Psychopathologie
2 of 3 open vragen
- toepassingen, geen louter theorie-vragen
• toepassingen op een casus
• toepassingen op een schema
Inleiding
1. 4 D’s
Wat is gezond en abnormaal?
- Wat is gezond en ziek?
- Wat is een probleem en wat is een stoornis?
4 D’s => IS ER VRAAG NAAR ZORG?
1. Dysfunction (niet functioneren zoals wij van die
persoon verwachten; verstandelijke beperking of
niet)
2. Distress (Cliënt heeft last van zijn problematiek/disfunctioneren)
3. Deviance (Wijkt dit af van het gemiddelde van de samenleving: anders maatschappelijke
aanpak)
4. Dangerousness (Risico komt als we er niets aan doen)
2. Psychische functies
Processen die aan de basis liggen van ons gedrag, ons (geestelijk) functioneren
- Waardoor optimaal functioneren mogelijk wordt
- Helpen om doelen te kunnen bereiken
- Helpen om te kunnen samenlever en samenwerken
- Gegevens uit het nu
• Kunnen ook beschreven worden in voorgeschiedenis MAAR niet meer
objectiveerbaar
- Trends ontdekken!
Waar ligt de nul-lijn? =>zoals koorts
Wat is belangrijk?
- Individuele verschillen
Expressie & psychomotoriek - Maatschappelijke normen
• De wijze waarop ik me uitdruk (gedrag, spraak, - niveau van functioneren (dus
lichaamsbeweging, mimiek) is de voorgeschiedenis
belangrijk, om te zien waar de
• Verbaal & non-verbaal
‘knik’ in het functioneren zich
- Bewustzijn bevindt)
• Ik in relatie met de buitenwereld (helderheid, aandacht,
Wat meten we?
oriëntatie)
- Zelfbeleving - verstoringen naar vorm: meer
• Ik in relatie met mezelf (zelfbeeld, lichaamservaring) en minder
- verstoringen naar inhoud: raar
- Waarneming en vreemd
• Hoe het waargenomene betekenis (vorm, inhoud)
• Sensorische vervormingen, illusies, hallucinaties
, - Denken & geheugen
• Betekenis geven en betekenissen opslaan en bijhouden (intelligentie) + aanvullen met
- Gevoelens & verlangen voorgeschiedenis en context =>
trends ontdekken
• Mijn gevoelsleven, motivatie, wensen,… (vorm, inhoud)
Geeft eerste indicatie van het functioneren van het individu/ klachtenpatronen
3. Tekens van een ziektebeeld
Kaderend binnen de criteria (DSM-V)
4. Andere relevante problemen
Niet kaderend binnen de criteria (maar wel relevant in functie van een eventuele hulpvraag)
5. Gegevens uit de context
De omstandigheden of de omgeving waarin iets gebeurt
- Relevante anderen zoals familie, vrienden… (en eventueel hun voorgeschiedenis)
- Ggz-problematiek in de familie (o.a. genetische voorbeschiktheid)
- Wonen, werken, vrije tijd
Context heeft relevante impact op individu
6. Gegevens uit de voorgeschiedenis
De evolutie van het psychisch functioneren doorheen de tijd
- Ontwikkelingsgeschiedenis
- Voorkomen van prodromen, tekens,… in de tijd
- Evolutie van de psychische functies in de tijd
- Relevante voorvallen
Kijken naar patronen die duidelijk worden in de tijd, kijken naar trends en voorvallen (ALLEEN
INDIVIDU!)
7. Medische diagnose(s)
Diagnostisch en statisch handboek voor psychische stoornissen => DSM
- 5de editie (2013)
- Doel = spraakverwarring voorkomen
• Eenheid in de diagnostiek
▪ Symptomen duidelijk omschreven
▪ Gedefinieerd welke symptomen bij welk ziektebeeld voorkomen
▪ Gedefinieerd hoeveel symptomen moeten voorkomen
• Geen diagnostisch middel, enkel classificatie
- Juli 2019= advies van de Belgische Hoge Gezondheidsraad
• DSM-diagnoses mogen niet centraal staan in de zorgplanning!
