Didactiek
Bewegingsvormen – Spelvormen –
Oefenvormen
1. Bewegingsvormen
Definitie
Basisvormen van bewegen die
aansluiten bij natuurlijke
bewegingen.
Doel
Ontwikkeling van motorische basisvaardigheden.
Voorbeelden
Lopen (wandelen, joggen, sprinten)
Springen (hinkelen, touwtje springen)
Klimmen (klimrek, traplopen)
Zwemmen
Balanceren (balk, slackline)
Werpen en vangen
Kenmerk
Basisbeweging toepasbaar in verschillende contexten (sport, spel,
therapie).
2. Spelvormen
Definitie
Activiteiten met speels karakter, vaak met:
Educatie
Recreatie
Revalidatie
Doelen
Motivatie
Sociale interactie
Zichzelf verkennen
Voorbeelden
1
, Tikkertje
Balspelen
Estafettes
Bewegingsspel
Waarom spelvormen integreren?
Hoge motivatie
Groepsgebeuren
Zelfexploratie
Groot gamma menselijke vermogens
Integrale ontwikkeling (mentaal + motorisch)
3. Spelbegrip – Play, Game, Match
Play
Existentiëel levensfenomeen.
Game
Objectivering van spel:
Zakelijke regels
Regelmatig voorkomen
Zelfstandige spelvorm
Gestandaardiseerde regels (vb. tienbal)
Match
Georganiseerde wedstrijd:
Twee of meer tegenstanders
Vastgelegde regels
Winnaar/resultaat
Directe vergelijking
Scorebord
Constituerende regels
Winnen is belangrijk
4. Competitief spel
Sociaal gebeuren
Objectieve vergelijking (records)
Gelijktijdig of niet-gelijktijdig
Winnen centraal
2
, 5. Spel in verschillende disciplines
• Psychotherapie: therapeutische werking in behandeling van
gedrags- of ontwikkelingsstoornissen
• Sociologie: socialisatieproces (spel als sociaal ritueel, welke rol
speelt spel in samenleven en cultuur, sociale patronen in
maatschappij)
• Antropologie: verbanden tussen spel in verschillende culturen.
• Ontwikkelingspsychologie: spelen als middel voor cognitieve,
emotionele en sociale ontwikkeling.
• Didactiek/pedagogiek: bewegingsopvoeding (spel als
leerstrategie)
6. Condities voor spel
Spel moet aangepast zijn aan:
Motorisch niveau
Psychisch niveau
Leeftijd
Belastbaarheid
Voorbeelden:
Leerstoornissen → langere leertijd
Ouderen → fysieke/cognitieve belasting aanpassen
Oefenvormen
Definitie
Concrete, gestructureerde oefeningen met specifiek doel.
Doel
Kracht
Lenigheid
Coördinatie
Revalidatie
Voorbeelden
Lopen: intervaltraining (1 min joggen, 30 sec sprint)
Springen: plyometrie, squat jumps
Balanceren: éénbenige stand op een balansbord
Werpen: mikken op een doelwit met een bal
Kracht: push-ups, lunges, plank
3