Cardiovasculair
Hypertensie
Vaak bloeddruk meten bij patiënten
- Te laag => hypotensie
• Flauwvallen & in shock geraken
- Te hoog => hypertensie
• Geen symptomen maar op termijn geeft dit wel problemen zoals vaatlijden
Voor vpk belangrijk om fysiologie van de RR te kennen en de werking van de geneesmiddelen te
kennen die de hoge RR zullen verlagen (=antiypertensiva)
Arteriële bloeddruk = druk bloed op vaatwant (mm/Hg)
- Systolische RR
• Druk bij samentrekking hart = hoog
• Bloed stroomt uit het hart
- Diastolische RR
• Druk bij ontspanning hart = laag
• Hart wordt gevuld met bloed
Wanneer is een hoge RR een probleem?
- 1 keer is geen probleem, pas vanaf meerdere keren vormt dit een probleem en moeten we
dit in de gaten houden
- 140 mmHg => systolisch
- 90 mmHg => diastolisch
- Systolische RR van 180 mmHg en/of diastolische RR van 110 mmHg => ernstige hypertensie
(problemen aan hart)
Uitzonderingen!
- Personen van 60 en ouder zonder diabetes, familiare hypercholesterolemie of manifeste
hart-en vaatziekte => 160 mmHg of hoger (systolisch)
- Sommige mensen, 60 of ouder, S RR hoger dan 140 en D RR lager dan 90 => geïsoleerde
systolische hypertensie
1. Primaire of idiopathische of essentiële hypertensie
Geen directe oorzaak, meestal combinatie van risicofactoren
90% van de gevallen
2. Secundaire hypertensie
Echte medische oorzaak = nierarteriestenose (vernauwing van de slagaderwand in de nierslagader) of
feochromocytoom (gezwel dat ontstaat in het merg van een van de bijnieren
10% van de gevallen
, Mensen met hypertensie
- In het begin: asymptomatisch
- Jarenlange hypertensie: mogelijke schade aan organen (hersenen en nieren) en aan het
cardiovasculair systeem; ook sneller aderverkalking (vnl bij dabetici); het hart ziet ook af
(moet meer werk verzetten)
Om de werking van de geneesmiddelen die de bloeddruk beïnvloeden te begrijpen, moet de
fysiologie van de bloeddruk gekend zijn:
Bloeddruk (RR)
Wordt bepaald Perifere weerstand Hartminuutvolume Hoeveelheid bloed die
door diameter (PW) (HMV) hart/minuut wegpompt
bloedvaten Vasoconstrictie en -dilatie Cardiac output
Slagvolume (SV) Hartfrequentie
Volume per hartslag Slagen per minuut
Einddiastolisch Eindsystolisch
volume volume
PW -> Hoe rekbaar zijn de bloedvaten (compliantie), elasticiteit en atherosclerose (bij ouderen)
Factoren die arteriële bloeddruk bepalen:
1. Pomp
2. Vocht
3. Vasoconstrictie en vasodilatatie
3. Wat te doen bij vaststellen van hypertensie?
- Eerst aanpassen van de levensstijl:
• Rookstop, vermindering alcoholgebruik, bestrijden overgewicht, oorzaak stress
wegnemen
- Medicamenteuze behandeling is afhankelijk van globaal cardiovasculair risico en
orgaanschade
- Laag risico: medicamenteuze behandeling indien na maanden druk hoger dan normaal
(140/90)
- Hoog risico: orgaanschade, zeer hoge waarden => onmiddellijk medicamenteuze behandeling
, 4. Wanneer iets ondernemen bij ‘hypertensie’?
Risicofactor voor cardiovasculaire, cerebrovasculaire en renale morbiditeit (vatbaarheid ziekte) en
mortaliteit
- Zelden dringend
• Bij orgaanbeschadiging (hart, hersenen of nieren) => antihypertensiva inspuiten
(ziekenhuis)
• Zonder orgaanbeschadiging => orale behandeling
- Is er wel degelijk hypertensie aanwezig?
• Secundaire hypertensie dient uitgesloten te worden
▪ Bv als gevolg van een behandeling
!HYPOTENSIE!
- Ouderen die antihypertensiva nemen kunnen na de maaltijd last hebben van postprandiale
hypotensie (na de maaltijd meeste bloed naar GI-stelsel voor vertering maaltijd) en dus
valgevaar!
Renine-angiotensine-aldosteron (RAAS)
= complex systeem waarmee het lichaam de bloeddruk en de hoeveelheid circulerend vocht en
elektrolyten regelt.
Trigger voor activatie RAAS
- Daling bloeddruk
- Verminderde circulair volume
- Te weinig natrium in bloed
Uitscheiding van renine door nieren in bloedbaan
Omzetting angiotensine
- Renine zet angiotensinogeen (door lever geproduceerd) om in Agiotensine I
- Angiotensine I wordt door ACE omgezet naar Angiotensine II
Effecten van Angiotensine II
- Vasocontrictie
- Stimulatie bijnierschors voor uitscheiding Aldosteron
Bloeddrukstijging, vasthouden Na en water in nier en toename K-uitscheiding
Negatieve feedback
- Renine en angiotensine II zorgen dat er minder renine zal afgescheiden worden door de nier
(dus die bloeddrukstijging is tijdelijk)
Medicatie
Behandeling gebaseerd op geneesmiddelen die een gunstig effect hebben op het cardiovasculair
systeem
- Diuretica
- β-blokkers
- Calciumantagonisten
Hypertensie
Vaak bloeddruk meten bij patiënten
- Te laag => hypotensie
• Flauwvallen & in shock geraken
- Te hoog => hypertensie
• Geen symptomen maar op termijn geeft dit wel problemen zoals vaatlijden
Voor vpk belangrijk om fysiologie van de RR te kennen en de werking van de geneesmiddelen te
kennen die de hoge RR zullen verlagen (=antiypertensiva)
Arteriële bloeddruk = druk bloed op vaatwant (mm/Hg)
- Systolische RR
• Druk bij samentrekking hart = hoog
• Bloed stroomt uit het hart
- Diastolische RR
• Druk bij ontspanning hart = laag
• Hart wordt gevuld met bloed
Wanneer is een hoge RR een probleem?