• Diagnoses zijn enkel een werkhypothese en kunnen in de tijd veranderen!
• Zorgplanning moet op een niet-medicaliserende wijze gebeuren, waarbij perspectief
en zingeving centraal worden gesteld!
• Dus… niet vertrekken vanuit de medische diagnose én de cliënt staat centraal
HOE MEER KADERS GEKEND, HOE GEMAKKELIJKER EEN BEPAALD BEELD ZAL HERKEND WORDEN
, 6 soorten
1. Stemmingsstoornissen
2. Persoonlijkheidsstoornissen
3. Angststoornissen
4. Traumagelateerde stoornissen
5. Psychotische stoornissen
6. Middelenafhankelijkheid
8. Verpleegkundige diagnose(s) => PES/PR
Een verpleegkundig diagnose is..
- Een klinisch oordeel
• over een menselijke reactie op gezondheidscondities (o.a. gezondheidspatronen van
Gordon) en/of levensprocessen
• over een verhoogde kwetsbaarheid (risico) op die reactie
• bij een persoon, een gezin, een groep, een gemeenschap
- nuttig voor
• het maken van een verpleegplan en de verpleegkundige rapportage
• het plannen, implementeren en evalueren van de verpleegkundige zorg
• het vaststellen van prioriteiten
• het coördineren van zorg samen met andere gezondheidszorgverleners
Potentiële problemen (risico’s) OF actueel probleem
9. Psychotherapie
Wat willen we bereiken? => verbetering, genezing van de ggz-problematiek
- Wat hebben we daarvoor nodig?
• Medicatie
• Gesprekstherapie
• Elektroconvulsietherapie
• Groepstherapie
• Ergotherapie
• Psycho-motore therapie
HET PROBLEEM MOET WORDEN OPGELOST OF AANGEPAKT
De problematiek/ diagnose staat op de voorgrond, niet de mens
- De kijk op het probleem is gebaseerd op een specifiek mensbeeld
- De kijk op de aanpak is gebaseerd op datzelfde mensbeeld
Poging om alles samen te brengen => Bio-psycho-sociaal model
2 of 3 open vragen
- toepassingen, geen louter theorie-vragen
• toepassingen op een casus
• toepassingen op een schema
Inleiding
1. 4 D’s
Wat is gezond en abnormaal?
- Wat is gezond en ziek?
- Wat is een probleem en wat is een stoornis?
4 D’s => IS ER VRAAG NAAR ZORG?
1. Dysfunction (niet functioneren zoals wij van die
persoon verwachten; verstandelijke beperking of
niet)
2. Distress (Cliënt heeft last van zijn problematiek/disfunctioneren)
3. Deviance (Wijkt dit af van het gemiddelde van de samenleving: anders maatschappelijke
aanpak)
4. Dangerousness (Risico komt als we er niets aan doen)
2. Psychische functies
Processen die aan de basis liggen van ons gedrag, ons (geestelijk) functioneren
- Waardoor optimaal functioneren mogelijk wordt
- Helpen om doelen te kunnen bereiken
- Helpen om te kunnen samenlever en samenwerken
- Gegevens uit het nu
• Kunnen ook beschreven worden in voorgeschiedenis MAAR niet meer
objectiveerbaar
- Trends ontdekken!
Waar ligt de nul-lijn? =>zoals koorts
Wat is belangrijk?
- Individuele verschillen
Expressie & psychomotoriek - Maatschappelijke normen
• De wijze waarop ik me uitdruk (gedrag, spraak, - niveau van functioneren (dus
lichaamsbeweging, mimiek) is de voorgeschiedenis
belangrijk, om te zien waar de
• Verbaal & non-verbaal
‘knik’ in het functioneren zich
- Bewustzijn bevindt)
• Ik in relatie met de buitenwereld (helderheid, aandacht,
Wat meten we?
