Over waar psychologie over gaat en hoe psychologen onderzoek verrichten
What’s in a name?
De wetenschappelijk verantwoorde kennis van psychologen wordt over- en onderschat
Definitie Henry Roediger: Psychologie is de wetenschappelijke studie van de mentale
processen en van het gedrag (van individuen)
Definite Phil Zombordo: Psychologie is de empirische studie van het gedrag en de mentale
processen
Het domein dat psychologie gestreikt is zeer breed
Mede daardoor is er veel onenigheid over de preciezere definitie van de term
‘psychologie’
⇒ verscheidenheid van disciplines (American psychological association (APA)) →
48 diversies
Sportpsychologie: positieve psychologie → iemand beter laten presteren
(optimaal presteren)
● Psychologie is niet enkel therapie van mentale stoornissen en problemen bij
patiënten -> kan ook positief zijn
Psychologie ≠ psychiatrie
● Psychologen zijn geen gespecialiseerde artsen die geneesmiddelen mogen
voorschrijven
Psychoanalyse
Is een psychologische en psychiatrische behandelingsmethode, ontwikkeld door
Sigmund Freud, waarbij de persoonlijkheidsstructuur van de cliënt wordt
geanalyseerd. Ervaringen en herinneringen worden vaak naar het onbewuste niveau
verdrongen, maar uiten zich toch op een fysieke of emotionele manier.
Psychologie VS pseudowetenschap
● Psychologie betwijfelt ongefundeerde beweringen van pseudowetenschappen (bv
astrologie, handlezen, homeopathie)
● Pseudowetenschap: elke benadering om fenomenen uit de werkelijkheid te verklaren
die geen beroep doet op de wetenschappelijke methode
● Wetenschappelijke methode: kennis komt voort uit systematische empirische
observaties die publiek verifieerbaar zijn, met als basishouding nieuwsgierigheid,
scepsis en falsifieerbaarheid
Andere wetenschappelijke disciplines die menselijk gedrag bestudeert vanuit ander
gezichtspunt:
- culturele antropologie
- sociologie
1
, - rechten
- economie
- criminologie
Belang van kritisch denken
● 40-75% vd mensen hecht geloof aan verschijnselen zoals telepathie,
helderziendheid, bioritmen en psychische heelkunde
○ Empirische studies hebben aangetoond dat investeringen in dergelijke
fenomenen nutteloos zijn
● Studie dat we de toekomst kunnen voorspellen
○ 100 bachelorstudenten namen deel → proefpersonen
○ experiment: 36 proefbeurten waarbij bij elke proefbeurt er 2 gordijnen werden
getoond op de pc en ze moesten telkens 1 gordijn aanduiden
○ PC bepaalde na keuze van proefpersoon achter welk gordijn een erotische
scène te zien was (afbeelding van heteroseksueel koppel tijdens het vrijen)
○ Bem ging ervanuit dat de proefpersonen hoopten dat ze telkens het gordijn
zouden kiezen waarachter de erotische foto zat
○ indien proefpersonen louter uit toeval zouden kiezen zouden ze 50% kans het
‘juiste’ gordijn kiezen
■ resultaat: 53,1% vd proefpersonen kozen het ‘juiste’ → Bem
besloot dat mensen de toekomst kunnen voorspellen
○ heranalyse toonde aan dat de bevindingen op misleidende manier werden
voorgesteld en dat het niet absoluut niet mogelijk is om in toekomst te kijken
● De fundamentele attributiefout: de neiging van (westerse) mensen om het gedrag
van anderen vooral aan interne factoren toe te schrijven (zoals
persoonlijkheidskenmerken) en minder te kijken naar externe factoren (zoals de
omgeving)
○ vb: “hij beweegt niet genoeg, dan zal hij wel lui zijn”
Freud en psychologie
psychologie als wetenschappelijke discipline is redelijk onbekend bij het grote publiek
→ meeste mensen kennen enkel: Sigmund Freud, Karl Gustav Jung en Burrhus
Frederic Skinner
● B.F. Skinner = vader van het behaviorisme
○ enkel objectief kijken (het zintuiglijk waarneembare)
○ meest invloedrijke psycholoog volgens de psychologen zelf
Freud en Jung zijn geneesheren (geen psychologen)
● hun theorieën werden argwanend (=wantrouwend) bekeken door de meerderheid
van de psychologen (werden niet geloofd)
● Freuds methode van onderzoek was niet representatief voor gangbare
psychologische methoden
○ Freud keek enkel subjectief
● ‘freudsprobleem’: de associatie van psychologie met de psychoanalyse
Een beknopt historisch overzicht
● in 1878 opende Wilhelm Wundt aan universiteit van Leipzig het eerste laboratorium
voor experimentele psychologie
2
, ○ Apparaat om te meten hoeveel tijd mensen nodig hebben om een
kleur te detecteren → bewustheid waarnemen
○ niet veel langer dan een eeuw geleden weigerde universiteit van
Cambridje een laboratorium voor psychofysica → reden: “het
onderwerp zou de regio beledigen door de menselijke ziel op een
weegschaal te plaatsen”
● 2 voudig karakter van psychologische kennis