- 1 keer is geen probleem, pas vanaf meerdere keren vormt dit een probleem en moeten we
dit in de gaten houden
- 140 mmHg => systolisch
- 90 mmHg => diastolisch
- Systolische RR van 180 mmHg en/of diastolische RR van 110 mmHg => ernstige hypertensie
(problemen aan hart)
Uitzonderingen!
- Personen van 60 en ouder zonder diabetes, familiare hypercholesterolemie of manifeste
hart-en vaatziekte => 160 mmHg of hoger (systolisch)
- Sommige mensen, 60 of ouder, S RR hoger dan 140 en D RR lager dan 90 => geïsoleerde
systolische hypertensie
1. Primaire of idiopathische of essentiële hypertensie
Geen directe oorzaak, meestal combinatie van risicofactoren
90% van de gevallen
2. Secundaire hypertensie
Echte medische oorzaak = nierarteriestenose (vernauwing van de slagaderwand in de nierslagader) of
feochromocytoom (gezwel dat ontstaat in het merg van een van de bijnieren
10% van de gevallen
, Mensen met hypertensie
- In het begin: asymptomatisch
- Jarenlange hypertensie: mogelijke schade aan organen (hersenen en nieren) en aan het
cardiovasculair systeem; ook sneller aderverkalking (vnl bij dabetici); het hart ziet ook af
(moet meer werk verzetten)
Om de werking van de geneesmiddelen die de bloeddruk beïnvloeden te begrijpen, moet de
fysiologie van de bloeddruk gekend zijn:
Bloeddruk (RR)
Wordt bepaald Perifere weerstand Hartminuutvolume Hoeveelheid bloed die
door diameter (PW) (HMV) hart/minuut wegpompt
bloedvaten Vasoconstrictie en -dilatie Cardiac output
Slagvolume (SV) Hartfrequentie
Volume per hartslag Slagen per minuut
Einddiastolisch Eindsystolisch
volume volume
PW -> Hoe rekbaar zijn de bloedvaten (compliantie), elasticiteit en atherosclerose (bij ouderen)
Factoren die arteriële bloeddruk bepalen:
1. Pomp
2. Vocht
3. Vasoconstrictie en vasodilatatie
3. Wat te doen bij vaststellen van hypertensie?
- Eerst aanpassen van de levensstijl:
• Rookstop, vermindering alcoholgebruik, bestrijden overgewicht, oorzaak stress
wegnemen
- Medicamenteuze behandeling is afhankelijk van globaal cardiovasculair risico en
orgaanschade
- Laag risico: medicamenteuze behandeling indien na maanden druk hoger dan normaal
(140/90)
- Hoog risico: orgaanschade, zeer hoge waarden => onmiddellijk medicamenteuze behandeling
, 4. Wanneer iets ondernemen bij ‘hypertensie’?
Risicofactor voor cardiovasculaire, cerebrovasculaire en renale morbiditeit (vatbaarheid ziekte) en
mortaliteit
- Zelden dringend
• Bij orgaanbeschadiging (hart, hersenen of nieren) => antihypertensiva inspuiten
(ziekenhuis)
• Zonder orgaanbeschadiging => orale behandeling
- Is er wel degelijk hypertensie aanwezig?
• Secundaire hypertensie dient uitgesloten te worden
▪ Bv als gevolg van een behandeling
!HYPOTENSIE!
- Ouderen die antihypertensiva nemen kunnen na de maaltijd last hebben van postprandiale
hypotensie (na de maaltijd meeste bloed naar GI-stelsel voor vertering maaltijd) en dus
valgevaar!
Renine-angiotensine-aldosteron (RAAS)
= complex systeem waarmee het lichaam de bloeddruk en de hoeveelheid circulerend vocht en
elektrolyten regelt.
Trigger voor activatie RAAS
- Daling bloeddruk
- Verminderde circulair volume
- Te weinig natrium in bloed
Uitscheiding van renine door nieren in bloedbaan
Omzetting angiotensine
- Renine zet angiotensinogeen (door lever geproduceerd) om in Agiotensine I
- Angiotensine I wordt door ACE omgezet naar Angiotensine II
Effecten van Angiotensine II
- Vasocontrictie
- Stimulatie bijnierschors voor uitscheiding Aldosteron
Bloeddrukstijging, vasthouden Na en water in nier en toename K-uitscheiding
Negatieve feedback
- Renine en angiotensine II zorgen dat er minder renine zal afgescheiden worden door de nier
(dus die bloeddrukstijging is tijdelijk)
Medicatie
Behandeling gebaseerd op geneesmiddelen die een gunstig effect hebben op het cardiovasculair
systeem
- Diuretica
- β-blokkers
- Calciumantagonisten