oriëntatie)
- Zelfbeleving - verstoringen naar vorm: meer
• Ik in relatie met mezelf (zelfbeeld, lichaamservaring) en minder
- verstoringen naar inhoud: raar
- Waarneming en vreemd
• Hoe het waargenomene betekenis (vorm, inhoud)
• Sensorische vervormingen, illusies, hallucinaties
, - Denken & geheugen
• Betekenis geven en betekenissen opslaan en bijhouden (intelligentie) + aanvullen met
- Gevoelens & verlangen voorgeschiedenis en context =>
trends ontdekken
• Mijn gevoelsleven, motivatie, wensen,… (vorm, inhoud)
Geeft eerste indicatie van het functioneren van het individu/ klachtenpatronen
3. Tekens van een ziektebeeld
Kaderend binnen de criteria (DSM-V)
4. Andere relevante problemen
Niet kaderend binnen de criteria (maar wel relevant in functie van een eventuele hulpvraag)
5. Gegevens uit de context
De omstandigheden of de omgeving waarin iets gebeurt
- Relevante anderen zoals familie, vrienden… (en eventueel hun voorgeschiedenis)
- Ggz-problematiek in de familie (o.a. genetische voorbeschiktheid)
- Wonen, werken, vrije tijd
Context heeft relevante impact op individu
6. Gegevens uit de voorgeschiedenis
De evolutie van het psychisch functioneren doorheen de tijd
- Ontwikkelingsgeschiedenis
- Voorkomen van prodromen, tekens,… in de tijd
- Evolutie van de psychische functies in de tijd
- Relevante voorvallen
Kijken naar patronen die duidelijk worden in de tijd, kijken naar trends en voorvallen (ALLEEN
INDIVIDU!)
7. Medische diagnose(s)
Diagnostisch en statisch handboek voor psychische stoornissen => DSM
- 5de editie (2013)
- Doel = spraakverwarring voorkomen
• Eenheid in de diagnostiek
▪ Symptomen duidelijk omschreven
▪ Gedefinieerd welke symptomen bij welk ziektebeeld voorkomen
▪ Gedefinieerd hoeveel symptomen moeten voorkomen
• Geen diagnostisch middel, enkel classificatie
- Juli 2019= advies van de Belgische Hoge Gezondheidsraad
• DSM-diagnoses mogen niet centraal staan in de zorgplanning!
• Diagnoses zijn enkel een werkhypothese en kunnen in de tijd veranderen!
• Zorgplanning moet op een niet-medicaliserende wijze gebeuren, waarbij perspectief
en zingeving centraal worden gesteld!
• Dus… niet vertrekken vanuit de medische diagnose én de cliënt staat centraal
HOE MEER KADERS GEKEND, HOE GEMAKKELIJKER EEN BEPAALD BEELD ZAL HERKEND WORDEN
, 6 soorten
1. Stemmingsstoornissen
2. Persoonlijkheidsstoornissen
3. Angststoornissen
4. Traumagelateerde stoornissen
5. Psychotische stoornissen
6. Middelenafhankelijkheid
8. Verpleegkundige diagnose(s) => PES/PR
Een verpleegkundig diagnose is..
- Een klinisch oordeel
• over een menselijke reactie op gezondheidscondities (o.a. gezondheidspatronen van
Gordon) en/of levensprocessen
• over een verhoogde kwetsbaarheid (risico) op die reactie
• bij een persoon, een gezin, een groep, een gemeenschap
- nuttig voor
• het maken van een verpleegplan en de verpleegkundige rapportage
• het plannen, implementeren en evalueren van de verpleegkundige zorg
• het vaststellen van prioriteiten
• het coördineren van zorg samen met andere gezondheidszorgverleners
Potentiële problemen (risico’s) OF actueel probleem
9. Psychotherapie
Wat willen we bereiken? => verbetering, genezing van de ggz-problematiek
- Wat hebben we daarvoor nodig?
• Medicatie
• Gesprekstherapie
• Elektroconvulsietherapie
• Groepstherapie
• Ergotherapie
• Psycho-motore therapie
HET PROBLEEM MOET WORDEN OPGELOST OF AANGEPAKT
De problematiek/ diagnose staat op de voorgrond, niet de mens
- De kijk op het probleem is gebaseerd op een specifiek mensbeeld
- De kijk op de aanpak is gebaseerd op datzelfde mensbeeld
Poging om alles samen te brengen => Bio-psycho-sociaal model