○ geesteswetenschappelijke onderzoeksmethoden (verklaring staat centraal)
○ postitief-wetenschappelijke onderzoeksmethoden (predictie staat centraal)
● in filosofische traditie: psychologie wordt geassocieerd met de studie van geest of de
psyche
○ rationalisme: ratio als enig toelaatbare criterium voor geldige kennis
beschouwde en een dualistische visie aanhield (lichaam en geest waren
gescheiden identiteiten)
○ angelsaksische traditie: geldige kennis kon enkel verkregen worden
via onbevooroordeelde zintuiglijke kennis ( → gebaseerd op
systematisch empirisch onderzoek)
● onderwerp wetenschappelijke psychologie
○ eerste psychologen: bewustzijn is principale object van psychologie
■ rond dezelfde tijd pleitte sommigen voor het bestuderen vh onbewuste
○ na WOII: psychologie werd gedefinieerd als de gedragswetenschap (enkel
objectief)
○ Behavioristische periode: achterhalen van verbanden tussen stimulus en
reactie en mentale processen werden als onwetenschappelijk beschouwd
■ men bestudeerde dierengedrag (dacht dat die overeen kwam met
mensengedrag)
○ vanaf de jaren 1960: cognitieve psychologie: informatieverwerkings
mogelijkheden vd mens staat centraal (door opkomst PC’s en andere
mechanische kennissystemen)
Methodologische eisen voor wetenschappelijk onderzoek (verzamelen van
wetenschappelijke kennis)
1) Systematisch empirisme
○ waarnemen vd werkelijkheid
○ ervaringen en observaties
○ het moet voor een groot publiek repliceerbaar zijn
○ er bestaan geen gezagsargumenten voor wetenschappelijke kennis
→ hoe bekend een wetenschapper ook is, hij kan de
wetenschappelijke gemeenschap niet overtuigen van zijn inzichten
zonder empirisch verzamelde evidentie voor zijn beweringen (dit
was vroeger wel zo)
i) vb: gele koorts brak uit, een dokter was van mening dat koorts het
best behandeld kon worden met aderlatering (veel dokters gaven
kritiek). Toen hij zelf ziek werd paste hij het ook toe bij zichzelf
(1) hij verdedigde zijn visie door zijn systematische studie en zie
dat elke genezing een gevolg was van zijn behandeling en elk
overlijden schreef hij toe aan de ernst vd ziekte
2) Publiek verifieerbare kennis
3
, ○ kennis moet repliceerbaar zijn
○ bevinding kan pas wetenschappelijk aanvaard worden als anderen zijn
observaties kunnen nadoen na het toepassen van dezelfde procedure (zelfde
resultaten bij dezelfde procedure)
○ peer review: publicatie wordt beoordeeld door aantal collega’s die werkzaam
zijn in hetzelfde onderzoeksdomein voordat ze de wereld ingestuurd worden
i) die collega’s beoordelen het onderzoek anoniem op
wetenschappelijke degelijkheid, de zinvolheid van de vraagstelling,
de aangewende procedures, de verwerking vd gegevens, het gegrond
zijn vd conclusies
ii) de meeste studies worden niet gepubliceerd
3) Toetsbare theorieën en uitspraken
○ enkel oplosbare problemen worden onderzocht
○ wetenschappelijke theorieën moeten toetsbare theorieën zijn
○ op voorhand voorspellingen doen en kijken of dit zo gaat gebeuren
○ uitspraken moeten falsifieerbaar zijn → het moet mogelijk zijn om
aan te tonen dat de uitspraak foutief is -> het is mogelijk om
tegenbewijs te vinden voor een bepaalde theorie
○ vb: bij watergateschandaal (Nixon)
i) achteraf is er een verklaring gesteed over Nixon zijn gedrag
→ het gedrag is al gesteed dus de verklaring kan je niet meer
falsifiëren
ii) Popper: de stelling ‘zwarte zwanen bestaan niet’ kan je niet
ontkrachten, wel kan de observatie van één zwarte zwaan de stelling
‘alle zwanen zijn wit’ ontkrachten
Van kennis tot de wetenschappelijk wet
met de bovenstaande eisen overstijgt de wetenschappelijke kennis de gewone ‘common
sense’
● afhankelijk van een bepaald omstandigheden worden bepaalde uitspraken gezegd
zoals ‘soort zoekt soort’ en ‘tegengestelde elkaar aantrekken’
Theorie: geeft een relatie tussen een set van concepten die gebruikt worden om data of
gegevens te verklaren en predicties te maken over resultaten van een empirische studie
● door aanpassingen vd theorie komt men dichter bij de werkelijkheid
Hypothese: een specifieke predictie afgeleid van een theorie, toegepast in de context van
een concreet onderzoek
Wetenschappelijke wet: wnr een relatie tussen verschillende variabelen frequent
geconfirmeerd is
Onderzoeksmethoden
de psychologie neemt als wetenschap een bijzondere plaats in: het gedrag kan zowel op
een positief wetenschappelijke manier (onderzoeksmethoden uit fysica staan model en
waarbij variabelen worden gemeten) als via geesteswetenschappelijke methoden
(interpreterende methode) bestudeerd worden
1) Naturalistische observatie
○ buiten het laboratorium in een natuurlijke situatie
4