1 Lesdoelen thema: 1. Wat is methodisch werken.
Casus Stef:
Stef is een 32 jarige man met een fysieke handicap. Hij meldde zich enkele weken geleden aan op intake bij een
sociaal centrum van het OCMW van Antwerpen. Hij heeft een brief van een deurwaarder gekregen en hij begrijpt
niet wat dit betekent. Stef geeft aan dat hij het beu is om allerlei “moeilijke brieven” te krijgen. Hij is analfabeet en
kan deze toch niet lezen.
Stef woont sinds kort alleen. Enkele maanden geleden overleed zijn moeder en tot het overlijden van zijn moeder
woonde Stef bij haar in. De moeder van Stef kookte voor hem, deed zijn was en volgde zijn administratie op. Na het
overlijden trekt Stef zijn plan. Hij geeft aan dat dit lukt, maar dat hij “niet volledig op de hoogte is van alle zaken”. Hij
zoekt wel zelf steun bij zijn zus, maar omwille van een conflict over de erfenis, vraagt hij enkel het meest dringende
en noodzakelijke. De hulpverlener merkt tijdens de intake ook op dat Stef een onaangename lichaamsgeur heeft.
Stef werkt in een sociale werkplaats. De laatste weken is Stef enkele keren ongewettigd afwezig geweest. Stef geeft
aan dat hij zijn moeder mist en dat hij nog vaak aan haar terugdenkt en dan geen zin heeft om naar zijn werk te
gaan. Hij vindt dat zijn baas hier maar begrip voor moet hebben. Wanneer hij opmerkingen over zijn afwezigheid
krijgt, gaat hij naar een dokter en vraagt hij aan deze dokter om een ziekte-attest te schrijven omdat hij “zijn moeder
mist”. Het is hem gelukt om een aantal afwezigheden zo te wettigen.
Stef heeft enkele vrienden die in Turnhout wonen. Tijdens de zomer gaat Stef met deze vrienden werken in een
pretpark. Hij wordt hier niet voor betaald, maar krijgt hier wel in de plaats een gratis jaarabonnement voor. Stef
geeft aan dat hij zich voor deze job zeker niet ziek zal melden. Wanneer Stef in het pretpark gaat werken, gaat hij
met zijn brommer van Antwerpen naar Turnhout. Stef geeft aan dat hij onderweg elke keer twee keer benzine moet
tanken.
Stef geeft aan dat hij weinig vrienden heeft. Hij heeft wel enkele vriendinnen. Deze vriendinnen werken in de
prostitutie. Stef doet voor hen s’ nachts boodschappen. Als zij ’s nachts wanneer zij aan het werken zijn, aankopen
nodig hebben (drank, snack, eten, medicatie,…), bellen zij Stef om deze aankopen te doen. Stef zegt dat dit
vriendendiensten zijn. Af en toe geeft hij ook geld en cadeautjes aan deze vriendinnen. Stef woont nu in een district
in de rand van Antwerpen, maar hij wil verhuizen naar een studio in de buurt van waar zijn vriendinnen werken. Zo
zal hij zijn vriendinnen beter kunnen helpen.
Stef heeft een dossier bij het Vlaams Fonds en is erkend als persoon met een handicap. Zijn moeder heeft hem ook
aangemeld voor een residentiële opvang, maar hij staat hier al jaren op een wachtlijst. Stef wil ook niet opgenomen
worden. Hij wil, kan en zal alleen wonen. De sociale dienst van de werkplaats volgt zijn situatie ook op. Zijn zus had
ervoor gezorgd dat er af en toe een poetsvrouw bij Stef kwam. Omdat deze regelmatig voor een gesloten deur stond
(ondanks gemaakte afspraken) en Stef altijd opnieuw alles vol rommel gooide, wil zij niet meer komen.
Wanneer de maatschappelijk werker bij Stef op huisbezoek gaat, merkt hij dat Stef weinig meubelen heeft en dat er
in zijn klein (appartementje) ontzettend veel rommel ligt. In de keuken is er een onaangename geur en op het
aanrecht staat de vuile vaat van de afgelopen week. Er liggen ook enkele lege pizzadozen, lege doosjes van
hamburgers en een rotte appel. Stef slaapt op een matras die in de woonkamer op de grond ligt. Overal liggen en
hangen er wel foto’s van zijn moeder.
Na het overlijden van de moeder is er in de familie ruzie geweest over de erfenis. De zussen en de broers van Stef
denken dat Stef het cashgeld van de moeder heeft achter gehouden. Stef heeft ook niet mee betaald aan de
begrafenis. Stef vond dat zijn broers meer geld dan hem verdienen en dat hij dus meer recht had op de bezittingen
van zijn moeder. Hij vindt het wel jammer dat zijn zus zijn was niet meer wil doen.
Stef wil dat het OCMW zijn post verder opvolgt, maar weigert elke vorm van budgetbeheer, schuldhulpverlening.
Een plaatsing in een residentiële instelling is onbespreekbaar. Recent was er een hulpverlener van een
begeleidingsdienst die dit besprak en deze mocht niet meer bij Stef binnenkomen.
Methodisch werken 1