HOOFDSTUK 6: ORGANISATIECULTUUR EN -STRUCTUUR
INLEIDING
ORGANISATIECULTUUR
Organisatiecultuur = de gedeelde waarden, normen, overtuigingen en gewoontes die
bepalen “hoe we hier de dingen doen” binnen een organisatie
1
, DE CORPORATE TRIBE
Een tribe = groep verbonden door gemeenschappelijke taal, overtuigingen en rituelen
● Geen bloedverwantschap nodig → collega’s vormen ook een tribe
● Medewerkers zijn onderling verwant door cultuur (gedeelde betekeniswereld)
● Organisaties te begrijpen, start je bij de mensen die de stam vormen
● De mens = groepsdier → wil erbij horen, wil niet uitgesloten worden
● Organisatiecultuur vraagt aandacht voor alle lagen (individu, team, organisatie)
● Wederzijdse beïnvloeding tussen mensen en het systeem
● Corporate antropologie = participerend onderzoeken (meedoen + observeren)
CULTUUR: VAST OF VERANDERLIJK?
→ culturen veranderen voortdurend door mensen, gebeurtenissen én tijdsgeest
→ Actieve cultuurverandering is moeilijk, vooral wanneer een nieuwe leider of
management dit wil sturen
→ Gedrag veranderen = cultuur veranderen, en dat is complex
→ Om cultuur te veranderen moet je in gesprek gaan met de makers van de cultuur (de
medewerkers)
→ Dat is de kern: cultuurverandering gebeurt niet top‑down, maar door dialoog met de
groep
Voorbeelden cultuurverandering
Voorbeeld 1 – Sem & Aïnissa
● Nieuwe collega → tweezijdige aanpassing: zij past zich aan het team aan, team
neemt haar nieuwe rituelen over → cultuur verandert mee
Voorbeeld 2 – Corona
● Thuiswerk → meer autonomie, outputgericht werken, aandacht voor welzijn →
cultuur verandert door buitenwereld
2