1 Lesdoelen thema: 1. Groepsdynamica als natuurlijke krachtbron
1.1 Uitleggen wat groepsdynamiek is en welke kenmerken daarbij horen.
Wat is groepsdynamiek:
= Groepsdynamiek is het samenspel van krachten dat ontstaat in een groep door interactie tussen leden.
Deze dynamiek is spontaan, emotioneel geladen, niet volledig controleerbaar en speelt een cruciale rol bij
persoonlijke groei en verandering.
Kenmerken van groepsdynamiek
• Ontstaat spontaan vanuit interactie.
• Emotioneel geladen en beïnvloed door kwetsbaarheid.
• Gedraagt zich als een levend systeem, niet volledig voorspelbaar.
• Essentieel voor leer- en veranderingsprocessen
Kenmerk Betekenis
Natuurlijke kracht Spontaan door inbreng van groepsleden
Emotioneel Beïnvloed door gevoelens en kwetsbaarheid
Niet controleerbaar Groeit en verandert continu
Essentieel Nodig voor persoonlijke en collectieve groei
1.2 Beschrijven hoe groepsdynamiek kan functioneren als krachtbron.
• Groepsdynamiek is geen stoorzender maar een belangrijke bron van leren en verandering.
• De interacties bieden leden de kans om gedrag te verkennen, feedback te ontvangen en nieuwe inzichten te
ontwikkelen.
1.3 Herkennen en benoemen hoe weerstand en spanning zich uiten in groepen.
• Weerstand is een normale reactie op angst voor verandering of pijnlijke confrontaties.
• Het kan zich uiten als stilte, cynisme, 'ja maar'-reacties of terugtrekken.
• Het erkennen en bespreken van weerstand is cruciaal om verder te komen.
Omgaan met weerstand
• Niet forceren of vermijden, maar benaderen met openheid en nieuwsgierigheid.
• Met empathie kan weerstand veranderen in motivatie en groei.
• Veiligheid en respect zijn hierbij essentieel.
Casus spanning: In een depressiegroep discussiëren twee leden fel over wie het moeilijker heeft, de rest valt stil. De
begeleider benoemt: 'Wat gebeurt hier? Wat betekent dit voor jullie?' Door spanning te bespreken, ontstaat ruimte
voor inzicht en leren omgaan met verschillen.
Groepsdynamica 1
,1.4 Groepsdynamische processen analyseren aan de hand van casussen.
Tien therapeutische factoren (Yalom):
• Aanvaarding: je mag er zijn zoals je bent. Het gevoel van aanvaarding is cruciaal.
• Universaliteit: je bent niet alleen met je probleem.
• Altruïsme: je groeit door anderen te helpen.
• Hoop: motivatie door herstel van anderen te zien.
• Begeleiding: informatie en advies ontvangen.
• Voorbeeldgedrag: leren door observatie.
• Inzicht: bewustwording van eigen patronen.
• Feedback: leren over je invloed op anderen.
• Zelfonthulling: persoonlijke ervaringen delen. Ik voel me veilig genoeg in deze groep om mijn stuk te delen.
• Catharsis: emotionele opluchting door gevoelens te uiten.
Bv: Casus:Lotte hield in een rouwgroep vol dat alles goed ging. Uiteindelijk deelt ze haar gevoel van leegte en
barst in tranen uit. De groep biedt steun en bevestiging.
Dit toont zelfonthulling, catharsis, aanvaarding en versterkt de cohesie.
Bv: Casus: Samira reageert in een groep vaak met 'ja maar'. Een groepslid benoemt dit en geeft eerlijke
feedback. Samira wordt stil en beseft later dat ze zich beschermde uit angst om te falen of veroordeeld te
worden.
Hier zien we feedback, inzicht en het leren omgaan met eigen verdedigingsmechanismen.
1.5 Reflecteren op je eigen houding en mogelijke interventies als begeleider.
• Hoe reageer jij op stilte of weerstand in een groep?
• Hoe vind jij balans tussen structuur en vrijheid?
• Hoe kun je spanning inzetten als kans voor groei?
Groepsdynamica 2
,2 Lesdoelen Hoofdstuk 2:Interactie in kaart brengen
2.1 Uitleggen wat interactie is en hoe het werkt in groepen.
Wat is interactie?
