouw en fabricage
van elektrisch materieel en transportmiddelen.
Vroeger lagen industriële zones vooral:
Nabij grondstoffen (zoals steenkool in Wallonië)
Langs waterwegen voor vervoer
Vandaag zijn ze meer te vinden:
Aan de randen van steden
Langs grote transport knooppunten
Nabij grote havens
Langs snelwegen en spoorlijnen
Toekomst van de industrie in België
Tewerkstelling in de industrie zal afnemen ten gevolge van:
o Technologische revolutie: steeds minder mensen nodig
o Globalisering: lagere loonkosten en massaproductie in andere delen van de
wereld
Voldoende niches waar we wel nog goed in zijn: technologische kennis van
werknemers.
4