1
,DIERKUNDE
INLEIDING
Ongewervelde Gewervelden
Holtedieren Amfibieën
Stekelhuidigen Reptielen
Wormen Vogels
Weekdieren Vissen
Geleedpotigen Zoogdieren
(wervelkolom en inwendig skelet stevigheid en vorm)
ONGEWERVELDE
Holtedieren
• Uitsluitend in water
• Kenmerk: symmetrische lichaam, centraal één opening (mond én
anus), tentakels/vangarmen met netelcellen
• Spelciale cellen: prooi verlamen. Miniharpoentjes uit een netelcel
• Bv. kwal, koraaldiertjes
Stekelhuidigen
• Stekels zijn scherp (zee-egel) of stomp (zeester)
• Zuigvoetjes om voort te bewegen of voedsel te verzamelen
• Bv. zeester en zee-egel
Wormen
• Zout water (zee), zoet water, op het land
JUF AMBER
, • Weke, langwerpige, pootloze lichaam
• Lichaam opgebouwd uit segmenten (ringen)
• Bv. regenworm
Weekdieren
• Klasse: buikpotigen
o Voortbewegen, rasptong, planteneters, afvaleters, jagende
vleeseters
o Huisjesslakken: schelp met windingen, bv. wulk
o Naaktslakken
• Klasse: Koppotigen
o Vangarmen op de kop ingeplant
o 8n armen (octo) met zuignapen
o Bv. octopus en inktvis
• Klasse: Tweekleppigen
o Schelp uit twee delen
o Actief gesloten houden: gebruiken sluitspier
o Gespierde voet: in zand ingraven
JUF AMBER
3