• Interactie betekent dat gedrag van de ene persoon een reactie oproept bij de ander.
• Dit gebeurt zowel verbaal (gesproken woorden) als non-verbaal (houding, gebaren, gezichtsuitdrukking,
stiltes).
• Interactie vormt de basis voor samenwerking, sfeer en veiligheid in een groep.
Waarom is interactie belangrijk?
• Interactie bepaalt de sfeer en de effectiviteit van de groep.
• Positieve interactie zorgt voor samenwerking, openheid en betrokkenheid.
• Negatieve interactie kan leiden tot spanningen, uitsluiting en ineffectieve samenwerking.
De complexiteit van interactie
• In groepen beïnvloeden leden elkaar voortdurend.
• Patronen ontstaan snel en zijn vaak onzichtbaar.
• Kleine signalen kunnen grote effecten hebben.
• Als begeleider is het essentieel om deze dynamieken te herkennen en bewust te sturen.
2.2 De Roos van Leary gebruiken om gedragspatronen te analyseren.
• De Roos van Leary is een hulpmiddel om interactie te analyseren.
• Ze toont hoe gedrag van de ene persoon gedrag bij de ander oproept.
• Twee assen: invloed (Boven ↔ Onder) en nabijheid (Samen ↔ Tegen).
• Samen geven deze assen inzicht in gedragspatronen.
Vier hoofdgedragingen:
• Leidend: initiatief nemen, sturen (Boven-Samen).
• Volgend: meewerken, steun zoeken (Onder-Samen).
• Aanvallend: domineren, uitdagen (Boven-Tegen).
• Teruggetrokken: vermijden, afsluiten (Onder-Tegen).
Bovengedrag roept ondergedrag op en andersom.
Samengedrag roept samengedrag op
Acht gedragsvarianten:
Naast de hoofdgedragingen zijn er verfijningen Deze helpen om gedrag concreter te benoemen en begrijpen:
- Leidend
- Helpend
- Meewerkend
- Teruggetrokken
- Afhankelijk
- Opstandig
- Agressief
- Concurrerend
Groepsdynamica 3
, Binnen- en buitenringen:
• De binnenring bevat mildere gedragingen, bijvoorbeeld rustig leidend.
• De buitenring toont extremere gedragingen, zoals dwingend of volledig teruggetrokken.
• Als begeleider kan je hiermee bepalen hoe sterk je interventie moet zijn.
• We moeten leren om niet naar de buitencirkel te geraken. Indien we er toch zitten dan moeten we ervoor
zorgen om zo snel mogelijk terug naar de binnen cirkel te gaan.
Als je te veel leiding geeft kan je bazig handelen
Als je een volger bent kan je een slaaf worden
Complementair:
Complementair gedrag roept tegengesteld gedrag op (leidend ↔ volgend).
Bv:Politie dragen uniform is boven gedrag en ze willen dat de andere volgt.
Symmetrisch:
Symmetrisch gedrag roept hetzelfde gedrag op (tegen ↔ tegen).
• Door patronen te herkennen, kan je interventies beter afstemmen
Diagnostisch gebruik
• Eerst observeren:
- wie neemt vaak de leiding?
- Wie volgt altijd?
- Wie trekt zich terug?
• Zo ontdek je vaste patronen.
• Deze analyse helpt je later bewuste keuzes te maken in je begeleiding.
Instrumenteel gebruik:
• Je gebruikt je eigen gedrag om groepsdynamiek te sturen.
• Bijvoorbeeld: leidend optreden bij een passieve groep, of juist ondersteunend zijn als er weerstand is.
• Het doel is veiligheid en samenwerking bevorderen.
2.3 Technieken en houdingen inzetten om interacties te beïnvloeden. (Interventies)
Relatietechniek:
• Je kiest hoe je je persoonlijk opstelt: helpend, leidend, confronterend of niet-directief.
• De keuze hangt af van wat de groep nodig heeft op dat moment.
Gesprekstechniek:
• Verbreden, verbinden, de-isoleren, begrenzen, ...
• Deze technieken helpen spanning te verminderen en begrip te vergroten.
Houdingstechniek
• Je non-verbale houding ondersteunt je boodschap.
• Open houding en congruent gedrag (woorden en lichaam kloppen samen) vergroten veiligheid en vertrouwen.
Groepsdynamica 4