Prematuren ontwikkelen vaak voedingsproblemen
- Effecten op lange termijn nog niet duidelijk
- Wat we weten
o Voedingsproblemen in kindertijd leiden vaak tot lange termijn voedingsproblemen
o Voedingsproblemen leiden vaak tot minder goede ouder-kind binding, stress in de gezinnen en houdt goeie
contacten tegen tussen families onderling
o Bij cue-based voedingsprogramma’s werd volledig per-orale voeding vroeger bereikt
o Er bestaat een verband tss continuïteit en eenduidigheid van voedingsprotocollen en het verbeteren van de
voedingsvaardigheden
Problemen
- Geen consequent protocol
o Uiteenlopende info aan ouders
o Verschillende ervaringen / situaties creëren voor baby
- Voeding kan lange termijn aversie creëren
o Bij “volume” voeding is er een reëel gevaar voor “geforceerde” voeding → voldoende eter ipv volleerde eter
o 40% van pt met voedingsproblemen zijn ex-prematuren
- Voedingsbeleid sluit ouders te veel uit
o Nood aan ouderparticipatie vanaf opname zodat ouders de ‘taal’ (cues) van hun kind leren kennen vooraleer ze
voeding gaan aanbieden
- Voedingsproblemen verlengen de ZH-opname waardoor er een stijging in hospitalisatiekosten optreed
o Veel voedingsproblemen eindigen niet bij ontslag, blijven vaak jaren aanwezig.
Gevolgen voor families
- Bezorgdheid over groeiachterstand - Moeilijk opvang vinden → sociaal isolement
- Geen interesse in voeding, geen plezier → negatief - Medicalisatie ouderschap (focus op cijfers)
effect op relatie ouder-kind - ↑ stress, angst en depressie bij kind
- Soms orale aversie - Onzekerheid over voeding en verzorging door latere
- Trage eters (vooral in de eerste weken na ontslag) participatie
- Vaak reflux, wurgen - Associatie goede eter met goede ouder
- Overgang naar vast voedsel → opnieuw proberen
Oplossing
- Overschakelen naar evidence-based, leeftijdsgebonden voedingsbeleid door eenduidigheid in de praktijk, in cultuur,
in de infoverstrekking en de opleiding
- Zoals infant driven feeding → korte en lange termijn effecten
- Nood aan protocollen, cursussen, e-learnig, literatuur…
Taak NICU / N*
- Voorbeeldfunctie ouder-kind relatie
- Ondersteunen van OW van voedingsvaardigheden
- Preventie van lange termijn voedingsproblemen
- Bewaren orale positiviteit
o Door
▪ Infant driven feeding
▪ Family-centered care
▪ Ouders erkennen als primaire verzorgers / voeders → vertrouwen in hen creëren
, Aanpassing cultuur
Traditioneel model – kwantiteit Infant driven model – kwaliteit
- Vpk beslist - Baby baslist
- Tijd en volume meting - “geen stress”-meting
- Vpk leidende rol - Vpk ondersteunende rol
- “the good feeder” cultuur - Wat kan de baby?
- Niet eenduidige techniek - Eenduidig
- Subjectieve evaluatie en rapportage - Objectief en meetbaar
Doel: positieve ervaringen creëren om succes op lange
termijn te verkrijgen
1. VOEDING IS EEN PROCES
De weg naar een succesvolle voeding start lang voor de aanvang van het drinken.
- Betrek de ouders vanaf de opname
o Moedig ze aan om ‘ouder’ te zijn o Stimuleer huid-op-huid contact
o Leer ze hun kind observeren o Promoot BV / afkolven
- Voeding moet deel uitmaken van een volledig ontwikkelingsgericht zorgprogramma
o Positionering en handeling o Pijn-management
o Ongemakken herkennen en erop ingaan o Ouderparticipatie
o Rust promoten door zorg te clusteren o Controle externe stimuli
o Zelfregulatie promoten door non-nutritief
zuigen
- Bewaar positieve sfeer rond de mond
o Niet voedend zuigen (nooit forceren)
▪ Zuigen of sabbelen op een object: fopspeen, hand, speelgoed…
▪ Heeft een troostend, regulerend effect
▪ Kan de eerste sucking burst faciliteren
▪ 2x zo snel als voedend zuigen
▪ 4-6 zuigbewegingen met even lange pauzes
▪ Stimulatie maag / darmen voor betere vertering / opname voeding
▪ Coördinatie met ademen gaat meestal goed
o Moedermelk laten ruiken / proeven bij kinderen die nog niet PO mogen drinken
o Ondersteun de hand-mondcontact tijdens het positioneren
o Kan een maagsonde sneller nasaal geplaatst worden?
o Nood aan aspiratie in de mond goed overwegen
2. ≠ VOEDING BIJ ATERME EN PREMATURE BABY
Voeding is een dynamisch systeem
- In constante interactie met omgeving
- Afhankelijk van kind en gevraagde taak
- Wisselend van moment tot moment
2.1. BEPERKTHEDEN OPGELEGD DOOR INWENDIGE BEPERKING (KIND)
- Motorische component
- Ontwikkelingsfase
- Gezondheidstoestand (AH (rooting), GI, neurologisch)
- Aanpassingsvermogen
- Vorige ervaringen
Alle systemen OW volgens verschillende patronen en snelheden – het
systeem dat het minst ontwikkeld is zal de volledige ontwikkeling
tegenhouden.